Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7115

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
17-09-2020
Zaaknummer
21-003652-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van openlijke geweldpleging in vereniging tegen personen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003652-18

Uitspraak d.d.: 9 september 2020

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 14 juni 2018 met parketnummer 08-730644-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij voornoemd vonnis ter zake van het tenlastegelegde, wegens - kort gezegd - openlijke geweldpleging in vereniging tegen personen veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 8 op 9 november 2014 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de [straat 1] en/of de [straat 2] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer (aldaar) aanwezige personen (zich noemende en/of voordoende als supporters van PEC Zwolle), welk geweld bestond uit het

- in gesloten formatie en/of gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) bedekte hoofden en/of gezichten en/of bewapend (met glazen en/of flessen en/of knuppels en/of stokken en/of (al dan niet) verzwaarde handschoenen)

- rennen, althans met versnelde pas lopen, in de richting van die personen en/of

- (vervolgens) (met kracht) gooien van één of meer glazen en/of flessen en/of stenen en/of (andere) voorwerpen in/op/tegen en/of in de richting van die personen en/of

- slaan met vuisten en/of stokken en/of knuppels en/of met (andere) (slag)wapen(s), althans met daarvoor geschikte voorwerpen en/of

- (waarbij) (telkens/voortdurend) (luidkeels) werd geschreeuwd en/of geroepen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu verbalisanten niet hebben waargenomen of cliënt behoorde tot de groep Ajax supporters, dan wel dat cliënt daadwerkelijk meebewoog of heeft bijgedragen aan het in vereniging plegen van geweld.

Feiten 1

Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] operationeel commandant, blijkt het volgende.2

Op zaterdag 8 november 2014 werd om 19:45 uur in Zwolle de eredivisiewedstrijd PEC Zwolle - FC Groningen gespeeld. Tijdens deze wedstrijd kreeg ik informatie binnen dat er mogelijk een gewelddadige confrontatie zou plaats gaan vinden tussen PEC Zwolle supporters en Ajax supporters. Er was voor Ajax supporters echter geen reden om af te reizen naar Zwolle, aangezien in dit weekend geen eredivisiewedstrijd werd gespeeld tussen PEC Zwolle en Ajax.

Uit bovengenoemd proces-verbaal van bevindingen blijkt voorts het volgende.

Op zaterdag 8 november omstreeks 23:00 uur (anderhalf uur na afloop van de wedstrijd PEC Zwolle - FC Groningen) kreeg verbalisant [verbalisant 1] informatie dat er zich inderdaad Ajax supporters rondom of in Zwolle zouden bevinden. Dit zou een groep van veertig à vijftig personen zijn die een confrontatie aan wilde gaan met PEC Zwolle supporters. Omstreeks 01:15 uur kwam het bericht van diverse politie-eenheden dat een grote groep, naar schatting ongeveer 50 man, in het donker gekleed vanaf de [straat 3] in Zwolle in een gesloten formatie richting de [straat 1] / [straat 2] in Zwolle liep. Leden van deze groep hadden zich vermomd met bivakmutsen en waren in het bezit van slagwapens en glaswerk. Tegelijkertijd kwam het bericht dat supporters van PEC Zwolle uit café [cafe] kwamen en ook in de richting van de [straat 1] te Zwolle liepen. Dit betrof een groep van ongeveer 25 personen. De andere groep bestond uit in ieder geval 40 personen. Op dat moment vond er een zeer gewelddadige confrontatie tussen de beide groepen plaats. De 65 personen waren met elkaar aan het vechten. Er werd gevochten en er werd fors met glaswerk gegooid. Hierop werd door de politie ingegrepen en werden de betrokken personen aangehouden. Toevallig passerende burgers op de fiets of te voet werden beschermd en niet aangehouden. Dit was mogelijk doordat er vanuit de aanhoudingseenheden doorlopend zicht is geweest op de twee supportersgroepen. Hierdoor is het ook mogelijk geweest een aantal wegrennende supporters nog direct aan te houden.

De locatie waar de confrontatie plaats vond is gelegen in Zwolle-Oost. In dit gedeelte van Zwolle is een bedrijventerrein gevestigd, er zijn buiten café [cafe] en [bedrijf] geen horecavoorzieningen om bijvoorbeeld uit te gaan of te gaan stappen.

Verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] relateren dat zij zich omstreeks 01:10 uur bevonden op de parkeerplaats van de [bedrijf] , gekleed in burger. Verbalisant [verbalisant 2] werd door een persoon aangesproken, die later werd herkend als [naam] . [naam] vroeg aan [verbalisant 2] waar de verbalisanten vandaan kwamen en of zij hen moesten hebben. Op de vraag van [verbalisant 2] wat [naam] daar mee te maken had, antwoordde [naam] dat het geen zin meer had, dat er niemand van hen over was en dat er geen eer meer aan te behalen was. Kort daarop zagen de verbalisanten een grote groep mensen (circa vijftig man) over de [straat 2] lopen, in de richting van de [straat 1] . Meerdere mensen droegen capuchons over hun hoofd en shawls voor hun mond. Via verbindingen hoorden zij dat meerdere personen in deze groep flessen, stenen en stokken bij zich hadden.3

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] relateren dat zij kort na 01:00 uur zagen dat vanuit de achterzijde van café [cafe] tien tot vijftien personen het café verlieten en met versnelde pas weg liepen in de richting van de [straat 1] . Bij de voorzijde van het café zagen verbalisanten een groep van ongeveer vijfentwintig personen aan de linkerzijde over de [straat 2] lopen in de richting van de [bedrijf] . Deze personen waren donker gekleed, hadden lange stokken en biljartkeus bij zich en liepen met versnelde pas in de richting van de [bedrijf] . Over de [straat 1] , komende uit de richting van het voetbalstadion, kwam een grote groep mensen aan lopen. De mensen in deze groep waren bijna allen in het zwart gekleed. Verbalisanten hoorden mensen in deze groep schreeuwen: 'Zwolle, Zwolle, dat is Zwolle'. De groep PEC Zwolle supporters ging hierop met versnelde pas enkele meters verder de tunnel in en er werd met de stokken en biljartkeus in de richting van de andere groep gezwaaid. De verbalisanten zagen vervolgens dat de grote groep bovenop de [straat 1] vanaf [verbalisant 3] met glas begon te gooien in de richting van de groep van PEC Zwolle. De verbalisanten hoorden beide groepen hard schreeuwen en de confrontatie met elkaar opzoeken. Op dat moment ontstond er een vechtpartij waarbij in korte tijd zeer veel excessief geweld gebruikt werd. De vechtpartij duurde ongeveer vijftien tot twintig seconden.4

Vervolgens werd er door de politie ingegrepen en werden op verschillende locaties diverse personen aangehouden, waaronder verdachte. Op 9 november 2014 omstreeks 01:31 uur werd verdachte op heterdaad als verdachte van artikel 141 Wetboek van Strafrecht aangehouden op de locatie [locatie] , Zwolle.5

Bij een onderzoek op de plaats delict, de [straat 1] en directe omgeving te Zwolle, werden de volgende goederen aangetroffen en inbeslaggenomen: een ploertendoder, zwart breekijzer, drie biljartkeus, die afkomstig bleken van café [cafe] , een stuk baksteen, één losse zwarte handschoen met verstevigde knokkelvoering, twee paar zwarte handschoenen met verstevigde knokkelvoering.6

Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] relateren het volgende over de confrontatie tussen de twee groepen.7 Toen zij de kruising [straat 2] / [straat 1] opreden zagen zij dat er van rechts een grote groep personen over de [straat 1] liep, dat de personen in deze groep voornamelijk in het zwart gekleed waren, dat velen van hen een capuchon op hun hoofd hadden en dat een aantal van hen een stok of iets dergelijks in hun hand hadden.

Vervolgens zagen zij dat er ook een groep personen over het fietspad van de [straat 2] rende. Deze groep kwam vanuit de richting café [cafe] . Deze groep liep gedeeltelijk de voetgangers- / fietstunnel in, die onder de [straat 1] door loopt, en toen weer terug. Deze groep bestond uit ongeveer 15 personen en het grootste deel van deze groep was in het bezit van een stok, biljartkeu of een stalen pijp. Verbalisanten zagen dat beide groepen op elkaar afliepen, kennelijk met de bedoeling om de confrontatie met elkaar aan te gaan. Er werd over en weer glaswerk gegooid tussen beide groepen.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is van het in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde "in vereniging" plegen van geweld sprake indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, is dus niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt.

Voorts heeft de Hoge Raad het medeplegen als bestanddeel van de delictsomschrijving van artikel 141 Sr ("in vereniging") in vervolg op een aantal arresten over medeplegen aldus nader omschreven: De rechter zal (…) moeten beoordelen of sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het openlijk plegen van geweld tegen personen of goederen. Daarbij kan van belang zijn dat openlijke geweldpleging in vereniging zich, gelet op de aard van het delict, in verschillende vormen kan voordoen. Er kan sprake zijn van evident nauw en bewust samenwerken, maar deze strafbaarstelling is mede toepasselijk op - en wordt ook frequent toegepast bij - openlijk geweld dat bestaat uit een meer diffuus samenstel van uiteenlopende, tegen personen of goederen gerichte geweldshandelingen en dat plaatsvindt binnen een ongestructureerd, mogelijk spontaan samenwerkingsverband met een eigen - soms moeilijk doorzichtige - dynamiek. De voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan dus zeker ook bij dit delict verschillende verschijningsvormen hebben. Een bijdrage van voldoende gewicht kan onder omstandigheden ook geheel of ten dele bestaan uit het verrichten van op zichzelf niet-gewelddadige handelingen (HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1320, NJ 2016/418).

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte zich in de groep van ongeveer veertig à vijftig personen van Ajax supporters bevond. Tot die bewijsmiddelen behoren het proces-verbaal van aanhouding van verdachte (met vermelding van de woonplaats van verdachte en de locatie van aanhouding), het proces-verbaal van bevindingen - onderzoek naar namenlijst aangehouden supporters (met vermelding van verdachte onder het kopje 'overige harde kern-supporters Ajax' en van andere toen aldaar aangehouden personen)8, het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (met onder meer de beschrijving van observatie van de groepen die blijkens het proces-verbaal continu in beeld zijn gehouden en toevallig passerende personen en de aanhouding van wegrennende personen uit die groepen).

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat de tot de groep van Ajax supporters behorende personen naar Zwolle waren afgereisd ingevolge een tevoren gemaakte afspraak tot een gewelddadig treffen met PEC Zwolle supporters. Hierbij heeft het hof acht geslagen op het feit dat Ajax die avond geen wedstrijd speelde in Zwolle maar dat er desondanks, later op de avond, een groot aantal Ajax supporters naar de betreffende locatie in Zwolle is gekomen. De groepen verzamelden zich laat in de avond dan wel het begin van de nacht op een buiten het centrum gelegen bedrijventerrein. De groep personen vanuit het café [cafe] vertrok in donkere bedekkende kleding en met allerlei attributen die bij gewelddadigheden vaker worden gebruikt. De groepen begaven zich tegelijkertijd in elkaars richting. Dat een gewelddadig treffen het doel was leidt het hof eveneens af uit het feit dat de groep waar verdachte toebehoorde zich in gesloten formatie voortbewoog en dat vanuit de groep werd geroepen 'Zwolle, Zwolle, dat is Zwolle'.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de omstandigheden waaronder verdachte is aangehouden, het er voor gehouden moet worden dat verdachte deel uitmaakte van de groep Ajax supporters die openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen. De verdachte heeft ontkend dat hij bij het voetbal-supporters-geweld betrokken is geweest en heeft zijn aanwezigheid ter plaatse toegelicht. Hij heeft verklaard dat hij zich verveelde en dat hij iets is gaan drinken in Zwolle en dat hij wilde kijken of hij nog leuke vrouwen tegen zou komen. Voorts dat hij bij de [bedrijf] nog iets wilde gaan eten. Hij was met de trein gekomen en was op het moment van zijn aanhouding van plan terug te gaan naar huis.9

De verdachte heeft naar het oordeel van het hof een volstrekt ongeloofwaardige verklaring afgelegd, zowel betreffende zijn aanwezigheid op dat uur van de dag als op die specifieke plaats in Zwolle, terwijl de voornoemde omstandigheden wel om een plausibele, min of meer verifieerbare verklaring vroegen. Hierbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de plek van de aanhouding zich in tegenovergestelde richting bevond van het station. Het feit dat de laatste trein inmiddels al ruim en breed vertrokken was en het feit dat de plek waar verdachte is aangehouden geen uitgaansgebied betreft maar een bedrijventerrein10. Daarbij heeft verdachte verklaard over het eten bij de [bedrijf] maar die was op het moment van aanhouding al lang gesloten11.

Door deel uit te maken van die groep en te blijven uitmaken tot en met de gevechten tussen de circa 65 personen, heeft verdachte zich aangesloten bij die intenties tot de gewelddadigheden terwijl die gewelddadigheden tussen de groepen ook hebben plaatsgevonden. Daarmee is sprake van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking en is de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de nacht van 8 op 9 november 2014 te Zwolle met anderen, op de openbare weg, te weten op of aan de [straat 1] en de [straat 2] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen aldaar aanwezige personen (zich noemende en/of voordoende als supporters van PEC Zwolle), welk geweld bestond uit het

- in gesloten formatie en/of gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) bedekte hoofden en/of gezichten en bewapend (met glazen en/of flessen en/of knuppels en/of stokken en/of al dan niet verzwaarde handschoenen)

- met versnelde pas lopen, in de richting van die personen en

- met kracht gooien van glazen en stenen in de richting van die personen en

- slaan met vuisten en/of stokken en/of knuppels en/of met (andere) (slag)wapen(s) en

- waarbij (telkens) werd geschreeuwd en/of geroepen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van het tenlastegelegde gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er sprake is van een forse schending van de redelijke termijn. Een voorwaardelijke straf met een proeftijd van twee jaren is naar de mening van de raadsman niet redelijk en niet zinvol meer. Het betreft een oud feit. De raadsman verzoekt primair artikel 9a Wetboek van Strafrecht toe te passen, subsidiair een voorwaardelijke straf met een proeftijd van maximaal één jaar op te leggen.

Oordeel van het hof

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich in de nacht van 8 op 9 november 2014 in Zwolle schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen, 'supporters' van een andere voetbalclub. De vechtpartij was van tevoren afgesproken en past daarmee in een patroon van georganiseerde vechtpartijen tussen groepen van personen die worden aangeduid als 'supporters' van voetbalclubs. Niet alleen de voetbalsport als zodanig, maar ook de eigen voetbalclub wordt daarmee in diskrediet gebracht. Het hof rekent het verdachte en zijn mededaders zwaar aan dat zij naar Zwolle zijn afgereisd met het plan om deze confrontatie aan te gaan. Een dergelijk gewelddadig optreden rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke straf.

Het hof constateert dat het feit ruim zes jaren geleden is gepleegd. Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). De door het hof op te leggen straf zal daarom voorwaardelijk in plaats van onvoorwaardelijk worden opgelegd. Gelet op de aard en de ernst van het feit, de mate en de intensiteit van het geweld, alsmede het feit dat dit van tevoren was afgesproken en verdachte en zijn medeplegers speciaal hiervoor naar Zwolle zijn afgereisd, ziet het hof geen ruimte om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen.

Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juli 2020 blijkt dat verdachte, na het onderhavige feit, nogmaals voor enig ander strafrechtelijk feit is veroordeeld. Gelet op verdachtes recidive ziet het hof geen aanleiding de proeftijd te matigen en stelt die op twee jaren.

Alles afwegende, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde oplegging van een voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren passend.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,

en op 9 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, dossiernummer PL0400-2014093708, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Bevindingen, d.d. 10 november 2014, verbalisant [verbalisant 1] , p. 43 tot en met 45.

3 Bevindingen, d.d. 9 november 2014, verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , p. 39 en 40.

4 Bevindingen, d.d. 9 november 2014, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , p. 41 en 42.

5 Aanhouding, d.d. 9 november 2014, verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] , p. 377 e.v.

6 Bevindingen, d.d. 10 november 2014, verbalisant [verbalisant 11] , p. 65.

7 Bevindingen, d.d. 9 november 2015, verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , p. 37 en 38.

8 Bevindingen onderzoek naar namenlijst aangehouden supporters, verbalisant [verbalisant 12] , p. 62.

9 Verhoor verdachte, d.d. 9 november 2014, p. 382.

10 Bevindingen, d.d. 10 november 2014, verbalisant [verbalisant 1] p. 43-45.

11 Bevindingen, d.d. 10 november 2014, p. 58 van het dossier.