Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7077

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.252.985/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden door rood. Dat de ambtenaar zelf groen licht had, betekent niet per se dat het verkeerslicht voor kruisend verkeer op rood stond. De stelling dat de verkeerslichten 'conflictvrij' werkten, zonder toelichting hoe en wanneer dat is vastgesteld, is onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.252.985/01

CJIB-nummer

: 215219776

Uitspraak d.d.

: 8 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. Y.M. Prins, advocaat te Groningen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 250,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van

€ 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 maart 2018 om 16:45 uur op de Schutstraat in Hoogeveen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde betwist dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. Er is sprake van een onbetrouwbaar verkeerslicht. Weliswaar is in het aanvullend proces-verbaal door de ambtenaren opgemerkt dat het verkeerslicht naar behoren functioneerde, maar hoe en wanneer dit is gecontroleerd is niet vermeld. De gemachtigde heeft een afbeelding van Google Maps Streetview bij het beroepschrift gevoegd waaruit blijkt dat een verkeerslicht zowel voor recht doorgaand verkeer als afslaand verkeer gelijktijdig op groen kan staan. Dat kan eveneens voor dit verkeerslicht gelden. Daarnaast is het vanwege de positie van de verkeerslichten voor de ambtenaren onmogelijk geweest om tegelijk het kenteken van het voertuig en het verkeerslicht waar te nemen. De omstandigheid dat de ambtenaren waarschijnlijk echtgenoten zijn en de gedraging in privétijd hebben geconstateerd, roept bij de gemachtigde nog meer twijfel op over de betrouwbaarheid van de waarneming.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De bestuurder reed over de Schutstraat te Hoogeveen, komende uit de richting Griendtsveenweg, gaande in de richting Zuidwoldigerweg. De kruising van de Schutstraat met de afrit A28 (vanuit zuidelijke richting) wordt geregeld met een verkeersregelinstallatie. Wij, verbalisanten, stonden als derde voertuig te wachten voor het rode verkeerslicht. Toen het licht groen werd reden de 2 voertuigen voor ons voertuig de kruising op. Toen wij, verbalisanten, de kruising op wilden rijden moesten wij remmen aangezien, voor ons van links, betrokken personenauto aan kwam rijden. Deze moet daarbij het rode verkeerslicht genegeerd hebben aangezien het verkeer van de afrit A28 groen licht had. (…)

Reden geen staandehouding: verbalisanten waren buiten dienst en reden in een onopvallend dienstvoertuig zonder stopmiddelen.”

4. De verklaring van de ambtenaren zoals opgenomen in het proces-verbaal van 28 juni 2018 houdt onder meer het volgende in:

“Op dinsdag 13 maart 2018, omstreeks 16:45 uur, stonden wij, verbalisanten, in een onopvallend voertuig te wachten voor het verkeerslicht van de afrit van de A28, komende uit de richting Meppel, met de Schutstraat te Hoogeveen. Wij stonden toen als derde voertuig te wachten voor het verkeerslicht. Voor ons stonden nog twee voertuigen. Vervolgens zagen wij, verbalisanten, dat het voor ons bestemde verkeerslicht op groen ging en dat de beide voertuigen voor ons de kruising opreden. Vervolgens wilden wij, verbalisanten, de kruising oprijden. Wij zagen toen dat het voor ons bestemde verkeerslicht nog steeds op groen stond. Vervolgens moest ik, tweede verbalisant, remmen omdat voor ons van links, een voertuig aan kwam rijden en rechtdoor reed op genoemde kruising. Aangezien het voor ons bestemde verkeerslicht nog groen licht uitstraalde moet de bestuurder van het kruisende voertuig rood licht hebben gehad. Wij, verbalisanten, zagen dat het kruisende voertuig een personenauto, merk Volkswagen, type Passat, kleur groen, voorzien van het kenteken [00-YY-YY] , was. Wij zagen dat de bestuurder van genoemd voertuig een verontschuldigend gebaar met zijn arm maakte naar ons, verbalisanten. Nadien hebben wij, verbalisanten, geconstateerd dat de verkeerslichten op genoemde kruising conflictloos werken. Gezien het feit dat er reeds twee voertuigen het groene verkeerslicht gepasseerd waren, stond het verkeerslicht bestemd voor betrokkene meer dan 2 seconden op rood. Wij, verbalisanten, hadden, zoals hierboven omschreven, niet direct zicht op het verkeerslicht bestemd voor betrokkene. Abusievelijk staat op het proces-verbaal dat het feit gepleegd is op 14 maart 2018 omstreeks 00.47 uur. Dat is echter niet correct. Dit moet namelijk zijn: dinsdag 13 maart 2018 omstreeks 16.45 uur. Abusievelijk is de invoerdatum en tijdstip in M.E.O.S. in het proces-verbaal genoemd. (…).”

5. De betrokkene ontkent door rood licht te zijn gereden. Onder verwijzing naar wat het hof heeft overwogen in zijn arrest van 13 juni 2016, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:4941, is het hof van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarin een ambtenaar groen licht waarneemt op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de ambtenaar zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd.

6. De ambtenaar zal daarbij moeten vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld, bijvoorbeeld door direct na de waarneming ter plaatse te controleren hoe de lichten zijn afgesteld of door te vermelden wat daarover uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt.

7. In dit geval hebben de ambtenaren verklaard dat zij, op enige moment nadat de gedraging was geconstateerd, hebben vastgesteld dat de verkeerslichten op genoemde kruising ‘conflictloos’ werkten. Nog daargelaten dat de ambtenaren niet hebben aangegeven wanneer dit onderzoek heeft plaatsgevonden, is door hen niet omschreven hoe zij dit hebben vastgesteld en of hun conclusie ook geldt voor het tijdstip van de gedraging. Zijn de ambtenaren bijvoorbeeld naar de betreffende kruising teruggegaan en hebben zij toen vastgesteld dat als het ene licht rood uitstraalt het conflicterende licht groen uitstraalt, of hebben zij voor hun onderzoek de technische gegevens van de verkeersregelinstallatie geraadpleegd? Duidelijkheid hierover ontbreekt in het dossier. Het hof ziet geen aanleiding om in deze fase van de procedure de ambtenaren nog om nadere informatie te verzoeken.

8. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende komen vast te staan dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hieronder vermeld. Dit brengt mee dat de overige bezwaren van de betrokkene geen bespreking meer behoeven.

9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 2 procespunten te worden toegekend, aan het indienen van een nadere toelichting dient een halve punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 656,25.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 656,25

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.