Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7067

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.265.029/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet stoppen voor rood' of 'andere richting volgen dan voorsorteerstrook aangeeft'? De uiteindelijk gevolgde rijrichting moet overeenkomen met het daarvoor gekozen voorsorteervak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.265.029/01

CJIB-nummer

: 220712683

Uitspraak d.d.

: 8 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 21 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 200,-.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 oktober 2018 om 12:17 uur op de Graafseweg (kruising Grobbendoncklaan) in

’s-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De officier van justitie heeft het beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking gewijzigd in die zin dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging zijn komen te luiden: R619: “andere richting volgen dan richting van voorsorteervak”. Vervolgens heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen die beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en het bedrag van de sanctie gematigd tot € 200,-.

3. In hoger beroep voert de betrokkene aan dat hij (nog) nooit door rood is gereden. Op de foto’s in het dossier is ook te zien dat het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer nog geel uitstraalt. Eveneens merkt de betrokkene op dat hij niet op de rijstrook voor linksafslaand verkeer heeft gereden. Hij reed op de rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer, maar doordat zijn voorganger plotseling remde is hij iets naar links uitgeweken en daarna rechtdoor gereden. Kortom: hij moest rechtdoor en is ook rechtdoor gereden. Verder voert de betrokkene aan dat in de beslissing van de kantonrechter is opgenomen dat het bedrag van de sanctie is gematigd omdat hij deels uit overmacht heeft gehandeld. Dat hij deels uit overmacht heeft gehandeld, dat klopt. Maar ter zitting is dit niet zo besproken. De kantonrechter is tot matiging overgegaan omdat het openbaar ministerie diverse fouten heeft gemaakt. Tegen de griffier heeft de kantonrechter daarover gezegd dat dat niet genotuleerd hoefde te worden. De betrokkene is onthutst waarom dit niet in de beslissing is opgenomen en dat hij met een leugen de rechtszaal heeft verlaten.

4. In artikel 78 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) is bepaald dat bestuurders van een motorvoertuig die op een kruising een bepaalde richting willen volgen, gebruik moeten maken van de voorsorteerstrook waarin deze richting wordt aangegeven.

5. In het dossier bevinden zich foto's van de gedraging. Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene te zien op het moment dat het verkeerslicht voor linksaf 3,1 seconden rood uitstraalt. Het verkeerslicht voor rechtdoor/rechtsaf straalt op dat moment groen licht uit. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich ter hoogte van de stopstreep en in zijn geheel op de rijstrook voor rechtdoor/rechtsaf. Voor de betrokkene rijdt op de rijstrook voor rechtdoor/rechtsaf een wit voertuig.

Op de tweede foto, die 3,28 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig van de betrokkene voorbij de verkeerslichten is. Het verkeerslicht voor linksaf straalt nog steeds rood licht uit en het verkeerslicht voor rechtdoor/rechtsaf is inmiddels geel licht gaan uitstralen. Het witte voertuig is bezig rechtsaf te slaan. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich op het kruisingsvlak en voor de helft op de rijstrook voor linksafslaand verkeer. Te zien is dat de betrokkene niet bezig om linksaf te slaan, maar rechtdoor rijdt. Uit de databalk onder de foto’s blijkt dat de geeltijd 3,0 seconden en dat de snelheid van het voertuig 27 km/h bedroeg.

6. Gelet op de positie van het voertuig op de foto’s is het hof van oordeel dat de betrokkene dient te worden aangemerkt als berijder van de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand/rechtsafslaand verkeer. Dat op de tweede foto van de gedraging te zien is dat de betrokkene gedeeltelijk naar links is uitgeweken, maakt dat niet anders. Dit omdat het voertuig van de betrokkene zich op dat moment al ter hoogte van het kruisingsvlak begeeft, zodat niet (meer) gesproken kan worden van de gereden richting vóór het kruispunt. Nu de betrokkene de intentie had op de kruising rechtdoor te rijden en daadwerkelijk rechtdoor is gereden, kan hem niet het verwijt worden gemaakt dat hij een andere richting heeft gevolgd dan de richting die het voorsorteervak aangaf. Ten overvloede wijst het hof er op dat de betrokkene evenmin het (oorspronkelijke) verwijt kan worden gemaakt, inhoudende dat hij een rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd. Dit omdat de vóór de stopstreep gevolgde richting bepaalt welk verkeerslicht van toepassing is. Zoals uit voornoemde foto’s volgt, straalde het verkeerslicht voor rechtdoorgaand/rechtsafslaand verkeer groen licht uit op het moment dat de betrokkene die stopstreep passeerde.

7. Het bovenstaande brengt mee dat de beslissing van het beroep van de betrokkene gegrond wordt verklaard en dat zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking wordt vernietigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.