Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6990

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.266.502/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderbord: 'uitgezonderd feestdagen'. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een feestdag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.266.502/01

CJIB-nummer

: 220049564

Uitspraak d.d.

: 7 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 9 augustus 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 september 2018 om 11:46 uur op de Devel te Barendracht met het voertuig met het kenteken

[00-YYY-0] .

2. De betrokkene is het niet eens met de opgelegde sanctie. Daartoe voert hij aan dat op het onderbord is vermeld: “feestdagen uitgezonderd”. De gemeente Barendrecht heeft nergens vastgelegd welke de feestdagen zijn. Niet is verwezen naar algemeen erkende feestdagen. Dit leidt tot onduidelijkheid. Daaraan behoren rechtsgevolgen te worden verbonden. Gelet op het verweer met betrekking tot het onderbord kon de kantonechter niet gemakshalve, zonder enige navraag daarover, ervan uitgaan dat het bevoegde college wel bedoeld zal hebben de erkende feestdagen als aangewezen in de Algemene termijnenwet uit te zonderen. De kantonrechter heeft de betrokkene verder onjuist geciteerd. De betrokkene heeft niet gesteld dat de betreffende verkeerssituatie verwarrend is, maar dat de parkeersituatie in de betreffende Barendrechtse wijk voor hem verwarrend was. Er is sprake van subjectieve beleving van de parkeersituatie ter plaatse. Tevens heeft hij niet aangeven dat het bij de gebiedsaanvang geplaatste verkeersbord wellicht over het hoofd wordt gezien. Hij heeft het woord “licht” gebruikt, wat een andere duiding heeft. Gelet hierop en het feit dat een plaatsopneming kennelijk niet noodzakelijk werd geacht, maakt dat de besluitvorming van de kantonrechter onzorgvuldig is geweest en zijn beslissing gebrekkig gemotiveerd is.

3. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter beoordelen in het licht van de in hoger beroep aangevoerde verweren tegen de opgelegde sanctie. De betrokkene heeft geen rechtens te erkennen belang bij de bespreking van zijn bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter betreffende de behandeling van verweren die in hoger beroep niet meer aan de orde zijn.

4. De betrokkene betwist niet dat hij op dinsdag 4 september 2018, om 11.46 uur op de Devel in Barendrecht zijn voertuig heeft geparkeerd bij een blauwe streep terwijl het voertuig niet was voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf. De betrokkene doet een beroep op het onderbord. Het hof begrijpt dat de betrokkene primair van mening is dat de gedraging niet kan worden vastgesteld omdat de verplichting tot het plaatsen van een parkeerschijf niet gold, subsidiair dat oplegging van de sanctie niet billijk is omdat hem, gezien de onduidelijkheid van het onderbord, van de gedraging geen verwijt kan worden gemaakt.

5. Uit het dossier blijkt dat de betrokkene zijn voertuig heeft geparkeerd binnen een parkeerschijfzone, aangeduid met een bord E10 met de aanduiding max 2h. Onder dit bord is een onderbord geplaatst met de tekst "ma t/m vr 7-14h uitgezonderd feestdagen". De tekst van dit onderbord dient aldus te worden begrepen dat de verplichting tot het gebruik van een parkeerschijf is beperkt tot maandagen, dinsdagen, woensdagen, donderdagen en vrijdagen, telkens van 07.00 uur tot 14.00 uur, tenzij het feestdagen betreft. Dit betekent dat de betrokkene aldaar om 11.46 uur alleen zijn voertuig mocht parkeren zonder parkeerschijf indien (dinsdag) 4 september 2018 als feestdag heeft te gelden.

6. Het bestaan van deze uitzondering dient door de betrokkene aannemelijk te worden gemaakt. In concreto betekent dit dat de betrokkene aannemelijk dient te maken dat de gemeente Barendrecht 4 september 2018 voor de toepassing van de parkeerschijfregeling als een feestdag beschouwt. Daarin is de betrokkene niet geslaagd. De stellingen dat nergens is vastgelegd welke de feestdagen zijn en dat de gemeente Barendrecht niet heeft verwezen naar algemeen erkende feestdagen zijn daartoe onvoldoende. De gedraging is verricht.

7. Met betrekking tot de gestelde onduidelijkheid van het onderbord overweegt het hof dat de betrokkene niet heeft gesteld of aannemelijk heeft gemaakt dat en waarom hij er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de gemeente Barendrecht 4 september 2018 voor de toepassing van de parkeerschijfregeling als feestdag beschouwde. Het subsidiaire verweer faalt ook.

8. De sanctie is terecht opgelegd.

9. De kantonrechter is terecht tot het oordeel gekomen dat de inleidende beschikking in stand kan blijven en dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond is. De motivering die de kantonrechter heeft gebezigd met betrekking tot het verweer betreffende het onderbord wijkt af van hetgeen het hof hierboven heeft overwogen. Daarom wordt de beslissing van de kantonrechter bevestigd met verbetering van gronden.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.