Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6982

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.265.521/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? Milieuzone. Een schouwrapport van ná de datum van de constatering zonder dat blijkt dat daarvóór ook is geschouwd, is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de bebording op de bewuste dag aanwezig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.265.521/01

CJIB-nummer

: 222948880

Uitspraak d.d.

: 7 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen i.s.m. geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 januari 2019 om 19:17 uur op de Parnassusweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene voert aan dat het verkeersbord C6 niet duidelijk en zichtbaar was geplaatst. Daarbij geeft de betrokkene aan dat hij tot op heden geen foto heeft gekregen van de bebording en dat alleen schriftelijk is aangegeven dat de bebording duidelijk was.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De overtreding is geautomatiseerd geconstateerd en op een digitale foto vastgesteld door een camera die na het bord C6 is geplaatst. De borden C6 zijn voorzien van het woord ‘zone’ en hebben derhalve zonale werking. Onder het bord of bij het bord (of borden) is een onderbord geplaatst met de tekst: ‘diesel, vrachtauto (voertuigsymbool) euro 0-III, bestelauto (voertuigsymbool) diesel 1999 en ouder, taxi (voertuigsymbool) 2008 en ouder, autobus (voertuigsymbool) 2004 en ouder, low emission milieuzone’ en het symbool van een camera. De euroklasse of datum van eerste toelating van dit voertuig was volgens de gegevens uit het RDW kentekenregister gelegen vóór de geldende vermelde datum en ook was voor dit voertuig ten tijde van de overtreding geen ontheffing afgegeven. De camera heeft vastgelegd dat het voernoemde voertuig kwam uit de zuidelijke richting van de Gustaf Mahlerlaan en reed in noordelijke richting naar de Strawinskylaan. De camera heeft vastgelegd dat het betrokken voertuig het voor hem bedoelde bord C6 negeerde en de geslotenverklaring in reed. Bij een milieuzone is het noodzakelijk om een voertuig aan de voorzijde te fotograferen, omdat bij een samenstel van voertuigen het kenteken van het trekkende motorvoertuig moet worden vastgelegd. Daarom is het bord niet zichtbaar op de foto. De foto is genomen na het passeren van het bord bij het inrijden van de zone. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een Boa en dit wordt in een proces-verbaal vastgelegd. De wegbeheerder heeft geen melding van enige wijziging of bijzonderheid gedaan inzake de bebording waardoor deze deugdelijk aanwezig was op het moment van overtreding. De omschreven gedraging is door mij verbalisant waargenomen aan de hand van fotografische opnamen, vastgelegd door de camera installatie die is geplaatst op de of aan weerszijde van de Parnassusweg / Strawinskylaan. Derhalve is betrokkene niet staande gehouden.”

5. In het dossier bevindt zich een afdruk van de foto waarmee de gedraging is vastgelegd. Doordat de foto bij donker is gemaakt, is op de foto niet meer zichtbaar dan de voorlichten en de kentekenplaat van het voertuig van de betrokkene en de voorlichten van een achterligger. De gegevens in de databalk bij de foto komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht.

6. Verder bevat het dossier een tweetal schouwrapporten waarin de ambtenaren - zakelijk weergegeven - verklaren dat in 2019 zowel in de maand januari als februari alle borden betreffende de milieuzone zijn gecontroleerd en duidelijk zichtbaar en onbeschadigd waren opgesteld.

7. Met de betrokkene stelt het hof vast dat het dossier geen foto bevat waarop de betreffende bebording zichtbaar is. Het hof heeft echter in het arrest van 14 juni 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537, geoordeeld dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto van de gedraging op een andere wijze kan worden ondervangen. Dit betekent dat wanneer anders dan op basis van een foto toch blijkt dat het verkeersbord aanwezig was, de gedraging kan worden vastgesteld.

In dit geval hebben twee ambtenaren ter plaatse een schouw uitgevoerd en verklaard dat in januari en februari 2019 de bebording duidelijk zichtbaar aanwezig was.

8. Uit het schouwrapport betreffende de maand januari blijkt niet op welke datum de schouw van het voor de betrokkene bedoelde bord is geweest, in het bijzonder niet of dit voor of na de datum van de gedraging is geweest. Een rapport betreffende de schouw in december 2018 -welke schouw moet hebben plaatsgevonden voor de gedraging- is niet aan het dossier toegevoegd. Dit betekent dat op basis van het dossier niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat ten tijde van de gedraging het voor de betrokkene geldende bord C6 aanwezig was.

9. Dit brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

vernietigt de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 222948880, aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.