Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6965

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.231.256/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onnodig geluid veroorzaken door vol gas en met slippende banden op te trekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.231.256/01

CJIB-nummer

: 197117732

Uitspraak d.d.

: 4 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 23 november 2017, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 123,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel zijn aanvullende stukken ingediend.

De gemachtigde heeft hierop gereageerd. Een afschrift hiervan is toegezonden aan de advocaat-generaal.

Op 16 juli 2018 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.

De beoordeling

1. De gemachtigde stelt zich in hoger beroep ten eerste op het standpunt dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal is opgemaakt. De gemachtigde voert daartoe onder meer aan dat het proces-verbaal de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen ter zitting is voorgevallen behoort te bevatten, maar dat de beslissing van de kantonrechter daaraan niet voldoet. Volgens de gemachtigde kan de beslissing van de kantonrechter dus niet in stand blijven.

2. Van het verhandelde ter zitting dient een proces-verbaal te worden opgemaakt (vgl. het arrest van het hof van 31 maart 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:2589). Dit dient een zakelijke weergave te bevatten van wat is voorgevallen ter zitting.

3. De klacht van de gemachtigde faalt. Het dossier bevat een proces-verbaal, inhoudende de beslissing van de kantonrechter van 23 november 2017, waarin is opgenomen hetgeen ter zitting is voorgevallen, inclusief een zakelijke weergave van hetgeen door de zittingsvertegenwoordiger van het openbaar ministerie naar voren is gebracht.

4. De bezwaren van de gemachtigde richten zich verder tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard.

5. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 370,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 april 2016 om 3:10 uur op de Deldenerstraat in Hengelo met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

6. De gemachtigde voert allereerst aan dat aan de betrokkene bij de staandehouding geen aankondiging van beschikking is uitgereikt.

7. Artikel 4, derde lid, van de Wahv bepaalt dat een aankondiging van beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Deze bepaling geeft de ambtenaar de mogelijkheid om een aankondiging van beschikking achter te laten, maar verplicht hem daartoe niet. Nu de gemachtigde niet heeft aangegeven welke conclusie dient te worden verbonden aan het niet uitreiken van de aankondiging van beschikking, verwerpt het hof dit verweer.

8. De gemachtigde heeft verder betoogd dat aan de betrokkene geen beschikking (het hof begrijpt: sanctie) is opgelegd voor te snel rijden, noch voor het veroorzaken van gevaar en/of hinder. Dat vanuit stilstand werd opgetrokken, en dat hierbij het voertuig accelereerde is vanzelfsprekend, dat is immers eigen aan een dergelijk sportvoertuig. Dat de banden kennelijk slipten, brengt niet mee dat ze (onnodig) geluid veroorzaakten, of dat anderszins (onnodig) geluid veroorzaakt werd. Dat is althans gesteld noch gebleken. De banden slipten mogelijk omdat het wegdek niet volledig droog was. (Onnodig) geluid is daarbij niet veroorzaakt. Dat de ambtenaren zich rot schrokken zal veroorzaakt zijn doordat het voertuig van de betrokkene vanuit stilstand ineens, mogelijk voor de ambtenaren onverwachts, ging rijden. De door de ambtenaren omschreven feiten en omstandigheden brengen niet mee dat (onnodig) geluid is veroorzaakt. Uit geen van de feiten en omstandigheden volgt immers wat dat onnodig geluid veroorzaakt zou hebben. Als onnodig geluid kan niet worden aangemerkt het geluid dat wordt veroorzaakt door het enkele rijden met een ander type uitlaatsysteem dan het volgens de typegoedkeuring van het motorvoertuig daarbij behorende systeem, althans wanneer het een ongewijzigd uitlaatsysteem betreft. Het uitlaatsysteem van het voertuig van de betrokkene is ongewijzigd, met dien verstand dat het een systeem betreft dat door de fabrikant onder dit soort sportauto’s wordt geplaatst. Het geluidssysteem waar de ambtenaar over spreekt is weliswaar geïnstalleerd, maar niet werkzaam, juist omwille van de redenen die de ambtenaar in het proces-verbaal omschrijft.

9. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat luidt:

‘Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietser mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken’.

10. Voornoemd artikel is bedoeld om op te kunnen treden in juist die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt. Onder onnodig geluid moet worden verstaan dat geluid dat sterker is dan het geluid dat het rijden met een naar de eisen van de tijd normaal ingericht voertuig onvermijdelijk veroorzaakt. Van onnodig geluid zal men eerst kunnen spreken zodra het veroorzaakte geluid het normale, geaccepteerde, door het voertuig veroorzaakte geluid te boven gaat. Voor de vaststelling of sprake is van onnodig geluid is niet bepalend of er iemand is die overlast heeft ondervonden van het geluid en evenmin of een bepaald geluidsniveau wordt overschreden.

11. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

12. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De betrokkene accelereerde met zijn voertuig uit stilstand en vol gas met slippende banden met een sportuitlaat onder zijn S3 midden in de nacht. Rapporteurs schrokken zich rot, de snelheid waar de betrokkene mee reed en de onnodige herrie.”

13. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 19 april 2018. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd verklaart hierin het volgende:

‘Wij werken beiden al tientallen jaren bij de politie in de straatdienst en zijn wel het een en ander gewend. Zoals deze bestuurder met zijn voertuig reed, het tijdstip waarop dit geschiedde en het geluid dat daarmee gepaard ging sloeg echter alles.

De volgende door u gestelde vraag of er een geluidsmeting heeft plaatsgevonden is negatief. Betrokkene is artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 ten laste gelegd. Hierbij is een geluidsmeting niet van toepassing en worden slechts de feiten zoals bovengenoemd vermeld.

Ik kan u nog mededelen dat betrokkene korte tijd na het gebeurde contact heeft gehad met mijn teamchef omdat hij het niet eens was met het feit hoe hij door mij te woord was gestaan tijdens de bekeuringssituatie op 10 april 2016. Tijdens dit gesprek heeft de betrokkene verteld dat er ten tijde van de overtreding een zogenaamde ‘soundactuator’ of ‘soundbooster’, zijnde een actief soundsysteem aan de uitlaat van zijn Audi RS3 was bevestigd. Dit systeem is in diverse landen bij wet verboden om te gebruiken op straat vanwege de hoge geluidsemissie.’

14. Anders dan de gemachtigde meent volgt uit de verklaring van de ambtenaar genoegzaam wat het onnodige geluid heeft veroorzaakt. De ambtenaar verklaart namelijk dat de betrokkene accelereerde met zijn voertuig uit stilstand en vol gas met slippende banden met een sportuitlaat. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde aanvoert geen reden te twijfelen aan deze verklaring. Het uit stilstand accelereren, slippen of het hebben van een sportuitlaat is op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat onnodig geluid wordt veroorzaakt. Echter, nu dit accelereren vol gas gebeurde, kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld dat de wijze waarop de betrokkene reed, onnodig geluid veroorzaakte en dus dat de gedraging is verricht.

15. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

16. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.