Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6955

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.240.403/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De ambtenaar moet concreet aangeven waarom hij de bestuurder niet heeft staande gehouden: algemene informatie over de plaatselijke situatie is onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.240.403/01

CJIB-nummer

: 197844343

Uitspraak d.d.

: 4 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de hoorplicht is geschonden door de officier van justitie en dat de kantonrechter dit verweer ten onrechte niet heeft beoordeeld. Er was verzocht om te worden gehoord en het beroep was niet kennelijk ongegrond.

2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het administratief beroepschrift (op de juiste wijze) heeft verzocht om te worden gehoord. De officier van justitie geeft in de beslissing aan dat in verband met het ontbreken van een telefoonnummer niet is gehoord.

3. De omstandigheid dat de gemachtigde geen telefoonnummer heeft opgegeven, maakt niet dat van het horen kon worden afgezien. Het opgeven van een telefoonnummer in een beroepschrift is niet wettelijk voorgeschreven (vgl. artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6, tweede lid, van de Wahv) en het niet opgeven ervan betreft, gelet op artikel 7:17 van de Awb, geen wettelijke grond om van het horen af te zien (vgl. het arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 2 juli 2012, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2012:2935). Nu de gemachtigde heeft verzocht om te worden gehoord en de uitzonderingsgevallen om te worden gehoord van artikel 7:17 van de Awb zich ook niet voordoen, heeft de officier van justitie ten onrechte afgezien van het horen van de betrokkene. De beslissing van de kantonrechter kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. Ter beoordeling van het hof staat nu het beroep tegen de inleidende beschikking.

4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “verbod stil te staan (bord E2)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 maart 2016 om 19:28 uur op De Entree in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

5. De gemachtigde voert aan dat ten oprechte op kenteken is bekeurd. De bestuurder heeft de ambtenaar gezien. De ambtenaar heeft, in plaats van de bestuurder aan te spreken, het kenteken genoteerd. De kantonrechter heeft dit niet onderkend.

6. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

7. Het zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:

“Gedragingsgegevens: De doorstroming van het verkeer niet te hinderen. De Entree te Amsterdam is de toegangsweg voor de nood/hulpdiensten in het arenagebied. Op De Entree staan negen borden E2 en tijdens evenementen vier verkeersregelaars die aanwijzingen geven om niet te stoppen. Desondanks negeren de betrokkenen de borden en aanwijzingen om personen in/uit te laten stappen.”

8. Het zaakoverzicht bevat niet de redenen waarom niet tot staandehouding is overgegaan. De advocaat-generaal heeft in deze beroepsgrond van de gemachtigde ook geen aanleiding gezien om bij de ambtenaar nadere informatie hieromtrent op te vragen.

9. Uit hetgeen in het zaakoverzicht over de gegevens van de gedraging is vermeld, kan de reden waarom niet staande is gehouden, niet worden afgeleid. Het betreft, gelet op het gebruik van het woord "betrokkenen" (meervoud), algemene informatie. Niet blijkt of ten tijde van de gedraging sprake was van een evenement en dat de verkeersdrukte in verband daarmee zodanig was dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder mocht worden opgelegd.

10. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hieronder aangegeven.

11. Het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de proceskosten wordt toegewezen. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van een beroepschrift en het indienen van een hoger beroepschrift zal telkens een punt worden toegekend. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 toegepast (het gewicht van de zaak is licht). De waarde per punt bedraagt € 525,-. De proceskostenvergoeding in administratief beroep komt daarmee op (3 x 0,5 x € 525,- =) € 787,50.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt die beslissing en de inleidende beschikking waarbij onder nummer 197844343 een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat het bedrag dat door de betrokkene tot zekerheid is gesteld, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van € 787,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.