Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6810

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.593/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? Zone. Het hof herhaalt dat voor de vaststelling dat de gedraging is verricht moet blijken dat de toegangsweg die de bestuurder volgde van een (zone)bord is voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.593/01

CJIB-nummer

: 218804080

Uitspraak d.d.

: 1 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 24 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2018 om 14:25 uur op de Heinsiuslaan in Amersfoort met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene voert aan op de door hem genomen route geen bord E9 te zijn tegengekomen. Ter staving van deze stelling heeft de betrokkene in de procedure bij de kantonrechter een plattegrond in het geding gebracht waarop hij heeft aangegeven welke route hij heeft genomen en waar de borden E9 zijn geplaatst. De betrokkene is via het parkeerterrein van de Bergkerk gereden en dit betreft, in tegenstelling tot de advocaat-generaal meent, geen privéterrein maar een openbare verbindingsweg tussen de Prins Frederiklaan en de Abraham Kuyperlaan. Op de foto van de ambtenaar die zich in het dossier bevindt, is weliswaar een bord E9 te zien, maar niet de weg die de betrokkene heeft gereden. Dat de betrokkene volgens de kantonrechter het bord opzettelijk heeft omzeild, klopt niet. Bovendien wordt daarmee bevestigd dat de betrokkene het bord niet is gepasseerd. Dat de betrokkene er als bewoner van het Bergkwartier op de hoogte van moest zijn dat een vergunninghouderzone van toepassing was, klopt evenmin. De zone geldt slechts voor een beperkt gedeelte van het Bergkwartier en de betrokkene kan niet op de hoogte zijn van alle gebieden met een parkeerzone voor vergunninghouders. De betrokkene vindt het daarnaast relevant om te vermelden dat tussen het niet gepasseerde bord en de parkeerplaats waar zijn voertuig stond een afstand van circa 800 meter zit, er meerdere zijwegen worden gepasseerd en er geen herhalingsborden zijn geplaatst.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Deze bepaling luidt: "De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend."

4. Artikel 66, tweede lid, van het RVV 1990 luidt als volgt:

“Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, geldt het verkeersbord in een gebied dat wordt begrensd door het verkeersbord en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.”

5. Niet in het geding is dat het voertuig van de betrokkene op de onder 1. weergegeven datum, tijd en plaats stond geparkeerd. Voorts is niet betwist dat de betrokkene ten tijde van de gedraging niet in het bezit was van een geldige parkeervergunning. Gelet op het verweer van de betrokkene ziet het hof zich thans voor de vraag gesteld of het voor de betrokkene kenbaar was dat hij een vergunninghoudergebied betrad waar enkel geparkeerd mocht worden met een vergunning. Hiervoor is het van belang vast te stellen dat de betrokkene op de door hem gereden route relevante bebording is gepasseerd.

6. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht volgt - kort gezegd - dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond op een middels bord E9 aangeduide parkeergelegenheid voor vergunninghouders, terwijl voor dat voertuig geen vergunning is verleend en dat de gedraging is verricht op een voor het openbaar verkeer openstaande weg binnen de bebouwde kom.

7. Het dossier bevat daarnaast een op 13 september 2018 op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar - voor zover relevant - het volgende verklaart:
“Bij het inrijden van betreffende locatie staan op alle toegangswegen borden waarop staat aangegeven dat er een vergunningplicht is voor betreffende zone, dit wordt aangeduid door middel van bord E09zb.” Bij het aanvullend proces-verbaal is een foto gevoegd waarop - volgens het daarop door de ambtenaar opgenomen onderschrift - (een deel van) de Abraham Kuyperlaan is te zien en een bord E9. Het onderschrift vermeldt dat dit een deel is van de route die betrokkene aangeeft gereden te hebben.

8. In de procedure bij de kantonrechter is door de ambtenaar nog een aanvullende verklaring afgelegd (op 8 mei 2019 op ambtseed opgemaakt) waarin het volgende is opgenomen:
“In een bezwaarschrift geeft de betrokkene aan dat hij er vanuit ging dat hij mocht parkeren zonder vergunning op betreffende locatie en dat hij geen bord(en) heeft gezien.

Mijn bevindingen zijn als volgt: bij het inrijden van betreffende locatie staan op alle toegangswegen borden waarop staat aangegeven dat er een vergunningplicht is voor betreffende zone, dit wordt aangeduid door middel van bord E09z. Hier is parkeren uitsluitend toegestaan voor voertuigen die zijn voorzien van een vergunning. Ik, verbalisant, heb de route die betrokkene aangeeft nagelopen en kom tot de conclusie dat betrokkene volgens zijn genoemde route ter hoogte van de Bergkerk verkeersbord E09z (parkeren vergunninghouderzone) moet hebben gepasseerd. Rode pijl geparkeerd staande auto betrokkene.” Bij dit proces-verbaal heeft de ambtenaar een plattegrond gevoegd waarop staat aangegeven waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd en waar de borden E9 staan, alsmede een afbeelding van - naar het lijkt - Google Streetview waarop een gedeelte van de Abraham Kuyperlaan is te zien met de Bergkerk links en een bord E9 aan de rechterkant van de straat.

9. Uit de plattegrond van de betrokkene, de hierop door hem geplaatste aanwijzingen en hetgeen in administratief beroep is aangevoerd, volgt dat de betrokkene vanaf de Prins Frederiklaan, over het parkeerterrein voor de Bergkerk langs, via de Abraham Kuyperlaan, de van Limburg Stirumlaan en de Heinsiuslaan naar zijn eindbestemming is gereden. Uit het beschikbare (beeld)materiaal kan worden afgeleid dat het openbare parkeerterrein voor de Bergkerk kan worden bereikt middels de Abraham Kuyperlaan en aan de andere kant de Prins Frederiklaan. De ambtenaar verklaart de door de betrokkene genomen route te hebben gecontroleerd, alsmede dat uit deze controle naar voren is gekomen dat de betrokkene op zijn route het bord E9 ter hoogte van de Bergkerk tegenkomt. Blijkens de door de ambtenaar bijgevoegde plattegrond betreft dit het bord E9 dat is geplaatst aan de rechterzijde van, en halverwege de Abraham Kuyperlaan, net voor een uitrit van een woning. Ten opzichte van de Bergkerk bezien, staat dit bord aan de andere kant van de weg schuin vóór de uitrit van het parkeerterrein. Het hof stelt vast dat, het parkeerterrein van de Bergkerk verlatend via de Abraham Kuyperlaan en rijdend richting de van Limburg Stirumlaan, dit bord net niet wordt gepasseerd, nu het staat geplaatst net voor de bocht die wordt ingeslagen. Uit de plattegrond van de ambtenaar volgt dat dit bord het enige bord E9 is op de door de betrokkene afgelegde route.

10. Gelet op het voorgaande overweegt het hof dat op basis van de zich thans in het dossier bevindende informatie niet de conclusie kan worden getrokken dat de betrokkene op de door hem aangegeven route een bord E9 is gepasseerd, hetgeen betekent dat de inleidende beschikking geen stand kan houden. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.