Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6766

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-08-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
21-004748-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens belediging van politieambtenaren tot een taakstraf van 30 uren. Daarnaast gelast het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand. Het hof ziet geen aanleiding om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004748-18

Uitspraak d.d.: 28 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 20 augustus 2018 met parketnummer 18-088064-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-004095-15, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 augustus 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van één week. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de aan verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand wordt toegewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis van de politierechter van 20 augustus 2018 vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraak staat voor verdachte niet open. Verdachte wordt daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is - naast de hiervoor genoemde vrijspraak - bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 20 augustus 2018 ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegde, kort gezegd: belediging van politieambtenaren, veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week. Daarnaast is de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten: twee weken, gelast.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat en het hof bovendien tot een andere strafoplegging komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover onderworpen aan het hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 19 april 2018 te [plaats 1] , althans in de [gemeente 1] c.a., opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam 1] , (medewerker van de Politie Noord-Nederland) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerchinees", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.
hij op of omstreeks 5 mei 2018 te [plaats 2] , althans in de [gemeente 2] , opzettelijk (een) ambtena(a)r, te weten [naam 1] en/of [naam 2] , (medewerker(s) van de politie Noord-Nederland) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hun de woorden toe te voegen: "homo's en/of loempia-vouwer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij op 19 april 2018 te [plaats 1] , in de [gemeente 1] c.a., opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam 1] , medewerker van de Politie Noord-Nederland, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerchinees".


3.
hij op 5 mei 2018 te [plaats 2] , in de [gemeente 2] , opzettelijk ambtenaren, te weten [naam 1] en [naam 2] , medewerkers van de politie Noord-Nederland, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun de woorden toe te voegen: "homo's" en door [naam 1] de woorden toe te voegen: "loempia-vouwer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De raadsman heeft ter zitting betoogd dat gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, in het bijzonder het gegeven dat bij het roepen van het woord “homo’s” geen publiek aanwezig was, een taakstraf moet worden opgelegd.

Verdachte heeft zich op 19 april 2018 en 5 mei 2018 schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar door hem de woorden “kankerchinees” en “loempia-vouwer” toe te voegen. Daarnaast heeft hij deze verbalisant en een collega beledigd door het woord “homo’s” naar hen te roepen. De verdachte heeft door zijn handelen die politieambtenaren in hun eer en goede naam aangetast en geen enkel respect getoond voor hun gezag.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 juli 2020 al vele malen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (andersoortige) strafbare feiten, vooral vermogensdelicten. Verdachte is niet eerder veroordeeld wegens belediging.

Alles afwegend acht het hof, mede gelet op het landelijke oriëntatiepunt voor belediging, oplegging van een taakstraf van 30 uren passend en geboden.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 augustus 2016 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, parketnummer 21-004095-15. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet geen aanleiding om de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing van de rechtbank ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 augustus 2016, parketnummer 21-004095-15, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Aldus gewezen door

mr. G.A. Versteeg, voorzitter,

mr. L.J. Hofstra en mr. M. Aksu, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 28 augustus 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Hofstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.