Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6735

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.242.461
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Hoor en wederhoor. De kantonrechter heeft de zaak op de zitting aangehouden aangezien het dossier met nadere informatie werd aangevuld. In zo'n geval moet een vervolgzitting plaatsvinden, tenzij partijen uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven voor het achterwege laten daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/272
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.242.461/01

CJIB-nummer

: 198696665

Uitspraak d.d.

: 27 augustus 2020

Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 28 mei 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 125,25.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel is nadere informatie toegestuurd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden nu de behandeling van de zaak is aangehouden om de gemachtigde in de gelegenheid te stellen op een aanvullend proces-verbaal te reageren, maar niet blijkt dat het beroep nader behandeld is ter zitting. Op de eerste zitting zijn slechts formele aspecten besproken, een inhoudelijke behandeling van de inleidende beschikking heeft nog niet plaatsgehad.

2. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen.”

3. De gemachtigde is opgeroepen voor de zitting van 15 januari 2018 waar het beroep mondeling is behandeld. De gemachtigde is niet verschenen. Bij beslissing van 29 januari 2018 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en dat de gemachtigde in de gelegenheid moet worden gesteld om op een aanvullend proces-verbaal te reageren. De gemachtigde wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending te reageren. De gemachtigde heeft niet op het proces-verbaal gereageerd. Op 28 mei 2018 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan.

4. Het beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat in een geval als dit, indien nadere informatie wordt ingediend en de kantonrechter de behandeling van de zaak aanhoudt, in beginsel een vervolgzitting dient plaats te vinden voordat de kantonrechter op het beroep beslist. Hier kan slechts van worden afgezien wanneer partijen uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om de verdere behandeling van het beroep ter zitting achterwege te laten. Daar is in deze zaak niet van gebleken. Hierop gelet is sprake van schending van het recht op hoor en wederhoor. De beslissing van de kantonrechter kan daarom geen stand houden.

5. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen en de gemachtigde in de gelegenheid stellen te worden gehoord op een nader te bepalen zitting van het hof. Deze zitting zal worden gehouden in Leeuwarden. Wanneer de gemachtigde van de betrokkene geen gebruik wenst te maken van die gelegenheid, verzoekt het hof hem dit binnen vier weken na de dagtekening van dit tussenarrest aan de griffier van het hof door te geven. In dat geval zal het hof het hoger beroep afdoen op basis van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

bepaalt dat de zaak ter zitting van het hof wordt behandeld tenzij de gemachtigde van de betrokkene binnen vier weken na dagtekening van dit arrest aangeeft van die gelegenheid geen gebruik te willen maken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit tussenarrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.