Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6636

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-08-2020
Datum publicatie
04-09-2020
Zaaknummer
21-00362718
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplichting. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Bedreiging van een politieagent.

Veroordeling tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003627-18

Uitspraak d.d.: 24 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 25 juni 2018 met parketnummer 18-930030-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:

 veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde tot:

 een taakstraf voor de duur van 230 uren subsidiair 115 dagen hechtenis;

 een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren;

 de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 275,--, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 de toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , zijnde € 150,--, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 de toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] , zijnde € 2.893,76, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. A.F. Mandos, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 230 uren subsidiair 115 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een op onderdelen andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 17 april 2015, in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 1] , heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [naam] en/of [mailadres] ) en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels en/of door een of meer listige kunstgrepen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte en/of die mededader(s) opzettelijk valselijk, bedrieglijk, listiglijk en/of in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact en/of escort, hebben/heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon hebben/heeft gevraagd daarvoor een of meer (aan)betalingen te doen op een ten name van verdachte en/of die mededader(s) gestelde bankrekening, en/of bij die persoon de indruk hebben/heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betaling(en) zou(den) zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en/of zich in ieder geval tegenover die persoon hebben/heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder(s)/sekswerker(s), waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte en/of die mededader(s) die seks met een vrouw niet zouden gaan/kunnen leveren;

2.
hij op of omstreeks 3 augustus 2015, in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 2] , heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [mailadres] ) en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels en/of door een of meer listige kunstgrepen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte en/of die mededader(s) opzettelijk valselijk, bedrieglijk, listiglijk en/of in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact en/of seksuele diensten, hebben/heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon hebben/heeft gevraagd daarvoor een of meer (aan)betalingen te doen op een ten name van verdachte en/of die mededader(s) gestelde bankrekening, en/of bij die persoon de indruk hebben/heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betaling(en) zou(den) zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en/of zich in ieder geval tegenover die persoon hebben/heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder(s)/sekswerker(s), waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte en/of die mededader(s) die seks met een vrouw niet zouden gaan/kunnen leveren;

3.
hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2016 tot en met 5 apr 2016, in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 3] , heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [naam] en/of [naam] ) en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels en/of door een of meer listige kunstgrepen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte en/of die mededader(s) opzettelijk valselijk, bedrieglijk, listiglijk en/of in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact en/of escort, hebben/heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon hebben/heeft gevraagd daarvoor een of meer (aan)betalingen te doen op een ten name van verdachte en/of die mededader(s) gestelde bankrekening, en/of bij die persoon de indruk hebben/heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betaling(en) zou(den) zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en/of zich in ieder geval tegenover die persoon hebben/heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder(s)/sekswerker(s), waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte en/of die mededader(s) die seks met een vrouw niet zouden gaan/kunnen leveren;

4 primair.
hij op of omstreeks 1 november 2015, te [gemeente] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, op of aan de openbare weg, [adres] en/of in een steeg bij [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal

- slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of op/tegen de nek en/of op/tegen het oor van die [slachtoffer 4] , en/of

- ( vervolgens) slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of het gezicht van die [slachtoffer 5] , waardoor die [slachtoffer 5] vervolgens op de grond viel, en/of

- ( vervolgens) slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de kaak van die [slachtoffer 1] , en/of

- ( vervolgens) ten val brengen/laten vallen van die [slachtoffer 2] , en/of

- ( vervolgens) schoppen/trappen richting het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2] , en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 3] ,

terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te weten een bloedende wond in/bij/aan het oor van die [slachtoffer 4] en/of een kneuzing aan het gelaat van die [slachtoffer 1] ) ten gevolge heeft gehad;

4 subsidiair.
hij op of omstreeks 1 november 2015, te [gemeente] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, op of aan de openbare weg, [adres] en/of in een steeg bij [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal

- slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of op/tegen de nek en/of op/tegen het oor van die [slachtoffer 4] , en/of

- ( vervolgens) slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of het gezicht van die [slachtoffer 5] , waardoor die [slachtoffer 5] vervolgens op de grond viel, en/of

- ( vervolgens) slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de kaak van die [slachtoffer 1] , en/of

- ( vervolgens) ten val brengen/laten vallen van die [slachtoffer 2] , en/of

- ( vervolgens) schoppen/trappen richting het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2] , en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 3] ;

4 meer subsidiair.
hij op of omstreeks 1 november 2015 te [gemeente] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] heeft mishandeld door (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- te slaan en/of te stompen op/tegen het hoofd en/of op/tegen de nek/hals en/of op/tegen het oor van die [slachtoffer 4] , en/of

- te slaan en/of te stompen op/tegen het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 5] (waardoor die [slachtoffer 5] op de grond viel), en/of

- te slaan en/of te stompen op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of kaak van die [slachtoffer 1] , en/of

- te slaan en/of te stompen op/tegen het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 3] ;

5.
hij op of omstreeks 1 november 2015 te [gemeente] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , (agent van politie Eenheid Noord-Nederland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid) heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik sla je kapot" en/of "Pas maar op als ik je op straat tegen kom" en/of "Ik neuk je, ik neuk je tot je gaat janken" en/of "Ik neuk je kapot" en/of "Als ik je op straat tegen kom overleef je het niet" en/of "Als ik je tegen kom dan sla ik je zo hard dat je gaat huilen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Feiten 1, 2 en 3

Door de raadsman is ter zitting van het hof naar voren gebracht dat niet bewezen kan worden dat het verdachte is geweest die zich in de Whatsapp-contacten heeft voorgedaan als sekswerker en de aangevers heeft opgelicht, aangezien de telefoonnummers waarmee de Whatsapp-gesprekken gevoerd werden (waarin om geld werd gevraagd) niet aan verdachte te linken zijn en dat medeplegen ook niet bewezen kan worden. Verdachte is hoogstens behulpzaam geweest bij de oplichting door advertenties te plaatsen en het geld op zijn bankrekeningen te laten storten, aldus de raadsman.

Het hof is van oordeel dat voor zover de verdediging een verweer heeft gevoerd strekkende tot vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, dit wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft bij de politie, onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

 hij heeft 10 à 20 keer advertenties geplaatst op [website] ;

 in die advertenties bood een dame aan om af te spreken om seks te hebben tegen betaling;

 hij beantwoordde de mailtjes die binnenkwamen van de personen die op de advertenties reageerden en stuurde hen een 06-nummer en gaf aan dat als ze iets wilden ze moesten appen;

 hij gebruikte verschillende namen en stuurde verschillende 06-nummers;

 hij heeft de betalingen voor de gewenste seksdiensten ontvangen op zijn bankrekeningen.

De aangevers [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] hebben ieder voor zich op een door de verdachte geplaatste advertentie op [website] gereageerd. Het contact werd vervolgens voortgezet via Whatsapp. In dat contact werd hen gevraagd om vooraf betalingen te doen. Aangevers hebben meerdere keren een betaling gedaan zoals gevraagd, maar de seksdiensten werden niet geleverd.

Ter zitting van de rechtbank op 11 juni 2018 heeft verdachte onder meer verklaard dat hij gehandeld heeft in opdracht van ene [naam] , dat hij de van aangevers ontvangen bedragen via een geldautomaat opnam en vervolgens aan die [naam] gaf en dat hij zo nu en dan 10 euro contant kreeg van [naam] . Vragen over wie [naam] is en waar zij te vinden is, wil verdachte niet beantwoorden.

Het hof acht van belang dat verdachte, naar eigen zeggen, de persoon is die de betreffende advertenties plaatst, die de reacties op de advertenties ontvangt, het contact met de reagerende personen start en vervolgens de betalingen ontvangt. De ontvangst van de betalingen op zijn bankrekeningen is ook te zien op rekeningafschriften die zich in het dossier bevinden. Dit alles onderschrijft de conclusie dat verdachte degene is geweest die de aangevers heeft opgelicht.

Voor zover verdachte een alternatief scenario heeft willen opwerpen, namelijk dat hij slechts handelde in opdracht van ' [naam] ' en niet wist dat de seksdiensten niet geleverd werden, acht het hof dat alternatieve scenario niet aannemelijk geworden. Elke onderbouwing van dit scenario ontbreekt, terwijl het op de weg van de verdachte had gelegen om nadere informatie te geven die aan de verklaring een begin van aannemelijkheid hadden kunnen geven. Bovendien is uit de beschikbare bankafschriften van zijn bankrekeningen niet gebleken dat verdachte, zoals hij stelt, de aan hem overgemaakte betalingen telkens contant heeft opgenomen bij een geldautomaat. Het hof gaat dan ook voorbij gaan aan het alternatieve scenario.

Het hof is van oordeel dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Feit 4 primair

De raadsman heeft in eerste aanleg en in hoger beroep aangevoerd dat er geen sprake is van 'in vereniging ' gepleegd geweld. Verdachte heeft geheel zelfstandig geweld gepleegd jegens diverse personen. Van enig gezamenlijk optreden met de medeverdachte [medeverdachte] was geen sprake.

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder 4 primair ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Het hof stelt voorop dat in de onderhavige zaak van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien beide verdachten een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Het hof stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte is met medeverdachte [medeverdachte] op 1 november 2015 rond 05:00 uur in café [naam cafe] in [gemeente] geweest. Toen zij naar buiten zijn gegaan, ontstond er voor het café een vechtpartij, waarbij geweld is gepleegd tegen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] ,

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] .

Aangever [slachtoffer 4] verklaart dat [verdachte] uit het café kwam samen met een iets bredere jongen. [verdachte] schreeuwde en sloeg om zich heen en duwde [slachtoffer 3] om. Vervolgens sloeg [verdachte] [slachtoffer 4] eerst aan de linkerkant van de nek en vervolgens op zijn rechteroor. Hij ( [slachtoffer 4] ) zag dat er bloed aan zijn vinger zat toen hij na die klap aan zijn oor voelde.

Aangever [slachtoffer 5] verklaart dat er twee jongens uit het café kwamen. Deze twee jongens hoorden overduidelijk bij elkaar en hebben beiden om zich heen geslagen. De jongen met het witte poloshirt en het donkere haar sloeg met gebalde vuisten op het hoofd van [slachtoffer 4] . Toen hij, [slachtoffer 5] , met de rug naar deze jongen stond werd hij ineens van achter met kracht op zijn slaap geslagen. Hij ging daardoor naar de grond.

De andere jongen had een breder postuur, kort rossig haar en een blauwe bodywarmer.

Aangever [slachtoffer 2] verklaart dat hij zag dat [slachtoffer 5] aangevallen werd. Er stonden twee jongens bij [slachtoffer 5] . Hij, [slachtoffer 1] , heeft deze jongens weggeduwd. Vervolgens werd hij weggeduwd door één van die jongens en kwam hij ten val. De dikkere jongen met het blauwe vest probeerde hem te trappen. De andere jongen had zwart haar en had eerst een witte polo aan, maar had later een ontbloot bovenlijf.

Aangever [slachtoffer 1] verklaart dat hij zijn broer ( [slachtoffer 2] ) buiten het café zag staan. Hij zag dat een dikkere jongen in een blauw shirt daar heel erg stond uit te dagen. Na een paar minuten kwam die jongen met het blauwe shirt met gebalde vuisten op zijn broer af. Hij ( [slachtoffer 1] ) heeft die jongen toen weggeduwd. Toen ging het los. Zijn broer werd op de grond geduwd. De jongen met het blauwe shirt probeerde zijn broer ( [slachtoffer 2] ) nog te trappen terwijl hij op de grond lag. Hij ( [slachtoffer 1] ) werd vervolgens van achteren op zijn rechterkaak geslagen door een jongen die op dat moment geen shirt meer aan had (eerst wel). Die twee jongens waren begonnen en bleven maar doorgaan.

Aangever [slachtoffer 3] verklaart dat er bij het café twee mannen aan kwamen lopen. Man 1 had een gezet postuur en kort, donkerblond haar. Toen de mannen dichtbij hem waren, voelde hij ineens een harde klap op zijn linkerwang. Hij zag dat man 2 hem die klap had gegeven. Er ontstond vervolgens een worsteling tussen hem en man 2. Man 1 was zeer agressief tegen hem ( [slachtoffer 3] ) aan het schreeuwen.

Getuige [getuige] verklaart dat hij twee jongens het café uit zag komen. Jongen 1 had donker haar, droeg een witte blouse en had later een ontbloot bovenlijf. Jongen 2 had blond haar, een gezet postuur en een blauw shirt. Jongen 2 was op zoek naar ruzie. Vervolgens zag hij dat beide jongens om zich heen begonnen te slaan.

Op grond van de verklaringen van aangevers en getuige [getuige] , stelt het hof vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] van meet af aan samen optrokken tijdens de vechtpartij en dat beiden geweldshandelingen verrichtten.

Op grond hiervan staat voor het hof vast dat de verdachte door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen in vereniging met [medeverdachte] en daaraan een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Daarmee is het verweer verworpen en komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 4 primair ten laste gelegde.

Feit 5

Door de raadsman is ter zitting van het hof betoogd dat de door de verdachte jegens agent van politie [verbalisant 1] gebezigde bewoordingen niet als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht aangemerkt kunnen worden, omdat verdachte deze woorden uitte in dronken toestand terwijl hij met handboeien om als arrestant in een politieauto zat. Onder dergelijke omstandigheden kon bij [verbalisant 1] niet de redelijke vrees ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen door verdachte.

Het hof overweegt hierover het volgende.

Uit de aangifte van [verbalisant 1] en het relaas van zijn collega [verbalisant 2] blijkt dat verdachte gedurende de gehele rit naar het cellencomplex heeft geschreeuwd tegen [verbalisant 1] en continue bedreigingen jegens [verbalisant 1] heeft geuit. Verdachte raasde aan één stuk door. Hij schreeuwde onder andere: "ik sla je kapot, jij daar achter het stuur", "ik neuk je, ik neuk je kapot", "als ik je tegenkom dan sla ik je zo hard dat je gaat huilen", 'als ik je op straat tegen kom dan overleef je het niet". [verbalisant 1] had naar eigen zeggen de indruk dat verdachte zijn bedreigingen daadwerkelijk ten uitvoer zou leggen.

De rechtbank heeft in haar vonnis het volgende overwogen:

"Gelet op de agressieve houding van verdachte, de vele herhalingen, de wijze van bedreiging en het feit dat verdachte zich enkel richtte tot verbalisant [verbalisant 1] , is de rechtbank van oordeel dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij hem de redelijke vrees kon ontstaan voor de misdrijven waarmee werd gedreigd."

Het hof sluit zich aan bij deze overweging van de rechtbank en neemt deze over.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij op 17 april 2015, in de gemeente [gemeente] , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 1] , heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [naam] en [mailadres] ) en een valse hoedanigheid, een en ander hierin bestaande, dat verdachte opzettelijk valselijk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon heeft gevraagd daarvoor betalingen te doen op een ten name van verdachte gestelde bankrekening, en bij die persoon de indruk heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betalingen zouden zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en zich in ieder geval tegenover die persoon heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder/sekswerker, waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte die seks met een vrouw niet zou gaan leveren;

2.
hij op 3 augustus 2015, in de gemeente [gemeente] , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 2] , heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [mailadres] ) enen een valse hoedanigheid, een en ander hierin bestaande, dat verdachte opzettelijk valselijk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon heeft gevraagd daarvoor betalingen te doen op een ten name van verdachte gestelde bankrekening, en bij die persoon de indruk heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betalingen zouden zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en zich in ieder geval tegenover die persoon heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder/sekswerker, waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte die seks met een vrouw niet zou gaan leveren;

3.
hij in de periode van 27 februari 2016 tot en met 5 april 2016, in de gemeente [gemeente] , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, een persoon, te weten [benadeelde 3] , heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen door het aannemen van een valse naam ( [naam] en [naam] ) en een valse hoedanigheid, een en ander hierin bestaande, dat verdachte opzettelijk valselijk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid, via het internet ( [website] ) diensten, te weten sekscontact heeft aangeboden en toen die persoon aangaf daar belangstelling voor te hebben, die persoon heeft gevraagd daarvoor betalingen te doen op een ten name van verdachte gestelde bankrekening, en bij die persoon de indruk heeft doen ontstaan dat deze, nadat die betalingen zouden zijn ontvangen, seks zou hebben met een vrouw, en zich in ieder geval tegenover die persoon heeft voorgedaan als bonafide seksaanbieder/sekswerker, waardoor die persoon werd bewogen tot vorenomschreven afgifte, zulks terwijl verdachte die seks met een vrouw niet zou gaan leveren;

4 primair.
hij op 1 november 2015, te [gemeente] , gemeente [gemeente] , op of aan de openbare weg, [adres] en in een steeg bij [adres] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en
[slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het

 slaan en/of stompen tegen de nek en het oor van die [slachtoffer 4] , en

 slaan en/of stompen op het gezicht van die [slachtoffer 5] , waardoor die [slachtoffer 5] op de grond viel, en

 slaan en/of stompen op/tegen de kaak van die [slachtoffer 1] , en

 ten val brengen van die [slachtoffer 2] , en

 schoppen/trappen richting het lichaam van die [slachtoffer 2] , en

 slaan en/of stompen tegen het gezicht van die [slachtoffer 3] ,

terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld enig lichamelijk letsel, te weten een bloedende wond aan het oor van die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

5.
hij op 1 november 2015 te [gemeente] , gemeente [gemeente] , een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , (agent van politie Eenheid Noord-Nederland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid) heeft bedreigd met verkrachting en met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik sla je kapot" en "Pas maar op als ik je op straat tegen kom" en "Ik neuk je, ik neuk je tot je gaat janken" en "Ik neuk je kapot" en "Als ik je op straat tegen kom overleef je het niet" en "Als ik je tegen kom dan sla ik je zo hard dat je gaat huilen".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert telkens op:

oplichting.

Het onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met verkrachting.

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan oplichting. Hij heeft via internet onder verschillende namen en met gebruikmaking van verschillende telefoonnummers zich voorgedaan als een dame waarmee afgesproken kon worden om seks te hebben tegen betaling. Hij liet de mannen die reageerden voor het afgesproken sekscontact betalen, maar had nooit de intentie om daadwerkelijk de afgesproken seksdiensten te (laten) leveren.

Door aldus te handelen heeft verdachte er niet alleen aan bijgedragen dat de gedupeerden financieel benadeeld werden en hun vertrouwen misbruikt werd, maar ook schade berokkend aan het vertrouwen van diegenen die via internet willen handelen.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging jegens vijf personen. Verdachte en zijn mededader hebben door hun gewelddadige optreden inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze personen en voorts hebben zij gevoelens van onveiligheid opgewekt bij de slachtoffers en bij het publiek dat hier ongewild getuige van is geweest. Dergelijk openlijk gewelddadig optreden is in het algemeen - en in vereniging in het bijzonder - zeer bedreigend en het versterkt gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen.

Na zijn aanhouding heeft verdachte tegen politieagent [verbalisant 1] bedreigingen geuit. Verdachte bleef maar doorgaan met zijn zeer laakbare en strafbare uitingen. Dergelijk agressief gedrag jegens politieambtenaren is zeer kwalijk. Het belemmert hen in de uitoefening van hun taken en kan ertoe leiden dat er in toekomst bij deze personen remmingen optreden als zij met hun werk bezig zijn, hetgeen zowel maatschappelijk als persoonlijk zeer onwenselijk is.

Ten nadele van verdachte blijkt uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 9 juli 2020 dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake een vermogensdelict en ter zake een geweldsdelict.

Al het vorenstaande in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat in beginsel vanuit het oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door verdachte begane feiten oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf van 230 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden passend en geboden is. Het hof zal deze straf echter matigen, nu de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Als uitgangspunt geldt dat de berechting van de zaak in hoger beroep behoort te zijn afgerond met een einduitspraak binnen twee jaren nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Verdachte heeft op 25 juni 2018 hoger beroep ingesteld. Er is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer twee maanden. Gelet hierop zal het hof de duur van de op te leggen taakstraf matigen tot 220 uren.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 275,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 275,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 150,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.893,76. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.713,76. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.893,76. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de gehele vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 141, 285 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 220 (tweehonderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 110 (honderdtien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 275,00 (tweehonderdvijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 275,00 (tweehonderdvijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 17 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 150,00 (honderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 150,00 (honderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 augustus 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.893,76 (tweeduizend achthonderddrieënnegentig euro en zesenzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.893,76 (tweeduizend achthonderddrieënnegentig euro en zesenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 38 (achtendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 april 2016.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. M. Aksu en mr. E.C. Kole, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 24 augustus 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Kole is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.