Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6595

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
21-08-2020
Zaaknummer
21-006622-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van verduistering van een IPhone 8. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte zich opzettelijk de IPhone 8 wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006622-18

Uitspraak d.d.: 21 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2018 met parketnummer 16-182846-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ter zake van het hem tenlastegelegde. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. E. van Reydt, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor verduistering van een IPhone 8 en heeft verdachte daarvoor een taakstraf voor de duur van 30 uren opgelegd. Daarnaast heeft de rechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toegewezen tot een hoogte van € 980,45 vermeerderd met de wettelijke rente.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 24 oktober 2017 tot en met 18 januari 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] en/of te [gemeente 2] , in elk geval in Nederland opzettelijk een mobiele telefoon (IPhone 8), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten lessee of huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zich opzettelijk de IPhone 8 wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het hof heeft aldus uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.634,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 980,45. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door

mr. P.W.J. Sekeris, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. M.C. Fuhler, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,

en op 21 augustus 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.