Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6587

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.264.477/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat de radarmeting, in strijd met de voorschriften, in een bocht is uitgevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.264.477/01

CJIB-nummer

: 221322153

Uitspraak d.d.

: 21 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij is gevraagd om een proceskostenvergoeding, alsmede om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 augustus 2020, waar de gemachtigde van de betrokkene is verschenen en de advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Het hoger beroep beperkt zich tot de bezwaren die zijn aangevoerd tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 105,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 14 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 november 2018 om 13:24 uur op de A28 links in De Bilt met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de inleidende beschikking geen stand kan houden, omdat sprake is van een onbetrouwbare meting. De A28 ter hoogte van hectometerpaal 3.4 kent volgens de gemachtigde een duidelijke kromming, waardoor een kleinere meethoek ontstaat. Uit de ‘werkopdracht’ die zich in het dossier bevindt, volgt dat geen sprake is van een rechte weg. Uit het aanvullend proces-verbaal volgt dat de ambtenaar de straalkromming heeft aangemerkt als groter dan 1600 meter en dat daarmee de weg als recht kan worden beschouwd, maar dit standpunt is zeer gebrekkig onderbouwd. Op pagina 32 van de handleiding behorende bij de betreffende meetapparatuur wordt tekst en uitleg gegeven met betrekking tot metingen in een bocht. Hieruit volgt volgens de gemachtigde dat de ambtenaar de kromstraal dient te berekenen en daarbij onder meer is gehouden met een meetlint de afstand tot de witte strepen op de rijbaan te meten in relatie tot de wegas. Een dergelijke berekening ontbreekt en niet wordt duidelijk hoe de ambtenaar heeft vastgesteld dat de kromstraal groter dan 1600 meter is. De gemachtigde verzoekt daarbij de betreffende ambtenaar voor de zitting op te roepen zodat hem in persoon vragen hieromtrent kunnen worden gesteld. Verwezen wordt nog naar een uitspraak van het hof van 17 maart 2017 (het hof leest: 9 februari 2017), gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:986. In die zaak was sprake van het niet recht passeren van een radarbundel als gevolg waarvan met een kleinere meethoek en daarmee niet correct is gemeten. Het hof heeft de inleidende beschikking in die zaak vernietigd, een beslissing die volgens de gemachtigde om voormelde redenen ook in de onderhavige zaak op zijn plek is.

3. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft ter zitting een uitdraai overgelegd van de meetlocatie en deze aan het dossier doen toevoegen. Hierop is te zien dat is gemeten tussen de parallelbaan en de hoofdrijbaan op de A28 ter hoogte van hectometerpaal 3.4, waarbij in westelijke richting is gefotografeerd. Volgens de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is weliswaar geen sprake van een volledig rechte weg, maar gelet op de flauwe kromming is van een bocht evenmin sprake. In de zaak waaraan de gemachtigde refereert, was sprake van een geheel andere situatie. Het ging in die zaak om het inhalen van een ander voertuig waarbij van baan werd gewisseld. In een dergelijke situatie zal de meethoek veel groter zijn dan bij een bocht groter dan de straalkromming. Uit de foto’s blijkt dat het betreffende stuk weg recht is na de bocht en een nadere onderbouwing van de betreffende ambtenaar is naar de mening van de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal niet nodig. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal voert ten slotte aan geen aanleiding te hebben om te twijfelen aan de uitgevoerde snelheidsmeting.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld, waaronder dat de gedraging is verricht op de A28 links ter hoogte van hectometerpaal 3.4, en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 118 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 114 km per uur.

Toegestane snelheid: 100 km per uur.

Overschrijding met: 14 km per uur.(…)

Soort snelheidsmeetmiddel: radar

Merk: Jenoptik

Type: Multaradar CT.”

5. Tot het dossier behoort een foto waarop het voertuig van de betrokkene staat. Uit de foto blijkt dat het gaat om een staartmeting, waarbij de meetapparatuur rechts van de rijbaan stond opgesteld. Het voertuig bevindt zich op de meest linkerrijstrook. Op de foto is niet te zien dat de weg voor of na het voertuig afbuigt.

6. Op de ter zitting door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal overgelegde uitdraai van de meetlocatie is vermeld dat de meetapparatuur stond opgesteld tussen de hoofdrijbaan en de parallelrijbaan op de A28 links ter hoogte van hectometerpaal 3.4. Met een pijl is aangegeven dat de apparatuur is opgesteld in westelijke richting. Op de uitdraai is te zien dat het stuk weg daarvoor een bocht bevat. Het stuk weg dat zich uitstrekt na de plaats van de meetapparatuur is nagenoeg recht.

7. De handleiding behorende bij de Multaradar CT waarnaar de gemachtigde verwijst, schrijft voor dat in het bereik van de radarstraal het weggedeelte recht moet zijn. Op pagina 33 valt voorts te lezen dat een stuk weg als recht wordt beschouwd wanneer de kromtestraal uitkomt op groter dan 1600 meter, waarbij de formule om deze kromtestraal te berekening S²/8A is, waarbij S staat voor de koorde (geschikte referentielijn) en A voor de afstand tot de koorde.

8. Het dossier bevat een op 9 juli 2019 op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal (met daarbij onder meer gevoegd een ‘werkopdracht formulier’) waarin - voor zover van belang - het volgende valt te lezen:

“Bijgevoegd is het ‘werkopdracht formulier’ waarop onder andere staat aangegeven dat er geen sprake was van een rechte weg, maar dat de straalkromming wel groter was dan 1600 meter. Daarmee kan de weg als recht worden aangemerkt en is controle toegestaan.”

9. Uit het door de ambtenaar overgelegde formulier ‘werkopdracht’ dat ziet op de betreffende radarmeting volgt dat de straalkromming groter was dan 1600 meter, zodat daarmee sprake is van een rechte weg en is voldaan aan hetgeen de handleiding op dit punt voorschrijft.

10. Het hof heeft gelet op vorenomschreven informatie geen aanleiding om eraan te twijfelen dat het radarapparaat op de voorgeschreven wijze - en dus met inachtneming van hetgeen hieromtrent in de handleiding van het betreffende meetapparaat wordt voorgeschreven - is gehanteerd en aan de hieruit voortgevloeide meetresultaten. Het enkele feit dat de ambtenaar geen berekening heeft overgelegd van de kromtestraal (of hier op andere wijze inzicht in heeft gegeven), geeft het hof evenmin aanleiding tot twijfel. Het verzoek van de gemachtigde om de betreffende ambtenaar ter zitting op te roepen teneinde de onderliggende berekening toe te lichten, zal het hof dan ook afwijzen.

11. De gemachtigde heeft diens stelling dat is gemeten in een bocht niet aannemelijk gemaakt. Op de door de gemachtigde ingestuurde afbeelding van Google Maps van de A28 ter hoogte van De Bilt is weliswaar te zien dat de weg op een gegeven moment flauw afbuigt naar rechts, maar uit deze afbeelding kan niet worden opgemaakt waar deze kromming zich precies op de A28 bevindt, meer in het bijzonder niet of dit ter hoogte van hectometerpaal 3.4 is. Dat deze kromming zich zou bevinden op de A28 links ter hoogte van hectometerpaal 3.4 wordt afdoende weerlegd door de verklaring van de ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal en hetgeen te zien is op de door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal overgelegde uitdraai van de meetlocatie.

12. De verwijzing naar het arrest van het hof van 9 februari 2017 gaat bovendien niet op. In die zaak werd de snelheid gemeten tijdens een inhaalmanoeuvre. Uit informatie in die zaak blijkt dat in een dergelijke situatie de meethoek niet meer de voorgeschreven hoek zal vormen zodat, bij opstelling van de radar rechts van de rijbaan, de meethoek te klein is en er een te hoge snelheid wordt gemeten. Van een dergelijke situatie is in de onderhavige zaak geen sprake.

13. Gelet op het voorgaande staat vast dat de gedraging is verricht. Aanleiding tot het ongedaan maken van de sanctie is er niet. Dit betekent dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft genomen door het beroep ongegrond te verklaren en dat deze beslissing zal worden bevestigd. Aanleiding tot het vergoeden van proceskosten is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.