Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6517

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.251.002/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 WVW 1994. Stilstaan op een drukke weg om passagiers in- en uit te laten stappen, waardoor ander verkeer genoodzaakt wordt van rijstrook te wisselen, levert verkeershinder op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.251.002/01

CJIB-nummer

: 207959528

Uitspraak d.d.

: 19 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 mei 2015, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is [B] , werkzaam bij [C] .

Het tussenarrest

Bij tussenarrest van 2 april 2020 heeft het hof bepaald dat de onderhavige zaak wordt behandeld op een zitting van het hof, tenzij de gemachtigde binnen vier weken na dagtekening van dat arrest aangeeft van die gelegenheid geen gebruik te willen maken. De inhoud van dat arrest wordt als ingelast beschouwd.

Het verdere verloop van de procedure

Op 23 april 2020 is een brief van de gemachtigde bij het hof ingekomen. Hierin wordt medegedeeld dat de betrokkene niet in de gelegenheid is om voor een zitting van het hof naar Leeuwarden te reizen.

De beoordeling

1. Gelet op de inhoud van het tussenarrest, waarin is overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen.

2. Anders dan de gemachtigde ziet het hof hierin geen aanleiding om ook de inleidende beschikking te vernietigen. Dat de betrokkene niet over de financiële middelen beschikt om voor een zitting naar Leeuwarden af te reizen, maakt dat niet anders. Het is de keuze van de wetgever geweest dat het hoger beroep in Wahv-zaken door dit hof wordt behandeld. Ingevolge het zaakverdelingsreglement vinden eventuele zittingen in Leeuwarden plaats. De omstandigheid dat de betrokkene aldus niet in de gelegenheid is geweest zijn standpunt ter zitting van de kantonrechter of het hof mondeling toe te lichten, maakt niet dat er sprake is van onvoldoende rechtsbescherming tegen de overheid. De betrokkene is in de gelegenheid geweest met behulp van zijn gemachtigde zijn standpunt schriftelijk toe te lichten in administratief beroep, in beroep bij de kantonrechter en in hoger beroep. Het hof dient, nu een zitting achterwege blijft, te beslissen op basis van de stukken van het geding.

3. Ter beoordeling van het hof staat nu het bij de kantonrechter ingestelde beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.

4. Bij de inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 juni 2017 om 00:10 uur op de Spoorlaan in Tilburg ter hoogte van het busstation met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] . De officier van justitie heeft de locatie waar de gedraging is verricht gewijzigd in Spoorlaan in Tilburg ter hoogte van het treinstation en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

5. De gemachtigde ontkent dat de gedraging is verricht. Hij voert daartoe aan dat het ter plaatse lastig is om een parkeerplek te vinden en dat menigeen daar de maximumsnelheid blijft rijden om dan plotseling ineens een parkeervak in te nemen, hetgeen zorgt voor gevaarlijke situaties. De gemachtigde stelt dat de betrokkene juist zo een gevaarlijke situatie heeft willen voorkomen door snelheid te minderen tijdens het zoeken naar een parkeerplaats en zijn gevarenlichten te ontsteken.

6. Voormelde gedraging is een overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Voor de vraag of deze gedraging is verricht dient te worden vastgesteld of door de manier waarop de betrokkene zijn auto ter plaatse heeft neergezet gevaar op de weg of hinder voor het verkeer op de weg is of kon worden veroorzaakt.

7. Bij de stukken van het dossier bevindt zich het zaakoverzicht met de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Deze verklaring houdt in dat de ambtenaar zag dat het voertuig van de betrokkene stilstond op de drukke Cityring in Tilburg om personen in en uit te laten stappen terwijl er voldoende parkeergelegenheid was. Voorts bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen waarin de ambtenaar hier nog aan toevoegt dat de bestuurder van het voertuig hinder heeft veroorzaakt voor de overige weggebruikers doordat het verkeer dat over twee rijstroken reed moest samenvoegen naar één rijstrook.

8. De gemachtigde heeft niets aangevoerd waaruit volgt dat hieraan moet worden getwijfeld. Zijn stellingen komen neer op de enkele ontkenning dat de gedraging is verricht en dat is niet voldoende om te twijfelen aan de verklaringen van de ambtenaar. Aldus is genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

9. De bezwaren treffen geen doel. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is ongegrond.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.