Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6457

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
07-12-2020
Zaaknummer
200.272.713
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Benoeming bewindvoerder. Beschikking in klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.272.713

(zaaknummer rechtbank Gelderland 7942630)

beschikking van 18 augustus 2020

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [A] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder: [verzoekster] ,

advocaat: mr. M.S. Clarenbeek te Zutphen.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [A] ,

verder: [de moeder] ,

en

[de vader] ,

wonende te [E] ,

verder: [de vader] ,

en

[de broer] ,

wonende te [E] ,

verder: [de broer] ,

en

[de bewindvoerder] ,

als bewindvoerder over de goederen van [verzoekster] ,

kantoorhoudende te [F] ,

verder: [de bewindvoerder] .

1 De rechtszaak bij de kantonrechter

De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft op 21 november 2019 een beslissing genomen. In die beslissing staat hoe de rechtszaak bij de kantonrechter is gegaan.

2 De rechtszaak in hoger beroep

2.1

In het dossier van het hof zitten de volgende stukken:

  • -

    het beroepschrift met producties, ingekomen op 19 januari 2020;

  • -

    een brief van [de broer] van 27 februari 2020 met een bijlage, en

  • -

    een brief van mr. Clarenbeek van 6 maart 2020 met een bijlage.

2.2

De zitting bij het hof was op 21 juli 2020. Op de zitting waren aanwezig als belanghebbenden:

  • -

    [verzoekster] en haar advocaat,

  • -

    [de moeder] ,

  • -

    [de vader] ,

  • -

    [de broer] en

  • -

    [de bewindvoerder] (via videobellen / FaceTime).

Als informanten waren aanwezig:

  • -

    [G] en

  • -

    [H] (hierna: [H] ).

3 De feiten

3.1

[verzoekster] is de dochter van [de moeder] en [de vader] . Zij is geboren [in] 2001. Zij heeft een licht verstandelijke beperking en zij woont bij [de moeder] . [de broer] is haar broer.

3.2

[de moeder] heeft de kantonrechter op 30 juli 2019 gevraagd om een bewind in te stellen over de goederen die aan [verzoekster] (zullen) toebehoren.

4 Waar het nu over gaat

4.1

De kantonrechter heeft op 21 november 2019 (voor zover hier van belang) de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoekster] onder bewind gesteld en [de bewindvoerder] tot bewindvoerder benoemd.

4.2

[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en is daarom in hoger beroep gekomen. [verzoekster] vindt dat de onderbewindstelling niet nodig is. Daarom vraagt zij het hof de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en als dat niet kan de onderbewindstelling op te heffen.

Als het hof vindt dat de onderbewindstelling wel nodig is dan vraagt [verzoekster] het hof [de bewindvoerder] te ontslaan en [H] tot bewindvoerder te benoemen.

4.3

[de moeder] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Dit betekent dat zij geen bezwaar heeft gemaakt tegen de verzoeken van [verzoekster] . [de vader] , [de broer] en [de bewindvoerder] hebben op de zitting bij het hof bezwaar gemaakt tegen het verzoek van [verzoekster] om de onderbewindstelling op te heffen. Zij hebben gezegd dat zij de onderbewindstelling nodig vinden.

5 De redenen voor de beslissing van het hof

5.1

Net als de kantonrechter vindt het hof dat is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan een onderbewindstelling (artikel 1:431 lid 1 aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek). Het hof vindt de onderbewindstelling ook nog steeds nodig. Het hof vindt daarbij vooral belangrijk wat [de bewindvoerder] op de zitting bij het hof heeft gezegd, namelijk dat zij het bewind nodig vindt omdat [verzoekster] hulp nodig heeft bij het aanvragen van financiële voorzieningen (“geldpotjes”) waar zij recht op heeft. Ook het beheren van haar persoonsgebonden budget is best ingewikkeld en [verzoekster] kan daar wel hulp bij gebruiken. Als haar persoonlijk begeleider of iemand anders van WWIB Zorg op Maat dat zou doen, dan kan er belangenverstrengeling ontstaan. Daarom is het beter als er een onafhankelijke bewindvoerder is.

Het hof vindt de onderbewindstelling ook nodig omdat [verzoekster] van plan is om op (korte) termijn zelfstandig te gaan wonen. Dan gaat er ook het een en ander veranderen wat de geldzaken van [verzoekster] betreft. Het is goed mogelijk dat op een gegeven moment zal blijken dat [verzoekster] geen bewindvoerder meer nodig heeft, maar dat is nu nog niet zo.

5.2

Op de zitting bij het hof heeft [verzoekster] verteld dat zij het eens was met het verzoek van [de moeder] om een bewind in te stellen, maar dan alleen als [H] tot bewindvoerder zou worden benoemd. [H] heeft aan de kantonrechter laten weten dat hij het goed vindt om te worden benoemd tot bewindvoerder over de goederen van [verzoekster] . In de beslissing van de kantonrechter staat dat geen bezwaar bestaat tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder. Toch heeft de kantonrechter niet de uitdrukkelijke voorkeur van [verzoekster] gevolgd, maar [de bewindvoerder] tot bewindvoerder benoemd. Op grond van de stukken die in het dossier zitten en wat op de zitting bij het hof is gebleken, gaat het hof ervan uit dat sprake is van een vergissing en dat het de bedoeling was van de kantonrechter om [H] tot bewindvoerder te benoemen. [H] heeft tegen het hof gezegd dat hij nog steeds bereid is om tot bewindvoerder te worden benoemd.

5.3

Vanwege al deze redenen zal het hof de onderbewindstelling in stand laten. De benoeming van [de bewindvoerder] tot bewindvoerder zal het hof vernietigen met ingang van 1 september 2020. In de plaats van [de bewindvoerder] zal het hof [H] tot bewindvoerder benoemen. Het hof laat die benoeming ingaan per 1 september 2020, zodat [de bewindvoerder] de tijd heeft om haar werkzaamheden af te ronden. Omdat [H] geen vergoeding wil voor zijn werkzaamheden als bewindvoerder, zal het hof voor hem geen beloning vaststellen.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt met ingang van 1 september 2020 de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 21 november 2019, voor zover die betrekking heeft op de benoeming en de beloning van de huidige bewindvoerder [de bewindvoerder] , geboren te [I] [in] 1971, en in zoverre opnieuw beschikkende;

benoemt met ingang van 1 september 2020 ten behoeve van [verzoekster] tot opvolgend bewindvoerder: [H] , geboren te [E] [in] 1955, correspondentieadres: [a-straat 1] , [E] ;

bepaalt dat deze uitspraak door de griffier wordt ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en Bewindregister;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. de Groot, I.G.M.T. Weijers-van der Marck en Z.J. Oosting, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink als griffier, en is op 18 augustus 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.