Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6428

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.266.949/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 6 van het EVRM sluit een wettelijk tariefstelsel van sancties niet uit. Bestuur en rechter moeten van de vastgestelde bedragen uitgaan mits het stelsel tot stand is gekomen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.266.949/01

CJIB-nummer

: 223189294

Uitspraak d.d.

: 13 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 1 augustus 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 25 februari 2020 is nog een brief van de betrokkene ontvangen. Deze is in afschrift naar de advocaat-generaal verzonden.

De zaak is behandeld op de zitting van 30 juli 2020. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2019 om 19:50 uur op de N337 IJsselallee in Zwolle met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht. De betrokkene vindt de sanctie, gezien de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, te hoog. Normaal gesproken continueert de groenlichtfase als meerdere auto’s elkaar volgen en er verder geen verkeer is. Dat was het geval en daardoor was de betrokkene niet gefocust op het verkeerslicht. Uit navraag is inmiddels gebleken dat het verkeerslicht ook rood licht gaat uitstralen als een bus een signaal afgeeft en het verkeerslicht op dat moment langer dan acht seconden groen licht heeft uitgestraald. De betrokkene was hiervan niet op de hoogte. Anders dan de kantonrechter overweegt, heeft de betrokkene niet het verkeerslicht gepasseerd op het moment dat het 1,6 seconde rood licht uitstraalde, maar op het moment dat het verkeerslicht 0,6 seconde rood licht uitstraalde. Verder voert de betrokkene aan dat er geen sprake was van een gevaarlijke situatie, omdat er alleen sprake was van een naderende bus en geen overig verkeer.

De betrokkene voert ook aan dat sprake is van strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Voor een sanctie als de onderhavige mag, gelet op de hoogte hiervan, niet worden volstaan met een standaardsanctie.

3. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

4. De betrokkene heeft naar voren gebracht dat de kantonrechter een fout heeft gemaakt daar waar het gaat om het vaststellen van de roodtijd en dat die onjuiste vaststelling tot matiging van de sanctie dient te leiden. In de beslissing van de kantonrechter is overwogen dat het verkeerslicht 1,65 seconde rood licht uitstraalde toen betrokkene met een snelheid van 65 km/uur de stropstreep passeerde. Met betrokkene kan worden vastgesteld dat deze overweging onjuist is. Van de gedraging zijn twee foto's gemaakt. Bij het maken van de eerste foto straalde het verkeerslicht 0,85 seconde rood licht uit; bij het maken van de tweede foto was dat 1,65 seconde. Een relatie met de stopstreep is ten onrechte vermeld. Tot matiging van de sanctie leidt een en ander niet, wel tot verbetering van de gronden van de beslissing.

5. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

6. Het opleggen van een administratieve sanctie voor een gedraging omschreven in de bij de Wahv behorende bijlage, is een criminal charge is als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. De waarborgen van artikel 6 van het EVRM zijn daarom ook van toepassing op administratieve sancties zoals de onderhavige. Het enkele feit dat sprake is van een tariefmatige afdoening betekent echter niet dat artikel 6 van het EVRM is geschonden. Uit de arresten van het EHRM van 23 september 1998, Malige tegen Frankrijk (ECLI:CE:ECHR:1998:0923JUD002781295) en 2 juli 2002, Göktan tegen Frankrijk (ECLI:NL:ECHR:2002:0702JaUD003340296) volgt dat artikel 6 van het EVRM een systeem van wettelijke vastgestelde bestraffende sancties niet uitsluit en dat het bestuur en de rechter in beginsel van de door de wetgever gemaakte vaststelling van de boetebedragen dienen uit te gaan, mits de wettelijke bepalingen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel tot stand zijn gekomen. Dat artikel 6 van het EVRM is geschonden is niet gebleken.

6. Het bezwaar van betrokkene dat de Wahv niet zou voldoen aan artikel 6 EVRM, omdat de rechter niet de mogelijkheid heeft het bedrag van de sanctie aan te passen aan de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd mist feitelijke grondslag. Artikel 9 lid 2, onder b, jo. de artikelen 13 en 20b van de Wahv biedt die mogelijkheid wel, zodat het onder overweging 5 besproken evenredigheidsbeginsel in de wet is verankerd.

7. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. Dat het verkeerslicht normaal gesproken groen licht blijft uitstralen als er geen overig verkeer is en de betrokkene niet op de hoogte was van de uitzondering die hierop geldt voor bussen, vormt niet een dergelijke bijzondere omstandigheid. Van verkeersdeelnemers mag worden verwacht dat zij te allen tijde oplettend zijn op naderende verkeerslichten. Voordat het verkeerslicht rood licht ging uitstralen heeft het nog 3,9 seconden geel licht uitgestraald. Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij de geellicht fase niet heeft waargenomen. Het is niet aannemelijk dat de betrokkene niet tijdig kon stoppen voor het rood uitstralende verkeerslicht. Dat de betrokkene heeft gemist dat het verkeerslicht rood licht ging uitstralen, komt daarom voor rekening van de betrokkene.

8. De omstandigheden dat de betrokkene niet doelbewust de gedraging heeft begaan en de verkeersveiligheid niet in gevaar zou hebben gebracht, zijn ook geen omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de vastgestelde tarieven. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. Het is daarom ook niet van belang dat er mogelijk geen sprake was van gevaarzetting zoals door betrokkene betoogd. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet of gevaarzetting. Het stoppen voor een rood licht is een absoluut gebod, waaraan iedere verkeersdeelnemer zich dient te houden. Ook uit een oogpunt van handhaafbaarheid van de bepaling zal er niet snel aanleiding zijn tot matiging over te gaan op grond van de door betrokkene aangevoerde argumenten. Het verzoek tot matiging wordt afgewezen.

9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt met verbetering van gronden de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.