Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6315

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.261.313/01 e/v
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Milieuzone. Overmacht. Uit het dossier blijkt niet dat de milieuzone met borden werd aangekondigd. Daardoor kon de betrokkene het inrijden ervan de eerste keer niet voorkomen en wordt de sanctiebeschikking vernietigd. De later opgelegde sancties laat het hof in stand, aangezien de betrokkene na de eerste overtreding op de hoogte was van de milieuzone.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.261.313/01, 200.261.318/01 en 200.261.322/01

CJIB-nummer

: 221857167, 221840441 en 221700966

Uitspraak d.d.

: 11 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 9 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 15 oktober 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere verloop van de procedure

Op 14 februari 2020 heeft het hof een tweetal processen-verbaal, met bijlagen, beide op

4 februari 2020 op ambtsbelofte opgemaakt door [B] , handhaver in dienst van

Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, aangesteld

in domein I, openbare ruimte, ontvangen. Deze processen-verbaal, met bijlagen, zijn bij brief

van 6 maart 2020 aan de betrokkene toegezonden, met het verzoek om binnen vier weken na dagtekening van deze brief aan te geven of hij een nadere behandeling ter zitting wenst. Het hof

heeft geen reactie van de betrokkene ontvangen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is - kort gezegd - als kentekenhouder telkens bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd voor handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6, bijlage I, RVV 1990 (milieuzone). Deze gedragingen zouden respectievelijk zijn verricht op 22, 26 en 29 november 2018 telkens op de Schieweg te Rotterdam met het voertuig van de betrokkene als kentekenhouder.

2. Ter zitting van 4 december 2019 heeft de betrokkene de gedragingen niet betwist. Hij heeft echter een beroep op overmacht gedaan. De betrokkene geeft aan dat hij bij het binnenrijden van de milieuzone het bord C6 met onderbord, met de tekst: “bestel- en personenauto (beide voertuigsymbool) diesel 31-12-2000 en ouder”, is gepasseerd, maar dat er op de door hem gereden route geen vooraankondigingsbord voorzien van een dergelijk onderbord aanwezig was. Vanwege het ontbreken van dit onderbord was het voor de betrokkene niet mogelijk om tijdig een alternatieve route te kiezen. Daarnaast kan de gedraging bij het binnenrijden van de milieuzone niet meer voorkomen worden. Het is namelijk een zeer drukke doorgaande weg, zodat het het op het moment dat het onderbord wordt waargenomen niet verantwoord is om te stoppen en nog te keren.

3. Bij tussenarrest heeft het hof naar aanleiding van het verhandelde ter zitting bepaald dat de advocaat-generaal in de gelegenheid wordt gesteld om binnen vier weken na dagtekening van het arrest een aanvullend proces-verbaal te verstrekken waaruit blijkt dat de betrokkene op de door hem gereden route een vooraankondigingsbord - een bord L10 - is gepasseerd dat was voorzien van een onderbord waaruit kan blijken dat de milieuzone niet toegankelijk is voor dieselauto’s waarvan de datum eerste toelating vóór 1 januari 2001 ligt. In dit geval een bord met de tekst: “bestel- en personenauto (beide voertuigsymbool) diesel 31-12-2000 en ouder”.

4. In de hiervoor omschreven aanvullende processen-verbaal wordt gerelateerd dat de op

26 en 29 november 2018 onder 1 omschreven gedragingen door een gecertificeerd camerasysteem zijn geconstateerd. Daarnaast staat vermeld dat op alle wegen die de milieuzone ingaan vooraankondigingsborden (bord L10) zijn geplaatst en dat daarop is aangegeven dat de bestuurder een geslotenverklaring met bord C6 nadert.

5. Het hof stelt vast dat op grond van de inhoud van de aanvullende processen-verbaal niet vaststaat dat de betrokkene bij het binnenrijden van de milieuzone op 22 november 2018 een vooraankondigingsbord, voorzien van een onderbord met de tekst: “bestel- en personenauto (beide voertuigsymbool) diesel 31-12-2000 en ouder”, is gepasseerd. Het hof acht het in deze fase van de procedure niet aangewezen om de advocaat-generaal op dat punt nogmaals in de gelegenheid te stellen om een aanvullend proces-verbaal te verstrekken. Een en ander betekent dat de betrokkene wordt gevolgd in zijn stellingname dat het hem pas bij het binnenrijden van de milieuzone door middel van het onderbord duidelijk werd dat de zone niet toegankelijk was voor zijn dieselvoertuig. Nu op dat moment voor de betrokkene, gelet op de drukke verkeersituatie ter plaatse, geen reële mogelijkheid bestond om de gedraging te voorkomen door het kiezen van een alternatieve route, moet worden vastgesteld dat de betrokkene niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan, zodat het beroep op overmacht slaagt en de oplegging van een sanctie niet billijk is.

6. Tegenover het voorgaande staat echter dat de betrokkene een dergelijk beroep slechts toekomt voor zover het de op 22 november 2018 vastgestelde gedraging betreft. Immers, de betrokkene heeft aangegeven dat hij bij het binnenrijden van de milieuzone een bord C6 met onderbord, met de tekst: “bestel- en personenauto (beide voertuigsymbool) diesel 31-12-2000 en ouder” is gepasseerd en dat betekent dat de betrokkene door het binnenrijden van de milieuzone op 22 november 2018 op de hoogte is geraakt van de omstandigheid dat deze zone niet voor dieselauto’s waarvan de datum eerste toelating vóór 1 januari 2001 ligt toegankelijk is en daarmee dat hij vanaf dat moment een alternatieve route had moeten kiezen. Het hof verwerpt om die reden het beroep overmacht van de betrokkene voor zover dit betrekking heeft op de op 26 en 29 november 2018 vastgestelde gedragingen. Nu er naar het oordeel van het hof ook overigens geen aanleiding om te bepalen dat de ter zake die gedragingen opgelegde sancties gematigd moet worden, zal het hof als volgt beslissen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter in de zaak met nummer Wahv 200.261.313/01;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 221857167 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene in die zaak op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

vernietigt de beslissing van de kantonrechter in de zaken met de nummers Wahv 200.261.318/01 (CJIB-nummer: 221840441) en 200.261.322/01 (CJIB-nummer: 221700966);

verklaart het beroep in die zaken ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.