Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6110

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.240.410/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Cameracontrole voetgangerszone. Op de foto is slechts het kenteken van de snorfiets te zien. Aan de hand van deze foto kan het verweer dat de betrokkene met de snorfiets aan de hand liep, niet worden weerlegd. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.240.410/01

CJIB-nummer

: 198303398

Uitspraak d.d.

: 4 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert allereerst aan dat op het administratief beroep is beslist zonder dat gelegenheid is geboden het beroep nader te motiveren, terwijl daartoe een verzoek is gedaan. De kantonrechter had de beslissing van de officier van justitie dan ook niet in stand mogen laten, aldus de gemachtigde.

2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht bevat het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep. Indien een beroepschrift gronden bevat, dient de indiener daarvan als uitgangspunt de gelegenheid te worden geboden deze aan te vullen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens tot aanvulling van gronden. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan.

3. Het hof stelt op basis van de informatie in het dossier vast dat in het administratief beroepschrift van 16 juni 2016 een grond is opgenomen - namelijk de betwisting van de verweten gedraging - en dat daarbij is verzocht tot verlening van een termijn ter motivering van het pro forma beroep.

4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, had de officier van justitie de gemachtigde de gelegenheid moeten bieden om de gronden aan te vullen. Uit het dossier blijkt niet dat dit is gebeurd. Naar het oordeel van het hof moet dit leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.

5. Voorgaande betekent dat de beslissing van de kantonrechter zal worden vernietigd en dat het hof, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond zal verklaren en die beslissing zal vernietigen.

6. Thans staan ter beoordeling van het hof de bezwaren die namens de betrokkene zijn opgeworpen tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 95,- voor: “als (snor)fietser bij ontbreken (verpl.) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 mei 2016 om 01:14 uur op de Museumstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .

7. De gemachtigde betwist dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. Hij voert hiertoe - onder meer - aan dat de betrokkene met de snorfiets aan de hand heeft gelopen. Uit het dossier blijkt niet dat er op de snorfiets is gereden. Dat een automatisch gegenereerde tekst in het zaakoverzicht anders vermeldt, maakt dat niet anders.

8. Voor zover de gemachtigde, met het verweer met betrekking tot de automatisch gegenereerde tekst in het zaakoverzicht, erop doelt dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht, omdat een ambtsedige verklaring ontbreekt, overweegt het hof dat dit verweer reeds in vele zaken aan het hof is voorgelegd en inmiddels ook vele malen verworpen. Het hof volstaat daarom in dit geval met verwerping van dit verweer.

9. De gegevens waarop de oplegging van de sanctie is gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht in het dossier. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast de volgende verklaring van de ambtenaar:
“De omschreven gedraging is door mij, verbalisant, waargenomen aan de hand van fotografische opnamen, vastgelegd door de camera-installatie die is geplaatst aan weerszijden van de doorgang onder het Rijksmuseum te Amsterdam. Derhalve is betrokkene niet staande gehouden.”

10. Voorts bevat het dossier een (kopie van) een aankondiging van beschikking en de afdrukken van twee foto's van de gedraging. Ze zijn donker en niet scherp en slechts het (oplichtende) kenteken en het brandende achterlicht zijn zichtbaar. De kentekenplaat en het achterlicht op de tweede foto zijn vervormd. Datum en tijd onderaan de foto's zijn leesbaar, evenals het onder één van de foto's vergroot afgedrukte kenteken. De datum en tijd (omgerekend vanuit de tijdzone GMT) onder de foto's komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. In hoger beroep is door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal een iets grotere versie van de foto waarop de vervorming zichtbaar is in het geding gebracht. Ook deze foto is donker en niet scherp en ook op deze foto valt slechts het oplichtende kenteken en het brandende achterlicht van het voertuig te zien.

11. De advocaat-generaal stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat de stelling van de gemachtigde wordt weerlegd door hetgeen op de foto is te zien. Op de grotere versie in kleur is volgens de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal de donkere schaduw van de bestuurder te zien boven de verlichting en de kentekenplaat. Verder suggereert de vervorming van de verlichting en de kentekenplaat dat de bestuurder met enige snelheid langs de camera is gereden, hetgeen niet past bij het aan de hand meevoeren van een voertuig, aldus de advocaat-generaal.

12. Het hof stelt vast dat de foto’s die zich in het dossier bevinden, ook de grotere variant die door de advocaat-generaal in hoger beroep is overgelegd, dermate donker zijn dat daarop niet valt te zien of de snorfiets wordt bestuurd of dat ermee aan de hand wordt gelopen. De vervorming waarover de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal spreekt, is bovendien slechts op één van de foto’s zichtbaar. Op de andere foto is van dergelijke vervorming geen sprake. Of er met de snorfiets wordt gereden, kan op basis van deze foto’s derhalve niet genoegzaam worden vastgesteld.

13. Blijkens de verklaring van de ambtenaar is de gedraging vastgesteld met behulp van een camerasysteem. Gedetailleerde informatie omtrent de manier waarop door deze camera-installatie overtredingen worden vastgesteld, ontbreekt (vgl. ook het arrest van het hof van 3 mei 2019, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2019:3868). Het verweer van de gemachtigde dat de betrokkene met de snorfiets aan de hand heeft gelopen en daarmee ter plaatse niet is gereden, kan op grond van het dossier niet worden weerlegd. Aldus kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene als snorfietser ter plaatse reed. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

14. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend, aan het indienen van een nadere toelichting een halve punt. De waarde per punt bedraagt € 525,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 918,75.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.