Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6097

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
Wahv 200.239.289/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voertuigen voorbijrijden via een rechts gelegen uitvoegstrook is rechts inhalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.239.289/01

CJIB-nummer

: 199720177

Uitspraak d.d.

: 3 augustus 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 13 december 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De griffier van de rechtbank heeft het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van
22 maart 2018 verstrekt. Een afschrift daarvan is toegezonden aan de gemachtigde.

De beoordeling

1. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is toegevoegd aan het dossier. Het verweer van de gemachtigde slaagt op dit punt dan ook niet.

2. Voor het overige richten de verweren van de gemachtigde zich tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene een sanctie is opgelegd van € 230,- voor: “rechts inhalen waar dat is verboden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2016 om 12:30 uur op de Rijksweg A27 in Hoogblokland met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

3. Door de gemachtigde wordt aangevoerd dat de verklaring in het zaakoverzicht niet ambtsedig is opgemaakt. In het dossier bevindt zich verder ook geen aanvullend bewijs zoals een foto. Uitsluitend de visuele waarneming van de ambtenaar ligt ten grondslag aan de sanctie. Reeds hierom mogen en moeten hogere eisen worden gesteld aan het relaas van de ambtenaar. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene via de derde rijstrook weggebruikers zou hebben ingehaald. De rijksweg A27 heeft echter slechts twee rijstroken. De betrokkene reed op een uitvoegstrook en toen hij constateerde dat hij fout zat ging hij van de uitvoegstrook af. De betrokkene mocht van baan wisselen zolang de blokmarkering dat toestond. Verder is niet voldaan aan de definitie van inhalen, te weten een zijwaartse beweging, gevolgd door het daadwerkelijke passeren, gevolgd door een zijwaartse beweging naar de oorspronkelijke rijstrook. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt niet dat het voertuig een zijwaartse beweging heeft gemaakt vanaf de uitvoegstrook naar een andere rijstrook.
Gelet op het voorgaande staat niet in voldoende mate vast dat de verweten gedraging is verricht.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Een ambtsedige verklaring is daartoe niet vereist (vergelijk het arrest van dit hof van 23 augustus 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats: ECLI:GHARL:2017:7299). Ook een foto is op zichzelf voor het vaststellen van een gedraging geen vereiste. Of van de juistheid van de beschikbare gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Haalde via de 3e rijstrook 2 personenauto’s en 1 combinatie personenauto + caravan rechts in. Daarna ging betrokkene terug naar de 1e rijstrook. De snelheid was 130 km/h terwijl inhalen is toegestaan. ”

6. In een aanvullend proces-verbaal van 15 juli 2018 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – als volgt:
“(…) De gemachtigde van de betrokkene stelt dat er geen sprake was van een derde rijstrook, maar een uitvoegstrook. Dit wil ik niet betwisten. Ik wil echter wel wijzen op artikel 78 lid 2 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Dit wijst op de verplichting om de uitvoegstrook te gebruiken, juist om dit gedrag te voorkomen en te zorgen voor een veilige verkeersdoorstroming. (…)”

7. Het RVV 1990 bevat geen definitie van het begrip ‘inhalen’. De uitleg die de gemachtigde aan dit begrip geeft vindt geen steun in het recht. Ook het voorbijrijden van voertuigen zonder dat er van rijstrook wordt gewisseld moet als inhalen worden aangemerkt. Hoewel de inhaalmanoeuvre heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de uitvoegstrook is het vierde lid van artikel 11 RVV 1990 in de onderhavige situatie niet van toepassing. De betrokkene bevond zich niet rechts van de blokmarkering als bedoeld in dit artikellid, nu hij niet bezig was om met gebruikmaking van de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (vergelijk de arresten van het hof van 8 april 2011, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4451 en van 20 juni 2011, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2137). Gelet hierop staat naar het oordeel van het hof vast dat de gedraging is verricht.

8. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gezien de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, is er geen reden voor een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.