Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:6078

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-07-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
21-001088-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens verduistering van autobanden en andere autogerelateerde voorwerpen in dienstbetrekking, meermalen gepleegd, tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis. Toewijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001088-19

Uitspraak d.d.: 30 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 19 februari 2019 met parketnummer 18-205976-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1970,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het aan verdachte tenlastegelegde en oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de advocaat-generaal toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij conform de beslissing van de rechtbank met een vermeerdering van €48,47 aan proceskosten bestaande uit reis- en parkeerkosten, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte ten aanzien van het meermalen plegen van verduistering in dienstbetrekking veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. De vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van €3.551,60 vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 16 januari 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk banden en/of velgen en/of andere autogerelateerde voorwerpen, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] ( [benadeelde partij] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze hierna zijn opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat hij dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Met betrekking tot de gebeurtenissen op 16 januari 2018 heeft verdachte ter zitting van het hof een e-mail van [naam bedrijf] overgelegd alsmede een uitdraai van Google Maps Timeline van 16 januari 2018. Volgens verdachte zou uit de e-mail van [naam bedrijf] , gedateerd 8 april 2019, moeten blijken dat hij op 16 januari 2018 een afspraak had met een monteur van [naam bedrijf] voor een storing aan de verwarmingsketel. Uit de uitdraai van Google Maps Timeline kan volgens verdachte worden afgeleid dat hij niet op de plaats is geweest waar de banden gevonden zijn (aan het [plaats] , nabij de N34). Wel is hij daar - volgens het door hem overgelegde kaartje - over een weg vlak langs gereden.

Het hof overweegt dat uit de e-mail van [naam bedrijf] weliswaar kan worden afgeleid dat verdachte - in ieder geval op 8 april 2019 - een CV-ketel met beheer op afstand had, maar het hof kan in deze e-mail op geen enkele wijze lezen dat verdachte op 16 januari 2018, tussen 10.00 en 10.30 uur, een afspraak had met een monteur van [naam bedrijf] . Hetgeen verdachte op dit punt bij de politie op 5 februari 2018 heeft verklaard, namelijk dat hij voor die afspraak even naar zijn woning in [gemeente] moest, wordt derhalve niet door de e-mail ondersteund, en overigens ook niet door andere stukken in het dossier.

Met betrekking tot de uitdraai van Google Maps Timeline van 16 januari 2018 overweegt het hof dat ter zitting van het hof aan verdachte is voorgehouden dat de door hem overgelegde uitdraai niet compleet lijkt te zijn en dat uit informatie op het internet over het programma van Google Maps Timeline blijkt dat daarmee slechts een overzicht van plaatsen wordt gegeven die mogelijk zijn bezocht en routes die mogelijk zijn afgelegd. Het geeft derhalve niet een altijd exacte en betrouwbare locatiegeschiedenis. Ook is uit die informatie op te maken dat de gegevens van Google Maps Timeline door de gebruiker zelf kunnen worden bewerkt. Het hof is dan ook van oordeel dat de uitdraai uit Google Maps Timeline geen afbreuk doet aan de op wettige bewijsmiddelen te baseren vaststelling dat verdachte op 16 januari 2018 op de vindplaats van de autobanden aan het [plaats] geweest is.

Het hof verwerpt de verweren van verdachte.

Verdachte heeft voorts aangevoerd dat hij de autobanden die hij via Marktplaats.nl had verkocht, zelf van ene [naam] uit [plaats] had ingekocht.

Hij zou dus geen banden van [benadeelde partij] hebben verkocht. Verdachte kan geen nadere informatie geven over deze persoon en heeft geen contactgegevens van hem, noch bewijs van eerder contact met hem. Het hof overweegt dan ook dat het bestaan van deze persoon met de naam [naam] op geen enkele wijze kan worden geverifieerd. Dit alternatieve scenario acht het hof daarom, ook gelet op inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, onvoldoende onderbouwd en onaannemelijk. Het hof verwerpt het verweer van verdachte.

De goederen - voornamelijk autobanden - waarmee verdachte op Marktplaats.nl heeft geadverteerd en die hij aan verschillende personen heeft verkocht, komen overeen met de goederen die staan vermeld op de lijst met ‘voorraadcorrecties’ zoals die door aangever is overgelegd.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat verdachte zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, door zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te beschikken over autobanden die hij uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker onder zich had.

Bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen met betrekking tot verduistering

[aangever] heeft op 18 januari 2018 aangifte gedaan van verduistering in dienstbetrekking. Verdachte is sinds 2016 werkzaam bij [benadeelde partij] (het hof begrijpt: [benadeelde partij] ) aan de [adres] in [gemeente] .1 Een collega van verdachte, getuige [getuige 1] , heeft verklaard dat verdachte op 16 januari 2018 omstreeks 10:10 uur zei dat hij een spoedklus had voor automobielbedrijf [naam bedrijf] . Zij zag dat verdachte vier autobanden in de bestelauto plaatste.2 Aangever heeft verklaard dat uit het track and trace systeem van de bestelauto blijkt dat verdachte om 10:11 uur is gaan rijden en het bedrijf [naam bedrijf] voorbij is gereden. Verdachte is wel gestopt ter hoogte van de [adres] in [gemeente] .3 Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat op dit adres een PostNL punt is gevestigd. Verdachte heeft daar volgens een medewerkster op 16 januari ’s ochtends banden gebracht. Na de middag was hij teruggekomen om de banden te wegen en te versturen.4 Vervolgens is verdachte blijkens het track and trace systeem doorgereden naar [adres] in [gemeente] , hetgeen vlakbij zijn woonadres is. Na de stop vlakbij zijn woning is verdachte rechtstreeks terug naar [benadeelde partij] gereden.5 Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de bestelauto leeg was toen verdachte terugkwam.6

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij kort bij zijn woning was gestopt omdat een monteur van [naam bedrijf] langs zou komen voor onderhoud van de ketel.7 Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat verdachte niet in bezit is van een ketel waarbij een storing te verhelpen is op afstand èn dat er geen afspraak gepland stond op 16 januari 2018.8

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat op de mobiele telefoon van verdachte een PostNL verzendbewijs is aangetroffen van 16 januari 2018 om 13:12 uur.9 De geadresseerde van het pakket, getuige [getuige 2] , heeft verklaard dat hij op 17 januari 2018 per post vier autobanden van het merk Continental heeft ontvangen, welke hij had gekocht via Marktplaats. Het aankoopbedrag heeft hij overgemaakt op de rekening van verdachte. Het type van deze banden is Premium contact 6, maat 225/50 R17.10 Deze banden staan op de lijst met voorraadverschillen van [benadeelde partij] .11

Daarnaast heeft aangever verklaard dat er op 16 januari 2018 omstreeks 11:30-12.00 uur vier Michelin-banden zijn geleverd aan [benadeelde partij] . Verdachte heeft deze banden alleen gelost.12 Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 16 januari 2018 rond 12.50 uur een man uit een rode Opel zag stappen bij de splitsing van het [plaats] . Hij zag dat de man meerdere keren de bosjes in liep en vervolgens weer terugkeerde naar zijn geparkeerde auto. De man liep heen en weer met goederen. De getuige is even later gaan kijken bij deze bosjes en trof vier nieuwe autobanden aan.13 Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] blijkt dat zij op de plek waar de banden zijn gevonden een stuk plastic hebben aangetroffen waarop de naam van het bedrijf [benadeelde partij] stond.14

Aangever heeft verklaard dat hij met zekerheid kan zeggen dat de aangetroffen banden dezelfde banden zijn die eerder die dag bij [benadeelde partij] waren geleverd en door verdachte waren gelost.15 Verdachte heeft bij de politie verklaard in een rode Opel te rijden.16 Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft hij verklaard dat het wel kan dat de getuige hem daar heeft zien rijden, maar dat hij niet bij de bosjes is geweest.17

Uit de lijst met voorraadcorrecties blijkt ook dat er onder andere vier Michelin autobanden type Primacy in maat 23/45 17 missen uit de bedrijfsvoorraad van [benadeelde partij] .18 Op de mobiele telefoon van verdachte is een foto van een verzendbewijs aangetroffen.19 De geadresseerde van het pakket, getuige [getuige 4] , heeft verklaard dat hij op 3 oktober 2017 per post vier van diezelfde banden heeft ontvangen, welke hij had gekocht via Marktplaats. Het aankoopbedrag heeft hij overgemaakt op de rekening van verdachte.20

Uit de lijst met voorraadcorrecties blijkt dat voorts er onder andere een slagmoersleutel 1/2’’ CP.1250NM ontbreekt uit de bedrijfsvoorraad van [benadeelde partij] .21 Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat op 30 augustus 2017 een advertentie is geplaatst over dezelfde soort moersleutel. Het e-mailadres van de gebruiker was [mailadres 1] en het IP-adres was [IP-adres] . Dit IP-adres komt overeen met eerder geplaatste advertenties door gebruiker [mailadres 2].22 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij ‘ [naam verdachte] ’ heet.23

Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte vanaf september 2017 pakketten heeft verzonden naar diverse afnemers en advertenties heeft geplaatst op marktplaats waarin hij autobanden en andere autogerelateerde voorwerpen te koop aanbood.24 Uit een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat veel van de aangeboden goederen op marktplaats qua merk en type overeenkomen met de goederen die in de voorraad van [benadeelde partij] bleken te ontbreken.25 Verdachte heeft ter terechtzitting bij het hof verklaard dat hij ongeveer zestien keer een dergelijke advertentie op marktplaats heeft geplaatst.26

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 16 januari 2018 in de gemeente [gemeente] , meermalen, opzettelijk banden en andere autogerelateerde voorwerpen toebehorende aan [aangever] ( [benadeelde partij] ), en welk goed verdachte telkens uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van autobanden en andere automaterialen. Deze goederen had hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich. Door aldus te handelen heeft de verdachte het door zijn werkgever [benadeelde partij] in hem gestelde vertrouwen ernstig beschaamd en [benadeelde partij] financiële schade berokkend. Dat klemt temeer nu juist de eigenaar van [benadeelde partij] , de heer [aangever] , verdachte een lening heeft verstrekt omdat hij – verdachte - in financiële problemen verkeerde. Aldus bezien is de handelwijze van de verdachte aan te merken als laaghartig verraad.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 15 juni 2020 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld. Wel is verdachte na het plegen van onderhavige feiten onherroepelijk veroordeeld voor vermogensdelicten.

Verder houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door hem ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.

Uit het reclasseringsrapport van 20 januari 2019 komt onder meer naar voren dat verdachte zich vooral slachtoffer voelt van (in zijn ogen onterechte) verdenkingen en dat hij contacten heeft gehad met de GGZ in verband met stress en spanningen.

Het hof stelt vast dat verdachte ontkent dat hij door financiële problemen verkeerde keuzes heeft gemaakt en dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor de tenlastegelegde verduisteringen van automaterialen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof - met de advocaat-generaal en de rechter in eerste aanleg - van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden zijn. Het hof zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.551,60 en bestaat uit materiële schade.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is namens de benadeelde partij een aanvulling van de vordering tot schadevergoeding ingediend. Het betreft een aanvulling ter hoogte van € 48,47 aan reis- en parkeerkosten. Deze kosten vloeien voort uit het bijwonen van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep door de vertegenwoordiger van de benadeelde partij.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een schadevergoeding niet terecht vindt omdat hij moet worden vrijgesproken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van de schade gehouden zodat de vordering tot een bedrag van € 3.551,60 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. In aanvulling daarop wordt het gevorderde bedrag van € 48,47 toegewezen als zijnde proceskosten.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.551,60 (drieduizend vijfhonderdéénenvijftig euro en zestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2018 tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 48,47.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 3.551,60 (drieduizend vijfhonderdéénenvijftig euro en zestig cent) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 46 (zesenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan één van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. E. de Witt, raadsheren, in tegenwoordigheid van C.A.M. Veenbaas, griffier,

en op 30 juli 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. De Witt is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 18 januari 2018 (pagina 29 e.v. van het proces-verbaal met registratienummer PL0100-2018014078, opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Noord-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 158) voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] .

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 januari 2018 (pagina 60 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] .

3 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 18 januari 2018 (pagina 29 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] .

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2018 (pagina 72 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

5 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 18 januari 2018 (pagina 29 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] .

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 januari 2018 (pagina 60 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] .

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 februari 2018 (pagina 144 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2018 (pagina 66 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 80 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] en de als bijlage opgenomen foto van het verzendbewijs op pagina 120.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 februari 2018 (pagina 132 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] .

11 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 124 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] en de als bijlage opgenomen lijst met voorraadverschil-telling winterbanden op pagina 126 e.v.

12 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 18 januari 2018 (pagina 29 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] .

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 januari 2018 (pagina 56 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 3] .

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2018 (pagina 54 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] .

15 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 18 januari 2018 (pagina 29 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] .

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 februari 2018 (pagina 144 e.v. en pagina 150 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .

17 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 16 juli 2020.

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 124 e.v.) voor zover inhoudende de als bijlage opgenomen lijst met voorraadverschil telling breuk/defect/diefstal op pagina 127 e.v.

19 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 80 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] en de als bijlage opgenomen foto van het verzendbewijs op pagina 110.

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 februari 2018 (pagina 135 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 4] .

21 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 124 e.v.) voor zover inhoudende de als bijlage opgenomen lijst met voorraadverschil telling breuk/defect/diefstal op pagina 127 e.v.

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (pagina 80 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

23 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 februari 2018 (pagina 144 e.v.) voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .

24 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018, met bijlagen (p. 80 t/m 120), alsmede de als bijlage opgenomen lijst met marktplaats advertenties op pagina 129 e.v.

25 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2018 (p. 124 e.v.) voor zover inhoudende het relaas van [verbalisant 1] .

26 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 16 juli 2020.