Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:5816

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-07-2020
Datum publicatie
24-07-2020
Zaaknummer
21-000136-19
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2019:7, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur zes jaren met aftrek wegens mensenhandel (sub 4 en sub 6) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Verdachte is de woning en het leven van de slachtoffers binnengedrongen en heeft daar op een intimiderende en agressieve wijze de dienst uit gemaakt. Verdachte bepaalde wat er in de woning gebeurde en wat de slachtoffers allemaal moesten doen. Vanwege de lange periode waarin beide slachtoffers zijn gedwongen of bewogen werkzaamheden voor verdachte te verrichten, het feit dat zij hier geen financiële vergoeding voor kregen, het hen zelfs geld kostte (omdat ze de wiet en boodschappen moesten betalen), de wijze waarop ze werden gedwongen of bewogen (onder meer door intimidatie) en de gevolgen (onder meer een grote inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer), is sprake van uitbuiting. Het hof is van oordeel dat het bewezenverklaarde volledig aan verdachte kan worden toegerekend. Het hof acht aannemelijk dat ook een langdurige gevangenisstraf het recidivegevaar in voldoende mate kan tegengaan en zal aan verdachte niet de maatregel van terbeschikkingstelling aan verdachte opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000136-19

Uitspraak d.d.: 24 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 2 januari 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-720119-18 en 05-840018-18, 05-880261-18, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

thans verblijvende in [detentie] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 december 2019 en 17 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, onttrekking aan het verkeer van het beslag en toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 43.329,36. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B. Yesilgöz, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van de in de zaak met parketnummer 05-720119-18 ten laste gelegde bedreiging van [betrokkene] . Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting aangegeven dat het hoger beroep van het openbaar ministerie niet ziet op deze vrijspraak. Het hof zal de verdachte en het openbaar ministerie daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

In eerste aanleg is verdachte – kort gezegd en zakelijk weergegeven – veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden en is aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd, vanwege het uitoefenen van dwang in de periode van 28 mei 2010 tot en met 15 augustus 2012 en mensenhandel in de periode vanaf 17 december 2015 (05-880261-18) en het voorhanden hebben van een pistool en munitie in de periode van 1 december 2017 tot en met 4 januari 2018 (05-840018-18).

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep – ten laste gelegd dat:


Zaak met parketnummer 05-880261-18 (gevoegd):

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van januari 2010 t/m 4 januari 2018 te Nijmegen, althans in Nederland, (een) ander(en), te weten [aangever 1] (roepnaam: [roepnaam aangever 1] ) en/of [aangever 2] (roepnaam: [roepnaam aangever 2] )

(sub 1)

(telkens) door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

en/of

(sub 4)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, ander(en), te weten [aangever 1] (roepnaam: [roepnaam aangever 1] ) en/of [aangever 2] (roepnaam: [roepnaam aangever 2] ) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, dan wel onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] zich beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

immers heeft hij, verdachte

- terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] verstandelijk/lichamelijk beperkt en/of kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden was/waren en/of

- terwijl hij een vriendschappelijke relatie met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] is aangegaan en/of heeft onderhouden, althans die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] in de veronderstelling heeft laten verkeren dat hij een (huis)vriend en/of een bonafide huurder was, en zodoende die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] onder zijn invloedssfeer heeft gebracht en/of

- terwijl hij zich in de omgang met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en/of hun zoon [zoon aangever 2] schreeuwend en/of (telkens) agressief en/of boos en/of intimiderend heeft opgesteld en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden (al dan niet met scherpe en/of stompe voorwerpen) heeft geslagen en/of gestompt en/of met brandende sigarettenpeuken bewerkt, danwel met (dit) geweld heeft gedreigd en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) stelselmatig psychisch heeft mishandeld en gekleineerd door hen uit te schelden en/of te intimideren met woorden als "kutwijf" en/of "kankerwijf" en/of "kankerjong" en/of "kutjong" en/of "jullie deugen niet" en/of "jullie sporen niet" en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) (telkens) heeft bedreigd met woorden als "nog effetjes, dan maak ik jullie familie kapot" en/of "ik maak jullie af" en/of "ik maak jullie dood, ook jullie zoon en al jullie familie", althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking en/of

- terwijl hij voorwerpen en/of huisraad van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (al dan niet in hun richting) (kapot) heeft gegooid/gesmeten en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] (meermalen) heeft bedreigd met een (doorgeladen) vuurwapen, althans een of meer wapen(s) getoond, en dreigend heeft gezegd dat hij "voor het zelfde geld [roepnaam aangever 1] dood schiet" en/of

- terwijl hij de zoon van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] lijfstraffen heeft gegeven door hem te slaan en/of langdurig op een stoel plaats te laten nemen en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] heeft geïsoleerd van hulpverleners en/of vrienden en/of bekenden door deze (al dan niet met geweld of dreiging met geweld) de deur uit te jagen en/of door te bepalen wie wel en wie niet welkom waren in hun huis en/of

- terwijl hij door zijn onberekenbare en gewelddadige gedrag een voortdurende sfeer heeft gecreëerd van agressie en/of angst en/of intimidatie

(telkens) die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

- hem onderdak hebben laten bieden in hun huis, aan de [adres] en/of [adres] (zonder dat daar voor die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] een vergoeding tegenover stond) en/of

- een vuurwapen met bijbehorende munitie en/of een ploertendoder en/of een taser voor hem, verdachte, laten verbergen in hun woning en/of

- hem met hun auto en/of de auto van de broer van [roepnaam aangever 1] , overal naar toe laten brengen en/of - boodschappen (weed, bier, shag, hondenvoer, etenswaren) voor hem laten halen en/of laten betalen en/of

- zijn was laten doen en/of laten strijken en/of

- zijn eten laten koken (wat en wanneer het hem beliefde) en/of

- zijn hond in huis laten nemen en/of laten verzorgen en/of uit te laten en/of

- haar OV-Chipkaart laten in leveren en/of (telkens) opwaarderen, althans die kaart heeft ingenomen en/of (vervolgens) heeft gebruikt en/of over die kaart heeft beschikt en/of

- gelet op het vorenstaande en/of anderszins [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (telkens) heeft doen en/of laten (mee)betalen in/voor de kosten van/voor het levensonderhoud van verdachte en/of

(telkens) die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] beperkt in hun beslis- en bewegingsvrijheid, door hen

- op te dragen hoe zij hun zoon [zoon aangever 2] moesten opvoeden en straffen als deze in de ogen van verdachte iets verkeerd had gedaan en/of die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] laten toestaan dat hij hun zoon [zoon aangever 2] opvoedde en strafte en/of

- op te dragen wat en wanneer hun hond mocht eten en/of

- continue te controleren, door als zij niet in hun woning waren, constant, althans veelvuldig te bellen naar [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en hen te commanderen naar huis te komen en/of

- te beletten de woning te verlaten,

(lid 3 sub 2)

terwijl die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] personen in een kwetsbare positie waren, omdat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] over beperkte geestvermogens beschikken (verstandelijk beperkt en zwakbegaafd), gemakkelijk te beïnvloeden zijn, graag goed willen doen voor hun omgeving en/of die [roepnaam aangever 2] een zwakke gezondheid heeft (hartproblemen en jicht) en alcoholist is, in welke overwichtssituatie en/of afhankelijkheidssituatie die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (telkens) geen weerstand aan verdachte hebben kunnen bieden en geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze hebben gehad dan voornoemde (financiële) uitbuiting te ondergaan en/of zich te verzetten en/of zich te onttrekken tegen/aan de hen (opgedragen) (huishoudelijke) arbeid en/of diensten;

althans, indien en voorzover ten aanzien van één bij bovenstaande aandachtstreepjes beschreven, wel bewezen geachte, handelingen geen bewezenverklaring voor mensenhandel/uitbuiting volgt


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van januari 2010 t/m 4 januari 2018 te Nijmegen, althans in Nederland, (een) ander(en), te weten [aangever 1] (roepnaam: [roepnaam aangever 1] ) en/of [aangever 2] (roepnaam: [roepnaam aangever 2] ) (meermalen) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander(en) en/of derden (te weten hun zoon [zoon aangever 2] en/of vrienden/kennissen van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en/of betrokken hulpverlener(s)), (telkens) wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

immers heeft verdachte die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] gedwongen

- hem onderdak te bieden in hun huis, aan de [adres] en/of [adres] (zonder dat daar voor die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] een vergoeding tegenover stond) en/of

- een vuurwapen met bijbehorende munitie en/of een ploertendoder en/of een taser voor hem, verdachte, te verbergen in hun woning en/of

- hem met hun auto en/of de auto van de broer van [roepnaam aangever 1] overal naar toe te brengen en/of

- boodschappen (weed, bier, shag, hondenvoer, etenswaren) te halen en/of (gedeeltelijk) te betalen en/of

- zijn was te doen en/of te strijken en/of

- zijn eten te koken (wat en wanneer het hem beliefde) en/of

- zijn hond in huis te nemen en/of te verzorgen en/of uit te laten en/of

- haar OV-Chipkaart bij hem in te leveren en/of (telkens) op te waarderen, althans die

OV-kaart heeft ingenomen en/of (vervolgens) heeft gebruikt en/of over die kaart heeft beschikt en/of

- gelet op het vorenstaande en/of anderszins [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (telkens) heeft doen en/of laten (mee)betalen in/voor de kosten van/voor het levensonderhoud van verdachte en/of

- hun zoon [zoon aangever 2] op te voeden en te straffen op de manier waarop het in zijn ogen moest en/of die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] laten dulden dat hij hun zoon [zoon aangever 2] opvoedde en strafte en/of

- opgedragen wat en wanneer hun hond mocht eten en/of

- te beletten de woning te verlaten,

welk geweld of welke feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of feitelijkheid hieruit bestond dat hij, verdachte

- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (wetende dat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] verstandelijk/lichamelijk beperkt en/of kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden was/waren) en/of

- een vriendschappelijke relatie met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] is aangegaan en/of heeft onderhouden, althans die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] in de veronderstelling heeft laten verkeren dat hij een (huis)vriend en/of een bonafide huurder was, en zodoende die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] onder zijn invloedssfeer heeft gebracht en/of

- zich in de omgang met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en/of hun zoon [zoon aangever 2] schreeuwend en/of (telkens) agressief en/of boos en/of intimiderend heeft opgesteld en/of

- die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden (al dan niet met scherpe en/of stompe voorwerpen) heeft geslagen en/of gestompt en/of met brandende sigarettenpeuken bewerkt, danwel met (dit) geweld heeft gedreigd

- die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) stelselmatig psychisch heeft mishandeld en gekleineerd door hen uit te schelden en of te intimideren met woorden als "kutwijf" en/of "kankerwijf" en/of "kankerjong" en/of "kutjong" en/of "jullie deugen niet" en/of "jullie sporen niet" en/of

- die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) (telkens) heeft bedreigd met woorden als "nog effetjes, dan maak ik jullie familie kapot" en/of "ik maak jullie af" en/of "ik maak jullie dood, ook jullie zoon en al jullie familie", althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking en/of

- ( telkens) voorwerpen en/of huisraad van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (al dan niet in hun richting) (kapot) heeft gegooid/gesmeten en/of

- die [roepnaam aangever 2] meermalen heeft bedreigd met een (doorgeladen) vuurwapen, althans een of meer wapen(s) getoond, en dreigend heeft gezegd dat hij "voor het zelfde geld [roepnaam aangever 1] dood schiet" en/of

- de zoon van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] lijfstraffen heeft gegeven door hem te slaan en/of langdurig op een stoel plaats te laten nemen en/of

- die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] heeft geïsoleerd van hulpverleners en/of vrienden en/of bekenden door deze (al dan niet met geweld of dreiging met geweld) de deur uit te jagen en/of door te bepalen wie wel en wie niet welkom waren in hun huis en/of

- door zijn onberekenbare en gewelddadige gedrag een voortdurende sfeer heeft gecreëerd van agressie en/of angst en/of intimidatie.

Zaak met parketnummer 05-840018-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 4 januari 2018, althans op 14 december 2017 en/of 4 januari 2018, in de gemeente Nijmegen, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk/type Astra A-90), en/of munitie van categorie III, te weten 43, althans een aantal, patronen (kaliber .45 ACP), voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verzoeken van de verdediging en de betrouwbaarheid van de verklaringen

De verzoeken van de verdediging

De raadsvrouw heeft – naar aanleiding van het beluisteren en bekijken van de audiovisuele registraties van de informatieve gesprekken met aangevers – verzocht om deze audiovisuele registraties toe te voegen aan het dossier, nu de inhoud van deze verklaringen relevant is voor een oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangevers. Uit deze audiovisuele registraties van de informatieve gesprekken is de raadsvrouw voorts gebleken dat er in ieder geval nog een – niet audiovisueel geregistreerd – informatief gesprek met de aangevers en zorgverleners heeft plaatsgevonden. De raadsvrouw heeft het hof daarom verzocht na te gaan of hiervan verslaglegging aanwezig is en – indien beschikbaar – deze verslaglegging te voegen in het dossier zodat de authenticiteit en daarmee de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangevers kan worden getoetst.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat beide verzoeken van de raadsvrouw dienen te worden afgewezen. De raadsvrouw heeft – zoals door het hof bepaald in het tussenarrest – niet aangegeven welke specifieke gedeelten van de audiovisuele registraties van de informatieve gesprekken relevant zijn. Het voegen van de volledige audiovisuele registraties is niet noodzakelijk voor de beantwoording van de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Voor wat betreft het tweede verzoek stelt de advocaat-generaal dat uit het dossier volgt dat [aangever 2] en [aangever 1] omgeven zijn door zorgverleners. Van een beïnvloeding door deze zorgverleners voorafgaand aan het informatieve gesprek zijn geen aanwijzingen te vinden in het dossier. Indien er al verslaglegging zou zijn van het door de raadsvrouw genoemde niet audiovisueel geregistreerd informatief gesprek met de aangevers en zorgverleners, acht de advocaat-generaal onvoldoende onderbouwd waarom dit moet worden gevoegd in het dossier. Tenslotte vormt ook de privacy van aangevers een grond om dit verzoek af te wijzen.

Het oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat de gedane verzoeken beoordeeld dienen te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Het hof acht het – mede gelet op hetgeen door de verdediging ter onderbouwing van deze verzoeken is aangevoerd – niet noodzakelijk om voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van aangevers de audiovisuele registraties van de informatieve gesprekken met aangevers te voegen in het dossier. Het hof acht evenmin noodzakelijk om de eventueel beschikbare verslaglegging van een hieraan voorafgaand niet audiovisueel geregistreerd informatief gesprek met de aangevers en zorgverleners te voegen in het dossier. De verzoeken worden afgewezen.

Het hof acht de verklaringen van [aangever 2] en [aangever 1] voldoende betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De verklaringen zijn in de kern consistent en gedetailleerd en komen op wezenlijke onderdelen (ook) onderling overeen. Voorts vinden de verklaringen steun in overige bewijsmiddelen zoals blijkt uit de hierna volgende opsomming. Vanaf het eerste moment – en ook bij herhaling – wordt door aangevers gesproken over het feit dat verdachte hun leven beheerste en bepaalde. Dat zij beiden niet alles even goed in de tijd kunnen plaatsen doet daaraan niet af en maakt de verklaringen niet minder betrouwbaar. Ook in wat zich verder in het dossier bevindt ziet het hof geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangevers te twijfelen.

Overweging met betrekking tot het bewijs in de zaak met parketnummer 05-880261-18

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde mensenhandel, meermalen gepleegd, in de periodes van 28 mei 2010 tot en met 15 augustus 2012, van 6 oktober 2013 tot 31 december 2013 en van 17 december 2015 tot en met 5 januari 2018. Gelet op alle omstandigheden gedurende de periodes waarin verdachte bij aangevers verbleef en alles wat hij door zijn gedragingen afdwong, kan gesproken worden van uitbuiting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem primair en subsidiair tenlastegelegde. Zij heeft daartoe – kort gezegd – ten aanzien van het primair tenlastegelegde aangevoerd dat niet dan wel in onvoldoende mate kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van uitbuiting. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde geldt dat de verweten gedragingen niet als dwangmiddelen kunnen worden aangemerkt, nu deze niet in dienst hebben gestaan van het doel, namelijk een ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de hieronder genoemde bewijsmiddelen.1

Vanaf 28 mei 2010 heeft verdachte in de woning van [aangever 2] en [aangever 1] op de [adres] een kamer gehuurd.2 Verdachte stond daar ook ingeschreven tot 13 maart 2013.3 Het huurcontract is per 15 augustus 2012 beëindigd. In het kader van de beëindiging van de huurovereenkomst kwamen aangevers enerzijds en verdachte anderzijds overeen dat verdachte zich tot 15 mei 2013 niet binnen een straal van 500 meter van voornoemde woning mocht bevinden en dat hij aangevers niet meer mocht benaderen.4 Over de periode dat verdachte een kamer huurde in de woning van aangevers op de [adres] heeft [aangever 1] verklaard dat verdachte een kamer huurde, maar dat verdachte feitelijk het hele huis beheerde.5 [aangever 2] heeft verklaard dat verdachte een huurovereenkomst heeft laten maken en dat hij pas weg ging als allebei de partijen het daar over eens waren. In de huurovereenkomst stond dat verdachte overal in het huis van aangevers mocht komen.6 Hij was er altijd.7 Aangevers deden en betaalden de boodschappen.8 Op vragen waarom het huurcontract door de kantonrechter is beëindigd antwoordt [aangever 2] dat verdachte ‘een beetje bazig werd’.9 Er was – zo zegt hij – veel stress.10

[getuige 1] stond van 10 mei 2010 tot 7 oktober 2010 ook ingeschreven bij aangevers op het adres [adres] . Hij verklaart dat verdachte daar toen al over de vloer kwam en daar binnen korte tijd de dienst uitmaakte.11 Verdachte bepaalde de hele dag wat er moest gebeuren.12 Volgens [getuige 1] is [aangever 1] een lief en zachtaardig persoon, maar laat ze over zich heen lopen. Zij moest wiet en boodschappen voor verdachte halen. [getuige 1] zag aan de lichaamshouding van [aangever 1] dat ze daar geen zin in had, maar toch deed ze het.13 Verdachte kreeg eten, zuipen, gratis onderdak en woning. Hij hoefde daar zelf niets te doen. Hij deed dan ook niets behalve alleen maar blowen en zuipen. [aangever 2] deed het huishouden en kookte. Hij deed ook de was voor verdachte.14 [getuige 1] verklaart voorts dat er altijd een agressieve sfeer in het huis hing als verdachte er was.15 Het gedrag van verdachte kon in één keer omslaan en dan kon hij om kleine dingen exploderen. Verdachte begon dan te schreeuwen en met spullen te gooien.16

Op enig moment zijn aangevers vanaf hun woning aan de [adres] naar een camping gevlucht.17 Verdachte woonde toen nog in de woning van aangevers aan de [adres] terwijl zij op een camping verbleven.18 [aangever 2] heeft hierover verklaard dat [aangever 1] na een incident met verdachte niet meer terug wilde naar de [adres] en dat ze daarom van hun vakantiegeld een caravan hebben gehuurd.19 Verdachte zou toen tegen een wijkagent hebben gezegd dat beide aangevers elk moment terug konden komen naar hun eigen huis.20 Toen aangevers terug wilden keren naar de [adres] wilde verdachte het huis niet uit. [aangever 2] hoorde verdachte zeggen: “Ik had niet verwacht dat jullie hadden durven komen”.21 Beiden zijn toen maar weer terug naar de camping gegaan.22 Een zuster van [aangever 1] , [zus aangever 1] , heeft ook verklaard dat haar zwager, zuster en neef uit angst voor verdachte zijn gevlucht.23

Volgens het chronologisch overzicht heeft de familie [familienaam] medio oktober 2011 hun woning aan de [adres] verlaten uit angst voor verdachte. [aangever 2] gaf aan dat hij niet meer naar de woning durfde omdat hij werd bedreigd en mishandeld door de verdachte. In december 2011 is de familie na tussenkomst van de wijkagent teruggekeerd in de woning, maar in mei 2012 ontvluchtte de [familienaam] opnieuw de woning uit angst voor verdachte. De wijkagent bood [aangever 2] aan om samen met hem naar de woning te gaan, maar dat durfde [aangever 2] niet. Op 15 augustus 2012 werd door de rechtbank Arnhem beslist dat verdachte de woning moest verlaten en dat de huur was beëindigd. Verder werd de afspraak gemaakt dat verdachte gedurende negen maanden niet in een straal van 500 meter van de woning aan [adres] mocht komen.24

Sinds 17 december 2015 waren aangevers woonachtig op het [adres] .25 Verdachte heeft hen geholpen met de verhuizing en kwam sindsdien regelmatig in deze woning, waar hij ook enkele malen per week bleef overnachten.26 [aangever 2] heeft verklaard dat verdachte gewoon kwam wanneer hij wilde. Verdachte trok zich er niets van aan als [aangever 2] zei dat hij niet zo vaak moest komen.27 [aangever 1] heeft verklaard dat verdachte op het [adres] zeven dagen in de week kwam en dat hij bepaalde wat er in hun huis gebeurde.28 Op het [adres] begon hetzelfde liedje weer opnieuw, aldus [aangever 1] .29 [zoon aangever 2] , de zoon van aangevers, heeft ook verklaard dat verdachte er nogal vaak was. Vooral in het laatste jaar was hij er bijna elke dag en bepaalde hij veel.30 Dat verdachte regelmatig in de woning aan het [adres] verbleef en daar zelfs zijn spullen had ondergebracht, vindt voorts bevestiging in de waarnemingen op 26 januari 2018 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het onderzoek naar de historische gegevens van de telefoon van verdachte waaruit kan worden afgeleid dat de telefoon van verdachte erg vaak een zendmast in de buurt van het [adres] aanstraalde.31

[aangever 2] heeft verklaard dat verdachte onder meer bepaalde wanneer [zoon aangever 2] naar buiten mocht, hoe laat [zoon aangever 2] terug moest zijn, hoe [zoon aangever 2] gekleed was, hoe laat hij, zijn vrouw en zoon opstonden, hoe laat er gegeten werd en wat er gegeten werd.32 Verdachte bemoeide zich overal mee. Hij was zo bazig als de pest, aldus [aangever 2] .33 Wanneer hij daarover woorden had met verdachte kreeg hij altijd ongelijk. Het is zelfs een paar keer gebeurd dat hij een klap kreeg en ook heeft [aangever 2] een doorgeladen pistool tegen zijn kop gehad.34 Het wapen maakte verdachte machtig.35 [aangever 1] heeft verklaard dat als je iets te veel zei tegen verdachte je een grote bek kreeg. Er werden scheldwoorden naar je kop geslingerd zoals ‘kankerhoer’, ‘kutwijf’ en ook woorden als ‘jullie deugen niet’, ‘jullie sporen niet’. Als je niet oppaste kreeg je er ook nog een klap bij.36 [aangever 1] heeft voorts verklaard dat verdachte bepaalde wat voor straf [zoon aangever 2] kreeg. Verdachte heeft [zoon aangever 2] wel eens gestraft door hem een halve dag op een stoel te laten zitten. [zoon aangever 2] mocht niet van de stoel af, zelfs niet om te plassen. [aangever 1] voelde zich hierdoor machteloos.37

[zus aangever 1] heeft ook verklaard dat verdachte [aangever 2] en [aangever 1] afsnauwde en uitschold.38 [zus aangever 1] was een keer bij [aangever 1] thuis en toen was verdachte er ook. Verdachte begon [aangever 1] toen uit te schelden voor ‘hoer’ en ‘slet’. Een paar dagen later hoorde [zus aangever 1] van haar zuster dat verdachte weer zo tekeer was gegaan.39

Het een en ander wordt nog eens bevestigd door de verklaring van [zoon aangever 2] . Hij heeft verklaard dat verdachte bepaalde hoe laat hij thuis moest zijn. Verdachte schreeuwde veel en gooide met dingen.40 Als [zoon aangever 2] terug schreeuwde zou hij het niet gaan winnen. Verdachte schold met woorden als ‘kankerjongen’ en ‘kutjong’.41 Hij heeft [zoon aangever 2] ook wel eens geslagen.42 Deze verklaring vindt zowel steun in de verklaring van [aangever 2] als in de verklaring van [aangever 1] .43 Zij heeft verklaard dat haar zoon [zoon aangever 2] te laat thuis kwam en dat verdachte hem bij zijn nek pakte, tegen de muur duwde en een klap op zijn borst gaf.44 Als vervolgens aan [zoon aangever 2] wordt gevraagd waarom moet je bang zijn voor verdachte antwoordt hij dat verdachte een wapen had.45 Dit was op het [adres] .46 Als verdachte er niet was, was het veel fijner en gezelliger en kon je zelf dingen bepalen, aldus [zoon aangever 2] .47

[aangever 2] heeft verklaard dat hij een soort angst voelde. Hij was op een gegeven moment altijd gespannen.48 Hij heeft ook verklaard dat je moest oppassen met wat je zei, want verdachte heeft een kort lontje.49 Wij hebben gewoon in een hel geleefd, aldus [aangever 2] .50 Ook [aangever 1] was angstig en bang.51 Zij was bang voor de bedreigingen van verdachte.52 Als aan haar wordt gevraagd wat nu het ergste is wat is gebeurd antwoordt zij dat hun leven door verdachte werd bepaald.53 Verdachte had de overmacht. Als hij jou kan beheersen dan sta je ook te bibberen, sla je dicht en durf je niets meer, aldus [aangever 1] .54 Dat aangevers bang waren voor verdachte wordt bevestigd door de verklaringen van gezinsvoogd [gezinsvoogd] en beschermingsbewindvoerder [getuige 3] .55 [gezinsvoogd] verklaart dat verdachte dwingend en intimiderend was. Hij was allesbepalend en [aangever 2] en [aangever 1] moesten alles doen wat hij zei; ook als het ging over hun kind.56 Ook de vader van verdachte heeft verklaard dat [aangever 2] en [aangever 1] niet tegen verdachte bestand waren. Verdachte was dag en nacht bij hen en maakte daar de dienst uit. 57

Op 4 januari 2018 werd [aangever 2] onwel. Hij bevond zich op een ander adres dan zijn thuisadres. Toen de politie arriveerde, had [aangever 1] een telefoon aan haar oor. De verbalisanten hoorden haar zeggen: “ [roepnaam aangever 2] is niet goed geworden, er is een ambulance hier. Wij kunnen niet naar huis komen.” Toen zij ophing vroeg de verbalisant wie zij aan de telefoon had gehad. [aangever 1] zei toen dat het verdachte was en dat hij boos was. Hij wilde niet geloven dat [aangever 2] niet goed was geworden. Nadat [aangever 2] was nagekeken, vertrok de verpleegkundige. [aangever 2] zei vervolgens in aanwezigheid van de verbalisanten dat hij helemaal klaar was met verdachte en niet meer naar huis durfde. Hij durfde dat niet omdat hij bang was om klappen te krijgen. Verdachte zat al de hele tijd in de woning en bepaalde het leven van hem en [aangever 1] . Verdachte had – zo vertelde [aangever 2] – een vuurwapen in hun huis verstopt, zodat verdachte niet aan het vuurwapen gelinkt kon worden. Tijdens het gesprek met de politie belde verdachte nogmaals naar de telefoon van [aangever 1] , maar zij nam niet op. Vervolgens hoorden de verbalisanten de telefoon nog een aantal malen trillen. Verbalisanten zagen tijdens het gesprek met [aangever 2] en [aangever 1] de angst in hun ogen. Zij gaven beiden aan dat ze niets wilden, omdat ze zo bang voor verdachte zijn.58

De door aangevers verrichte werkzaamheden

[aangever 2] heeft verklaard dat [aangever 1] de boodschappen deed. Iedereen at mee. [aangever 2] en [aangever 1] betaalden de boodschappen, verdachte betaalde niet mee.59 De laatste jaren betaalde verdachte ook zijn eigen bier niet meer.60 Hij dronk elke dag vijf/zes blikken bier.61 [aangever 1] heeft verklaard zij de boodschappen moest doen en het eten klaar moest maken. Als ze het eten niet op het door verdachte aangegeven tijdstip klaar had, werd het eten op de grond gegooid. Er moest dan pizza of friet worden gehaald.62 [aangever 2] moest wel eens bier en rokerswaren halen. Aangevers waren de boodschappenjongen en het boodschappenmeisje. Verdachte kwam de deur niet uit.63 Weliswaar beschikte [aangever 1] over de pincode van de bankpas van verdachte, maar het hof leidt uit het financieel onderzoek af dat de boodschappen slechts zelden met die bankpas zijn betaald.64

Ook haalde [aangever 1] iedere dag na haar werk wiet voor verdachte.65 Er werd zeven dagen in de week voor € 5,= per dag wiet door [aangever 1] gehaald. De wiet voor verdachte werd betaald door aangevers.66 Wanneer [aangever 1] geen wiet haalde kreeg zij een grote bek van verdachte, werden beiden bedreigd of werd de boel kapot gegooid. Zij moest de wiet daarom wel halen.67 Uit het rapport financiële uitbuiting volgt dat vanaf de bankrekening ten name van [aangever 1] , in de periode van 5 oktober 2015 tot en met 29 december 2017 in totaal voor een bedrag van € 847,= per pin werd betaald bij diverse coffeeshops in Nijmegen. Voor mei 2015 namen [aangever 2] en [aangever 1] hun inkomsten veelal contant op.68 Dat verdachte op dwingende toon [aangever 1] aanspoorde om boodschappen voor hem te doen en wiet te halen, vindt ook bevestiging in Facebook-conversatie tussen verdachte en [aangever 1] .69 Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verdachte de kosten van boodschappen en wiet ooit aan aangevers heeft terugbetaald.

De hond van verdachte, [naam hond] genaamd, werd verzorgd door aangevers. Omdat de etensbak van deze [naam hond] in de keuken stond mocht de hond van de aangevers van verdachte niet in de keuken komen. Die hond moest maar buiten eten.70 Aangevers werden tevens geacht [naam hond] uit te laten, het hondenvoer te kopen en ook voor de kosten van de dierenarts op te draaien.71 Steun voor deze gang van zaken vindt het hof in de verklaring van [getuige 3] .72 [zoon aangever 2] heeft hierover verklaard dat verdachte bijna de deur niet uit ging en zijn eigen hond niet eens uitliet.73 [aangever 1] heeft verklaard dat verdachte op de bank zat en dat hij [aangever 2] het bevel gaf de hond uit te laten.74 Dit blijkt ook uit een bericht dat verdachte via Facebook-Messenger aan [aangever 1] heeft gestuurd op het moment dat [aangever 1] en [aangever 2] in het ziekenhuis moesten wachten op de bloeduitslag van laatstgenoemde. Verdachte stuurt dan naar [aangever 1] : “Zitten hier 2 honden die niks te vreten krijgen of buiten zijn geweest”.75 Ook wordt deze gang van zaken bevestigd door [getuige 2] die verklaart dat de hond van verdachte door beide aangevers werd verzorgd en dat verdachte haar heeft verzocht om de verzorging van de hond desnoods bij hen af te dwingen.76 Niet is gebleken dat verdachte ooit de kosten van de verzorging van zijn hond aan aangevers heeft vergoed.

Voorts verklaren aangevers en [zoon aangever 2] dat de was van verdachte door [aangever 1] werd gedaan.77 Verdachte bracht de was en dan moest het de volgende dag droog en schoon zijn. Als dat niet zo was werd [aangever 1] uitgescholden.78 Dat zij de was van verdachte deed vindt bevestiging in een WhatsApp-gesprek tussen beide aangevers waarin [aangever 2] vraagt of [aangever 1] de kleren van verdachte al heeft gewassen.79 Het voorgaande vindt eveneens bevestiging in de Facebook Messenger-conversaties tussen verdachte en [aangever 1] . Zo heeft verdachte de volgende berichten naar haar gestuurd: “Goedemorgen [roepnaam aangever 1] hoop dat je een goede start hebt gemaakt, laat je per mij bellen aub, al mijn schone kleding ligt bij jullie en vanavond moet ik naar de club, succes”, “Ik heb die kleren nodig, kan ik die dan op halen”, “Das dan mooi, heb echt kleren nodig dus laat hem maar naar huis komen CLUB AVOND weet je wel”, “Ik heb echt kleren nodig [roepnaam aangever 1] ”, “Goedemorgen [roepnaam aangever 1] , [roepnaam aangever 2] moet echt vandaag thuis zijn of een tas met schone kleren brengen dit gaat te ver laat hem mij bellen gr [naam] ” en “ [roepnaam aangever 1] vergeet mijn kleding niet! Groetjes [naam] ”.80 Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij geen geld heeft gegeven voor het doen van de was.81

Verdachte maakte voorts voor zijn vervoer gebruik van de OV-kaart van [aangever 1] .82 De OV-kaart werd opgewaardeerd op kosten van [aangever 2] en [aangever 1] .83 Verdachte zou tegen [aangever 1] hebben gezegd: “Als jij hem niet oplaadt dan blijf ik hier gewoon wonen. Blijf ik hier slapen.”84

Aangevers hebben verklaard dat [aangever 1] ook het haar van verdachte moest knippen. Zij moest het hoofd en de baard van verdachte twee keer in de week scheren met een tondeuse. Zij moest daarna alle haren opruimen.85 Verdachte hielp sowieso niet met het schoonmaken van die woning. Hij heeft nooit geholpen met stofzuigen, dweilen of met het schoonmaken van de badkamer.86 Verdachte bepaalde daarentegen wel dat [aangever 2] voor half 8 in de ochtend het huishouden moest doen. Als [aangever 2] ging stofzuigen waar verdachte bij was moest hij daar van verdachte mee ophouden, deed hij dat niet dan kreeg hij de wind van voren van verdachte.87

Artikel 273f lid 1 sub 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht

Tot een bewezenverklaring van artikel 273f, lid 1 sub 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) kan worden gekomen in geval verdachte aangevers met een in de tenlastelegging genoemd middel heeft gedwongen of bewogen één of meer diensten te verrichten, terwijl daarbij sprake was van uitbuiting. In geval sprake was van uitbuiting en verdachte daarvan opzettelijk heeft geprofiteerd, kan tevens tot een bewezenverklaring van artikel 273f lid 1 sub 6 Sr worden gekomen.

Het antwoord op de vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van 'uitbuiting' in de zin van artikel 273f lid 1 Sr is sterk verweven met de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de tewerkstelling of de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Verdachte heeft gedurende een lange (zij het geen aaneengesloten) periode bij aangevers in hun woningen aan de [adres] en het [adres] verbleven en daar op intimiderende en agressieve wijze de dienst uit gemaakt. Zelfs na een periode waarin een tijdelijk (van 15 augustus 2012 tot 15 mei 2013) locatieverbod heeft gegolden en ondanks een contactverbod heeft verdachte zich in de loop van oktober 2015 weer aan aangevers opgedrongen en verbleef hij na de verhuizing naar het [adres] vrijwel dagelijks bij het echtpaar.

Verdachte bepaalde wat er in die woningen gebeurde. Hij had zoveel overwicht dat aangevers alles van verdachte accepteerden, zoals mishandelingen en scheldpartijen. Ze durfden zelfs niet in te grijpen als in hun ogen hun zoon door verdachte veel te zwaar werd gestraft. Verdachte heeft dus ervaren hoeveel overwicht hij op hen beiden had en maakte misbruik van dat overwicht door hen onder meer zijn boodschappen te laten doen, wiet te laten halen, zijn hond te laten verzorgen, zijn was te laten doen en zijn haren te laten knippen. Verdachte betaalde hen daar niet voor. Daarnaast werden aangevers bewogen tot het verrichten van bovengenoemde diensten doordat misbruik werd gemaakt van hun kwetsbare positie. Aangevers hebben beiden een laag IQ en verdachte wist dat zij gemakkelijk te beïnvloeden waren.88De verklaringen van onder meer aangevers, van hun zoon [zoon aangever 2] en voorts van [getuige 1] , [getuige 2] , [vader verdachte] (de vader van verdachte) en de hulpverleners illustreren de omvang en intensiteit van de invloed die verdachte uitoefende op aangevers. Zij waren bang en angstig en bevonden zich in een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Aldus doende hebben aangevers zich hierdoor beschikbaar gesteld voor het verrichten van werkzaamheden en/of diensten.

Vanwege de lange periode waarin beide aangevers zijn gedwongen of bewogen de werkzaamheden voor verdachte te verrichten, het feit dat zij hier geen financiële vergoeding voor kregen, het hen zelfs geld kostte (omdat ze de wiet en boodschappen moesten betalen), de wijze waarop ze werden gedwongen of bewogen (onder meer door intimidatie) en de gevolgen (onder meer een grote inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer), is sprake van uitbuiting.

Het hof komt dus tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde voor zover dit betrekking heeft op artikel 273f lid 1 sub 4 Sr. Daarnaast acht het hof bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit die uitbuiting, zodat het hof het tenlastegelegde voor zover dat ziet op artikel 273f lid sub 6 Sr ook bewezen acht.

Ten aanzien van de periode is het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel dat uit bovengenoemde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte zich, met enkele onderbrekingen vanwege detenties en een opgelegd locatieverbod en contactverbod, vrijwel van meet af aan tijdens zijn verblijf bij aangevers in 2010 dwingend en manipulatief heeft opgesteld. Verdachte heeft druk op hen uitgeoefend en hen in een positie gedrongen waarin zij zich gedwongen voelden om dingen voor verdachte te doen en te dulden die op geld waardeerbaar zijn zoals onderdak verschaffen, voedsel, drank en wiet aanschaffen, de was doen en de hond van verdachte verzorgen. Mede gelet op de verklaring van [getuige 1] was reeds sprake van uitbuiting in 2010 en heeft deze (met uitzondering van de hierboven genoemde tussenpozen) voortgeduurd totdat de verdachte in 2018 werd aangehouden.

Artikel 273f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht

Het hof acht niet bewezen dat verdachte de beide aangevers heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting (sub 1), zodat verdachte van dit onderdeel van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs in de zaak met parketnummer 05-840018-18

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bevestiging van het vonnis voor het feit met parketnummer 05-840018-18. De door de rechtbank opgesomde redengevende feiten en omstandigheden dragen de bewezenverklaring dat verdachte in de periode van 1 december 2017 tot en met 4 januari 2018 te Nijmegen een wapen en munitie voorhanden heeft gehad.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Zij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat het wapen niet van hem was. Er ontbreekt objectief bewijs om vast te kunnen stellen dat verdachte het in de woning aangetroffen vuurwapen en munitie voorhanden hebben gehad en de aangevers hebben belang om op dit punt belastend over verdachte te verklaren.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de hieronder genoemde bewijsmiddelen.89

[aangever 2] heeft nadat hij onwel was geworden op 4 januari 2018 tegenover de verbalisanten verklaard dat verdachte een vuurwapen had en deze in hun huis zou liggen.90 Hierop heeft er een doorzoeking plaatsgevonden van de woning aan het [adres] , waarbij een doosje met 35 patronen en een vuurwapen met een met acht patronen gevuld munitiemagazijn zijn aangetroffen.91 Dit wapen is een pistool van het merk Astra, type A-90, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en munitie.92 De munitie betreft in totaal 43 volmantelpatronen van kaliber .45 ACP en is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet Wapens en munitie.93

Na de vondst van het wapen is [aangever 2] wederom gehoord. Hij heeft toen verklaard dat verdachte een zilverkleurig wapen met zwart handvat heeft. Verdachte heeft voor de kerst in 2017 een zilverkleurig wapen met een zwart handvat tegen zijn hoofd heeft gehouden. Rond diezelfde periode heeft hij met dit wapen acht verschillende schoten gelost op straat, in de achtertuin en in de woonkamer. [aangever 1] moest de hulzen opruimen, zodat zij volgens verdachte medeplichtig zou zijn. In de woonkamer is ten gevolge van een schot met het wapen een gat in de laminaatvloer ontstaan. [aangever 2] heeft verklaard dat hij dit gat provisorisch heeft afgeplakt.94 De verklaring van [aangever 2] wordt bevestigd door [aangever 1] . Zij heeft verklaard dat het wapen van verdachte ergens voor de kerst in 2017 in hun huis is terechtgekomen. Er zijn verschillende schoten mee gelost en zij moest de hulzen opruimen.95 [zoon aangever 2] heeft in april 2018 verklaard dat hij ongeveer een half jaar daarvoor geschoten heeft met het wapen van verdachte.96

De politie heeft geconstateerd dat het in de woning aangetroffen wapen zwart- en zilverkleurig is.97 In de woning is door de politie ook een gaatje in de vloer aangetroffen, dat – overeenkomstig de verklaring van [aangever 2] – provisorisch was afgeplakt. In dat gaatje is een afgeschoten kogel aangetroffen.98 Het Nederlands Forensisch Instituut heeft gerapporteerd dat het 100 tot 1000 maal waarschijnlijker is dat de kogel uit de vloer is afgeschoten met het in beslag genomen vuurwapen dan met een ander pistool van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.99

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, en gelet op het feit dat verdachte structureel in de woning van aangevers verbleef, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het vuurwapen toebehoorde aan verdachte en dat hij dit vuurwapen voorhanden heeft gehad. Het door de verdediging geschetste scenario dat het wapen aan een ander dan verdachte toebehoort, acht het hof niet aannemelijk geworden. Het hof acht voorts – evenals de rechtbank – wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aangetroffen munitie voorhanden heeft gehad, nu alle aangetroffen munitie hetzelfde kaliber had en de munitie deels in het pistool(magazijn) aanwezig was.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-840018-18 en in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-880261-18 (gevoegd):

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van januari 2010 t/m 4 januari 2018 te Nijmegen, althans in Nederland, (een) ander(en), te weten [aangever 1] (roepnaam: [roepnaam aangever 1] ) en/of [aangever 2] (roepnaam: [roepnaam aangever 2] )

(sub 1)

(telkens) door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

en/of

(sub 4)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, ander(en), te weten [aangever 1] (roepnaam: [roepnaam aangever 1] ) en/of [aangever 2] (roepnaam: [roepnaam aangever 2] ) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, dan wel onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang, geweld of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] zich beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

immers heeft hij, verdachte

- terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] verstandelijk/lichamelijk beperkt en/of kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden was/waren en/of

- terwijl hij een vriendschappelijke relatie met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] is aangegaan en/of heeft onderhouden, althans die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] in de veronderstelling heeft laten verkeren dat hij een (huis)vriend en/of een bonafide huurder was, en zodoende die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] onder zijn invloedssfeer heeft gebracht en/of

- terwijl hij zich in de omgang met die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en/of hun zoon [zoon aangever 2] schreeuwend en/of (telkens) agressief en/of boos en/of intimiderend heeft opgesteld en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden (al dan niet met scherpe en/of stompe voorwerpen) heeft geslagen en/of gestompt en/of met brandende sigarettenpeuken bewerkt, danwel met (dit) geweld heeft gedreigd en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) stelselmatig psychisch heeft mishandeld en gekleineerd door hen uit te schelden en/of te intimideren met woorden als "kutwijf" en/of "kankerwijf" en/of "kankerjong" en/of "kutjong" en/of "jullie deugen niet" en/of "jullie sporen niet" en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (danwel zoon [zoon aangever 2] en/of andere familieleden) (telkens) heeft bedreigd met woorden als "nog effetjes, dan maak ik jullie familie kapot" en/of "ik maak jullie af" en/of "ik maak jullie dood, ook jullie zoon en al jullie familie", althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking en/of

- terwijl hij voorwerpen en/of huisraad van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (al dan niet in hun richting) (kapot) heeft gegooid/gesmeten en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] (meermalen) heeft bedreigd met een (doorgeladen) vuurwapen, althans een of meer wapen(s) getoond, en dreigend heeft gezegd dat hij "voor het zelfde geld [roepnaam aangever 1] dood schiet" en/of

- terwijl hij de zoon van die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] lijfstraffen heeft gegeven door hem te slaan en/of langdurig op een stoel plaats te laten nemen en/of

- terwijl hij die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] heeft geïsoleerd van hulpverleners en/of vrienden en/of bekenden door deze (al dan niet met geweld of dreiging met geweld) de deur uit te jagen en/of door te bepalen wie wel en wie niet welkom waren in hun huis en/of

- terwijl hij door zijn onberekenbare en gewelddadige gedrag een voortdurende sfeer heeft gecreëerd van agressie en/of angst en/of intimidatie

(telkens) die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1]

- hem onderdak hebben laten bieden in hun huis, aan de [adres] en/of [adres] (zonder dat daar voor die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] een vergoeding tegenover stond) en/of

- een vuurwapen met bijbehorende munitie en/of een ploertendoder en/of een taser voor hem, verdachte, laten verbergen in hun woning en/of

- hem met hun auto en/of de auto van de broer van [roepnaam aangever 1] , overal naar toe laten brengen en/of boodschappen (weed, bier, shag, hondenvoer, etenswaren) voor hem laten halen en/of laten betalen en/of

- zijn was laten doen en/of laten strijken en/of

- zijn eten laten koken (wat en wanneer het hem beliefde) en/of

- zijn hond in huis laten nemen en/of laten verzorgen en/of uit te laten en/of

- haar OV-Chipkaart laten in leveren en/of (telkens) opwaarderen, althans die kaart heeft ingenomen en/of (vervolgens) heeft gebruikt en/of over die kaart heeft beschikt en/of

- gelet op het vorenstaande en/of anderszins [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (telkens) heeft doen en/of laten (mee)betalen in/voor de kosten van/voor het levensonderhoud van verdachte en/of

(telkens) die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] beperkt in hun beslis- en bewegingsvrijheid, door hen

- op te dragen hoe zij hun zoon [zoon aangever 2] moesten opvoeden en straffen als deze in de ogen van verdachte iets verkeerd had gedaan en/of die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] te laten toestaan dat hij hun zoon [zoon aangever 2] opvoedde en strafte en/of

- op te dragen wat en wanneer hun hond mocht eten en/of

- continue te controleren, door als zij niet in hun woning waren, constant, althans veelvuldig te bellen naar [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] en hen te commanderen naar huis te komen en/of

- te beletten de woning te verlaten,

(lid 3 sub 2)

terwijl die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] personen in een kwetsbare positie waren, omdat die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] over beperkte geestvermogens beschikken (verstandelijk beperkt en zwakbegaafd), gemakkelijk te beïnvloeden zijn, graag goed willen doen voor hun omgeving en/of die [roepnaam aangever 2] een zwakke gezondheid heeft (hartproblemen en jicht) en alcoholist is, in welke overwichtssituatie en/of afhankelijkheidssituatie die [roepnaam aangever 2] en/of [roepnaam aangever 1] (telkens) geen weerstand aan verdachte hebben kunnen bieden en geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze hebben gehad dan voornoemde (financiële) uitbuiting te ondergaan en/of zich te verzetten en/of zich te onttrekken tegen/aan de hen (opgedragen) (huishoudelijke) arbeid en/of diensten.

Zaak met parketnummer 05-840018-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks in de periode van 1 januari 2013 tot en met 4 januari 2018, althans op 14 december 2017 en/of 4 januari 2018, in de gemeente Nijmegen, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk/type Astra A-90), en/of munitie van categorie III, te weten 43, althans een aantal, patronen (kaliber .45 ACP), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 4° en 6° van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, een persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-840018-18 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof heeft acht geslagen op het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 8 december 2018 opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus en het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 6 december 2018 opgemaakt door drs. N.A. Schoenmaker, GZ-psycholoog, en op hetgeen door de deskundigen ter terechtzitting in hoger beroep nader is toegelicht.

Rapporteur dr. T.W.D.P. van Os constateert in het psychiatrisch onderzoek dat bij verdachte sprake is van stoornis in het gebruik van alcohol (ernstig), een stoornis in het gebruik van cannabis (licht), een stoornis in het gebruik van benzodiazepinen (licht) en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Gezien de chroniciteit van de persoonlijkheidsstoornis kan vanuit een hypothetisch perspectief gesteld worden dat deze ook aanwezig was ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten. Met betrekking tot het ten laste gelegde verboden wapenbezit en de ten laste gelegde mensenhandel kan hypothetisch aangegeven worden dat de stoornis in het gebruik van alcohol geen rol speelde. De stoornissen in het gebruik van cannabis en benzodiazepinen kunnen door de rapporteur in hypothetische zin niet in verband gebracht worden met de ten laste gelegde feiten.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de antisociale persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door beperkingen in 1) de ego functies zoals een gebrekkige impulscontrole, een gebrekkige emotietolerantie, een gebrekkige emotieregulatie, een gebrekkige regulatie van het gevoel van eigenwaarde met daardoor gemakkelijke krenkbaarheid, en een gebrekkige frustratietolerantie en in 2) de superego functie, de remmende functie vanuit het geweten. Het onder invloed zijn van alcohol verzwakt doorgaans deze ego-disfuncties nog verder en schakelt de superego functie uit. Ondanks de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de stoornis in het gebruik van alcohol, de stoornis in gebruik van cannabis en benzodiazepinen kan volgens rapporteur Van Os gesteld worden dat verdachte voldoende keuzemogelijkheden heeft met betrekking tot zijn gedrag. Verdachte stond vrij in zijn keuze om zich wel of niet aan de maatschappelijke normen te houden. De rapporteur adviseert dan ook om de ten laste gelegde feiten – indien bewezen – aan verdachte volledig toe te rekenen. Verdachte is een man die de mogelijkheid heeft om doordacht en berekenend te werk te gaan en die op opportunistische wijze zijn wegen bewandelt. Hij kan zich op strategische momenten beheersen, maakt op strategische momenten gebruik van zijn imposante uiterlijk, blaast zich op en weet wat voor effect dat heeft op anderen.

Rapporteur drs. N.A. Schoenmaker adviseert eveneens om de ten laste gelegde feiten volledig aan verdachte toe te rekenen. Bij verdachte is sprake van gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Een ziekelijke stoornis is aanwezig in de vorm van een (lichte) stoornis in cannabisgebruik en een (matige) stoornis in alcoholgebruik. De psychische disfuncties die voortkomen uit de persoonlijkheidsstoornis en uit de stoornis in alcoholgebruik hadden een invloed op het tot stand komen van de ten laste gelegde feiten. Dit was echter niet in die mate dat verdachte beperkt werd in zijn keuzevrijheid ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De lichte stoornis in cannabisgebruik speelde geen rol. Ondanks de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de stoornis in alcoholgebruik kende verdachte wel de keuzevrijheid met betrekking tot zijn gedrag en de ten laste gelegde feiten in de vorm van wapenbezit en mensenhandel. Verdachte is berekenend, opportunistisch, heeft binnen zijn eigen culturele subgroep status, heeft zelf geen lijdensdruk van eigen gedrag, kan zich op strategische momenten ook beheersen, weet welk effect hij op een ander kan hebben, maakt daar ook gebruik van en weet zijn kansen vaak goed in te schatten. Verdachte kende daardoor geen inperking van zijn keuzevrijheid.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte volledig kan worden toegerekend. Nu niet is gebleken dat verdachte het bewezenverklaarde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van de mensenhandel van aangevers en het voorhanden hebben van een wapen en munitie zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte niet de terbeschikkingstellingsmaatregel op te leggen.

Het oordeel van het hof

Alvorens toe te komen aan het bepalen van de op te leggen straf zal het hof zich eerst uitlaten over de vraag of de maatregel van terbeschikkingstelling aan verdachte dient te worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onder meer mensenhandel. Dit betreft een delict waarvoor terbeschikkingstelling kan worden opgelegd. Bovendien was bij verdachte sprake van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens tijdens het begaan van de bewezenverklaarde delicten.

Het hof heeft acht geslagen op het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 8 december 2018 opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/ psychoanalyticus en het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 6 december 2018 opgemaakt door drs. N.A. Schoenmaker, GZ-psycholoog. De rapporteurs hebben zich in dit rapport onthouden van een risicoanalyse, zorgprognose, beïnvloedingsmogelijkheden of interventieadvies. Er is derhalve in het strafrechtelijk kader geen advies uitgebracht.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft voornoemde deskundige Schoenmaker nader toegelicht waarom zij geen behandeladvies heeft gegeven in haar rapport. Zij stelt dat ondanks de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de stoornis in alcoholgebruik verdachte wel een keuzevrijheid had met betrekking tot zijn gedrag. Verdachte is berekenend, schat zijn kansen in en maakt zijn eigen afwegingen. Dit zal mogelijk ook bij een behandeling het geval zijn; ook bij een behandeling zou verdachte mogelijk precies weten welke wegen hij moet bewandelen om te bereiken wat hij wil. Zolang verdachte niet intrinsiek gemotiveerd is om zich te laten behandelen, zal een behandeling weinig tot geen nut hebben. De terbeschikkingstellingsmaatregel of een ambulante behandeling in een gedwongen kader wordt dan ook door Schoenmaker niet geadviseerd. Behandeling in een gedwongen kader zou hypothetisch gezien twee kanten op kunnen gaan. Verdachte kan of als een kameleon mee kleuren en dus weten welke wegen hij zou moeten bewandelen om de behandeling te bekorten óf een gedwongen behandeling – zoals in het kader van de terbeschikkingstellingmaatregel – gaat heel lang duren, omdat verdachte niet gemotiveerd is en er geen verandering zal worden bereikt. Voornoemde deskundige Van Os heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – evenals in zijn rapport – onthouden van een advies in een strafrechtelijk kader. Wel heeft hij aangegeven dat behandeling in een vrijwillig kader mogelijk is indien verdachte hiertoe zelf gemotiveerd is.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat behandeling en daarmee het verkleinen van het recidivegevaar alleen zin zou hebben als verdachte intrinsiek gemotiveerd is en zelf wil veranderen. Van een behandeling in een gedwongen kader, zoals de terbeschikkingstelling, is weinig effect te verwachten.

Vervolgens is de vraag of ondanks de geringe effectiviteit van de behandeling verdachte niettemin ter beschikking gesteld dient te worden, omdat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van die maatregel eist.

Naar het oordeel van het hof zou de veiligheid van anderen er mee gediend kunnen zijn als verdachte (lange tijd) uit de maatschappij wordt verwijderd. Verdachte heeft een uitgebreid strafblad en heeft geen spijt of berouw getoond voor wat hij de slachtoffers in deze zaak heeft aangedaan. Dit laatste lijkt een gevolg te zijn van zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis. De rapporteurs Van Os en Schoenmaker gaan uit van een verband tussen de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de gepleegde mensenhandel. Rapporteur Schoenmaker stelt verder: “Vanuit het perspectief van deze antisociale persoonlijkheidsstoornis en de verdere onderzoeksuitkomsten, kan betrokkene omschreven worden als een dominante man die opportunistisch in het leven staat. Hij beziet de wereld vanuit zijn eigen egocentrische perspectief en gedraagt zich conform. Hij heeft eigen normen en waarden die veelal niet overeenkomen met maatschappelijke normen en waarden. Hij heeft autoriteitsproblematiek, verdraagt andermans grenzen slecht, gaat vooral zijn eigen gang en is zelfbepalend. Betrokkene heeft een criminele identiteit. Hij heeft talloze malen de wet op allerhande wijzen overtreden, etaleert zijn antisociale gedrag en is trots op de status die hij heeft bij de mensen met wie hij omgaat. (…) Hij beziet de wereld in twee kampen, wij en zij, waarbij hij de maatschappij als ‘zij’ ziet. Hij heeft veel wantrouwen jegens de politie, reclassering en andere maatschappelijke organisaties. (…) Betrokkene heeft in zijn persoonlijkheid onvoldoende frustratietolerantie, impulscontrole, emotieregulatie en agressieregulatie. Met name niet als het tegen zit (…) of als mensen iets doen wat hem niet bevalt. Betrokkene kan dan prikkelbaar, geïrriteerd of agressief worden. Ook kan hij gaan intimideren, dreigen of flink ageren om te krijgen wat hij wil. Betrokkene is daarbij ook berekenend en schat zijn kansen in. Betrokkene kent weinig angst en heeft oppervlakkig gezien sociale vaardigheden, hij is echter weinig gevoelig voor de kwetsbaarheid van anderen als het hem dat niet uitkomt. Hij heeft wel cognitieve empathie (het in kunnen schatten van andere mensen) maar weinig emotionele empathie. Er is sprake van een lacunair geweten. Betrokkene heeft wel een besef van wat mag en wat niet mag, maar handelt er niet naar. (…) Er is een probleem in zijn moreel functioneren, hij houdt niet altijd rekening met anderen en kan handelen voor eigen gewin. (….) Hij heeft weinig vermogen tot reflectie.”

Vanwege het uitgebreide strafblad, het niet tonen van inzicht in het strafwaardige van het bewezenverklaarde en gelet op de rapportages, houdt het hof er rekening mee dat verdachte – indien hij nu in vrijheid zou worden gesteld – zich opnieuw schuldig maakt aan strafbare feiten tegen personen.

Ondanks het feit dat de veiligheid van anderen er mee gediend zou zijn dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling zou worden opgelegd, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen (of de algemene veiligheid van personen of goederen) de oplegging niet eist.

Het hof acht namelijk aannemelijk dat ook een langdurige gevangenisstraf het recidivegevaar in voldoende mate kan tegengaan. Het recidivegevaar wordt daarbij niet alleen tegengegaan omdat verdachte lange tijd van zijn vrijheid beroofd zal zijn, maar kan ook worden tegengegaan vanwege het feit dat verdachte in staat is weloverwogen keuzes te maken en er voor kan kiezen zijn leven zodanig te leiden dat hij niet opnieuw het risico loopt op een langdurige vrijheidsbeneming.

Het hof zal daarom bepalen dat de maatregel van terbeschikkingstelling niet aan verdachte wordt opgelegd.

Het hof komt vervolgens toe aan het bepalen van de op te leggen straf. Het hof overweegt dat de hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij het bepalen van de op te leggen straf gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. Het hof is van oordeel, dat gelet op die doeleinden, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend en noodzakelijk is.

Ten aanzien van de vergelding gaat het om de ernst van het feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van [aangever 2] en [aangever 1] . Verdachte is de woning en het leven van beiden binnengedrongen en heeft daar op een intimiderende en agressieve wijze de dienst uit gemaakt. Verdachte bepaalde wat er in de woning gebeurde en wat aangevers allemaal moesten doen. Verdachte liet hen zijn boodschappen doen, zijn wiet halen, zijn hond verzorgen, zijn was doen en zijn haren knippen. Aangevers waren bang en angstig en bevonden zich in een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Verdachte was op de hoogte van die angst en de kwetsbare positie van beiden en heeft hiervan misbruik gemaakt. In zijn gedragingen ging verdachte telkens ver genoeg om te bereiken dat aangevers zouden

doen wat hij wilde. Tekenend voor dit gedrag vindt het hof niet alleen de kleinerende en intimiderende wijze van aanspreken van beide slachtoffers, maar ook de wijze waarop verdachte zijn macht over de zoon van de aangevers, [zoon aangever 2] , liet gelden. Zo heeft hij [zoon aangever 2] een keer geslagen. Ook heeft verdachte [zoon aangever 2] gestraft op een wijze waarvoor de ouders niet gekozen zouden hebben, waarmee verdachte zijn superioriteit aan beide aangevers heeft getoond. Door zijn pistool te richten op het hoofd van [aangever 2] heeft verdachte gehandeld op een wijze die bij iedereen angst zou oproepen en die kwetsbare mensen als aangevers weerloos maakte. Verdachte heeft door zijn intimiderende gedrag lange tijd aangevers kunnen controleren. Verdachte heeft aldus kunnen parasiteren op het leven van zijn slachtoffers. Door zo te handelen heeft verdachte op indringende wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangevers en voorts op de vrijheid die zij zouden moeten hebben om hun eigen leven vorm te geven. Verdachte heeft de belangen van de slachtoffers bij het behoud van hun waardigheid en zelfbeschikkingsrecht volledig ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen.

De namens de slachtoffers ter terechtzitting in eerste aanleg voorgelezen verklaringen die zich in het dossier bevinden, illustreren de angst van de slachtoffers en welke invloed verdachte op hun leven heeft gehad.

Verdachte heeft voorts een wapen en munitie voorhanden gehad. Ongecontroleerd (vuur)wapenbezit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee.

Voor wat de persoon van verdachte betreft en mede gelet op de speciale preventie als strafdoel, houdt het hof bij het bepalen van de straf rekening met het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 mei 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder veelvuldig voor strafbare feiten is veroordeeld. Het hof heeft voorts gelet op het psychiatrisch onderzoek, psychologisch onderzoek en milieuonderzoek Pro Justitia en het hof heeft rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 13 december 2018 en 10 juni 2020. De reclassering adviseert om de zaak af te doen zonder reclasseringsbemoeienis. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen.

Het hof rekent de verdachte zwaar aan dat hij geen enkel inzicht heeft getoond in de verwerpelijkheid van zijn handelen noch op enige wijze zijn verantwoordelijkheid neemt voor de manier waarop hij gedurende een aantal jaren het leven van het echtpaar [aangever 2] - [aangever 1] tot een hel heeft gemaakt. Mede door dit gebrek aan inzicht houdt het hof rekening met het gevaar voor herhaling en is ook op grond van de speciale preventie een langdurige vrijheidsbeneming aangewezen.

De wetenschap bij verdachte dat uitbuiting van kwetsbaren tot een langdurige gevangenisstraf leidt, moet hem (ook na zijn detentie) ervan weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden is.

Beslag

Het in de zaak met parketnummer 05-840018-18 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering van de benadeelde partijen [aangever 2] en [aangever 1]

De benadeelde partijen [aangever 2] en [aangever 1] hebben zich in eerste aanleg in het strafproces tezamen gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 99.496,94 (bestaande uit een bedrag van € 44.496,94 aan materiële schade, een bedrag van € 30.000,00 aan immateriële schade voor [aangever 2] en een bedrag van € 25.000,00 aan immateriële schade voor [aangever 1] ). De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. Aan verdachte is door de rechtbank wel de schadevergoedingsmaatregel opgelegd voor een bedrag van € 4.000,00 ten behoeve van [aangever 2] en € 4.000,00 ten behoeve van [aangever 1] ). De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en het schadevergoedingsformulier met bijlagen is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden tot na te melden bedrag.

Materiële schade

Het hof overweegt dat uit het rapport financiële uitbuiting volgt dat vanaf de bankrekening ten name van [aangever 1] , in de periode van 5 oktober 2015 tot en met 29 december 2017 in totaal voor een bedrag van € 847,00 per pin werd betaald bij diverse coffeeshops in Nijmegen. Het hof overweegt dat voldoende is komen vast te staan dat voor dit bedrag wiet werd gekocht voor verdachte. Het hof zal de vordering in zoverre toewijzen. Ook de gevorderde reiskosten zal het hof toewijzen, nu uit de vordering voldoende blijkt dat deze reiskosten daadwerkelijk ten behoeve van de strafzaak zijn gemaakt. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor de meer gevorderde materiële schade is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kunnen de benadeelde partijen daarom thans in hun vorderingen niet worden ontvangen.

Immateriële schade

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof dat de benadeelde partijen als gevolg van het handelen van de verdachte psychisch leed ondervinden of hebben ondervonden. Uit de verklaring van de zorgcoördinator van Moviera volgt dat de benadeelde partijen psychische problemen hadden. De inmiddels overleden [aangever 2] had last van klachten die te duiden zijn als klachten behorende bij een Post Traumatische Stress Stoornis. Uit de schriftelijke slachtofferverklaringen volgt voorts dat [aangever 2] en [aangever 1] in angst leefden in hun eigen huis. Verdachte was agressief en had hun totale leven overgenomen. Zij leefden in een hel. In verband met de aard en de ernst van het letsel van de benadeelde partijen en rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, acht het hof een bedrag van € 4.000,00 ten behoeve van [aangever 2] en € 4.000,00 ten behoeve van [aangever 1] aan smartengeld billijk. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Voor de meer gevorderde immateriële schade is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kunnen de benadeelde partijen daarom thans in hun vorderingen niet worden ontvangen.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-840018-18 en in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-840018-18 en in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een pistool (kleur zilver, ASTRA A90) munitie, kaliber.45 (SIN AAKT5O75NL).

Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,00 (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 1 januari 2014.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.918,66 (vierduizend negenhonderdachttien euro en zesenzestig cent) bestaande uit € 918,66 (negenhonderdachttien euro en zesenzestig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-880261-18 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.918,66 (vierduizend negenhonderdachttien euro en zesenzestig cent) bestaande uit € 918,66 (negenhonderdachttien euro en zesenzestig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 59 (negenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op

- 1 januari 2014 over een bedrag van € 847,00 ter zake van wiet;

- 15 maart 2018 over een bedrag van € 71,66 ter zake van reiskosten;

en van de immateriële schade op 1 januari 2014.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. J.D. den Hartog en mr. R.M. Maanicus, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Vugs, griffier,

en op 24 juli 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. L.T. Wemes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 24 juli 2020.

Tegenwoordig:

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. C.M.J. Krol, advocaat-generaal,

mr. I. Vugs, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van heden.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm van politie Eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche Team Mensenhandel, opgemaakte proces-verbaal, zaaknummer ONRCC18005, onderzoek 2018-09, afgesloten d.d. 25 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 december 2018, alsmede een schriftelijk bescheid, zijnde een huurcontract met ingang van 28 mei 2015, p. 855.

3 Proces-verbaal van bevindingen ‘iCOV’, p. 370.

4 Proces-verbaal van bevindingen ‘beëindiging huurovereenkomst tussen [aangever 2] , [aangever 1] en [verdachte] ’, p. 841, alsmede schriftelijk bescheid. zijnde een proces-verbaal van mondelinge behandeling van de zitting van de kantonrechter d.d. 22 juni 2012, p. 843.

5 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 11.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 67.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 70.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 75.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 71.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 76.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 277-278.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 279.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 278.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 279.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 278.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 278/279.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 124-125 en proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 9.

18 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 21 en 23.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 72 en 74.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 73-74.

21 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 19 en 25.

22 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 25.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 209.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 804-808.

25 Proces-verbaal van bevindingen ‘iCOV [aangever 2] ’, p. 371, alsmede proces-verbaal van bevindingen ‘iCOV [aangever 1] ’, p. 372.

26 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 17 december 2018 en proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 8.

27 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 24.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 113 en 125.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 111.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 176-177.

31 Proces-verbaal van bevindingen ‘informatief gesprek [naam] ’, p. 52-53 en proces-verbaal van bevindingen ‘analyse historische verkeersgegevens 31618780067’, p. 376-377.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 80, proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 6 en proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 120 en 131.

33 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 6.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 81.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 89.

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 112 en het niet ondertekende proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2018, p. 45.

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 131-132.

38 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 209 en 211.

39 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 209.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 177.

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 178.

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 195, Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 160 en proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 131-132.

43 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61 met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [aangever 2] , p. 99-100 en proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 131.

44 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 131.

45 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 178-179.

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 182.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 199.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 82.

49 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 5.

50 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 6.

51 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 119.

52 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 127.

53 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 131.

54 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 6.

55 Proces-verbaal van getuigenverhoor [gezinsvoogd] , p. 286 en proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 3] , p. 139.

56 Proces-verbaal van getuigenverhoor [gezinsvoogd] , p. 289.

57 Proces-verbaal van getuigenverhoor [vader verdachte] , p. 224-226.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 40-42.

59 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 75-76

60 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 83.

61 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 86.

62 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 116.

63 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 114.

64 Rapport Financiële uitbuiting, p. 740.

65 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 7 en proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 113.

66 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 86 en Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 114.

67 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 114.

68 Rapport Financiële uitbuiting, p. 739.

69 Proces-verbaal van bevindingen Facebook Messenger, pagina’s 710, 711, 712, 716, 717, 721.

70 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 127.

71 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 116-117, proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 14 en proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 16.

72 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 139.

73 Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 190

74 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 113.

75 Proces-verbaal van bevindingen Facebook Messenger gesprek, p. 720.

76 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 269.

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 87, proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 120 en Proces-verbaal van bevindingen, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 199-200.

78 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 120.

79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2018, p. 432.

80 Proces-verbaal van bevindingen Facebook Messenger gesprek, p. 708-709 en aanvulling op het proces-verbaal van bevindingen Facebook Messenger gesprek, p. 726.

81 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 december 2018.

82 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 84, Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 2] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 9 en proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 10.

83 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 114 en 117.

84 Proces-verbaal van studioverhoor door de rechtercommissaris van [aangever 1] d.d. 27 september 2018 (separaat in procesdossier), p. 10.

85 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 87 en proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 120.

86 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 2] , p. 79-80.

87 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor aangifte [aangever 1] , p. 115-116.

88 Psychologisch onderzoeksverslag d.d. 13 mei 2015, p. 303, 306, psychologisch onderzoeksverslag d.d. 11 juni 2015, p. 314, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1043 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 december 2018.

89 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm van politie Eenheid Oost-Nederland, District Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL0600-2018007310, afgesloten d.d. 6 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

90 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2018, p. 7-8.

91 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2018, p. 15.

92 Proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 6 januari 2018, p. 24.

93 Proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 6 januari 2018, p. 25.

94 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2018, p. 19.

95 Proces-verbaal van bevindingen. d.d. 6 maart 2018, proces-verbaalnummer PL0600-2018007310-10, blad 2.

96 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 mei 2018, p. 167, met bijlage ‘Verbatim’ verhoor getuige [zoon aangever 2] , p. 180-184 (behorende bij parketnummer 05/880261-18).

97 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 6 januari 2018, p. 22.

98 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2018, p. 31.

99 NFI-rapport d.d. 28 februari 2018, p. 5.