Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:5046

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
02-07-2020
Zaaknummer
21-006751-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan een viertal plofkraken. Bij één daarvan is een geldbedrag van € 105.980,- weggenomen. Ook heeft verdachte zich meermaals, samen met een of meer anderen, schuldig gemaakt aan opzetheling. Gelet op het aantal feiten en de ernst daarvan legt het hof een hogere straf op dan de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en wijst toe de vordering van de benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006751-18

Uitspraak d.d.: 30 juni 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 3 december 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-700134-17, 16-659119-18 en 16-659424-18, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

thans verblijvende in PI [locatie] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts vordert de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij conform het vonnis van de rechtbank en een beslissing ten aanzien van het beslag conform de vordering van de officier van justitie in eerste aanleg. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. P.B.A. Acda, naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit

Ter zitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit, nu het openbaar ministerie geen bezwaren heeft tegen de vrijspraak van dit feit door de rechtbank.

Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen die een inhoudelijke behandeling van dit feit noodzakelijk maken.

Het hof zal het openbaar ministerie daarom vanwege het ontbreken van belang niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit.

De ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van de onder 3, 5, 11 en 12 tenlastegelegde feiten

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van de onder 3, 5, 11 en 12 tenlastegelegde feiten. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraken staat krachtens de wet niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre in het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

De meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de [benadeelde partij] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 16.030,- en beslissingen genomen ten aanzien van het beslag.

Het vonnis waarvan beroep leent zich om meerdere redenen niet voor bevestiging. Het hof zal echter het gros van de overwegingen uit het vonnis van de rechtbank (ongewijzigd) overnemen, zoals hierna tussen aanhalingstekens en gecursiveerd weer te geven. Het bestreden vonnis zal om proceseconomische redenen worden vernietigd en het hof zal opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

De rechtbank heeft de feiten zoals tenlastegelegd op de dagvaardingen met de parketnummers 16-700134-17, 16-659119-18 en 16-659424-18 doorgenummerd als de feiten 1 tot en met 12. Het hof neemt deze nummering over.

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 16-700134-17:

1.
hij op of omstreeks 07 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- met behulp van een breekvoorwerp (de voorzetdeur van) een geldautomaat van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ), heeft/hebben geforceerd en/of

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) die geldautomaat een explosief gasmengsel heeft/hebben gebracht en/of

- ( vervolgens) dit gasmengsel heeft/hebben aangestoken / in brand heeft/hebben gestoken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s) in de boven- en/of naastgelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) in de boven- en/of naastgelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 07 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de [bank] (gevestigd in het perceel aan de [adres ] ) weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bank] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar voornoemde locatie is/zijn gereden en/of

- ( vervolgens) met een breekijzer, althans een hard (breek)voorwerp, het bovenste gedeelte van die geldautomaat heeft opengebroken en/of

- ( vervolgens) dit gedeelte over de inwendige, ingebouwde looprails naar voren heeft/hebben getrokken en/of

- ( vervolgens) gas uit een meegebrachte gasfles naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en/of

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gas heeft/hebben aangestoken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 07 augustus 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland en/of in [plaats] (Duitsland), althans in Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het misdrijf bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht (namelijk: het opzettelijk een ontploffing teweeg brengen in een geldautomaat, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de goederen in dat gebouw, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was), opzettelijk

- een (snelle) personenauto, merk: Audi en/of

- bivakmutsen en/of

- handschoenen en/of

- regenpakken en/of

- kogelwerende vesten en/of

- één of meer gasfles(sen) en/of bijbehorende gasslang(en) en/of bijbehorende ontstekingsmechanismen en/of

- valse kentekenplaten, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2.
hij in of omstreeks de periode van 28 mei 2017 tot en met 07 augustus 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland en/of te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten een personenauto (merk: Audi , type S5 Sportback 3.0 TFSI Quattro , Zwitsers kenteken [kentekennummer] ) en/of een navigatiesysteem en/of een tas met goederen (afkomstig uit voornoemde personenauto) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


Zaak met parketnummer 16-659119-18 (gevoegd):

4a. primair
hij, op of omstreeks 4 augustus 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- met behulp van een (breek)voorwerp de toegangsdeur van het gebouw waarin de geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) zich bevond geforceerd en/of

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) voornoemde geldautomaat een explosief gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

4a. subsidiair

hij, op of omstreeks 4 augustus 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen,

met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- met behulp van een (breek)voorwerp de toegangsdeur van het gebouw waarin de

geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ]

) zich bevond geforceerd en/of

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) voornoemde geldautomaat een explosief

gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of

tot ontploffing gebracht en/of laten brengen,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de in voornoemd gebouw aanwezige

inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, in elk geval

gemeen gevaar voor goederen te duchten was

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

4b.

hij, op of omstreeks 4 augustus 2017, te [plaats] (Duitsland),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat

van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] )

weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bank] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen

en/of die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar voornoemde locatie is/zijn gereden en/of

- ( vervolgens) met een (breek)voorwerp, de toegangsdeur van het gebouw waarin

de geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ]

) zich bevond geforceerd en/of het bovenste gedeelte van die

geldautomaat heeft/hebben opengebroken en/of

- ( vervolgens) gasmengsel uit een meegebrachte gasfles in die geldautomaat

naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en/of

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gasmengsel heeft/hebben aangestoken

en/of tot ontploffing heeft/hebben gebracht en/of laten brengen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

5. primair
hij, op of omstreeks 23 juni 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- met behulp van een (breek)voorwerp de monitoren van de geldautoma(a)t(en) toebehoren aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) opengebroken en/of

- ( vervolgens) kabels(s) en/of ontstekingsmechanisme(n) aan die geldautoma(a)t(en) aangebracht en/of

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) voornoemde geldautoma(a)t(en) een explosief gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautoma(a)t(en) en/of voor het gebouw waarin die geldautoma(a)t(en) zich bevond(en) en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautoma(a)t(en) gelegen gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

en/of

hij, op of omstreeks 23 juni 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meerdere geldautoma(a)t(en) van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) heeft/hebben weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 428.350 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bank] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

5. subsidiair

dat [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)nen, op of omstreeks 23 juni 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s)

- met behulp van een (breek)voorwerp de monitoren van de geldautoma(a)t(en) toebehorende aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) opengebroken en/of

- ( vervolgens) kabels(s) en/of ontstekingsmechanisme(n) aan die geldautoma(a)t(en) aangebracht en/of

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) voornoemde geldautoma(a)t(en) een explosief gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautoma(a)t(en) en/of voor het gebouw waarin die geldautoma(a)t(en) zich bevond(en) en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautoma(a)t(en) gelegen gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

en/of

dat [medeverdachte 1] op of omstreeks 23 juni 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meerdere geldautoma(a)t(en) van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) heeft/hebben weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 428.350 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bank] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrij(f)(ven) verdachte op of omstreeks 23 juni 2017 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland en/of Duitsland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door als `voorrijder' samen met een ander, althans alleen,

- die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) met een onopvallende auto te brengen naar de garage waar de snelle auto stond, zodat deze medeverdachte deze auto op kon(den) halen,

- met die onopvallende auto voor de snelle auto uit te rijden naar de Duitse grens

- na het passeren van de Duitse grens gelijk weer terug naar Nederland te rijden om de douaneactiviteit te controleren,

- dit `rondje grens' meermalen te herhalen

- contact te houden met [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) om ze te informeren of het veilig was de grens te passeren

- nadat de plofkraak was gepleegd contact te onderhouden met de inzittenden van de snelle auto,

- het `rondje grens' te herhalen

- die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) (wederom) te informeren of het veilig was de grens te passeren

- nadat de plofkraak gepleegd was [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) en/of de buit over te nemen uit de snelle auto en vervolgens rustig en daarmee onopvallend en veilig naar [plaats] te brengen

- het delen in de buit.

6.
hij, op of omstreeks 25 juli 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- in (de kluisruimte van) een geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) een explosief gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

en/of

hij, op of omstreeks 25 juli 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) heeft wegenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 105.980 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bank] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

7.
hij, in of omstreeks de periode van 27 juni 2017 tot en met 25 juli 2017, te [plaats] en/of [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (merk: Audi , type Rs6 , kenteken [kentekennummer] ) heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

8.
hij, in of omstreeks de periode van 7 juli 2017 tot en met 25 juli 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland en/of te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten kentekenplaten ( [kentekennummer] ) heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

9.
hij, op of omstreeks 9 juli 2017, te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- in (de kluisruimte van) een of meer geldautoma(a)t(en) toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) een explosief gasmengsel gebracht en/of laten lopen en/of - (vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en/of in brand gestoken en/of tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautoma(a)t(en,) en/of voor het gebouw waarin die geldautoma(a)t(en) zich bevond(en) en/of de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s), in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) in de bovengelegen woning(en) en/of (mogelijke) voorbijganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

en/of

hij, op of omstreeks 9 juli 2017 te [plaats] (Duitsland), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meerdere geldautoma(a)t(en) toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bank] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar voornoemde locatie is/zijn gereden en/of

- ( vervolgens) een gasmengsel uit een of meerdere meegebrachte gasfles(sen) in die geldautoma(a)t(en) naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en/of

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gas heeft/hebben aangestoken en/of tot ontploffing heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid.

10.
hij, in of omstreeks de periode van 23 juni 2017 tot en met 4 augustus 2017, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland en/of [plaats] (Duitsland) en/of [plaats] (Duitsland) en/of [plaats] (Duitsland) en/of [plaats] (Duitsland), heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer (onbekende) anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten onder meer

- ( pogingen tot en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van) het opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en/of

- ( pogingen tot) diefstallen (met braak) en/of

- helingen (van (personen)auto's en/of kentekenplaten) en/of

- diefstallen (met braak en/of verbreking) van een of meerdere voertuig(en);

Zaak met parketnummer 16-659424-18 (gevoegd):

11.
hij, op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 november 2016 tot en met 8 augustus 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, een vuurwapen van categorie III, sub 1, te weten een pistool, merk Zastava M 57 en/of munitie van categorie III, te weten

- 8 patronen, kaliber 7.62 x 25 mm, merk Tokareve en/of

- 4 patronen, kaliber 7.62 x 39 mm, voorhanden heeft gehad;

12.
hij, op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 november 2016 tot en met 8 augustus 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, een vuurwapen van categorie II, sub 2, te weten een aanvalsgeweer, merk Cz Sa Vz 58 V, voorhanden heeft gehad;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde feit

De advocaat-generaal heeft de bewezenverklaring gevorderd van de betrokkenheid van verdachte - in de zin van medeplegen - bij de plofkraak in de [bank] in [plaats] op 23 juni 2017. Daarbij heeft hij gewezen op - onder meer - de historische gegevens van de telefoon die verdachte in gebruik had en met name ook de overeenkomsten met de andere vier plofkraken waarvoor verdachte vervolgd wordt.

Het hof constateert dat het strafdossier aanwijzingen bevat die - zoals ook door de rechtbank is opgemerkt in haar vonnis - vragen oproepen over een mogelijke betrokkenheid van verdachte bij de plofkraak van 23 juni 2017. Daarmee is echter geen sprake van voldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte als (mede)pleger dan wel medeplichtige bij deze plofkraak. Verdachte zal daarom van het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Vrijspraak ten aanzien van de onder 11 en 12 tenlastegelegde feiten

Ten aanzien van deze feiten overwoog de rechtbank in het vonnis van 3 december 2018 als volgt:

"Op 8 augustus 2017 zijn tijdens een doorzoeking in de garagebox [adres ] in [plaats] een vuurwapen en munitie (merk Zastava M 57, kaliber 7.62mm met 8 patronen in het patroonmagazijn) en een aanvalsgeweer en munitie (merk CZ, Sa Vz 58V met 4 patronen in het patroonmagazijn) gevonden. Deze garagebox werd gehuurd door [familielid verdachte 1] (broer van verdachte). De ribbels en de slede van de Zastava zijn bemonsterd en daarbij zijn twee DNA mengprofielen verkregen. Verdachte is niet uit te sluiten als donor van de bemonstering van de ribbels van het vuurwapen. Van bemonstering van de slede is een DNA hoofdprofiel verkregen dat matcht met het DNA profiel van verdachte met een frequentie kleiner dan één op één miljard. Ook zijn op het koffertje waarin de Zastava is aangetroffen DNA-sporen aangetroffen die te herleiden zijn naar verdachte. Deze sporen leveren onmiskenbaar sterke aanwijzingen op voor het door verdachte voorhanden hebben van de Zastava. Het is echter onduidelijk in welke periode verdachte dit vuurwapen voorhanden heeft gehad. Op het aanvalsgeweer zijn geen sporen van verdachte aangetroffen. Het feit dat in dezelfde garagebox ook gasflessen zijn aangetroffen met daarop tape met DNA-sporen die te herleiden zijn naar verdachte, is onvoldoende om vast te stellen dat de garagebox [adres ] in [plaats] in gebruik is geweest bij verdachte. Nu ander bewijs voor beschikkingsmacht door verdachte in de ten laste gelegde periode ontbreekt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het voorhanden hebben van de Zastava, het aanvalsgeweer, en de in die wapens aanwezige patronen."

Het hof verenigt zich met bovenstaande overwegingen. Het hof heeft aldus uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 11 en 12 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs van de overige tenlastegelegde feiten

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ter zitting in hoger beroep een schriftelijk requisitoir overgelegd. De advocaat-generaal acht - kort weergegeven - alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van een deel van feit 2 en feit 3 in het geheel, wettig en overtuigend te bewijzen.
Standpunt van de verdediging

Blijkens de door de raadsman overgelegde schriftelijke pleitnota dient verdachte – kort gezegd – vrijgesproken te worden van alle tenlastegelegde feiten in verband met onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte zoals ten laste is gelegd.

Door de verdediging gevoerde verweren worden door het hof indien nodig besproken bij het desbetreffende feit.

Het hof oordeelt als volgt.

Ten aanzien van de feiten 1 en 4 heeft de rechtbank het navolgende overwogen1:

"Op 3 augustus 2017 is door bewakingscamera’s van [bedrijf] vastgelegd dat

om 16:22 uur twee personen de ruimte van de geldautomaat binnenkomen en om zich heen

kijken. Om 16:23 uur verlaten ze de ruimte, waarna ze om 16:30 uur weer terugkeren en

wederom om zich heen kijken. 2

Op 4 augustus 2017 is om 02:56 uur een inbraak in [bedrijf] aan de [adres ]

in [plaats] gemeld. Een medewerker van het beveiligingsbedrijf heeft verklaard

dat hij zag dat twee personen in een donkere Audi naast het gebouw reden en met een gasfles naar de ingang zijn gelopen. 3 Bij de ingang zijn hefboomsporen in het slot van de deur waargenomen en is geconstateerd dat de deur met behulp van een steen werd opengehouden. In de ruimte daarachter stond een geldautomaat van de [bank] , waarvan het bedieningsdeel wijd geopend was. In de automaat flakkerde een vuurtje. De ruimte stond hierdoor al vol rook. Het vuur is door de brandweer gedoofd. 4

Op camerabeelden is te zien dat op 4 augustus 2017 twee identiek in zwart regen- of

werkpak geklede mannen met bivakmutsen op het hoofd uit een zwarte Audi stappen. 5 Een

persoon krikt de voordeur open. De ander heeft een steen onder de arm en een kabel of slang in zijn hand. De steen wordt voor de geopende deur gelegd. Beide personen zijn bezig met de geldautomaat, duidelijk door daaraan te trekken. Ze rennen de ruimte uit en even later weer in. Een persoon heeft een gasfles en slangen in de hand. De gasfles blijft in de ruimte staan. De slangen worden uit de ruimte naar buiten gelegd. 6 Geprobeerd is de geldautomaat door toevoer van een gasmengsel tot ontploffing te brengen. De ontploffing was niet voldoende voor de opening van de kluis van de geldautomaat. 7

Op 7 augustus 2017 is aangifte gedaan van het op die dag tussen 02:00 uur en 02:25 uur
opblazen van een geldautomaat van de [bank] gevestigd aan de [adres ] in [plaats] . Verbalisanten constateerden bij aankomst dat de deur naar de aparte ruimte van de geldautomaat openstond en dat de deur was beveiligd met een trottoirtegel. De bovenkant van de geldautomaat was geopend. In de ruimte stond lichte rook. 8 Kleine vlammen in de geldautomaat zijn met een brandblusser uit de surveillancewagen geblust. De arriverende brandweer bluste vervolgens met een CO2-blusser. 9 Na het bezichtigen van de schade aan de geldautomaat bleek dat er geen buit is gemaakt. 10 Door de explosie en de brand is kunststof verbrand dat tot extreme rookontwikkeling heeft geleid en schade heeft veroorzaakt aan het plafond, de wanden en grond van de geldautomaatruimte en de aangrenzende kantoor- en bedrijfsruimten. 11

Getuige [naam 8] heeft verklaard dat hij in de nacht van 7 augustus 2017 vanuit zijn woning aan de [adres ] de aanwezigheid van twee mannen heeft opgemerkt voor de [bank] en vervolgens heeft gezien dat direct voor de [bank] een donkere Audi A6 stond, 12 die bemand met twee mannen 13 met zeer hoge snelheid wegreed. Dit was om ongeveer 2.00 uur ‘s nachts. Daarna is de getuige naar buiten gelopen en heeft hij bij de [bank] rookontwikkeling gezien. 14

Op 7 augustus 2017 rond 02:49 uur is een melding binnengekomen, inhoudende dat een plofkraak heeft plaatsgevonden in [plaats] in Duitsland bij de [bank] , waarbij twee daders betrokken zijn die de plaats delict verlaten hebben met een donkerkleurige Audi . 15 Verbalisanten zagen rond 03:00 uur een donkerkleurige Audi sedan met zeer hoge snelheid rijden over de A1. Bij afslag [plaats] verliet de auto de A1 en is de achtervolging ingezet. 16 Nadat stoptekens, optische- en geluidssignalen genegeerd werden, is de Audi gedwongen te stoppen. In de auto werd als bestuurder [medeverdachte 4] aangehouden en als bijrijder verdachte. 17 Beide verdachten droegen een kogelwerend vest, handschoenen en regenbroeken. 18 Tijdens de fouillering aan de kleding van verdachte werd uit een van de zakken een zwarte Blackberry met imeinummer [nummer] gehaald. 19 [medeverdachte 4] werd tijdens de veiligheidsfouillering gevraagd of hij goederen bij zich draagt die hij niet bij zich mag dragen. Hij antwoordde daarop dat hij een opgerolde bivakmuts op zijn hoofd draagt. Tijdens de fouillering werd uit een zak een witte Blackberry gehaald 20 , met imeinummer [nummer] . 21

De screenshots van de beelden van de bewakingscamera’s van [bedrijf] ,

gemaakt op 3 augustus 2017 in de ruimte waar de geldautomaat van de [bank]

stond, zijn nader bekeken. Uit de close-ups blijkt dat de broek die [medeverdachte 4] bij zijn

aanhouding droeg sterke overeenkomsten vertoont met de broek die persoon 1 draagt op de screenshots. Daarnaast komt de haar- en huidskleur van de persoon op de screenshots

overeen met [medeverdachte 4] . 22 Een close-up van persoon 2 op de screenshots is vergeleken

met de politiefoto van verdachte. Het korte donkere haar en de licht getinte huidskleur van

verdachte komen overeen met de persoon op de screenshots. 23

Verbalisant [verbalisant 1] heeft via Facebook de beelden gezien en herkent [medeverdachte 4] aan

zijn gelaat, haar(kleur), manier van lopen, zijn postuur en lichaamsbouw. 24


Het voertuig waarin de verdachten zijn aangehouden bleek een Audi A5, V6. Deze Audi , met
oorspronkelijk een Zwitsers kenteken [kentekennummer] , bleek op 28 mei 2017 in [plaats] te zijn gestolen. 25 Eigenaar [naam 1] heeft daarvan aangifte gedaan. 26 In de garagebox [adres ] in [plaats] is tijdens een doorzoeking een tas met voorwerpen gevonden, 27 die door [naam 1] herkend zijn als zijn eigendom. 28

Verdachte heeft ter zitting van 12 oktober 2018 verklaard dat hij de garagebox [adres ] in [plaats] huurde. 29

In de Audi zijn achter de bestuurdersstoel twee aan elkaar getapete gasflessen die waren

voorzien van bedrading aangetroffen. In de kofferbak lagen twee jerrycans met vloeistof. 30

Het betrof een fles acetyleen en een fles zuurstof. Het zwarte tape dat aan het uiteinde van de handgreep zat, was deels gesmolten. 31 Deze gasflessen en de ontstekingskabel met de

roodachtige ontstekingsbron zijn identiek aan de gasfles met ontstekingskabel en

ontstekingsbron die op 4 augustus 2017 bij de poging tot de ontploffing van de geldautomaat in [plaats] is gebruikt. 32

Ook zijn er in de Audi bivakmutsen, een breekijzer, een navigatiesysteem van het merk

TomTom, een regenjas 33 , op 4 augustus 2017 in [plaats] gestolen Duitse kentekenplaten

[kentekennummer] 34 en in de middenconsole een zwarte Nokia 35 aangetroffen.

Voor de stoel aan de bijrijderszijde van de Audi lag een wit snoer met aan de ene zijde een

zilverkleurige lans, voorzien van rode tape, en aan de andere zijde een zwart gekleurde

zaklamp/stroomstootwapen voorzien van rode tape. Op de tape aan het uiteinde van de lans

zaten smeltsporen en roetafzetting. Roetafzetting zat ook op het uiteinde en in het midden

van de lans. 36 Het stroomstootwapen heeft als kenmerk [nummer] gekregen. 37 Dit

stroomstootwapen is door het TMFI onderzocht. Op de lans van het stroomstootwapen is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man, aangetroffen. Het afgeleide DNA-hoofdprofiel, met een frequentie kleiner dan één op één miljard, matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 4] . Op de buitenzijde van het stroomstootwapen is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man, aangetroffen. Het afgeleide DNA-hoofdprofiel, met een frequentie kleiner dan één op één miljard, matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 4] . 38

Ook op de achterbank van de Audi lag een wit snoer met aan de ene zijde een zilverkleurige

lans, voorzien van tape, en aan de andere zijde een zaklamp/stroomstootwapen. Op de tape

die aan het uiteinde van de lans zat, zaten smeltsporen en roetafzetting. Ook aan het uiteinde en in het midden van de lans zat roetafzetting. Aan het uiteinde van de lans zat een

beschadigde en beroete elektriciteitsdraad. 39 Dit stroomstootwapen heeft als kenmerk [nummer]

gekregen. 40 Ook dit stroomstootwapen is door het TMFI onderzocht. Op de

buitenzijde van het stroomstootwapen is een DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie

donoren, van wie zeker één man, aangetroffen. Het afgeleide DNA-hoofdprofiel, met een

frequentie kleiner dan één op één miljard, matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 4] . 41

Het op 7 augustus 2017 in de Audi aangetroffen navigatiesysteem is onderzocht. Hieruit is

gebleken dat de TomTom op 3 augustus 2017 op onder meer de [adres ] in

[plaats] en de [adres ] in [plaats] is geweest. 42 Op 4 augustus 2017 is om 01:02:34

uur vanaf [adres ] in [plaats] een route ingevoerd. Het navigatiesysteem bevond zich

vervolgens tussen 02:54:49 uur en 03 :02:59 uur op de [adres ] in [plaats] . 43 Op 7

augustus 2017 is om 00:22:56 uur een route ingevoerd van [plaats] naar [plaats] . Het

navigatiesysteem bevond zich tussen 02:01:04 uur en 02:10:44 uur aan de [adres ] in [plaats] . 44

De Nokia die in de middenconsole van de Audi is aangetroffen heeft als imeinummer

[nummer] . In de telefoon zat een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] . 45

In de Nokia is onder meer een sms-bericht van 7 augustus 2017 om 15:18 uur van “ [naam medewerkster] ” aangetroffen met de tekst: “Ha [verdachte] , bij deze nog even een reminder dat we morgen om half 9 bij de bieb hebben afgesproken. Mocht 9 uur beter uitkomen, laat dat dan even weten (dan zijn we ook nog ruim op tijd voor de post)”. Uit CIOT gegevens blijkt dat het nummer van [naam medewerkster] is gekoppeld aan Stichting [naam stichting 1] . Uit haar voicemail blijkt dat het [naam medewerkster] betreft. [naam medewerkster] bevestigt dat zij op 7 augustus 2017 aan verdachte voornoemd sms bericht verzonden heeft. 46

Uit historische telecomgegevens blijkt dat de Nokia met het telefoonnummer [telefoonnummer]

op 3 augustus 2017 om 17:43:14 uur een telefoonmast in [plaats] aan heeft gestraald en zich

vervolgens heeft verplaatst via [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en

[plaats] naar [plaats] , alwaar om 18:53:43 uur een zendmast werd aangestraald. 47 Uit vastgestelde Duitse celgegevens blijkt dat sprake is van treffers met dit telefoonnummer. Op

4 augustus 2017 om 03:13 uur in de cel noordelijk van het knooppunt A30/A31. 48 Het is een feit van algemene bekendheid dat dit knooppunt zich ongeveer halverwege de Nederlands Duitse grens en [plaats] bevindt. Op 7 augustus 2017 om 02:16:54 uur in de cel [adres ] in [plaats] en om 02:27:36 uur in de cel [adres ] / [Autosnelweg] . 49

De bij verdachte aangetroffen BlackBerry met imeinummer [nummer] is onderzocht.

Dit imeinummer is gekoppeld aan het telefoonnummer [telefoonnummer] . 50 Op 4 augustus

2017 straalde dit telefoonnummer om 01:24:13 uur een telefoonmast op de A1 aan en

verplaatste zich via [plaats] en [plaats] naar [plaats] om 03:17:48 uur. Om 03:57:30

verplaatste het telefoonnummer zich via [plaats] naar [plaats] . 51 Op 7 augustus 2017 straalde de telefoon om 01:56 uur de zendmast aan [adres ] in [plaats] aan. Om 02:17 uur de zendmast aan de [adres ] in [plaats] en om 02:26 uur een zendmast in [plaats] . 52

De BlackBerry met imeinummer [nummer] aangetroffen bij [medeverdachte 4] is

eveneens onderzocht. Het imeinummer is gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] . 53 Op 3 augustus 2017 straalde het telefoonnummer om 17:29:34 uur een

telefoonmast in [plaats] aan en verplaatste zich via [plaats] , [plaats] , [plaats] ,

[plaats] en [plaats] naar [plaats] om 18:52:59 uur. 54 Op 4 augustus 2017 straalde het

telefoonnummer om 03:23:47 uur een telefoonmast aan in [plaats] en verplaatste zich via

[plaats] naar [plaats] en [plaats] . 55 In de nacht van 7 augustus 2017 straalde het telefoonnummer om 00:20:38 uur de telefoonmast aan [adres ] in [plaats] aan.

Vervolgens verplaatste de telefoon zich via [plaats] , [plaats] , [plaats] naar [plaats]

om 01:08:11 uur. De telefoon straalde daarna voor het eerst weer aan om 02:32:40 in

[plaats] en verplaatste zich via [plaats] naar [plaats] . 56

[familielid verdachte 2] heeft op 15 december 2017 een verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer] bij hem in gebruik is geweest. 57 Over 7 augustus 2017 heeft hij het navolgende verklaard:

“Ik kreeg een berichtje van de persoon die vast zit, mijn familielid, van [verdachte] . Of hij belde

mij. Hij vroeg mij of ik wat wilde verdienen of dat ik mee ging en ik hoefde niet in die auto te zitten.” … “Ik ben naar [verdachte] toe gegaan. Ik ben met de auto van mijn moeder naar de

[adres ] gereden.” … “Toen ik daar kwam waren ze al op [adres ] in de gang van de garage waar [verdachte] zijn garagebox heeft. Met “ze” bedoel ik de twee personen die in

[plaats] zijn aangehouden in die Audi . Ik kreeg volgens mij mondeling een adres dat ik daar

naartoe moest rijden en toen ben ik gelijk weggegaan.” 58

“(V) Hoe wist je dat ze een plofkraak wilde gaan plegen?

(A) Omdat ze het al eerder hadden gedaan. Ik wist dat het daarmee te maken had, met

plofkraken. En ik hoefde alleen maar vooruit te rijden.

(V) Wat voor instructies heb je gekregen toen je in de garage aan [adres ] was?

(A) Ik heb dat adres gekregen. En [naam 2] en ik moesten voor rijden. De procedure is dat je

niet twee auto's dezelfde route rijdt. De snelle auto rijdt achter de eerste aan.” … “ [verdachte] en die andere jongen, zijn bijnaam is [bijnaam] , die wilde dat ik sneller ging rijden.”

(V) Welke route reden jullie?

(A) … Het was alleen maar snelweg... We gingen bij [plaats] de snelweg op en toen over de

snelweg richting Duitsland.”

“Ik weet wel dat we bij de grens aankwamen, dat je dan heel even kort de grens over gaat,

en dan kan je meteen de snelweg af en er meteen weer op zodat je weer de grens Duitsland-

Nederland overgaat. Dat hadden we gedaan. [naam 2] werd gebeld dat we nog een keer dat

“rondje grens” moesten doen. Dat hebben we weer een keer gedaan. Toen belde [naam 2] dat we voor een tweede keer het rondje hadden gedaan. Er werd toen gezegd dat we voor de

zekerheid nog een keer het “rondje grens” moesten doen. Dat zijn we toen voor de derde

keer gaan doen, en net toen we de eerste afslag in Duitsland weer namen zagen we de Audi

voorbijflitsen. De Audi reed dus Duitsland in.”

…“Volgens mij was het [verdachte] die belde naar [naam 2] . Dat tweede telefoontje was de

opdracht dat wij moesten kijken of het veilig was bij de grens om terug te keren naar

Nederland.” ... “Ik denk dat [verdachte] belde omdat uiteindelijk die [bijnaam] achter het stuur zat

toen ze aangehouden werden. [naam 2] en ik hebben toen weer één “rondje grens” gedaan.” …

“Nadat wij dat rondje hadden gedaan kwam de Audi ons op de snelweg in Nederland

voorbij scheuren. Daarna is er nog één telefoontje geweest dat [naam 2] vroeg of we nog

moesten overstappen zodat er maar één persoon in die Audi zou zitten. Ze hadden het

namelijk al vaker gedaan en die keer werd er met één persoon in de Audi terug naar

Nederland geblazen.” 59 “De Audi is maar blijven gassen, dus er werd niet overgestapt.” 60

Over 4 augustus 2017 heeft hij het navolgende verklaard:

“Er werd mij midden op de dag gevraagd of ik mee ging. Ik was die dag toevallig ook bij

[verdachte] bij [adres ] . 61 ” ….. “Het was in ieder geval de eerste keer van de twee keer dat ik ben mee gegaan. Volgens mij ben ik toen ook in de auto van mijn moeder als “voorrijder” mee gegaan.”

… “ [verdachte] vroeg of ik wilde voorrijden. Ik vroeg wat ik moest doen. Ik kreeg een route en

toen moest ik gaan rijden. Het was sowieso donker toen ik ging rijden richting Duitsland.”

…“Ik weet ook nog dat ik met mijn auto op de terug weg op de snelweg stil stond zonder

benzine. Ik weet dat de Audi toen mij al voorbij was. [verdachte] zat bij mij in de auto en ik wist

niet of “het” wel of niet was gebeurd.”

(V) Wie hebben op de heenweg naar Duitsland in die Audi gereden?

(A) …... In ieder geval [verdachte] .

(V) Werd bij beide keren dezelfde Audi gebruikt?

(A) Ja het was dezelfde Audi .” 62

Het telefoonnummer van [familielid verdachte 2] heeft op 4 augustus 2017 om 00:38:16 uur contact

gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] en straalde daarbij een telefoonmast in [plaats]

aan. Daarna is er nog viermaal contact tussen beide telefoonnummers waarbij het

telefoonnummer van [familielid verdachte 2] telefoonmasten aanstraalde in [plaats] , [plaats] en om

01:58:59 in [plaats] . Tussen 02:06:32 uur en 03:13:08 uur was er vijfmaal contact waarbij het telefoonnummer van [familielid verdachte 2] telkens in [plaats] aanstraalde. 63 Om 03:13:09 uur is er gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] en vond er een gesprek van 42 seconden plaats. 64

Op 7 augustus 2017 was er om 00:18:59 uur contact tussen het telefoonnummer van [familielid verdachte 2]

en [telefoonnummer] . Daarna is er nog zevenmaal contact tussen deze telefoonnummers

waarbij het telefoonnummer van [familielid verdachte 2] achtereenvolgens zendmasten in [plaats]

(01:18 uur), [plaats] , [plaats] en [plaats] (01:36:12 uur—02:22:52 uur) aanstraalde. 65

Verdachte verbleef sinds 7 augustus 2017 in hechtenis op verdenking van zijn betrokkenheid

bij de plofkraak op 7 augustus 2017 in [plaats] . 66 Op 12 september 2017 vond in de

Penitentiaire Inrichting in [plaats] een gesprek plaats tussen verdachte, zijn moeder [familielid verdachte 3]

, zijn vader [familielid verdachte 4] en zijn vriendin [vriendin] . Verdachte zegt op een gegeven

moment, nadat er over de aanklacht van een poging plofkraak gesproken wordt: “Wat mijn

DNA. Nee dat bestaat niet. Dat gaat helemaal niet komen dat sowieso niet. Van wat? Van die 1 seconde dat ik daar ben geweest.” 67

Op 14 november 2017 werd in een aflevering van het televisieprogramma Opsporing

Verzocht aandacht besteed aan plofkraken. Onder andere kwam ter sprake de plofkraak op

een geldautomaat van de [bank] in [plaats] op 4 augustus 2017, voorafgegaan door

een voorverkenning op 3 augustus 2017. Verbalisant [verbalisant 1] herkende een van de personen

die getoond was bij de voorverkenning in [plaats] op 3 augustus 2017 als [medeverdachte 4] . 68

Op 14 november 2017 vond om 21:45 uur tussen verdachte en zijn vader [familielid verdachte 4] een

telefoongesprek vanuit de Penitentiaire Inrichting in [plaats] plaats. Verdachte en zijn vader

bespreken de uitzending van Opsporing Verzocht als op een gegeven moment [familielid verdachte 4] zegt:

“maar die [bijnaam] zie je erop.” Verdachte antwoordt dan ‘jaaaahaa en eeh... ntv...fucked up".

[familielid verdachte 4] reageert daarop: “Hij is de lul dan.” En later: “Is [medeverdachte 4] de lul”. 69

Bewijsoverwegingen, ambtshalve en naar aanleiding van gevoerde verweren

Overwegingen ten aanzien van de mobiele telefoons en DNA sporen

De verdediging heeft aangevoerd dat de tot het gebruik van mobiele telefoons te herleiden

gegevens over communicatieverkeer mogelijk iets zeggen over het gebruik van die telefoons,

maar niet ook (zonder meer) iets over de identiteit van de gebruikers daarvan. Immers, een

telefoon kan van hand tot hand gaan, met gevolg dat aan het vastgestelde bezit of gebruik

van een telefoon op het ene moment geen gevolgtrekkingen kunnen worden verbonden voor

het andere moment. Zo bezien is wat in het voorbereidend onderzoek over

telecommunicatieverkeer is komen vast te staan voor het bewijs van geen althans zeer

betrekkelijke betekenis, aldus in de kern dit onderdeel van het verweer.

De rechtbank volgt de verdediging hierin niet. Het is vanzelfsprekend denkbaar dat een

mobiele telefoon door de gebruiker daarvan (mede) met het oog op het gebruik daarvan door een derde uit handen wordt gegeven. Met het enkele bestaan van die mogelijkheid is evenwel niet gegeven dat die mogelijkheid zich ook heeft gerealiseerd. Daarvoor is ten minste nodig dat van de aannemelijkheid daarvan moet worden uitgegaan. In het zich hier voordoende geval, waarin onder verdachte een door hem met zich gevoerde telefoon is aangetroffen en inbeslaggenomen, heeft als vertrekpunt te gelden dat het op de weg van verdachte als de bezitter daarvan ligt om een voor verificatie vatbare verklaring af te leggen, opdat kan worden onderzocht en vastgesteld of die mogelijkheid van uit handen geven van een telefoon zich ook heeft voorgedaan. Verdachte heeft er echter voor gekozen zo’n verklaring niet af te leggen, terwijl evenmin is gebleken van andere feiten of omstandigheden die nopen tot het oordeel dat aan het enkele bezit van een mobiele telefoon door verdachte geen gevolgtrekkingen over zijn feitelijk bezit of gebruik daarvan op andere momenten mogen worden verbonden. Daarbij komt, dat de vraag naar bewijsbetekenis van aan telecommunicatieverkeer te verbinden gegevens niet slechts geïsoleerd, maar ook en dikwijls in het licht van andere onderzoeksbevindingen wordt beantwoord, zoals uit het navolgende nog zal blijken.

Het laatstbedoelde uitgangspunt heeft in de regel ook te gelden voor de vraag naar de

bewijsbetekenis van op verplaatsbare voorwerpen aangetroffen sporen en daarin vastgestelde DNA-profielen. Door de verdediging is op goede gronden betoogd dat behoedzaamheid geboden is en in de onderhavige zaak die te betrachten behoedzaamheid meebrengt, dat aan mobiele sporendragers geen, de verdachte belastende gevolgtrekkingen mogen worden verbonden. Ook hier heeft voor de rechtbank als uitgangspunt te gelden dat de bewijsbetekenis mede afhangt van de aard van het voorwerp, de plaats en de omstandigheden waaronder het — al dan niet in combinatie met andere voorwerpen en/of sporendragers — is aangetroffen en veiliggesteld, als ook de verklaring die verdachte in het voorkomende geval voor dat aantreffen heeft kunnen of willen geven.

De bruikbaarheid voor het bewijs van de verklaring van [familielid verdachte 2]

De verdediging heeft bepleit dat de rechtbank de door [familielid verdachte 2] bij de politie afgelegde

verklaring, die naar de inhoud daarvan (ook) verdachte sterk belast, niet voor het bewijs zal gebruiken. Daartoe is — samengevat — aangevoerd dat, gelet op wat over de persoon van

[familielid verdachte 2] is gebleken, te weten zijn kwetsbaarheid en persoonlijkheidsproblematiek, de inhoud

van zijn na een langdurig verhoor bij de politie afgelegde verklaring maakt, dat deze geen

geloof verdient. De verdediging heeft dit verweer mede gegrond op wat zou blijken uit een

(toentertijd nog te verdedigen) proefschrift, waarin als resultaat van onderzoek wordt

beschreven dat bij ongeveer 60% van de ondervraagde verdachten volgens objectieve tests

sprake was van een kwetsbare verdachte, terwijl de politieambtenaren slechts 3% van die

groep als kwetsbaar aanmerkte.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het van het verhoor van (de

verdachte) [familielid verdachte 2] opgemaakte proces-verbaal volgt, dat het verhoor vele uren in

beslag heeft genomen, dat hij aanvankelijk iedere betrokkenheid bij plofkraken heeft

ontkend, en dat hij op een zeker en door emoties gekleurd moment die eigen betrokkenheid

alsnog heeft erkend, en overigens sterk belastend heeft verklaard over verdachte. Het is ook

de rechtbank niet ontgaan, dat het verhoor van genoemde [familielid verdachte 2] als getuige ter terechtzitting een moeizaam verloop heeft gehad, terwijl hij volgens zijn verklaring zich inhoudelijk weinig tot niets kon herinneren van het verloop en de inhoud van die eerder door hem, bij de politie afgelegde verklaring.

Anders dan door de verdediging is bepleit, dwingt dit een en ander voor de rechtbank niet tot de conclusie dat de door [familielid verdachte 2] bij de politie afgelegde verklaring niet voor de

bewijslevering in aanmerking komt vanwege de onbetrouwbaarheid daarvan. De rechtbank kwalificeert de stellingen over de kwetsbaarheid en persoonlijkheid van [familielid verdachte 2] als

speculatief, terwijl het enkele feit van de lange duur van dat verhoor evenmin dwingt tot de

conclusie van bewijsuitsluiting of het betrachten van bijzondere behoedzaamheid bij de

rechterlijke waardering van de inhoud ervan. Waar het gaat om de waardering van het

waarheidsgehalte van zijn als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring heeft de getuige de rechtbank allerminst kunnen overtuigen. Anders gezegd: de rechtbank gaat aan de inhoud daarvan voorbij, omdat die verklaring geen geloof verdient, op grond van de inhoud daarvan en vanwege de indruk die de rechtbank ter terechtzitting van deze getuige heeft bekomen.

Overwegingen ten aanzien van het navigatiesysteem

Door de raadsman is het verweer gevoerd dat het navigatiesysteem dat in de Audi A5 is

aangetroffen niet aan verdachte is te linken, enkel omdat hij als bijrijder in deze auto is

aangehouden. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu zij de bevijsmidde1en die hiervoor

opgesomd zijn in onderlinge samenhang beziet en daaruit afleidt dat verdachte zowel op 3, 4 als op 7 augustus 2017 gebruikt heeft gemaakt van het navigatiesysteem ten behoeve van de plofkraken gepleegd op 4 augustus 2017 in [plaats] en op 7 augustus 2017 in [plaats] .

Overwegingen ten aanzien van de door verdachte gedragen kleding

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van zijn aanhouding een

kogelwerend vest en een regenpak droeg omdat hij dakloos was en buiten sliep. De

rechtbank constateert dat verdachte niet slapend op straat is aangetroffen, maar in een auto

die — zo blijkt uit de bewijsmiddelen — vlak daarvoor betrokken is geweest bij een plofkraak. Bovendien valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat het enkele slapen onder de blote hemel noopt tot het dragen van een kogelwerend vest. Mede bezien in het licht van de andere verdachte belastende bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van verdachte geen geloof verdient.

Wat uit de bewijsmiddelen blijkt

Uit de inhoud van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen, bezien in hun onderling

verband en samenhang blijkt van de volgende gang van zaken. Waar in het navolgende wordt gesproken over plofkraken heeft de rechtbank het oog op het samenstel van gedragingen, die door de officier van justitie zijn tenlastegelegd onder de feiten 1

en 4, waarvan de inhoud hierboven reeds verkort is weergegeven.

De plofkraken op 4 en 7 augustus 2017:

- Binnen een tijdsbestek van vier dagen zijn in Duitsland nabij de Nederlandse grens

in de Duitse deelstaat [deelstaat] twee (pogingen tot) plofkraken gepleegd,

te weten op 4 augustus 2017 te [plaats] en op 7 augustus 2017 te [plaats] .

- Deze gebeurtenissen voltrokken zich steeds gedurende het nachtelijk uur en zijn

steeds door meer personen gepleegd.

- De daders hebben bij hun vlucht vanaf de plaats van het delict telkens gebruik

gemaakt van een personenauto van het merk Audi .

- Bij gelegenheid van deze plofkraken is steeds gebruik gemaakt van een steen, bij

wijze van deurstopper voor de toegangsdeur tot de ruimte waarin de geldautomaten

zijn geplaatst en is gebleken dat de bij de beide plofkraken gebruikte gasflessen,

ontstekingsbronnen en -kabels identiek zijn.

- Verdachte en [medeverdachte 4] zijn zeer korte tijd na de plofkraak op 7 augustus 2017 na

een achtervolging door de politie en in elkaars gezelschap verkerend aangehouden,

in een gestolen Audi .

- Beiden droegen toen o.m. een kogelwerend vest en een regenpak, terwijl [medeverdachte 4]

was getooid met een bivakmuts.

- In de Audi waarin zij zaten zijn attributen aangetroffen die bij dergelijke feiten

gebruikt plegen te worden met het oog op het kunnen veroorzaken van een

ontploffing in een geldautomaat: gasflessen, slangen en twee stroomstootwapens,

met daarop smeltsporen en roetafzetting.

- Op beide stroomstootwapens — die gelet op de smeltsporen en roetafzetting gebruikt

zijn als ontstekingsmechanismen — zijn sporen aangetroffen waarin de aanwezigheid

van een tot [medeverdachte 4] te herleiden DNA-profiel is vastgesteld.

- In die Audi zijn kentekenplaten aangetroffen, die op 4 augustus 2017 zijn gestolen in [plaats] .

- De aan verdachte en [medeverdachte 4] als onderscheiden gebruikers daarvan toe te

schrijven telefoons zijn op grond van de aan die telefoons te relateren locaties en/of

contacten in relevant verband te brengen met de plaatsen waar de plofkraken hebben

plaatsgehad, als ook met de weg daarheen vanuit Nederland en weer terug, steeds de

regio [plaats] .

- Enkele uren voorafgaand aan de op 4 augustus 2017 gepleegde plofkraak hebben

verdachte en [medeverdachte 4] zich op de latere plaats van het delict bevonden, naar moet

worden aangenomen ter verkenning van de feitelijke situatie ter plaatse.

- Een aan verdachte als gebruiker daarvan toe te schrijven telefoonnummer heeft op

beide pleegdata in verbinding gestaan met een telefoonnummer, waarvan het gebruik

moet worden toegeschreven aan de als getuige gehoorde [familielid verdachte 2] .

- Deze getuige heeft verklaard dat hij bij beide plofkraken de zogenoemde rol van

voorrijder heeft vervuld, op 7 augustus 2017 ten behoeve van verdachte en [medeverdachte 4]

en op 4 augustus 2017 ten behoeve van o.a. verdachte.

- Uit opgenomen vertrouwelijke communicatie waaraan door verdachte is

deelgenomen blijkt dat hij naar zijn zeggen op 7 augustus 2017 op de plaats van het

delict te [plaats] is geweest.

Het bewijs voor de op 4 en 7 augustus 2017 gepleegde plofkraken nader beschouwd

Uit de hiervoor beschreven, en tot de samenhangende inhoud van de gebezigde

bewijsmiddelen te herleiden feitelijke gang van zaken bij de op 4 en 7 augustus 2017

gepleegde plofkraken volgt, dat deze verdachte onmiskenbaar sterk bezwaren.

Verdachte heeft ter terechtzitting zijn betrokkenheid bij deze plofkraken ontkend. Meer in

het bijzonder heeft hij geen redelijke verklaring kunnen of willen geven op of over:

- Wat hij en/of zijn mededader gedurende de uren die aan zijn aanhouding en die van

zijn mededader op 7augustus 2017 vooraf zijn gegaan heeft/hebben gedaan, verricht

en ondervonden.

- De herkomst van de Audi , waarin hij op 7 augustus 2017 is aangehouden.

- De op 7 augustus 2017 door hem gedragen kleding en muts.

- De op 7 augustus 2017 in de Audi aangetroffen voorwerpen: gasflessen, slangen en

stroomstootwapens, het navigatieapparaat (met inbegrip van de daarin opgeslagen

navigatiegegevens) en de gestolen kentekenplaten.

- De aan telecommunicatiegegevens ontleende vaststellingen over personen, plaatsen

en tijdstippen.

- De inhoud van heimelijk opgenomen vertrouwelijke communicatie waaraan

verdachte heeft deelgenomen.

- Het tot de verdachte [medeverdachte 4] te herleiden DNA-profiel, aangetroffen op diverse

sporendragers.

- De aanwezigheid van verdachte en [medeverdachte 4] op 3 augustus 2017 in de ruimte

waarin de geldautomaten die op 4 augustus zijn gekraakt zijn geplaatst.

- De belastende verklaring van de getuige [familielid verdachte 2] .

In het bijzonder voor deze redengevende feiten en omstandigheden heeft verdachte een die

redengevendheid ontzenuwende verklaring niet willen of kunnen geven. Ook overigens heeft

verdachte waar het de tenlastegelegde feiten betreft zich in de kern op het zwijgrecht

beroepen. De rechtbank verbindt daaraan in het bestek van de bewijslevering de

gevolgtrekking dat het verdachte is geweest, die op 4 en 7 augustus 2017 als dader tezamen

en in vereniging met (in elk geval) [medeverdachte 4] deze ten laste gelegde plofkraken heeft

gepleegd. Voor het aannemen van een minder vergaande strafbare betrokkenheid van

verdachte — bijvoorbeeld in de vorm van zijn medeplichtigheid aan die plofkraken — biedt de inhoud van het dossier geen redelijk aanknopingspunt.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank vaststaan dat verdachte tezamen en in

vereniging met [medeverdachte 4] op 4 augustus 2017 heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen in de geldautomaat van de [bank] in [plaats] , en dat verdachte en [medeverdachte 4]

geprobeerd hebben geld uit deze automaat te stelen. (…)

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 4]

op 7 augustus 2017 heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen in de

geldautomaat van de [bank] in [plaats] en dat verdachte en [medeverdachte 4]

geprobeerd hebben geld uit deze automaat te stelen.

Levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de poging tot ontploffing op 7

augustus 2017 in [plaats] geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel heeft

opgeleverd.

De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht is straf

bedreigd tegen onder anderen degene die opzettelijk een ontploffing teweegbrengt indien

daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te

duchten is. Om in rechte zodanig gevaar als vaststaand te kunnen aannemen is vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat levensgevaar of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel inderdaad te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar of het gevaar

voor zwaar lichamelijk letsel ten tijde van het teweegbrengen van de ontploffing naar

algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Van die vereiste voorzienbaarheid zal in de regel geen sprake zijn indien zich ten tijde van de ontploffing geen personen in de nabijheid bevonden (vgl. HR 17 februari 2009, UN BG1653, NJ 2009/120).

Op basis van het dossier in de onderhavige zaak kan worden vastgesteld dat de geldautomaat van de [bank] waar op 7 augustus 2017 is geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen, was gesitueerd in een ruimte op de begane grond van een pand waarin zich ook woningen bevonden. Het dossier houdt echter onvoldoende in om vast te stellen dat zich in die woningen op het moment van de poging tot ontploffing daadwerkelijk personen

bevonden. In zijn algemeenheid zou gezegd kunnen worden — zoals is ten laste gelegd — dat het teweeg brengen van een ontploffing levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor mogelijke voorbijgangers zou kunnen opleveren. De daadwerkelijke aanwezigheid van die voorbijgangers kan echter evenmin worden vastgesteld. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de poging tot ontploffing op 7 augustus 201 7 levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor omwonenden en/of mogelijke voorbijgangers heeft veroorzaakt, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Voorbereidingshandelingen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat overtuigend bewijs dat verdachte

onomstotelijk in verband brengt met voorbereidingshandelingen ontbreekt, zodat verdachte

moet worden vrijgesproken van het onder 1, derde cumulatief/alternatief tenlastegelegde.

De rechtbank overweegt als volgt. Onder 1, derde cumulatief/alternatief is ten laste gelegd

het plegen van voorbereidingshandelingen voor — kort gezegd — een plofkraak. Op basis van de tenlastelegging, het dossier en hetgeen de officier van justitie daaromtrent ter

terechtzitting naar voren heeft gebracht begrijpt de rechtbank dat dit deel van de

tenlastelegging betrekking heeft op de voorbereiding van de plofkraak op 7 augustus 2017 te [plaats] . Zoals volgt uit wat hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (poging tot) plofkraak zelf. Dat betekent dat de voorbereiding als het ware opgaat in die poging (…).

Het hof verenigt zich met de hierboven opgenomen overwegingen van de rechtbank en neemt deze over. Aanvullend overweegt het hof ten aanzien van enkele specifieke punten - mede gelet op hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen - als volgt.

- Ten aanzien van de bij verdachte aangetroffen BlackBerry overweegt het hof in aanvulling op bovenstaande dat verdachte zelf in zijn eerste verklaring bij de politie heeft verklaard dat de BlackBerry Z30 die onder hem in beslag is genomen, van hem is.70

- De verdediging stelt zich in hoger beroep wederom op het standpunt dat geen geloof kan worden gehecht aan de verklaring van [familielid verdachte 2] die hij bij de politie heeft afgelegd en die voor verdachte zeer belastend is. Daartoe heeft de verdediging in hoger beroep in grote lijnen dezelfde argumenten naar voren gebracht als in eerste aanleg, te weten de kwetsbare persoonlijkheid van [familielid verdachte 2] en de reële mogelijkheid dat hij door de politie in de richting van deze belastende verklaring is gemanoeuvreerd. Het hof ziet in het dossier echter geen aanknopingspunten die dit standpunt ondersteunen of aannemelijk maken. In hetgeen is aangevoerd ziet het hof dan ook geen reden om anders te oordelen over de betrouwbaarheid van de belastende verklaring dan de rechtbank reeds heeft gedaan en zoals dat hierboven is weergegeven. Het verweer wordt verworpen.

- Medeplegen.

Gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen zoals die uit het vonnis van de rechtbank zijn overgenomen stelt het hof vast dat de plofkraken op 4 en op 7 augustus 2017 gepleegd zijn door (in ieder geval) verdachte en [medeverdachte 4] . Via telecomgegevens, gegevens uit het aangetroffen navigatiesysteem en als inzittenden van de Audi waarin zij zijn aangehouden zijn verdachte en [medeverdachte 4] in verband te brengen met de beide plofkraken. Vastgesteld kan worden dat zij beiden op de plaatsen delict zijn geweest op het moment dat de ontploffing plaatsvond of plaats moest hebben. Ook staat voor het hof vast dat verdachte en [medeverdachte 4] zodanig hebben samengewerkt dat van medeplegen gesproken dient te worden, hoewel niet vastgesteld kan worden wat de precieze onderlinge taakverdeling is geweest.

- Levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
Evenals de rechtbank constateert het hof dat uit het strafdossier niet kan worden opgemaakt of er op 7 augustus 2017 daadwerkelijk personen aanwezig waren in de nabijheid van het pand waar de ontploffing zou plaatsvinden. Ook blijkt uit het dossier niets met betrekking tot bijvoorbeeld de constructie van het gebouw of de ruimte waarin de geldautomaat stond, zodat de risico's voor de bewoner(s) in de omliggende woningen bij een ontploffing niet kunnen worden ingeschat. Het dossier bevat aldus onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring van het te duchten levensgevaar dan wel het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van omwonenden en/of voorbijgangers te komen.
Het hof zal verdachte daarom - evenals door de rechtbank is gedaan - vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.
- Bewezenverklaring feit 1, eerste en tweede cumulatief tenlastegelegde.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander op 7 augustus 2017 heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen in de geldautomaat van de [bank] in [plaats] en dat verdachte en zijn mededader geprobeerd hebben geld uit deze automaat te stelen.

- Bewezenverklaring feit 1, derde cumulatief tenlastegelegde.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (poging tot) plofkraak zelf, alsook dat dit betekent dat de voorbereiding als het ware opgaat in die poging. Naar het oordeel van het hof leidt dit echter niet tot vrijspraak voor wat betreft de voorbereiding, maar is in het onderhavige geval sprake van eendaadse samenloop zoals neergelegd in artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.71

- Bewezenverklaring feit 4A primair en 4B.
Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van het hof dat weliswaar geen buit is verkregen, maar dat wel sprake is geweest van een ontploffing. Gelet op het hiervoor overwogene staat vast dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander op 4 augustus 2017 een ontploffing teweeg heeft gebracht in de geldautomaat van de [bank] in [plaats] , en dat verdachte en zijn mededader geprobeerd hebben geld uit deze automaat te stelen. Nu de tenlastelegging in hoger beroep ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde is gewijzigd, leidt dit tot bewezenverklaring van het onder 4A primair en 4B tenlastegelegde.

Ten aanzien van de onder feit 2 tenlastegelegde heling heeft de rechtbank het navolgende overwogen:

Zoals hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte op 7 augustus 2017 in [plaats] tezamen en in vereniging met [medeverdachte 4] een plofkraak heeft

gepleegd. Bij deze plofkraak is gebruik gemaakt van de gestolen Audi A5 Sportback die aan

[naam 1] toebehoort. Verdachte en [medeverdachte 4] zijn samen in deze auto aangetroffen en

aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat

verdachte tezamen met [medeverdachte 4] de Audi A5 geheeld heeft. Het is immers een feit van

algemene bekendheid dat plegers van plofkraken alles in het werk stellen om niet in verband

te worden gebracht met het gepleegde strafbare feit. Vaak wordt gebruik gemaakt van

gestolen personenauto’s en worden deze voorzien van gestolen kentekenplaten. Verdachte

heeft in het geheel geen voor verificatie vatbare verklaring afgelegd. Dan moet het ervoor

worden gehouden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de misdadige herkomst van de

Audi A5.

Op 8 augustus 2017 is tijdens een doorzoeking in de garagebox [adres ] in

[plaats] een tas met goederen gevonden. Deze tas met goederen is door [naam 1] herkend

als zijn eigendom. Deze garagebox werd gehuurd door verdachte. Daarmee komt vast te

staan dat een aan [naam 1] ontstolen tas met inhoud is aangetroffen in een ruimte waarvan

het moet worden gehouden dat het verdachte is die de beschikkingsmacht heeft over de in die ruimte aanwezige voorwerpen, behoudens contra-indicaties die in het onderhavige geval niet aannemelijk zijn geworden. Daarmee is dus ook zijn wetenschap over de misdadige

herkomst is daarmee gegeven

Het hof verenigt zich met de hierboven opgenomen overweging van de rechtbank en neemt deze over. Aanvullend overweegt het hof ten aanzien van enkele specifieke punten als volgt.

- Het hof zal, evenals de rechtbank, verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde heling van het navigatiesysteem. In de garagebox van verdachte is een navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem is echter niet door [naam 1] herkend als aan hem toebehorend.

- Met betrekking tot de gestolen Audi A5 Sportback overweegt het hof resumerend dat, gelet op de omstandigheden waaronder verdachte en [medeverdachte 4] de auto op 7 augustus 2017 in hun bezit hadden, de omstandigheid dat niet is gebleken dat verdachte en/of [medeverdachte 4] rechtmatig over de auto beschikte(n) en verdachte niet een aannemelijke verklaring heeft gegeven omtrent de rechtmatige verkrijging van de auto, is het hof van oordeel dat verdachte wetenschap heeft gehad van de misdadige herkomst van de Audi A5.

Ten aanzien van de feiten 6, 7, 8 en 9 heeft de rechtbank het navolgende overwogen:

Ten aanzien van de feiten 6,7 en 8

Op 25 juli 2017 is aangifte gedaan van het op die dag om 03:07 uur veroorzaken van een

explosie en diefstal van geld uit een geldautomaat van de [bank] aan de

[adres ] in [plaats] . 72 Ter plaatse constateren politieambtenaren dat de glazen pui

van de entree is gebarsten en dat er rook naar buiten komt. De geldautomaat in de hal is

zwaar beschadigd. 73 Naast het bedieningspaneel van de vernielde geldautomaat is een zwart

horloge van het merk Guess Steel gevonden. De zwarte leren band was aan een kant

afgerukt. 74 De band (spoor 14 en 15) en de behuizing (spoor 12 en 13) van het horloge zijn

op meerdere plekken bemonsterd. 75 De bemonsteringen, genomen van de buitenkant van de

afgerukte band van het horloge (spoor 15) leveren een match op in de Duitse DNA-databank met het DNA-profiel van verdachte. 76 Achter de toegangsdeur van de [bank] stonden twee gasflessen, een zuurstoffles en een acetyleenfles. De flessen waren

aaneengeplakt 77 en er waren slangen aan bevestigd. 78 In totaal is € 105.980,- buit gemaakt. 79

Getuige [naam 3] heeft verklaard dat hij samen met [naam 4] (de rechtbank begrijpt: [naam 4]

) in een auto zat, toen zij een heel luide knal hoorden. Zij zijn in de richting van de

knal gereden. Op enig moment schoot met zeer hoge snelheid een zwarte Audi A6 stationcar

voorbij. Deze auto voerde geen verlichting en reed even later door rood licht. Hij kon het

kenteken van de Audi lezen. Hij is er heel zeker van dat het AC was. Als

onderscheidingstekens heeft hij SF of ST gezien. Vervolgens zijn ze linksaf geslagen en

zagen toen meteen de scherven bij de [bank] op straat liggen. Ze hebben alleen

maar de A6 weg zien rijden. 80 Getuige [naam 4] heeft verklaard dat hij een harde knal

hoorde. Hij herinnert zich één voertuig dat hem en [naam 3] voorbij reed en dat is een

donkere/zwarte Audi A6 stationcar, met een gedeeltelijk kenteken [kentekennummer] . Deze auto reed

met hoge snelheid weg. 81

Getuige [naam 5] heeft verklaard dat hij als bezorger langs de [bank] kwam en zag dat er meerdere personen in en uit de bank liepen. Het waren in ieder geval drie gemaskerde personen. Op het moment dat de getuige ter hoogte van de bank was, sprongen de ramen. 82

Op 25 juli 2017 omstreeks 03:30 uur kreeg verbalisant [verbalisant 2] het verzoek om positie in te nemen onderaan de afrit van de A12 bij industrieterrein [plaats] , omdat een

achtervolging gaande was van een zwarte Audi met het Duitse kenteken [kentekennummer] ,

komend uit de richting van [plaats] . Om 04:14 uur reed deze Audi met hoge snelheid de afrit af, waarna [verbalisant 2] de achtervolging inzette. 83 Om 04:16 uur hoorde de verbalisant dat de Audi gecrasht was op het [adres ] in [plaats] . Hij hoorde vanuit de politiehelikopter dat de bestuurder wegvluchtte uit de auto. 84

Deze gecrashte zwarte Audi Rs6 is onderzocht. De Audi bleek gestolen te zijn tussen 27 en

28 juni 2017 in [plaats] en voerde eerder het kenteken [kentekennummer] . 85 Voor de achterbank van

de Audi lagen twee kentekenplaten [kentekennummer] . Deze kentekenplaten bleken gestolen te zijn

in de nacht van 7 op 8juli 2017 in [plaats] (Duitsland). 86

In het contactslot stak een waarschijnlijk valse sleutel. 87 Uit bemonstering van deze sleutel

( [nummer] 88 ) is een DNA-mengprofiel afgeleid van minimaal twee personen. Hieruit is

een DNA-hoofdprofiel afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] , waarbij de

frequentie van het profiel kleiner is dan één op één miljard. 89

Voor de bijrijdersstoel lag een zaklamp/stroomstootwapen met daaraan een

elektriciteitsdraad. 90 Op de airbag van de bestuurder zijn vlekken bemonsterd. 91 Uit deze

bemonstering ( [nummer] ) is een DNA-profiel verkregen dat matcht met [medeverdachte 3] ,

waarbij de frequentie van het profiel kleiner is dan één op één miljard. 92

In de kofferbak lagen onder andere verschillende regenjassen en regenbroeken, bivakmutsen en delen van één of meerdere geldcassettes. In het dashboardkastje werd nog een bivakmuts aangetroffen. 93 Op één van de bivakmutsen ( [nummer] 94 ) gevonden in de kofferbak van de gecrashte Audi is in de bemonstering van de binnenzijde bij de ogen/het voorhoofd een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen verkregen, waarbij verdachte en [medeverdachte 3] niet zijn uitgesloten als donoren. 95 De resultaten van dit onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 3] en drie onbekende, niet verwante personen dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier onbekende personen. 96

Op een andere bivakmuts uit de kofferbak ( [nummer] 97 ) is in een bemonstering van de

binnenzijde boven de ogen/het voorhoofd eveneens een DNA-profiel verkregen dat matcht

met het DNA-profiel van verdachte. De frequentie van dit profiel is kleiner dan één op één

miljard. 98 Op de in de kofferbak gevonden regenbroek maat S ( [nummer] 99 ) is een

DNA-mengprofiel van minimaal drie personen verkregen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel

afgeleid dat match met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] , waarbij de frequentie kleiner is dan één

op één miljard. 100 In een bemonstering van de binnenzijde van de kraag van de in de

kofferbak aangetroffen regenjas maat M ( [nummer] 101 ) en op de binnenzijde van de

bovenrand van de in de kofferbak aangetroffen regenbroek maat M ( [nummer] 102 ) is

een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] , waarbij de

frequentie van het profiel kleiner is dan één op één miljard. 103 De bemonstering van de

binnenzijde van de kraag van de regenjas maat M ( [nummer] 104 ) leverde een DNA

mengprofiel van minimaal drie personen op, waarbij verdachte niet uitgesloten is als

donor. 105 Aanvullend is gerapporteerd dat de resultaten extreem veel waarschijnlijker zijn

wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte en drie onbekende, niet verwante

personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier onbekende, niet verwante

personen. 106

Op de bivakmuts uit het dashboardkastje ( [nummer] 107 ) is in een bemonstering van de

binnenzijde bij de ogen/het voorhoofd een DNA-mengprofiel afgeleid van minimaal twee

donoren, van wie zeker één man. Verdachte en [medeverdachte 2] kunnen donor zijn. 108 Aanvullend is

gerapporteerd dat de resultaten extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer de bemonstering

DNA bevat van [medeverdachte 2] en twee onbekende, niet verwante personen, dan wanneer de

bemonstering DNA bevat van drie onbekende, niet verwante personen. 109

Ook zijn er sporen veiliggesteld op een Iphone die in het voertuig is gevonden

( [nummer] ). 110 Uit een bemonstering is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het

DNA-profiel van [medeverdachte 3] . De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één

miljard. 111 In de aangetroffen iPhone met telefoonnummer [telefoonnummer] is te zien dat in de

periode van 15 april 2017 tot en met 25 juli 2017 876 belbewegingen zijn gemaakt. 173 keer is contact met het telefoonnummer van [naam 6] , de vriendin van [medeverdachte 3] en 293 keer met [naam 7] , de vader van [medeverdachte 3] . 112 Op 31 oktober 2017 heeft [medeverdachte 3] in een telefoongesprek met een medewerker van het UWV bevestigd dat voornoemd telefoonnummer zijn oude telefoonnummer is. 113

Het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt op 25 juli 2017 van 02:30 uur tot 03:04 uur de

telefoonmast aan [adres ] in [plaats] aan en om 03:30 uur een zendmast in

[plaats] . Op 25 juli 2017 om 00:21 uur en 01:50 uur heeft het telefoonnummer van [medeverdachte 3]

contact met het telefoonnummer [telefoonnummer] . 114 Vlak voor de crash met de Audi heeft het

telefoonnummer van [medeverdachte 3] driemaal contact (om 03:48, 03:57 en 04:11 uur) met

telefoonnummer [telefoonnummer] . 115 Vlak na de crash probeert het telefoonnummer [telefoonnummer] tevergeefs contact te zoeken met het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . 116

In de Audi waarin op 7 augustus 2017 verdachte als bijrijder is aangehouden werd in de

middenconsole een Nokia gevonden met imeinummer [nummer] . In de telefoon zat

een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] . 117 In de Nokia is onder meer een sms

bericht van 7 augustus 2017 om 15:18 uur van “ [naam medewerkster] ” aangetroffen met de tekst: “Ha

[verdachte] , bij deze nog even een reminder dat we morgen om half 9 bij de bieb hebben

afgesproken. Mocht 9 uur beter uitkomen, laat dat dan even weten (dan zijn we ook nog ruim op tijd voor de post) “. Uit CIOT-gegevens blijkt dat het nummer van [naam medewerkster] is gekoppeld aan Stichting [naam stichting 2] . Uit haar voicemail blijkt dat het [naam medewerkster] betreft. [naam medewerkster] bevestigt dat zij op 7 augustus 2017 aan verdachte voornoemd sms-bericht verzonden heeft. 118

In de Nokia is in de contactenlijst het telefoonnummer [telefoonnummer] aangetroffen onder de

naam [naam 10] ’. 119 In de periode van 27 juni 2017 tot en met 25 juli 2017 heeft dit

telefoonnummer 255 keer een zendmast in [plaats] aangestraald. 120 [medeverdachte 2] heeft als

verblijfsadres [adres ] , [woonplaats] . 121 Op 19juli 2017 heeft verdachte gebeld

naar [telefoonnummer] . Er vindt geen gesprek plaats en verdachte belt direct het bij [medeverdachte 2] in

gebruik zijnde telefoonnummer [telefoonnummer] . 122 Ook dan vindt geen gesprek plaats, waarna

verdachte meerdere malen naar [telefoonnummer] belt totdat uiteindelijk contact wordt gelegd. 123

Het telefoonnummer [telefoonnummer] straalde op 25 juli 2017 van 02:34 uur tot 02:48 uur een

telefoonmast aan [adres ] in [plaats] aan. Daarna straalde het nummer voor het eerst

om 03:24 uur weer een telefoonmast aan in [plaats] en om 03:30 uur in [plaats] . 124

Bij de aanhouding van verdachte op 7 augustus 2017 vond een veiligheidsfouillering plaats.

Uit een van zijn zakken werd een zwarte Blackberry met imeinummer [nummer]

gehaald. 125 Dit imeinummer is gekoppeld aan het telefoonnummer [telefoonnummer] . 126 Op 25 juli 2017 straalde dit telefoonnummer vanaf 02:30 uur tot 03:05 uur de telefoonmast

[adres ] in [plaats] aan. 127

Door de politie Eenheid Oost-Nederland zijn in [plaats] lege geldcassettes met het opschrift

[plaats] aangetroffen. 128 Op één van de geldcassettes is een plastic loodje aangetroffen met een streepjescode met cijfers. Uit controle is gebleken dat deze cassette op 30 juni 2017 naar de [bank] in [plaats] is gebracht. 129 "

Ten aanzien van feit 9

Op camerabeelden van de [bank] aan de [adres ] in [plaats] is te zien dat op 8

juli 2017 om 22:48:30 uur twee personen de entree van de ruimte waar zich drie

geldautomaten bevinden betreden en bij de glazen schuifdeur blijven staan. Zij bekijken heel

precies de geldautomaten en spreken daarbij met elkaar. 130 Politieambtenaren [verbalisant 3] en

[verbalisant 4] bevestigen beiden dat het om verdachte en [medeverdachte 4] gaat.

Om 22:51 uur verschijnen twee andere personen in de entree en blijven daar met verdachte

en [medeverdachte 4] staan. Verdachte en [medeverdachte 4] hebben de videocamera boven de

ingangsdeur gezien en proberen zich buiten het bereik daarvan te houden. Om 22:55 uur

verlaten de vier personen de ruimte. 131 Aan de hand van een screenshot van de beelden

herkennen verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] verdachte en [medeverdachte 4] . 132 Op 9 juli 2017 om

04:06 uur betreden gemaskerde mannen de geldautomatenruimte met voorwerpen voor het

laten ontploffen van de geldautomaat. 133

Op de videobeelden van de bewakingscamera zijn 3 daders te herkennen die de bank

betreden en met ontstekingsvoorbereidingen aan de automaten beginnen. De daders beginnen aan geldautomaat 2 en 3 meteen met het openwrikken van de beeldschermen en verwijderen die uit de bevestiging. In de zich daarachter bevindende vrije ruimte, waar de

gelduitgifteschacht van de binnenste kluis zich bevindt, worden de leidingen van de

acetyleen-/zuurstofmix ingevoerd. Nadat die voorbereidingen na ongeveer twee minuten zijn

afgesloten, verlaten de daders de ruimte en wordt er van buiten aangestoken, zodat het

binnen geldautomaat 2 en 3 tot een ontploffing komt. Een van de daders komt vervolgens

terug in de ruimte. Nadat hij vaststelt dat de kluis niet is geopend, verlaat hij de ruimte weer. 134

Op 9 juli 2017 is aangifte gedaan van het op die dag om 04:07 uur opblazen van een

geldautomaat van de [bank] aan de [adres ] in [plaats] . 135 In de

geldautomatenruimte stonden 3 geldautomaten. Het glas in de openstaande schuifdeur was

gesprongen. Er lag een ontstekingskabel deels in de automatenruimte en deels in de entree.

De gevonden ontstekingskabels hebben als ontstekingsbron een met isolatietape bevestigde

zaklamp. Voor de entree lagen een hamer en een breekijzer. 136 Twee van de drie geldautomaten zijn beschadigd, de kluizen zijn bijna intact. In de ruimte werden vier

gasflessen gevonden, twee telkens met isolatietape aan elkaar geplakt. Een deel van de

plafondbedekking is losgekomen. 137

Getuige [naam 9] heeft verklaard dat zij even na 04:00 uur met haar taxi is afgeslagen naar de [adres ] en zag dat een zwarte auto direct voor de ingangsdeur van de [bank] stond. Plotseling hoorde zij een vreselijk luide knal en zag zij een kleine man direct voor de ingang van de bank staan. Hij droeg een masker dat eruit zag als een bivakmuts. Hij riep iets van ‘Weg! Weg! en daarna kwamen er nog twee mannen de [bank] uitrennen. Ze waren allen donker gekleed en hadden een zwarte bivakmuts op. De mannen zijn in een zwarte auto gestapt en weggereden. De auto reed al weg toen de mannen nog instapten. Er moet dus een vierde persoon in de auto hebben gezeten. Een man aan de overkant zag het kenteken [kentekennummer] of [kentekennummer] . 138

Op 9 juli 2017 is door een flitspaal in [plaats] om 03:58 uur een foto gemaakt van een Audi

met kenteken [kentekennummer] met daarin twee personen. 139 De Audi S5 waarin verdachte en [medeverdachte 4] op 7 augustus 2017 zijn aangehouden is vergeleken met deze in Duitsland gemaakte foto. De Audi S5 vertoont sterke overeenkomsten met de Audi die te zien is op de flitsfoto.

Het gaat om:

- hetzelfde merk, type en kleur;

- dezelfde koplampen, mistlampen en front;

- de sticker op dezelfde locatie schuin boven de achteruitkijkspiegel;

- het ontbreken van het kapje van het trekkeroog aan de rechtervoorzijde. 140

Verdachte is op de flitsfoto als zijnde de bestuurder door verbalisant [verbalisant 7] herkend

aan zijn ogen, de stand van zijn neus en oren. De verbalisant merkt daarbij op dat verdachte

vaak een ééndagsbaard heeft. 141 Ook verbalisant [verbalisant 8] heeft verdachte op de flitsfoto als bestuurder herkend en wel aan de vorm van zijn ogen, oogopslag, mond, neus, oor, smalle wangen en verhoogde jukbenen. 142

Uit onderzoek aan het op 7 augustus 2017 in de Audi aangetroffen navigatiesysteem blijkt dat dit navigatiesysteem zich op 9 juli 2017 vanaf 02:58:45 uur vanaf knooppunt [plaats] op de A28 via de A1 en E30 naar de afslag [plaats] verplaatste. 143 Om 04:04 uur bevond het navigatiesysteem zich in de [adres ] , waar het 3 minuten stilstond recht tegenover de [bank] . 144 Om 04:07 uur kwam het navigatiesysteem weer in beweging. 145 Om 04:18 uur bevond het navigatiesysteem zich op de grens van Duitsland met Nederland en om 04:21 uur nabij [plaats] . 146

Na zijn aanhouding op 7 augustus 2017 is bij [medeverdachte 4] een Blackberry aangetroffen 147 met imeinummer [nummer] en gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] 148 .

Dit nummer straalde op 9 juli 2017 vanaf 03:27 uur telefoonmasten aan in [plaats] , [plaats]

en, om 03:38 uur, [plaats] en verplaatste zich daarna weer vanaf 04:20 uur van [plaats]

via [plaats] , [plaats] , [plaats] en [plaats] terug naar [plaats] om 05:00 uur. 149

Op 7 augustus 2017 is de bivakmuts die [medeverdachte 4] tijdens zijn aanhouding op zijn hoofd

droeg in beslag genomen ( [nummer] ). 150 In de bemonstering van de muts zijn twee

glassporen aangetroffen die matchen met referentieglasmonsters uit Duitsland opgenomen in de LFLC-glasdatabase. Voor één glasdeeltje is een match gevonden met glas afkomstig van een door de plofkraak op 9 juli 2017 vernielde ruit van de [bank] in [plaats]

( [nummer] ). 151 Aanvullend is gerapporteerd dat de resultaten van het vergelijkend

glasonderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer één van de onderzochte glassporen

afkomstig is van de vernielde ruit, waartoe het referentieglas ( [nummer] ) heeft behoord,

dan wanneer alle onderzochte glassporen afkomstig zijn van (een) willekeurig andere ruit(en) of glazen object(en). 152

Bewijsoverwegingen ten aanzien van de op 9 juli 2017 en 25 juli 2017 gepleegde plofkraken

Wat uit de bewijsmiddelen blijkt

Uit de inhoud van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen, bezien in hun onderling

verband en samenhang blijkt van de volgende gang van zaken. Waar in het navolgende wordt gesproken over plotkraken heeft de rechtbank het oog op het samenstel van gedragingen, die door de officier van justitie zijn tenlastegelegd onder 6 en 9 waarvan de inhoud hierboven reeds verkort is weergegeven.

De plofkraak op 25 juli 2017:

- Bij deze plofkraak zijn (in elk geval) drie daders betrokken.

- Op in de als vluchtauto gebruikte Audi aangetroffen voorwerpen zijn sporen

veiliggesteld. Na gehouden onderzoek is in die sporen de aanwezigheid van tot

achtereenvolgens verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] te herleiden DNA-profielen vastgesteld.

- Uit telecommunicatie-onderzoek volgt, dat de telefoons waarvan het gebruik aan respectievelijk verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] moet worden toegeschreven zich op

relevante tijdstippen nabij de plaats van het delict hebben bevonden, terwijl de

telefoons waarvan het gebruik aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] moet worden toegeschreven

onderling contact hebben gehad, eveneens op relevante tijdstippen alsook gelijktijdig

een telefoonmast hebben aangestraald in [plaats] kort na de plofkraak en kort voor

en na de crash van de Audi in [plaats] .

- Op de route vanuit [plaats] , via [plaats] richting de A12 worden in [plaats] lege

geldcassettes aangetroffen die op 30juni 2017 aan de [bank] in [plaats]

geleverd zijn.

De plofkraak op 9 juli 2017:

Uit vergelijking van met een in Duitsland op 9 juli 2017 door een verkeerscamera

gemaakte foto en de Audi S5 waarin op 7 augustus 2017 verdachte en [medeverdachte 4]

zijn aangehouden volgt, dat het dezelfde auto is.

- Op deze foto is verdachte herkend als één van de inzittenden.

- Op de op 9juli 2017 in Duitsland van een Audi gemaakte foto is te zien dat die auto

hetzelfde kenteken voerde als de op 25 juli 2017 gestrande en in beslaggenomen

vluchtauto ( Audi ).

- Enkele uren voorafgaand aan de op 9 juli 2017 gepleegde plofkraak hebben

verdachte en [medeverdachte 4] zich — blijkens herkenningen — op de latere plaats van het

delict bevonden, naar moet worden aangenomen ter verkenning van de feitelijke

situatie ter plaatse.

- In de op 7 augustus 2017 onder [medeverdachte 4] inbeslaggenomen muts zijn sporen

(glasdeeltjes) aangetroffen die volgens de resultaten van vergelijkend glasonderzoek

passen bij glasdeeltjes die zijn aangetroffen op de plaats van het delict van de

plofkraak op 9juli 2017.

- In de Audi waarin verdachte en [medeverdachte 4] ten tijde van hun aanhouding op 7

augustus 2017 zaten is een navigatiesysteem aangetroffen, welk systeem blijkens de

daarin opgeslagen vastgestelde navigatiehistorie op 9juli 2017 in relevant verband

moet worden gebracht met (de route naar) de plaats van het delict.

- De aan het gebruik door verdachte en [medeverdachte 4] toe te schrijven telefoons zijn op

grond van de aan die onderscheiden telefoons te verbinden locaties in relevant

verband te brengen met de weg vanuit Nederland naar de plaats van het delict en

weer terug, steeds de regio [plaats] .

Het bewijs van de betrokkenheid bij de op 9 juli en 25 juli 2017 gepleegde plofkraken nader beschouwd

De inhoud van de voor het bewijs van de plofkraken van 4 en 7 augustus 2017 redengevende

bewijsmiddelen zijn mede redengevend voor het bewijs van de andere plofkraken. Immers,

de hierboven weergegeven feitelijke gang van zaken bij die plofkraken vertoont zodanig

sterke en specifieke overeenkomsten met wat is komen vast te staan wat betreft de feiten 6

tot en met 9 dat onmiskenbaar sprake is van een patroon.

Immers, bij nadere beschouwing van de eveneens hiervoor beschreven feitelijke gang van

zaken van de op 9juli 2017 en 25juli 2017 gepleegde plofkraken springt het volgende patroon in het oog:

Binnen een tijdsbestek van ongeveer vier weken zijn in Duitsland nabij de Nederlandse grens in de Duitse deelstaat [deelstaat] zogenoemde

(pogingen tot) plofkraken gepleegd.

- Die feiten zijn steeds gepleegd gedurende het nachtelijk uur en steeds door meer

personen.

- De daders hebben bij hun vlucht vanaf de plaats van het delict gebruik gemaakt van

personenauto’s van het merk Audi .

- Uit telecommunicatiegegevens volgt, dat voor het bewijs redengevende betekenis -

moet worden toegekend aan de regio [plaats] als de locatie van vertrek en

bestemming.

Naast het oordeel van de rechtbank over de redengevendheid voor het bewijs van de voor de

plofkraken van 4 en 7 augustus 2017 gebezigde bewijsmiddelen heeft ook hier te gelden dat

verdachte voor de overige, voor de bewijsvoering redengevende feiten en omstandigheden

die verdachte onmiskenbaar bezwaren, een die redengevendheid ontzenuwende verklaring

niet heeft willen en/of kunnen geven. En ook waar het de op deze plofkraken betrekkelijke

verwijten betreft heeft verdachte nadat de hem bezwarende bewijsmiddelen ter terechtzitting

zijn voorgehouden volstaan met een beroep op het zwijgrecht.

Door de raadsman is hier het verweer herhaald dat het navigatiesysteem dat op 7 augustus

20 17 in de Audi A5 is aangetroffen niet aan verdachte is te linken, enkel omdat hij als

bijrijder in deze auto is aangehouden. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu zij de

bewijsmiddelen die hiervoor opgesomd zijn in onderlinge samenhang beziet. Daaruit volgt,

dat verdachte zowel op 9juli als op 3, 4 en 7 augustus 2017 gebruik heeft gemaakt van het

navigatiesysteem ten behoeve van de plofkraken, die zijn gepleegd in [plaats] en [plaats] ,

en hij niet enkel op 7 augustus 2017 als bijrijder is aangehouden in een auto met

desbetreffend navigatiesysteem.

Het verweer van de raadsman dat sprake is van een vals positieve herkenning naar aanleiding van de camerabeelden gemaakt tijdens een voorverkenning op 8juli 2017, waardoor deze herkenningen ondeugdelijk zijn, verwerpt de rechtbank. De rechtbank heeft geconstateerd dat weliswaar voorinformatie is verstrekt aan de verbalisanten, maar nu sprake is van meervoudige, beredeneerde herkenningen heeft de rechtbank geen reden aan de betrouwbaarheid van deze herkenningen te twijfelen. Bovendien vinden de herkenningen

steun in de hiervoor opgesomde telecomgegevens.

Ten aanzien van het met verdachte in verband te brengen DNA-profiel op het afgerukte

horlogebandje dat is aangetroffen op de plaats delict van de plofkraak van 25 juli 2017 heeft de raadsman betoogd dat dit niet gebruikt kan worden voor het bewijs, omdat er geen

bewijswaarde berekend is. De rechtbank beziet deze onderzoeksbevinding niet geïsoleerd,

doch in samenhang met de andere bewijsmiddelen. Het DNA-profiel ondersteunt die

bewijsmiddelen en is zo bezien relevant en bruikbaar voor het bewijs. Dat niet alle loci zijn

ingevuld doet evenmin af aan de bruikbaarheid van de DNA-match, omdat alle DNA

kenmerken die bekend zijn van verdachte overeenkomen met het DNA-profiel op het

horlogebandje.

Medeplegen poging plofkraak op 9 juli 2017 en plofkraak op 25 juli 2017

Aan de hand van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen en bewijsconclusies stelt de

rechtbank vast dat de plofkraak op 9 juli 2017 gepleegd is door vier daders. Twee van deze

daders zijn [medeverdachte 4] en verdachte. Zij zijn kort voor de plofkraak in het pand met twee

andere personen in het kader van een voorverkenning en zijn via telecomgegevens, gegevens uit het aangetroffen navigatiesysteem, een glassplinter en als inzittende van de geflitste Audi ook in verband te brengen met de daadwerkelijke ontploffing. Hoewel niet vastgesteld kan worden wat de onderlinge taakverdeling is geweest bij de plofkraak staat voor de rechtbank vast dat verdachte en [medeverdachte 4] op de plaats delict zijn geweest op het moment dat de ontploffing heeft plaatsgevonden. Bovendien hebben zij dusdanig met de twee andere daders samengewerkt dat van medeplegen gesproken dient te worden.

Bij de plofkraak op 25 juli 2017 zijn in ieder geval drie daders betrokken. De

telecomgegevens van het telefoonnummer in bezit bij verdachte laten zien dat de telefoon

rondom het tijdstip van de plofkraak de telefoonmast naast de [bank] heeft

aangestraald. Daarnaast is DNA aangetroffen op regenkleding in de kofferbak van de in

[plaats] gecrashte Audi . Gebleken is dat deze kleding gedragen wordt bij het plegen van een

plofkraak. Hoewel niet vastgesteld kan worden wat de onderlinge taakverdeling is geweest

bij de plofkraak staat voor de rechtbank vast dat verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op de

plaats delict is geweest op het moment dat de ontploffing heeft plaatsgevonden en dat zij

dusdanig hebben samengewerkt dat van medeplegen gesproken dient te worden.

Levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontploffingen op 9 en 25juli 2017

geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel hebben opgeleverd.

Op basis van het dossier in de onderhavige zaak kan worden vastgesteld dat boven de

ruimtes waarin de geldautomaten van de [bank] en de [bank] waarin de

ontploffingen teweeg zijn gebracht, woningen waren gesitueerd. Het dossier houdt echter

onvoldoende in om vast te stellen dat zich in die woningen op het moment van de

ontploffingen daadwerkelijk personen bevonden. In zijn algemeenheid zou gezegd kunnen

worden — zoals is ten laste gelegd — dat het teweeg brengen van een ontploffing levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor mogelijke voorbijgangers zou kunnen opleveren. De daadwerkelijke aanwezigheid van die voorbijgangers kan echter evenmin worden vastgesteld. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de ontploffingen op 9 en 25 juli 2017 levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor omwonenden en/of mogelijke voorbijgangers

hebben veroorzaakt, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging moet worden

vrijgesproken.

Ten aanzien van de onder 7 en 8 ten laste gelegde helingen

Zoals hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte op 25 juli

201 7 in [plaats] tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en [familielid verdachte 2] een plofkraak heeft gepleegd.

Bij deze plofkraak is gebruik gemaakt van de gestolen Audi Rs6 Sportback die aan [benadeelde partij]

toebehoorde, terwijl deze Audi voorzien was van gestolen kentekenplaten [kentekennummer] . De

rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte tezamen met

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] de Audi Rs6 en de kentekenplaten geheeld heeft. Het is immers een feit van

algemene bekendheid dat plegers van plofkraken alles in het werk stellen om niet in verband

te worden gebracht met het gepleegde strafbare feit. Vaak wordt gebruik gemaakt van

gestolen personenauto’s en worden deze voorzien van gestolen kentekenplaten.

Het hof verenigt zich met de hierboven opgenomen overwegingen van de rechtbank en neemt deze over. Aanvullend overweegt het hof ten aanzien van enkele specifieke punten - mede gelet op hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen - als volgt.

- Met betrekking tot de plofkraak op 25 juli 2017 te [plaats] heeft de raadsman in hoger beroep aangevoerd dat de zaken waarop DNA is aangetroffen, geen zaken betreffen die enkel en alleen met plofkraken in verband kunnen worden gebracht. Op de bivakmutsen en regenkleding wordt ook DNA van anderen aangetroffen. Bij veel van de sporen is sprake van mengprofielen met meerdere donoren. De raadsman stelt de vraag of een bivakmuts enkel gebruikt kan worden in criminele zin. Het feit dat er twee bivakmutsen zijn aangetroffen met DNA van verdachte erop toont al aan dat met het aantreffen van DNA op een voorwerp, niets gezegd kan worden over het gebruik van dat voorwerp tijdens een misdrijf. Verdachte gebruikte de bivakmutsen om zichzelf te beschermen tegen de kou. Hij had geen vast woonadres en sliep vaak op straat. Er is geen relatie vastgesteld tussen de goederen met daarop het DNA van verdachte en de plaats delict.

Het hof overweegt als volgt.

Het op de bivakmutsen aangetroffen DNA wordt voor het bewijs gebezigd in samenhang met de overige hiervoor genoemde bewijsmiddelen, waaronder ook het DNA van verdachte op de regenjas achterin de gecrashte Audi Rs6 , alsmede de historische gegevens van de zwarte BlackBerry die onder verdachte in beslag is genomen.

- Met betrekking tot deze telefoon, de zwarte BlackBerry Z30, merkt het hof op dat verdachte zelf in zijn eerste verklaring bij de politie heeft verklaard dat deze telefoon die onder hem in beslag is genomen, van hem is.153 Het verweer van de raadsman dat onduidelijk is gebleven wie de gebruiker van deze telefoon is geweest ontbeert feitelijke steun en wordt dan ook verworpen.

- Levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

Evenals de rechtbank constateert het hof dat uit het strafdossier niet kan worden opgemaakt of er op 9 en 25 juli 2017 daadwerkelijk personen dusdanig dichtbij de ontploffing aanwezig zijn geweest dat zij een reëel risico op (ernstig) letsel hebben gelopen. Ook blijkt uit het dossier niets met betrekking tot bijvoorbeeld de constructie van het gebouw of de ruimte waarin de geldautomaat stond, zodat de risico's voor de bewoner(s) in de omliggende woningen bij een ontploffing niet kunnen worden ingeschat. Het dossier bevat aldus onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring van het te duchten levensgevaar dan wel het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van omwonenden en/of voorbijgangers te komen.


Het hof zal verdachte daarom - evenals de rechtbank - vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van feit 10 (deelneming aan criminele organisatie) heeft de rechtbank het navolgende overwogen:

"Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich in de periode van 23 juni 2017 tot en met 4 augustus 2017 schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, die is gevormd met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of anderen, die tot oogmerk had het plegen van plofkraken. De rechtbank stelt ten aanzien van het toe te passen beoordelingskader voorop, dat voor een veroordeling ter zake deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen. Voor deelneming aan die criminele organisatie is van belang dat verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel dit verband ondersteunt met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en hij dit oogmerk op enigerlei wijze ondersteunt.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte

heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met diverse medeverdachten, gericht op het plegen van plofkraken en daarmee samenhangende delicten als diefstal (met braak) en heling van auto’s en kentekenplaten. Verdachte heeft ten aanzien van de onder 1, 4, 6 en 9

bewezenverklaarde feiten een aandeel gehad bij die plofkraken, welke plofkraken

rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

Het aandeel van verdachte blijkt uit de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen ten

aanzien van de onder 1, 4, 6 en 9 bewezenverklaarde feiten. Hoewel de omstandigheden

zoals daar reeds genoemd, schreeuwen om een uitleg, is een plausibele verklaring van

verdachte hieromtrent uitgebleven. Immers, verdachte heeft zich beroepen op zijn

zwijgrecht. Aan voornoemd criterium van deelneming aan een criminele organisatie is naar

het oordeel van de rechtbank voldaan."

Het hof verenigt zich met bovenstaande overwegingen. Het hof acht aldus op grond van bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan onder 10 tenlastegelegde deelname aan een criminele organisatie.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 4a primair en 4b, 6, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
op 7 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen met dat opzet met zijn mededader,

- ( de voorzetdeur van) een geldautomaat van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ), heeft/hebben geforceerd en

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) die geldautomaat een explosief gasmengsel heeft/hebben gebracht en

- ( vervolgens) dit gasmengsel heeft/hebben aangestoken/in brand heeft/hebben gestoken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid

en

hij op 7 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank] gevestigd in het perceel aan de [adres ] weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [bank] , en die hoeveelheid geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader

- naar voornoemde locatie is gereden en

- ( vervolgens) het bovenste gedeelte van die geldautomaat heeft opengebroken en

- ( vervolgens) gas uit een meegebrachte gasfles naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gas heeft/hebben aangestoken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

en

hij op 7 augustus 2017 in Nederland en in [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een ander ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het misdrijf bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht (namelijk: het opzettelijk een ontploffing teweeg brengen in een geldautomaat, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de goederen in dat gebouw, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was), opzettelijk

- een (snelle) personenauto, merk: Audi en

- bivakmutsen en

- handschoenen en

- regenpakken en

- kogelwerende vesten en

- één of meer gasfles(sen) en/of bijbehorende gasslang(en) en/of bijbehorende ontstekingsmechanismen en

- valse kentekenplaten, bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad.

2.
op 7 augustus 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (merk: Audi , type S5 Sportback 3.0 TFSI Quattro , Zwitsers kenteken [kentekennummer] ) heeft voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof

en

hij op 7 augustus 2017 te [plaats] een tas met goederen (afkomstig uit personenauto, merk: Audi , type S5 Sportback 3.0 TFSI Quattro , Zwitsers kenteken [kentekennummer] ) heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

4a. primair
hij op 4 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader

- met behulp van een (breek)voorwerp de toegangsdeur van het gebouw waarin de geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) zich bevond geforceerd en

- ( vervolgens) in (de kluisruimte van) voornoemde geldautomaat een explosief gasmengsel gebracht of laten lopen en

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken of in brand gestoken en tot ontploffing gebracht of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen te duchten was;

en

4b.

hij op 4 augustus 2017 te [plaats] (Duitsland), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [bank] , en die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader,

- naar voornoemde locatie is gereden en

- ( vervolgens) met een (breek)voorwerp, de toegangsdeur van het gebouw waarin de geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) zich bevond geforceerd en het bovenste gedeelte van die geldautomaat heeft/hebben opengebroken en

- ( vervolgens) gasmengsel uit een meegebrachte gasfles in die geldautomaat naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gasmengsel heeft/hebben aangestoken en/of tot ontploffing heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid.

6.
op 25 juli 2017 te [plaats] (Duitsland,), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- in een geldautomaat toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) een explosief gasmengsel gebracht of laten lopen en

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken of in brand gestoken en tot ontploffing gebracht of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en voor nabij die geldautomaat gelegen gebouwen, te duchten was,

en

op 25 juli 2017 te [plaats] (Duitsland,) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 105.980 euro, toebehorende aan de [bank] , waarbij verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.


7.
op 25 juli 2017 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, een goed, te weten een personenauto (merk: Audi , type Rs6 , kenteken [kentekennummer] ) heeft voorhanden gehad terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

8.
op 25 juli 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, een goed, te weten kentekenplaten ( [kentekennummer] ) heeft voorhanden gehad terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
9.
hij op 9 juli 2017 te [plaats] (Duitsland), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- in (de kluisruimte van) geldautomaten toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) een explosief gasmengsel gebracht of laten lopen en

- ( vervolgens) voornoemd gasmengsel aangestoken en in brand gestoken en tot ontploffing gebracht en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaten zich bevonden en de in voornoemd gebouw aanwezige inventaris en/of voor nabij die geldautomaten gelegen gebouwen te duchten was;

en

hij op 9 juli 2017 te [plaats] (Duitsland), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere geldautomaten toebehorend aan [bank] (gevestigd aan de [adres ] ) weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [bank] , en die hoeveelheid geld onder hun bereik te brengen door middel van braak met zijn mededaders,

- naar voornoemde locatie is/zijn gereden en

- ( vervolgens) een gasmengsel uit meegebrachte gasfles(sen) in die geldautomaten naar binnen heeft/hebben laten stromen/vloeien en

- ( vervolgens) op onbekende wijze dat gas heeft/hebben aangestoken en tot ontploffing heeft/hebben gebracht of laten brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid.

10.
in de periode van 9 juli 2017 tot en met 4 augustus 2017 te [plaats] en elders in Nederland en [plaats] (Duitsland) en [plaats] (Duitsland) en [plaats] (Duitsland) heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en één of meer (onbekende) anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten onder meer

- ( pogingen tot) het opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en

- ( pogingen tot) diefstallen (met braak) en

- helingen (van (personen)auto's en kentekenplaten).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

en

de eendaadse samenloop van

medeplegen van poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

met

medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling

en

opzetheling.

Het onder 4a primair en 4b bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de maanden juli en augustus 2017 samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan een viertal plofkraken bij geldautomaten in Duitsland. Bij één daarvan is een geldbedrag van € 105.980,- weggenomen, bij de overige drie is het bij een poging om geld weg te nemen gebleven. Het gaat om zeer ernstige feiten met een grote maatschappelijke impact. Bij de ontploffingen is aanzienlijke schade ontstaan aan de geldautomaten en de gebouwen waarin de automaten waren geplaatst. Deze ontploffingen zullen bij omwonenden en anderen die kennis van deze feiten hebben genomen, sterke gevoelens van onrust en angst hebben veroorzaakt. Daarnaast hebben dit soort plofkraken tot gevolg dat banken hun geldautomaten uit openbare ruimtes verwijderen, waardoor ook in bredere zin sprake is van maatschappelijke schade. Verdachte en zijn mededaders hebben puur uit winstbejag gehandeld en zich niets van de (mogelijke) gevolgen voor anderen aangetrokken.

Daarnaast heeft verdachte zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan opzetheling van de auto's en kentekenplaten die bij de plofkraken zijn gebruikt. De wijze waarop de plegers van de plofkraken met de goederen van anderen - met name de gestolen Audi 's - zijn omgegaan geeft blijk van een vergaande onverschilligheid jegens de verkeersveiligheid, de veiligheid en eigendommen van anderen. De feiten zijn bovendien gepleegd in georganiseerd verband, steeds met een min of meer eenzelfde werkwijze. Daarmee is sprake van deelnemen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van plofkraken, een misdrijf tegen de openbare orde.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 april 2020 blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor vermogens- en andersoortige delicten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden onderhavige feiten te plegen.

Gezien de proceshouding van verdachte, heeft hij naar het oordeel van het hof geen enkele verantwoordelijkheid willen nemen voor zijn betrokkenheid bij de bewezenverklaarde feiten en de schade die daarbij is veroorzaakt.
Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de straf die door de rechtbank is opgelegd onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Beslag

Het hof zal de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de goederen:

aan verdachte (garageboxen [nummer] en [nummer] ):

2017286, 2017309 (beugelsloten), 2023002 (stukje tape), 2017063 (handdoek), 2017066

(tas), 2017517, 2017592, 2017631 (stukjes tape), 2017068, 2017069 (blikjes/fles frisdrank),

2015822, 2015830, 2015832, 2015833, 2015834 (schoenen en kleding), 2017241

(navigatiesysteem), 2017064 (fles ammonia), 2017344 (routekaarten), 2017354 (kussen),

2017355 (cd-hoes), 2017357 (baseballpetten), 2017362 (handschoen), 2017367 (handlamp

met uittrekbare kabel), 2017371 (paraplu), 2017383 (sleutels), 2017387 (usbspullen),

201 7425 (waxinekaarsjes), 2017446 (rolmeter), 2017450 (pasjes), 2017458 (houtschroeven), 2017461 (parkeerschijven), 2017463 (dashboardsticker) en 2017469 (plastic tas met inhoud),

aan [familielid verdachte 1] (garagebox [nummer] ,):

2017052 (bankschroef), 2017053 (spa fles), 2017062 (plastic tas),

aan. [familielid verdachte 2] (Garagebox [nummer] ):

2017421 (koekblik), 2017054 (blikje Red Bull),

aan [naam 1] :

2017340 (map Audi A5 met diverse boekjes, autopapieren).

Het hof zal de in beslag genomen voorwerpen: 2015828 (regenbroek), 2015823 (grijze

handschoenen), 2015838 (kogelwerend vest) en 2015826 (BlackBerry) verbeurd verklaren

omdat met behulp van deze voorwerpen het bewezen verklaarde is begaan.

Ook de volgende voorwerpen zullen verbeurd worden verklaard: 2017078, 2017075,

2017073, 2017077, 2017079 (gasflessen), 2017070, 2017071 (slangen), omdat deze

voorwerpen bestemd zijn tot het begaan van het bewezenverklaarde en de rechthebbende,

voor zover dat verdachte niet is, die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

Het hof zal de in beslag genomen voorwerpen: 2017059 (handgranaat), 2017056 (machinegeweer) en 2017051 (pistool) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen, die

zijn aangetroffen bij het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn van zodanige

aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en kunnen dienen tot het

begaan van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

Vordering van de [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 16.130,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 16.030,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de vordering zoals die door de rechtbank is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 16.030,-. Voor wat betreft de hoogte van de schade is de vordering door de verdediging niet betwist. De vordering komt het hof niet ongegrond of onrechtmatig voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Nu verdachte het feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd, zal het hof de vordering hoofdelijk toewijzen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 45, 47, 55, 57, 63, 140, 157, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 3 ten laste gelegde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Verklaart de verdachte ter zake van het onder 3, 5, 11 en 12 ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 5, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met onder 1, 2, 4a primair en 4b, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 4a primair en 4b, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017078, 2017075, 2017073, 2017077, 2017079 (gasflessen) en 2017070, 2017071 (slangen).

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2015828 (regenbroek), 2015823 (grijze handschoenen), 2015838 (kogelwerend vest), 2015826 (BlackBerry).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017059 (handgranaat), 2017056 (machinegeweer) en 2017051 (pistool).

Gelast de teruggave aan [familielid verdachte 2] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017421 (koekblik), 2017054 (blikje Red Bull).

Gelast de teruggave aan [familielid verdachte 1] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017052 (bankschroef), 2017053 (spa fles), 2017062 (plastic tas).

Gelast de teruggave aan [naam 1] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017340 (map Audi A5 met diverse boekjes, autopapieren).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2017286, 2017309 (beugelsloten), 2023002 (stukje tape), 2017063 (handdoek), 2017066 (tas), 2017517, 2017592, 2017631 (stukjes tape), 2017068, 2017069 (blikjes/fles frisdrank), 2015822, 2015830, 2015832, 2015833, 2015834 (schoenen en kleding), 2017241 (navigatiesysteem), 2017064 (fles ammonia), 2017344 (routekaarten), 2017354 (kussen), 2017355 (cd-hoes), 2017357 (baseballpetten), 2017362 (handschoen), 2017367 (handlamp met uittrekbare kabel), 2017371 (paraplu), 2017383 (sleutels), 2017387 (usbspullen), 201 7425 (waxinekaarsjes), 2017446 (rolmeter), 2017450 (pasjes), 2017458 (houtschroeven), 2017461 (parkeerschijven), 2017463 (dashboardsticker) en 2017469 (plastic tas met inhoud).

Vordering van de [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-659119-18 onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 16.030,00 (zestienduizend dertig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-659119-18 onder 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 16.030,00 (zestienduizend dertig euro) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 115 (honderdvijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 juli 2017.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,

en op 30 juni 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. W. Foppen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 De hieronder genoemde paginanummers zien op de pagina’s van stukken die als bijlagen zijn opgenomen bij het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd 2017241531, op wettige wijze opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5050.

2 Pagina 1671, alinea 3 en 4.

3 Pagina 1539.

4 Pagina 1540.

5 Pagina 1564, alinea 1 en 2

6 Pagina 1566.

7 Pagina 1585, alinea 5 en 1599, eerste alinea.

8 Pagina's 644 en 645.

9 Pagina 646, alinea 4.

10 Pagina 651, alinea 6.

11 Pagina 845, eerste alinea en een na laatste alinea.

12 Pagina 651, alinea 3.

13 Pagina 646.

14 Pagina 733.

15 Pagina 900, alinea 3.

16 Pagina 900, alinea's 5, 6 en 7.

17 Pagina 910, laatste alinea.

18 Pagina 911, alinea 2.

19 Pagina 946.

20 Pagina 943.

21 Pagina 954.

22 Pagina 1675 en 1680.

23 Pagina 1682.

24 Pagina 1760.

25 Pagina 911, alinea 2.

26 Pagina 3944.

27 Pagina 243.

28 Pagina 3986 tot en met 3992.

29 Zie de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting op 12 oktober 2018.

30 Pagina 901, laatste alinea.

31 Pagina's 1238, alinea 7 en 8 en 1239 alinea 1 en 2.

32 Pagina 1621, alinea 1, 3 en 4 en 1622, eerste alinea.

33 Pagina 911, alinea 4.

34 Pagina's 679 en 685.

35 Pagina 1238, eerste alinea.

36 Pagina 1238, alinea 4 en 5.

37 Pagina 1249.

38 Pagina 1298.

39 Pagina 1239, alinea 5.

40 Pagina 1249.

41 Pagina 1299.

42 Pagina 1683, 1684 en 1688.

43 Pagina's 1685 en 1686.

44 Pagina 936.

45 Pagina 690.

46 Pagina 940.

47 Pagina 1695.

48 Pagina 1627.

49 Pagina 690.

50 Pagina 1699.

51 Pagina 1702.

52 Pagina 962.

53 Pagina 1720.

54 Pagina 1696.

55 Pagina 1721.

56 Pagina 957.

57 Pagina 1037, alinea 11.

58 Pagina 1044, alinea 3.

59 Pagina 1045.

60 Pagina 1046, eerste alinea.

61 Pagina 1046, laatste alinea.

62 Pagina 1047.

63 Pagina 1001.

64 Pagina 1650.

65 Pagina 1003.

66 Beslissing gevangenhouding in de zaak meet parketnummer 16/700134-17.

67 Pagina 1099 en 1102.

68 Pagina 1758.

69 Pagina 1764 regels 55, 56 en 57 en pagina 1765 regel 7.

70 p. 158 en p. 160.

71 ECLI:NL:PHR:2007:BB6220

72 Pagina 2774.

73 Pagina 2779, alinea 3.

74 Pagina 2809, alinea 5.

75 Pagina 2811, eerste alinea.

76 Pagina 3184.

77 Pagina 2808, alinea 9.

78 Pagina 2808, alinea 3.

79 Pagina 22823, alinea 2.

80 Pagina 2834 en 2836.

81 Pagina 2831 en 2833, alinea 2,3, 4 en 6.

82 Pagina 2828 en 2830, alinea 3.

83 Pagina 2991, alinea 3 en 6.

84 Pagina 2992, alinea 2 en 3.

85 Pagina 4018.

86 Pagina 4042.

87 Pagina 3144 en 3145.

88 Pagina 3146.

89 Pagina 3170.

90 Pagina 3145.

91 Pagina 3148.

92 Pagina 3170.

93 Pagina 3145.

94 Pagina 3149.

95 Pagina 3170.

96 Zie het aanvullende TMFI rapport van 8 juni 2018.

97 Pagina 3148.

98 Pagina 3170.

99 Pagina 3146.

100 Pagina 3171.

101 Pagina 3147.

102 Pagina 3147.

103 Pagina 3168 en 3171.

104 Pagina 3147.

105 Pagina 3171.

106 Zie het aanvullende TMFI rapport van 8 juni 2018.

107 Pagina 3148.

108 Pagina 3170.

109 Zie het aanvullende TMFI rapport van 8 juni 2018.

110 Pagina 3145 en 3146.

111 Pagina 3170.

112 Pagina 3048, alinea 5 en 3049, alinea 1 en 2.

113 Pagina 3079.

114 Pagina 3049, alinea 3 en 4.

115 Pagina 3052, alinea 2 en 3055.

116 Pagina 3050.

117 Pagina 690.

118 Pagina 940.

119 Pagina 3052, alinea 2.

120 Pagina 3053.

121 Pagina 3054, alinea 3.

122 Pagina 3054, 3099, 3100, 3101.

123 Pagina 3054.

124 Pagina 3055.

125 Pagina 946.

126 Pagina 1699.

127 Pagina 3060.

128 Pagina 3077, alinea 5 en 6.

129 Pagina 2982.

130 Pagina 3592, alinea 1, 5 en 6.

131 Pagina 3592 en 3593.

132 Pagina's 3656 tot en met 3660.

133 Pagina 3593.

134 Pagina 3479.

135 Pagina 3436 en 3438.

136 Pagina 3446, alinea 4 en 5.

137 Pagina 3447, alinea 1, 2 en 3.

138 Pagina 3474 en 3476.

139 Pagina 3642, alinea 2.

140 Pagina 3644, alinea 3 en 4.

141 Pagina 3646 en 3647.

142 Pagina 3648.

143 Pagina 3672 en 3673.

144 Pagina 3680.

145 Pagina 3683.

146 Pagina 3684.

147 Pagina 943.

148 Pagina 962.

149 Pagina 3710.

150 Pagina 4253.

151 Pagina 4260.

152 Zie het aanvullende NFI rapport van 11 oktober 2018, pagina 8.

153 p. 158 en p. 160.