Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:4856

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
13-07-2020
Zaaknummer
Wahv 200.231.232/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden door rood. Het verkeerslicht links van de weg functioneerde niet. De gedraging is wel verricht, omdat rechts van de weg ook een verkeerslicht stond dat wel rood licht uitstraalde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.231.232/01

CJIB-nummer

: 201413702

Uitspraak d.d.

: 26 juni 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2017, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert tegen de beslissing van de kantonrechter ten eerste aan dat deze aan een motiveringsgebrek lijdt, nu de kantonrechter de gronden van beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet beoordeelt maar van de hand wijst omdat ze elders ook afgewezen zijn.

2. Het hof is van oordeel dat deze klacht onvoldoende is onderbouwd. Daartoe het hof stelt vast dat de kantonrechter de verweren die de gemachtigde tegen de beslissing van de officier van justitie heeft aangevoerd, heeft verworpen door te verwijzen naar andere zaken waarin de kantonrechter een identiek verweer van de gemachtigde heeft verworpen. Aangezien de gemachtigde wordt verondersteld bekend te zijn met (de motivering van de kantonrechter in) die deze zaken, had het op zijn weg gelegen om nader aan te geven waarom die verwijzing in deze zaak niet volstaat.

3. De gemachtigde stelt dat de beslissing van de kantonrechter ook op twee andere onderdelen gebrekkig is gemotiveerd. Zo wordt gesproken van radarapparatuur in een flitspaal, terwijl de gebruikte apparatuur geen radarelement bevat maar op basis van lusmetingen werkt. Ook wordt overwogen dat de administratiekosten op een deugdelijke grondslag berusten, terwijl de gemachtigde stelt dat, gelet op de samenhang tussen het opleggen van de administratiekosten en de inleidende beschikking, ook in deze zaak succesvol matiging van die administratiekosten kan worden bepleit.

4. Deze klachten over de motivering van de beslissing van de kantonrechter treffen evenmin doel. Uit na te noemen zaakoverzicht en de foto's blijkt dat de gedraging is vastgesteld door middel van roodlichtapparatuur die is gemonteerd in een flitspaal, waarbij het voertuig de lus achter de stopstreep activeert. Voor zover de kantonrechter heeft gesproken over radardetectie is dit feitelijk niet correct, maar doet dit niet af aan diens conclusie dat door middel van de apparatuur kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Ook heeft de kantonrechter het verweer van de gemachtigde over de administratiekosten, gelet op het arrest van het hof van 12 december 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:10831, terecht en op juiste gronden niet gehonoreerd.

5. De overige bezwaren betreffende de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 september 2016 om 08:27 uur op de Stadhouderskade in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

6. Daartoe voert de gemachtigde aan dat vaststaat dat het linker verkeerslicht, waar de betrokkene naar keek, geen rood licht uitstraalde. Toen het groene licht uitging zonder dat een ander licht aanging, stond de betrokkene reeds op de voetgangersoversteekplaats en kon hij niet anders dan het kruispunt oversteken, aldus de gemachtigde. Subsidiair verzoekt de gemachtigde de sanctie te matigen nu de gedraging de betrokkene door het falende verkeerslicht niet volledig valt te verwijten.

7. In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht en foto’s van de gedraging. Op de foto’s is een kruispunt te zien met een rijbaan met twee rijstroken, die beide zijn voorzien van een verkeerslicht, één links van linkerrijstrook en één rechts van de rechterrijstrook. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich op de linkerrijstrook. Op de eerste foto staat het voertuig op de voetgangersoversteekplaats, naast de verkeerslichten, op de tweede foto is het die voetgangersoversteekplaats en de verkeerslichten voorbij gereden. Op beide foto’s staat het verkeerlicht aan de rechterzijde op rood; het verkeerslicht aan de linkerzijde brandt niet.

8. Op basis van deze stukken kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het verkeerslicht aan de rechterzijde van de rijbaan staat op rood, terwijl dat verkeerslicht niet door middel van een verlichte pijl is beperkt tot een bepaalde rijrichting (vgl. artikel 68, zevende lid, van het Reglement voor verkeersregels en verkeerstekens, RVV 1990). Daarmee geldt dat verkeerslicht voor alle rijstroken voor het verkeer in dezelfde richting, dus ook voor het voertuig van de betrokkene. Dat op de foto’s is te zien dat het verkeerslicht aan de linkerzijde van de rijbaan op dat moment geen licht uitstraalt, doet daar niet aan af.

9. Het hof ziet geen aanleiding voor matiging van de sanctie. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat het redelijkerwijs voor de betrokkene niet mogelijk was om het verkeerslicht aan de rechterzijde waar te nemen. Dat dat verkeerslicht de betrokkene mogelijk is ontgaan is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening dienen te blijven.

10. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

11. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.