Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:4828

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
13-07-2020
Zaaknummer
Wahv 200.230.440/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De auto van de betrokkene nam bij het parkeren twee vakken in beslag. Dat is niet ‘dubbel parkeren’ in de zin van het RVV 1990. Ook is geen sprake van parkeren op een andere wijze dan is aangegeven. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/309
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.230.440/01

CJIB-nummer

: 202689625

Uitspraak d.d.

: 24 juni 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 27 oktober 2017, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie

gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking gewijzigd.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “dubbel parkeren” (feitcode R398),”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 september 2016 om 13.36 uur op de Vogelzand in Julianadorp met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .

2. De kantonrechter heeft de inleidende beschikking gewijzigd door de daarin opgenomen gedraging te veranderen in: “als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze” (feitcode R397e).

3. De betrokkene is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij voert hiertoe aan dat de kantonrechter terecht heeft onderkend dat de ambtenaar de gedraging niet als dubbel parkeren had mogen aanmerken, maar vervolgens de feitcode heeft gewijzigd vanuit de overweging dat de betrokkene met deze wijziging niet in enig belang is geschaad. De betrokkene stelt dat hieruit de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat de ambtenaar en de officier van justitie zich een onzorgvuldigheid kunnen veroorloven en zelfs een boete kunnen opleggen voor een niet gemaakte overtreding, zolang een belanghebbende niet ‘in enig belang wordt geschaad’. Vanuit deze gedachtegang vraagt de betrokkene zich af welke schade of hinder hij heeft veroorzaakt met zijn wijze van parkeren en waarom hem hiervoor een sanctie is opgelegd. Niemand kan hinder hebben ondervonden van de wijze waarop zijn busje geparkeerd stond. Overal in de wijk kan royaal en zonder beperkingen worden geparkeerd. De parkeervakken van de extra parkeergelegenheid worden slechts matig gebruikt. Bovendien is het gebruik van parkeervakken niet dwingend voorgeschreven, hetgeen wordt bevestigd in de verklaring van de ambtenaar.

4. De gehanteerde feitcode R397e is een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, sub 2° van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV1990), dat inhoudt:

“De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: (…)

d. op een parkeergelegenheid: (…)

2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; (…)”

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat het motorvoertuig op meer dan twee wielen dubbel geparkeerd stond. Ik zag namelijk dat het voertuig twee parkeerplaatsen in beslag nam.”

7. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal van 4 juli 2017, waarin - voor zover relevant - het volgende wordt verklaard:
“Het proces-verbaal waar u naar refereert was destijds opgemaakt door collega [B] die dit inhoudelijk heeft behandeld. Zij is helaas sinds november 2016 niet meer werkzaam bij de gemeente Den Helder. Inhoudelijk kan ik u helaas vrij weinig van commentaar voorzien. Het enige wat ik mij nog kan herinneren hiervan is dat collega [B] destijds aangaf dat er melding was van omwonende met betrekking tot het parkeergedrag van betrokkene. Helaas heb ik in ons systeem niets terug kunnen vinden over deze melding. Echter, heb ik wel de foto’s kunnen vinden die wij destijds hadden gemaakt van de gedraging van betrokkene. Deze foto’s stuur ik u toe. Op betreffende locatie zijn verder geen borden aanwezig die aangeven waar men moet parkeren. De aanwezige parkeergelegenheid geeft aan de hand van gekleurde stenen aan hoe er geparkeerd dient te worden. Op de foto’s die genomen zijn, is duidelijk te zien dat de betrokkene zijn voertuig op 2 vakken heeft geparkeerd.”

8. Bij deze verklaring zijn door de ambtenaar twee foto’s van de gedraging gevoegd, waarop te zien is dat het voertuig van de betrokkene op twee parkeervakken staat geparkeerd.

9. De kantonrechter heeft terecht geoordeeld dat de ambtenaar de gedraging niet als dubbel parkeren had mogen aanmerken. Dubbel parkeren houdt in dat een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geplaatst, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd. Die situatie deed zich hier niet voor.

10. Dat het voertuig van de betrokkene op het moment van de gedraging stond geparkeerd zoals zichtbaar op de foto’s van de ambtenaar, staat niet ter discussie. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of op de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, een bepaalde wijze van parkeren is aangegeven en of de betrokkene zijn voertuig in strijd met deze aangegeven wijze heeft geparkeerd, zoals de kantonrechter heeft aangenomen.

11. De ambtenaar heeft verklaard dat op de betreffende locatie geen bebording aanwezig is waarmee een bepaalde wijze van parkeren is aangegeven. Uit de andere beschikbare informatie in het dossier blijkt evenmin dat ter plaatse sprake was van een bord of onderbord waarop stond aangegeven op welke wijze of met welk doel er op de betreffende parkeerplaats geparkeerd mocht worden. Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, sub 2° is derhalve niet op deze situatie van toepassing, zodat de kantonrechter bij het wijzigen van de inleidende beschikking ten onrechte de gedraging met feitcode R397e heeft opgenomen.

12. Mogelijk zou hier een sanctie kunnen worden opgelegd wegens overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (feitcode R395) maar gelet op de fase van de procedure en in aanmerking genomen dat de informatie in het dossier daarvoor aanvulling behoeft, zal het hof niet overgaan tot wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging.

13. Gelet hierop beslist het hof als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 202689625 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.