Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:4621

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
13-07-2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.438/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie opgelegd voor rijden met een voertuig met scherpe delen die uitsteken. De uitstekende delen zaten echter niet aan de trekker zelf, maar aan de daaraan gekoppelde hooischudder. Sanctie niet voor de juiste gedraging opgelegd. Volgt vernietiging van de beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.438/01

CJIB-nummer

: 218463375

Uitspraak d.d.

: 17 juni 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Nederland van 8 april 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het voertuig scherpe delen heeft” (feitcode N480a). Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juli 2018 om 17:20 uur op de Hoofdweg in Hellum met een landbouwvoertuig.

2. De onder 1. vermelde gedraging, met feitcode N480a, ziet op een overtreding van artikel 5.8.48 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv).

3. Artikel 5.8.48 van de Rv houdt - voor zover hier relevant - in:

“1. Landbouw- of bosbouwtrekkers mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van landbouw- of bosbouwtrekkers die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.”

4. Uit het zaakoverzicht, het aanvullende proces-verbaal van de ambtenaar, de door hem gemaakte foto's en uit de beroepschriften blijkt dat de verweten gedraging niet een landbouw- of bosbouwtrekker betreft maar een aan een landbouwtrekker gekoppelde hooischudder.

5. Daarop heeft artikel 5.8.48 van de Rv geen betrekking. Gelet hierop had geen sanctie mogen worden opgelegd voor de onder 1. genoemde en in de inleidende beschikking omschreven gedraging en kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.

6. Mogelijk had in dit geval een sanctie kunnen worden opgelegd voor handelen in strijd met artikel 5.18.8, tweede lid van de Rv (feitcode P082) met de omschrijving:

“het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die bij botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten”, maar het hof zal niet tot wijziging van de feitcode overgaan. Daartoe wijst het hof op de stand van de procedure, waarbij het hof mede in aanmerking neemt dat de advocaat-generaal in het verweerschrift niet is ingegaan op een (mogelijke) wijziging van de feitcode.

7. Gelet op het vorenstaande zal het hof als volgt beslissen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 218463375, een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen tot zekerheid is gesteld aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.