Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:4250

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
10-06-2020
Zaaknummer
21-005698-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Het hof spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde (vuurwerk)feiten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005698-16

Uitspraak d.d.: 10 juni 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Gelderland van 21 oktober 2016 met parketnummer 05-982009-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1947] ,

wonende te 3772 [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 januari 2019 en 13 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat verdachte voor alle tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden (met aftrek van voorarrest). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. G.F. Schadd, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte voor alle tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden (met aftrek van voorarrest).

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 12 december 2012, in de gemeente Ede, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 1320 vlinders (naam Big Spanish Cracker, artikelnummer 825), althans een aantal vlinders (naam Big Spanish Cracker, artikelnummer 825) (zie map 4, bijlage 1, blz. 19 t/m blz. 23 en blz. 107 t/m blz. 120) en/of

- 1434 bangers (naam Super Cobra 6 G2), althans een aantal bangers (naam Super Cobra 6 G2) (zie map 4, bijlage 1, blz. 19 t/m blz. 23 en blz. 213 t/m blz. 219) en/of

- 300 lawinepijlen (naam Joker, artikelnummer R4006), althans een aantal lawinepijlen (naam Joker, artikelnummer R4006) (zie map 4, bijlage 1, blz. 24 t/m blz. 27 en blz. 121 t/m blz. 138),

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

2.
hij op omstreeks 26 november 2014, te Achterveld, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 1080 lawinepijlen (artikelnummer BL1688), althans een aantal lawinepijlen (artikelnummer BL1688) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23 en blz. 43 t/m blz. 53) en/of

- 120 lawinepijlen (artikelnummer R4032), althans een aantal lawinepijlen (artikelnummer R4032) (zie map 5, bijlage 4, blz .17 t/m blz. 23 en blz. 54 t/m blz. 103) en/of

- 190 vlinders (artikelnummer BL9696), althans een aantal vlinders (artikelnummer BL9696) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23 en blz. 54 t/m blz. 103) en/of

- 21 cakeboxen (artikelnummer RFC13103), althans een aantal cakeboxen (artikelnummer RFC13103 ) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23) en/of

- 25 cakeboxen (artikelnummer RFC1387), althans een aantal cakeboxen (artikelnummer RFC1387) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23) en/of

- 41 cakeboxen (artikelnummer TXB654), althans een aantal cakeboxen artikelnummer TXB654) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23) en/of

- 17 cakeboxen (artikelnummer F951056A-200), althans een aantal cakeboxen artikelnummer F951056A-200) (zie map 5, bijlage 4, blz. 17 t/m blz. 23),

voorhanden heeft gehad;

3.
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 30 november 2014,

in de gemeente Nunspeet (A) en/of de gemeente Harderwijk (B), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A - 100 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen en/of,

B - 40 Chinese rollen, althans een aantal Chinese rollen,

voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

4.
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 9 december 2014,

in Nederland,

heeft opgericht en/of leiding heeft gegeven en/of heeft deelgenomen aan een organisatie,

die tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk het tezamen en in vereniging opzettelijk, binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of opslaan en/of voorhanden hebben en/of aan (een) ander(en) ter beschikking stellen, van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde feit

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 tenlastegelegde feit. Daartoe heeft hij - kort gezegd - betoogd dat er naast de belastende verklaring van [getuige 1] geen bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte als medepleger betrokken is bij het voorhanden hebben van het in de tenlastelegging bedoelde vuurwerk. Het door de rechtbank aangehaalde OVC-gesprek kan niet als steunbewijs worden gezien voor de verklaring van [getuige 1] .

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat alleen [getuige 1] een voor verdachte belastende verklaring heeft afgelegd ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. Het door de rechtbank daarnaast tot het bewijs gebruikte OVC-gesprek van 11 december 2014 biedt naar het oordeel van het hof onvoldoende steun aan deze door [getuige 1] afgelegde verklaring. Uit de inhoud van dit OVC-gesprek kan naar het oordeel van het hof niet met de vereiste mate van zekerheid worden afgeleid dat dit gesprek betrekking heeft op het in de tenlastelegging bedoelde vuurwerk. Het gesprek heeft enkele jaren na het feit plaatsgevonden terwijl het ook op diverse andere situaties betrekking kan hebben gehad. Omdat er - gelet op het voorgaande - slechts één belastend bewijsmiddel beschikbaar is waaruit de betrokkenheid van verdachte bij het onder 1 tenlastegelegde feit zou kunnen blijken en het bewijsminimum daarom niet wordt gehaald, spreekt het hof verdachte vrij van dit feit.

Vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde feit

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde feit. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat uit de omstandigheid dat verdachte een paar keer op de [adres] in Achterveld (waar het vuurwerk is aangetroffen) is geweest niet kan worden afgeleid dat hij als medepleger kan worden aangemerkt ter zake van het voorhanden hebben van het in de tenlastelegging bedoelde vuurwerk. Uit de door de rechtbank aangehaalde OVC-gesprekken blijkt ook niet dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde feit.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Weliswaar is verdachte verschillende keren ter plaatse geweest op of in de buurt van de in de tenlastelegging bedoelde locatie, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat het vuurwerk op deze locatie (ook) van hem was of dat hij anderszins feitelijk de beschikking had over dit vuurwerk. Dit kan naar het oordeel van het hof evenmin met voldoende mate van zekerheid worden afgeleid uit de door de rechtbank aangehaalde OVC‑gesprekken, die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte voornoemd vuurwerk voorhanden heeft gehad. Het hof spreekt verdachte daarom vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde feit

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 tenlastegelegde feit. Hij heeft daartoe - kort gezegd - betoogd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de in de tenlastelegging bedoelde Chinese rollen professioneel vuurwerk betroffen. De in de tenlastelegging bedoelde Chinese rollen zijn niet onderzocht door het NFI. Op basis van de door [getuige 2] afgelegde verklaring en het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant] kan niet worden geconcludeerd dat dit vuurwerk wel als professioneel vuurwerk kan worden aangemerkt, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof stelt vast dat de in de tenlastelegging bedoelde Chinese rollen niet in beslag zijn genomen en niet zijn onderzocht door het NFI. Uit de bewijsmiddelen leidt het hof wel af dat er vuurwerkrollen zijn geleverd aan [getuige 2] . Over deze rollen heeft [getuige 2] verklaard dat het om illegaal vuurwerk ging. De verbalisant [verbalisant] heeft gerelateerd dat de vuurwerkrollen Red Dragon waarover [getuige 2] heeft verklaard met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid professioneel vuurwerk betroffen. Het hof is van oordeel dat het voorgaande niet voldoende is om buiten redelijke twijfel vast te kunnen stellen dat de in de tenlastelegging bedoelde Chinese rollen daadwerkelijk professioneel vuurwerk betroffen. De verbalisant [verbalisant] , die het vuurwerk niet zelf heeft gezien en het alleen op basis van de verklaring van [getuige 2] heeft kunnen beoordelen, heeft dit niet met zekerheid vastgesteld en niet blijkt op welke wijze [getuige 2] tot de conclusie is gekomen dat het om illegaal vuurwerk ging. De door [getuige 2] afgelegde verklaring acht het hof daarom niet redengevend voor de conclusie dat het om professioneel vuurwerk gaat zoals onder 3 is ten laste gelegd. Uit het feit dat verdachte kennelijk tegen beter weten in een aantal punten die met name de gang van zaken rond de Mercedes betreffen ontkent, kan het hof ook niet afleiden dat door hem en [medeverdachte] aan [getuige 2] professioneel vuurwerk is geleverd. Het hof betrekt in zijn oordeel verder dat er volgens het proces‑verbaal van [verbalisant] sinds 2006 Chinese rollen met zwart buskruit in de handel zijn die voldoen aan de eisen voor consumentenvuurwerk en die uiterlijk sterke overeenkomsten vertonen met illegale Chinese rollen en dat er zelfs een legale Chinese rol Red Dragon bestaat.

Gelet op al het voorgaande spreekt het hof verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde feit

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 tenlastegelegde feit. Hij heeft daartoe - kort gezegd - naar voren gebracht dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte in de tenlastegelegde periode een duurzaam samenwerkingsverband heeft gevormd met de medeverdachte [medeverdachte] met het oogmerk om vuurwerkmisdrijven te plegen.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof stelt voorop dat het bewijs voor het strafbare feit deelneming aan een criminele organisatie (artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht) is te ontlenen aan het bewijs voor andere gepleegde strafbare feiten. Zoals blijkt uit de hiervoor vermelde overwegingen heeft het hof verdachte vrijgesproken van alle in deze zaak tenlastegelegde vuurwerkdelicten. Daarom kunnen zij dus niet bijdragen aan het bewijs van een criminele organisatie waaraan verdachte heeft deelgenomen. Ook overigens wordt naar het oordeel van het hof op grond van de beschikbare bewijsmiddelen, inclusief de veelal voor meerdere uitleg vatbare OVC-gesprekken, onvoldoende duidelijk dat in de tenlastegelegde periode sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband waartoe verdachte zou hebben behoord. Het hof spreekt verdachte daarom vrij van de onder 4 tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een personenauto (Mercedes E200CDI met het Duitse kenteken [kenteken] ).

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. A. van Waarden en mr. N.C. van Lookeren Campagne, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 10 juni 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 juni 2020.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van heden.

Tegenwoordig:

mr. A. van Waarden, voorzitter,

mr. A.C.L. van Holland, advocaat-generaal,

mr. R. Jansen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.