Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:3441

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
Wahv 200.208.326/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De beslissing van de kantonrechter mag niet met een handtekeningstempel zijn ‘ondertekend’.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.208.326/01

CJIB-nummer

: 193732316

Uitspraak d.d.

: 29 april 2020

Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 november 2016, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft één punt aan proceskostenvergoeding toegekend met wegingsfactor 0,25.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 31 oktober 2017, 21 januari 2018 en 16 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert onder meer aan dat de kantonrechter zijn beslissing niet heeft ondertekend. De beslissing is slechts voorzien van een stempel van de handtekening van de kantonrechter. Nu op die manier niet controleerbaar is of de beslissing door een daartoe bevoegde persoon is “ondertekend” kan de beslissing niet in stand blijven, aldus de gemachtigde.

2. In de Wahv is geen bepaling opgenomen waarin wordt voorgeschreven dat het proces-verbaal, waarin de beslissing van de kantonrechter is aangetekend, door de rechter die de beslissing gegeven heeft moet worden ondertekend. Zoals het hof eerder heeft overwogen, moet niettemin het in artikel 13, derde lid, Wahv bedoelde proces-verbaal worden ondertekend door de rechter die de daarin weergegeven beslissing heeft genomen.

3. Ondertekening door de rechter dient het belang dat de rechter aldus bevestigt dat de weergegeven beslissing de zijne is. Het betreft hier een uit de beginselen van behoorlijke rechtspleging voortvloeiende eis (vgl. het arrest van het hof van 23 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3934). Nu het proces-verbaal van de ter zitting uitgesproken beslissing niet is ondertekend door de kantonrechter en evenmin is vermeld dat hij buiten staat was het proces-verbaal mede te ondertekenen, maar slechts een stempel van een handtekening is gebruikt, kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. De overige tegen deze beslissing opgeworpen bezwaren, kunnen derhalve onbesproken blijven.

4. De gemachtigde heeft in het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie aangevoerd dat het recht om te worden gehoord is geschonden. Het hof stelt vast dat het verzoek daartoe in administratief beroep op juiste wijze is gedaan en zich ook geen andere uitzonderingsgevallen voordoen. Op basis van deze grond - in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt - kan ook deze beslissing niet in stand blijven.

5. De bezwaren die namens de betrokkene zijn opgeworpen richten zich verder tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van
€ 96,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 12 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 november 2015 om 15:46uur op de N211 in Wateringen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .

6. Deze bezwaren houden in dat niet is gebleken van deugdelijke bebording waaruit volgt dat op de weg, gelegen buiten de bebouwde kom, een maximumsnelheid geldt van 50 km/h. Vaststelling van deze bebording is van belang, nu op deze weg normaliter een maximumsnelheid van 80 km/h geldt. Een afwijkende snelheid moet duidelijk zijn aangegeven en daarvan blijkt niets.

7. Het is vaste rechtspraak van het hof dat een betwisting van de aanwezigheid van (deugdelijke) bebording bij snelheidsovertredingen die op geautomatiseerde wijze worden vastgesteld, slechts kan worden weerlegd aan de hand van stukken - bijvoorbeeld schouwrapporten - die aannemelijk maken dat ten tijde van de constatering wél deugdelijke bebording aanwezig was (vgl. het arrest van het hof van 25 september 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:8537).

8. In de onderhavige zaak is de gedraging blijkens het zaakoverzicht op geautomatiseerde wijze vastgesteld door middel van geijkte radarapparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd.

9. Het hof stelt vast dat de verweren van de gemachtigde op 1 augustus 2017 in afschrift aan de advocaat-generaal zijn toegestuurd. Aangezien op dat moment voormeld arrest van

25 september 2018 nog niet was gewezen, ziet het hof aanleiding om de advocaat-generaal alsnog in de gelegenheid te stellen om - voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke - informatie met betrekking tot de aanwezigheid van deugdelijke bebording in het geding te brengen.

10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid voormelde informatie binnen zes weken na dagtekening van dit arrest over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.