Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2969

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
Wahv 200.258.450/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De betrokkene is als liefdadigheidsinstelling afhankelijk van giften en donaties. Dat betekent niet dat zij de terecht opgelegde boete niet hoeft te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.258.450/01

CJIB-nummer

: 216158117

Uitspraak d.d.

: 14 april 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2019, betreffende

Stichting [betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De vertegenwoordiger van de betrokkene is [B] , wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 april 2018 om 13:18 uur op de Ringbaan West in Tilburg met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De vertegenwoordiger voert aan dat de gedraging niet wordt ontkend maar dat onvoldoende rekening is gehouden met de financiële positie en het maatschappelijk belang van de voedselbank. De voedselbank heeft een klein budget en elke cent die binnenkomt gaat naar voedsel dat wordt verstrekt aan de clientèle. De voedselbank staat in deze voor een dilemma: de chauffeurs, die op vrijwillige basis vele malen per week voor de stichting en de cliënten klaar staan, de bekeuring laten betalen, of de voedselbank, die toch al afhankelijk is van giften en donaties, de bekeuring van € 239,- uit haar krappe budget laten ophoesten. Als de chauffeur zonder meer aansprakelijk wordt gesteld, dan kost dit de voedselbank chauffeurs/vrijwilligers. Een dergelijke boete heeft daarmee grote consequenties en om deze reden wordt verzocht de beschikking te vernietigen.

3. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen.

4. Het hof heeft begrip voor het werk dat de voedselbank verricht en twijfelt niet aan het belang daarvan. Echter, op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

5. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn hier niet gebleken. Aan de hand van wat door de vertegenwoordiger in de procedure naar voren is gebracht kan weliswaar worden aangenomen dat de betrokkene haar beperkte budget volledig wil inzetten voor het verstrekken van voedsel en het niet aangewezen is om dat budget aan andere doelen te besteden, maar niet gezegd kan worden dat de betrokkene door de hoogte van het boetebedrag onevenredig hard wordt getroffen. Niet is gebleken van omstandigheden om in dit geval af te wijken van de wettelijk vastgestelde tarieven.

6. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.