Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2801

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
Wahv 200.239.793/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5, 8 en 9 Wahv. Kentekenaansprakelijkheid. Het voertuig is langer dan 3 maanden verhuurd, zodat de kentekenhouder geen beroep kan doen op uitsluiting van de kentekenaansprakelijkheid. In zo’n geval kan de sanctie, ook als de kentekenhouder niet zelf de gedraging heeft verricht, aan hem worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.239.793/01

CJIB-nummer

: 206975331

Uitspraak d.d.

: 7 april 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 9 april 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. E. Kok, advocaat te Rotterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 115,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 15 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 april 2017 om 23:11 uur op de A12 rechts (trajectcontrole) in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene het voertuig had verhuurd op het moment dat de gedraging werd verricht. Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd aan de heer [B] voor de periode van 10 februari 2017 tot 28 mei 2017.

De conclusie van de kantonrechter dat de overgelegde documentatie niet aantoont dat de auto ten tijde van de gedraging verhuurd was, is onbegrijpelijk. De documentatie omvat wel degelijk en ondubbelzinnig die periode. De kentekenaansprakelijkheid voortvloeiende uit artikel 181, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gaat in de onderhavige zaak niet op omdat de uitzondering van het derde lid, sub b en c, van dit artikel van toepassing is. De betrokkene heeft voor de terechtzitting op 9 april 2018 deze bescheiden aan het openbaar ministerie beschikbaar gesteld, middels de brief aan het CJIB van 21 november 2017. De betrokkene komt daarom een geslaagd beroep op artikel 9, tweede lid, onder a, van de Wahv toe. Daarnaast beroept de gemachtigde zich op de toepasselijkheid van artikel 9, tweede lid, onder b, van de Wahv. Administratieve problemen hebben ertoe geleid dat er zulk een schuldenberg is ontstaan dat de betrokkene zijn verhuurbedrijf heeft moeten staken. Er waren ook aantoonbaar problemen met de post. De betrokkene probeert reeds zeer lange tijd om enige vorm van oplossing voor de problematiek te krijgen. De betrokkene krijgt geen antwoord op verzoeken aan het parket CVOM. Al deze omstandigheden maken dat de officier van justitie ten onrechte heeft beslist dat de oplegging van de onderhavige administratieve sanctie billijk is en dat hij geen lager bedrag vaststelt. Uit niets blijkt dat deze omstandigheden ook maar zijn overwogen, terwijl hier gezien het bovenstaande toch wel een reden toe was.

3. De betrokkene bestrijdt niet dat hij de kentekenhouder van het voertuig met kenteken [YY-000-Y] is. Ook wordt niet betwist dat de gedraging is verricht met dit voertuig.

4. De onderhavige gedraging valt onder het regime van de Wahv. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wahv zijn voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard uitgesloten.

5. In het onderhavige geval is de sanctie met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd. Wanneer er geen reële mogelijkheid is om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, wordt een administratieve sanctie aan de kentekenhouder van het voertuig opgelegd. De betrokkene kan dus als kentekenhouder aansprakelijk worden gehouden voor het betalen van de sanctie, ook als iemand anders het voertuig heeft bestuurd. De Wahv biedt de kentekenhouder van het voertuig waarmee de gedraging is verricht niet de mogelijkheid om zich van zijn aansprakelijkheid voor de gedraging te bevrijden door de bestuurder van het betreffende voertuig bekend te maken. Artikel 181 van de WVW 1994 is, gelet op hetgeen onder 4. is overwogen, niet van toepassing in het onderhavige geval. Bevrijding van de aansprakelijkheid is slechts mogelijk onder de in artikel 8 van de Wahv omschreven uitzonderingen.

6. Het hof stelt vast dat de betrokkene in administratief beroep of beroep bij de kantonrechter geen verhuurovereenkomst heeft overgelegd die ziet op het voertuig met kenteken [YY-000-Y] waarmee de gedraging is verricht. De in administratief beroep overgelegde verhuurovereenkomst aan de heer [B] ziet op het voertuig met kenteken [XX-000-X] . De kantonrechter heeft dan ook terecht geoordeeld dat het kenteken of de huurperiode op de door de betrokkene toegezonden stukken niet overeenkomt met de gegevens in de beschikking.

7. In hoger beroep is wel een verhuurovereenkomst betreffende het voertuig met kenteken [YY-000-Y] overgelegd. Hieruit blijkt dat de betrokkene dit voertuig voor de periode van 10 februari 2017 tot 28 mei 2017 heeft verhuurd aan de heer [B] . Het voertuig is verhuurd voor een periode langer dan drie maanden. De betrokkene komt daarom, zo ziet de gemachtigde ook in, geen beroep toe op de uitzondering van artikel 8, onder b, van de Wahv. De uitzonderingen genoemd onder a en c, van artikel 8 van de Wahv doen zich hier ook niet voor. Gelet hierop is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.

8. In artikel 9, tweede lid en onder a, van de Wahv is bepaald dat beroep kan worden ingesteld ter zake dat de gedraging niet is verricht of dat, buiten het geval van artikel 5, degene tot wie de beschikking is gericht de gedraging niet heeft verricht. Deze bepaling kan, gelet op de zinsnede "buiten het geval van artikel 5", de regeling van de artikelen 5 en 8 van de Wahv niet ter zijde stellen. Degene die een beroep wil doen op de uitzonderingsbepalingen van artikel 8 van de Wahv staat de beroepsgrond van artikel 9, tweede lid, onder c, van de Wahv ten dienste. Dat de betrokkene zelf de gedraging niet heeft verricht, brengt daarom in dit geval niet mee dat de inleidende beschikking vernietigd dient te worden.

9. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen (artikel 9, tweede lid en onder b, van de Wahv).

10. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval niet gebleken van dergelijke redenen. De gemachtigde heeft zijn stellingen omtrent de financiële situatie van de betrokkene niet met stukken onderbouwd. De gemachtigde heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat de financiële omstandigheden waarin de betrokkene verkeert zodanig zijn dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd. Dat de betrokkene geen antwoord zou krijgen op verzoeken aan het parket CVOM vormt geen reden de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.