Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2799

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.959/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dat de ambtenaar zelf (ook) een overtreding zou hebben begaan, betekent niet dat hij de betrokkene geen sanctie mocht opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.959/01

CJIB-nummer

: 212319100

Uitspraak d.d.

: 7 april 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 17 februari 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De betrokkene heeft de gronden van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie aangevuld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Gelet op wat is overwogen in het tussenarrest zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en vervolgens doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk de verweren tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.

2. De officier van justitie heeft het administratief beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 102,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 november 2017 om 20.36 uur op de Prins Hendrikkade in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

3. De betrokkene voert aan dat de overtreding onvoldoende te bewijzen is. De foto is donker en er staan meerdere voertuigen op de foto, waardoor onduidelijk is welk voertuig de overtreding heeft begaan. Uit de foto blijkt waar het flitsvoertuig heeft gestaan, namelijk op een verdrijvingsvlak ter hoogte van nummer 501. Naar weten van de betrokkene mag op een dergelijke plek helemaal geen flitsvoertuig staan. Het is geen veilige plek om te handhaven. Bovendien is het gebruiken van een verdrijvingsvlak een overtreding. Verder voert de betrokkene aan dat uit de stukken niet valt op te maken dat het genoemde dienstnummer daadwerkelijk van de ambtenaar is, en dat deze ambtenaar degene was die de apparatuur bediende. Daarnaast zijn de gegevens op de foto niet volledig genoeg om vast te kunnen stellen dat er een relatie is tussen de gebruikte apparatuur en het verklaringscertificaat.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de

beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vaststelling dat met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel is vastgesteld dat met het voertuig van de betrokkene een (gecorrigeerde) snelheid van 62 km/u is gereden, terwijl de toegestane snelheid 50 km/u is. Daarnaast volgt uit het zaakoverzicht dat ambtenaar 124061, de heer [B] , de uitvoerend ambtenaar is.

6. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar, die onder meer verklaart:

“Op donderdag 11 november 2017 omstreeks 20.36 uur was ik verbalisant in uniform gekleed en met een snelheidscontrole belast op de Prins Hendrikkade te Amsterdam.

Alwaar ik stond opgesteld op het verdrijvingsvlak aan de waterkantzijde van de Prins Hendrikkade te Amsterdam. Dit is in de rijrichting van de IJ-tunnel richting het centraal station van Amsterdam. Ik stond hier ter hoogte van huisnummer 127.

Het meetgebied wordt door middel van evaluatielijnen aangegeven in het fotoverwerkingsprogramma van Robot. Deze evaluatielijnen zijn in het midden van de foto. Het voertuig met het kenteken
[0-YYY-00] is dan ook het enige voertuig in het meetgebied.”

7. Verder bevat het dossier een foto van de gedraging. Hoewel de foto donker is, is wel een voertuig te zien met het onder 2. genoemde kenteken. Links op de foto zijn de achterlichten en het (onleesbare) kenteken van een ander voertuig te zien. De gegevens in de databalk bij de foto komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Rechtsboven in de databalk staat ‘Multaradar CT 62339/60526’.

8. Naast voornoemde documenten bevat het dossier ook een NMi-verklaring die betrekking heeft op de gebruikte apparatuur en een certificaat waaruit volgt dat de ambtenaar met dienstnummer 42391/124061 de cursus ‘bedienaar Robot Multaradar CT’ met goed gevolg heeft afgerond.

9. Het hof is van oordeel dat uit het samenstel van de foto’s en de overige gegevens in het dossier volgt dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Wat de betrokkene heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Het nummer van de antenne-eenheid en digitale camera dat op de foto staat, komt overeen met de gegevens in de NMi-verklaring. Uit die NMi-verklaring volgt dat de radarsnelheidsmeter voldeed aan de Concept voorschriften meetmiddelen politie. Ten aanzien van het verweer van de betrokkene over de uitvoerend ambtenaar, merkt het hof nog op dat het enkel opwerpen van vragen omtrent het dienstnummer en de aanwezigheid van de ambtenaar onvoldoende is om aan de juistheid van de gegevens in het zaakoverzicht te twijfelen. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.

10. Dat de ambtenaar zelf een overtreding zou hebben begaan door met de flitsauto op een verdrijvingsvlak te staan, maakt niet dat voor de gedraging die de betrokkene heeft verricht een sanctie achterwege moet blijven. De bepaling waarop de betrokkene zich beroept strekt niet tot behartiging van de belangen van de betrokkene.

11. Gelet op het voorgaande zal het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

12. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.