Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2640

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-03-2020
Datum publicatie
21-05-2020
Zaaknummer
200.216.663/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtsopvolging onder bijzondere titel in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.216.663/01

(zaaknummer rechtbank Assen 82236)

arrest van 31 maart 2020

in het incident dat is opgeworpen door

M.C. Beheer B.V.,

gevestigd te Emmen,

verzoekster in het incident,

hierna: M.C. Beheer,

advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen, kantoorhoudend te Utrecht,

in de zaak van

Starglass B.V.,

gevestigd te Emmen,

appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: Starglass,

advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen, kantoorhoudend te Utrecht,

tegen

Univé Schade N.V.,

gevestigd te Zwolle,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep,

tevens verweerster in het incident,

bij de rechtbank: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: Univé,

advocaat: mr. A.P.E. de Ruiter, kantoorhoudend te Zwolle.

Het tussenarrest van 16 december 2014 (zaaknr. 200.099.144/01) wordt hier overgenomen.

1 Het verdere procesverloop in hoger beroep

1.1

In het tussenarrest is de zaak naar de rol van 27 januari 2015 verwezen voor uitlating partijen. Starglass heeft hiertoe op de rol van 10 maart 2015 een akte overlegging productie (met één bijlage) genomen. Separaat heeft zij verzocht om schorsing van de procedure wegens rechtsopvolging onder bijzondere titel.

1.2

Op de rol van 24 maart 2015 heeft Starglass een akte van toelichting op dat laatste verzoek genomen.

1.3

Bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 24 maart 2015 is Starglass in staat van faillissement verklaard, waarbij mr. J. Knotter is benoemd tot curator. Bij H-13 formulier van 16 april 2015 heeft Univé verzocht de procedure in hoger beroep te schorsen. Op de rol van 21 april 2015 is de procedure geschorst en is de zaak doorgehaald. Hierbij is in het roljournaal vermeld dat de schorsing plaatsvindt "op basis van 29 Fw en rechtsopvolging onder bijzondere titel".

1.4

M.C. Beheer heeft de zaak op de rol van 6 juni 2017 weer opgebracht. De zaak heeft sindsdien het in de kop van dit arrest vermelde nummer (200.216.663/01).

1.5

M.C. Beheer en Starglass hebben op de rol van 4 juli 2017 een (antwoord)akte (met producties) genomen waarin zij om pleidooi hebben gevraagd.

1.6

Univé heeft op de rol van 10 april 2018 een antwoordakte (met producties) genomen.

1.7

Het pleidooi heeft vooralsnog niet plaatsgevonden. Op de rol van 14 december 2018 is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating partijen over de gestelde rechtsopvolging en overname van de procedure.

1.8

M.C. Beheer en Starglass hebben op de rol van 15 januari 2019 een antwoordakte genomen.

1.9

Ten slotte heeft Univé op de rol van 12 februari 2019 een antwoordakte genomen.

1.10

Partijen hebben de stukken overgelegd. Arrest in het incident is bepaald op heden.

2 De nadere feiten

2.1

Op 4 juni 2013 is tussen Starglass en M.C. Beheer een document opgemaakt en ondertekend, genaamd "Akte van cessie". Met dit document is beoogd te bewerkstelligen dat Starglass al haar vorderingen op de verzekeraars overdraagt op M.C. Beheer. Bij deze akte van cessie hoort als bijlage 1 een "Saldilijst klanten". Daarop is Univé éénmaal vermeld, en wel met een openstaand saldo van € 8.812,-. De mededeling van de cessie aan Univé heeft niet tijdig plaatsgevonden.

2.2

Het schorsingsverzoek van Starglass op de rol van 10 maart 2015 had tot doel M.C. Beheer de plaats van Starglass in de procedure te laten innemen. Deze overname van de procedure heeft niet plaatsgevonden, omdat Starglass bij vonnis van 24 maart 2015 in staat van faillissement is verklaard, waarna de procedure op die grond is geschorst.

2.3

Tussen de curator van Starglass (mr. J. Knotter) en M.C. Beheer is op 11 januari 2016 een document opgemaakt en ondertekend, genaamd "Overeenkomst van koop en verkoop van vorderingen, tevens akte van cessie". Dit document luidt (voor zover relevant) als volgt:

"(...)

Nemen het volgende in aanmerking:

(...)

e. bij vonnis van de Rechtbank Assen d.d. 14 september 2011, is de vordering van de failliete vennootschap op Univé afgewezen en is de failliete vennootschap veroordeeld tot betaling aan Univé van een bedrag ad € 378.627,78, te vermeerderen met rente en (proces)kosten. Deze uitspraak zal hierna worden aangeduid als 'het vonnis';

f. de failliete vennootschap heeft aan het vonnis (grotendeels) voldaan doordat Univé de door de failliete vennootschap gestelde bankgarantie ad € 400.000,- heeft getrokken;

g. de failliete vennootschap is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis en in die appelprocedure (hierna te noemen 'de appelprocedure') vordert de failliete vennootschap van Univé terugbetaling van hetgeen zij op grond van het vonnis aan Univé heeft voldaan en betaling door Univé van de onbetaalde facturen van de failliete vennootschap ad € 156.689,40 in hoofdsom;

h. de appelprocedure is aanhangig bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder zaaknummer 200.099.144/01;

i. in de appelprocedure heeft het gerechtshof op 21 januari 2014 (tussen)arrest gewezen;

j. MC Beheer heeft zich jegens de Curator op het standpunt gesteld dat alle vorderingen van de failliete vennootschap aan haar zijn overgedragen op grond van de akte van cessie d.d. 4 juni 2013 welke akte als bijlage A aan deze akte is gehecht;

k. de Curator heeft het standpunt van MC Beheer betwist omdat niet (in alle gevallen) is gebleken van de voor overdracht vereiste mededeling aan de debiteuren. In ieder geval heeft voor de faillietverklaring geen mededeling aan Univé plaatsgevonden;

l. MC Beheer heeft de Curator te kennen gegeven de vorderingen op de debiteuren van de failliete vennootschap te willen innen nu de failliete vennootschap dat in verband met de faillietverklaring niet (meer) zal (kunnen en/of willen) doen;

m. partijen zijn met elkaar in overleg getreden over de mogelijkheid om de vorderingen op de debiteuren van de failliete vennootschap alsnog aan MC Beheer over te dragen voor zover die overdracht niet reeds eerder heeft plaatsgevonden;

n. partijen zijn tot overeenstemming gekomen en zij wensen de gemaakte afspraken nader in de bepalingen van onderhavig contract vast te leggen.

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt.

Artikel 1 Koop en verkoop

De Curator verkoopt aan MC Beheer, gelijk MC Beheer van de Curator koopt alle vorderingen van de failliete vennootschap zoals vermeld in de akte van cessie d.d. 4 juni 2013 en op de daarbij behorende lijst (bijlage A). Het verkochte zal hierna worden aangeduid als 'de vorderingen'.

Tot de vorderingen behoort in ieder geval (ook) de vordering op Univé.

(...)

2.3

De door MC Beheer verschuldigde nabetaling is afhankelijk van het resultaat van de (door MC Beheer voort te zetten) procedure tegen Univé. De afspraak in het algemeen is dat MC Beheer uit een eventueel positief resultaat het faillissementstekort volledig aanzuivert.

2.4

In het bijzonder geldt als positief resultaat een van Univé verkregen betaling op de (hierbij verkochte) vordering, ongeacht of die betaling is gebaseerd op een (al dan niet onherroepelijke) gerechtelijke uitspraak of op basis van een bereikte schikking, verminderd met de (redelijke) door MC Beheer gemaakte kosten vanaf de datum van ondertekening van deze akte.

(...)

2.7

Zodra MC Beheer betaling van Univé heeft verkregen (en de curator daarover heeft geïnformeerd evenals over de omvang van de gemaakte (redelijke) kosten) zal de curator een daarop gebaseerde factuur uitreiken voor de door MC Beheer aan de curator verschuldigde nabetaling. (...)

Artikel 3 Mededeling

3.1

Partijen zijn bevoegd de onderhavige cessie terstond schriftelijk mede te delen aan de debiteuren, dit desgewenst onder bijvoeging van een afschrift van deze (cessie)akte.

(...)

Artikel 4 Nevenrechten en procedure Univé

4.1

Alle voor de vorderingen gegeven zekerheden en alle overige aan de vorderingen verbonden nevenrechten waaronder begrepen de rechten uit hoofde van eventuele arbitrage- en bindend-adviesclausules, een en ander met inbegrip van de daaraan verbonden verplichtingen, gaan bij dezen van rechtswege over op MC Beheer. Voor zover dat niet zo mocht zijn, draagt de Curator deze zekerheden en nevenrechten bij dezen over aan MC Beheer.

4.2

MC Beheer is (dan ook) gerechtigd de appelprocedure tegen Univé van de failliete vennootschap over te nemen en op eigen naam en voor eigen rekening en risico voort te zetten.

4.3

De appelprocedure is op verzoek van Univé d.d. 16 april 2015 (bijlage B) geschorst.

(...)

Artikel 5 Geen inspanningsverplichting Curator

5.1

Door ondertekening van het onderhavige contract heeft de Curator aan zijn verplichtingen jegens MC Beheer voldaan. Op de Curator rust geen inspanningsverplichting ten behoeve van MC Beheer in verband met de inning van de aan haar overgedragen vorderingen.

5.2

MC Beheer dient dan ook zelf alle handelingen te verrichten die zij noodzakelijk acht ten behoeve van de inning van de door haar verkregen vorderingen. Dat geldt in het bijzonder voor de handelingen die nodig zijn om de appelprocedure over te nemen en te hervatten en op eigen naam voort te zetten.

(...)"

Bijlagen bij deze overeenkomst zijn: de akte van cessie van 4 juni 2013 (met bijbehorende lijst) en het schorsingsverzoek van Univé van 16 april 2015.

3 De beoordeling in het incident

3.1

Het hof begrijpt het standpunt van M.C. Beheer zo - en Univé heeft dat ook zo begrepen - dat M.C. Beheer in de procedure in hoger beroep in de plaats wil treden van Starglass (inclusief de vordering van Starglass tot terugbetaling van al hetgeen zij op grond van het bestreden eindvonnis in eerste aanleg aan Univé heeft betaald, hierna te noemen: de restitutievordering) en dat M.C. Beheer de procedure in hoger beroep op die manier wil hervatten.

3.2

Univé heeft geconcludeerd tot verwerping van het standpunt van M.C. Beheer, zowel ten aanzien van het overnemen door M.C. Beheer van de positie van Starglass als procespartij (in conventie en in reconventie) als ten aanzien van de hervatting.

het standpunt van M.C. Beheer

3.3

M.C. Beheer stelt dat zij in de plaats is getreden van Starglass. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar de overeenkomst van 11 januari 2016, genaamd "Overeenkomst van koop en verkoop van vorderingen, tevens akte van cessie", die is gesloten tussen de curator van Starglass en M.C. Beheer. In art. 4 van de overeenkomst van 11 januari 2016 is vastgelegd dat M.C. Beheer gerechtigd is om de procedure tegen Univé voort te zetten.

het standpunt van Univé

3.4

De overeenkomst van 11 januari 2016 beperkt zich tot de vorderingen die Starglass heeft verkregen toen zij nog een onderneming voerde, waarbij is verwezen naar de akte van cessie van 4 juni 2013 met bijbehorende lijst. Op die lijst is vermeld dat Univé nog een bedrag van € 8.812,- schuldig zou zijn aan Starglass, hetgeen Univé overigens betwist. Hoe dan ook staat hiermee vast, aldus Univé, dat het onderwerp van de cessie beperkt is tot een bedrag van ten hoogste € 8.812,-.

3.5

Univé stelt verder dat er geen rechtsgrond is voor voortzetting van de procedure. Het schorsingsverzoek van Starglass wegens rechtsopvolging onder bijzondere titel was gebaseerd op art. 225 Rv. Dit verzoek is echter niet toegewezen, zodat hervatting op de voet van art. 227 Rv niet aan de orde is. De procedure is vanwege het faillissement van Starglass geschorst op de voet van art. 27 Fw. Van voortzetting van de procedure zoals bedoeld in de artikelen 27 en 28 Fw is geen sprake, omdat de curator de procedure niet heeft overgenomen.

3.6

De oorspronkelijke vorderingen in conventie (van Univé op Starglass) zijn geen onderdeel van de akte van cessie van 4 juni 2013 en daarmee ook niet van de overeenkomst van 11 januari 2016. Dit betekent volgens Univé dat wat de oorspronkelijke vorderingen in conventie betreft geen sprake is van rechtsopvolging.

3.7

Bovendien betwist Univé dat de oorspronkelijk reconventionele vorderingen waar deze procedure betrekking op heeft, zijn gecedeerd aan M.C. Beheer. Het is onduidelijk wat de relatie is tussen het in de bijlage bij de akte van cessie genoemde bedrag van € 8.812,- en de oorspronkelijke vordering in reconventie van Starglass, die € 156.689,40 bedraagt.

de positie van Starglass respectievelijk M.C. Beheer als procespartij

3.8

In art. 26 Faillissementswet (Fw) is bepaald dat rechtsvorderingen die voldoening ener verbintenis uit de boedel ten doel hebben gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere wijze ingesteld kunnen worden dan door aanmelding ter verificatie. Art. 27 lid 1 Fw bepaalt dat indien de rechtsvordering tijdens de faillietverklaring aanhangig en door de schuldenaar is ingesteld, het geding ten verzoeke van de verweerder wordt geschorst, ten einde deze gelegenheid te geven, binnen een door de rechter te bepalen termijn, de curator tot overneming van het geding op te roepen. Op grond van art. 27 lid 3 Fw is de curator, ook zonder te zijn opgeroepen, te allen tijde bevoegd het proces over te nemen. In art. 29 Fw is bepaald dat, voor zover tijdens de faillietverklaring aanhangige rechtsvorderingen voldoening ener verbintenis uit de boedel ten doel hebben, het geding na de faillietverklaring wordt geschorst om alleen dan voortgezet te worden, indien de verificatie der vordering betwist wordt. In dit geval wordt hij, die de betwisting doet, in de plaats van de gefailleerde, partij in het geding.

3.9

In art. 225 Rv (dat op grond van art. 353 Rv ook in hoger beroep van toepassing is) is in lid 1 onder c bepaald dat een grond voor schorsing van het geding is het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel op een ander, hetzij door een andere oorzaak. De schorsing vindt plaats door betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle (lid 2). In art. 227 lid 1 onder b Rv is bepaald dat het geding wordt hervat in de stand waarin dit zich bij de schorsing bevond doordat één der partijen, met instemming van de andere partij, een daartoe strekkende akte ter rolle neemt, dan wel bij exploot verklaart dat het geding wordt hervat.

3.10

In eerste aanleg in conventie heeft Univé gevorderd dat Starglass op de grondslag van onverschuldigde betaling wordt veroordeeld tot betaling van € 367.382,38 (hoofdsom) met bijkomende veroordelingen. In reconventie heeft Starglass gevorderd dat Univé wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen tot een bedrag van (totaal) € 156.689,40 met bijkomende veroordelingen.

3.11

Begin 2015 heeft Starglass verzocht om de procedure in hoger beroep te schorsen vanwege een (gestelde) rechtsopvolging onder bijzondere titel (zie 1.1). Voordat op dit verzoek is beslist, is Starglass failliet verklaard en heeft ook Univé om schorsing gevraagd. Vervolgens is de procedure door de rolraadsheer per 21 april 2015 geschorst (2.2). Hierbij is in het roljournaal vermeld dat de schorsing plaatsvindt "op basis van 29 Fw en rechtsopvolging onder bijzondere titel".

3.12

Voor wat betreft de oorspronkelijke vordering in conventie (van Univé op Starglass) is het geding op grond van art. 29 Fw van rechtswege geschorst vanaf de faillietverklaring van Starglass. Voor wat betreft de oorspronkelijke vordering in reconventie (van Starglass op Univé) is het geding vanwege de door Starglass gestelde cessie geschorst op de voet van art. 225 Rv lid 1 onder c Rv, anders dan Univé meent. Volgens de parlementaire geschiedenis van die bepaling is een rechtsopvolging onder bijzondere titel, zoals een cessie, een "andere oorzaak" die ook aanleiding kan geven voor schorsing van een geding. De vraag is vervolgens of (en zo ja: in hoeverre en tussen welke partijen) het geding tussen Univé en Starglass kan worden voortgezet.

3.13

Wat betreft de oorspronkelijke vordering in reconventie (van Starglass op Univé) is het hof van oordeel dat uit de overeenkomst tussen de curator en M.C. Beheer van 11 januari 2016 voldoende duidelijk blijkt dat daarmee de vordering tot betaling van openstaande facturen die in dit hoger beroep speelt (zie 3.10) is gecedeerd aan M.C. Beheer. Met name de zinsnede in artikel 1 van die overeenkomst "Tot de vorderingen behoort in ieder geval (ook) de vordering op Univé" kan tegen de achtergrond van de daarvoor weergegeven overwegingen (zie 2.3, en dan vooral e tot en met h), niet anders worden begrepen dan dat hier wordt gedoeld op de (oorspronkelijk reconventionele) vordering wegens onbetaalde facturen die Starglass tegen Univé heeft ingesteld. In zoverre gaat het hof dan ook voorbij aan het verweer van Univé. Met de akte waarmee M.C. Beheer heeft beoogd de hervatting van het geding te bewerkstelligen, is voldaan aan de ratio van art. 227 lid 1 Rv. Het geding in hoger beroep voor zover betrekking hebbend op de oorspronkelijke vordering in reconventie, kan dan ook worden hervat, waarbij M.C. Beheer in de plaats treedt van Starglass.

3.14

Uit de overeenkomst tussen de curator en M.C. Beheer van 11 januari 2016 blijkt eveneens dat de restitutievordering van Starglass (zie 3.1) is gecedeerd aan M.C. Beheer. Daarbij is in art. 4.2 van die overeenkomst bepaald dat M.C. Beheer gerechtigd is de appelprocedure tegen Univé over te nemen en op eigen naam en voor eigen rekening voort te zetten. En in art. 5.2 is bepaald dat M.C. Beheer zelf alle handelingen dient te verrichten die nodig zijn om de appelprocedure (het hof begrijpt: tegen Univé) te hervatten en op eigen naam voort te zetten. Daarom kan naar het oordeel van het hof het geding in hoger beroep voor zover betrekking hebbend op de oorspronkelijke vordering in conventie eveneens worden hervat, waarbij M.C. Beheer in de plaats treedt van Starglass. Of deze restitutievordering - bij het slagen van de grieven - ongeclausuleerd toewijsbaar is, gelet op het bepaalde in art. 29 Fw, hoeft niet in dit incident beantwoord te worden.

3.15

De incidentele vordering van M.C. Beheer zal op na te melden wijze worden toegewezen. Het geding in hoger beroep zal worden hervat, zowel wat betreft de oorspronkelijke vordering in conventie als wat betreft de oorspronkelijke reconventie.

Gelet op de aard van dit incident is er geen aanleiding voor het uitspreken van een kostenveroordeling ten laste van één van de partijen, zodat zal worden bepaald dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen.

3.16

De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor uitlating voortprocederen door beide partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

in het incident

bepaalt dat het geding zal worden hervat waarbij M.C. Beheer als procespartij in de plaats treedt van Starglass en draagt de griffier op deze wijziging door te voeren in het roljournaal;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af wat meer of anders is gevorderd;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 28 april 2020 voor uitlating voortprocederen aan beide zijden (akteverzoek/pleidooi/arrest) en houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 31 maart 2020.