Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2550

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.613/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeren of laden en lossen? Het hof herhaalt dat alleen sprake kan zijn van het onmiddellijk laden en lossen van goederen wanneer het gaat om zaken die moeilijk anders dan met een voertuig kunnen worden gehaald of gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.613/01

CJIB-nummer

: 207064097

Uitspraak d.d.

: 25 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 13 november 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen”, welke gedraging zou zijn verricht op 19 april 2017 om 10:58 uur op de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde betwist niet dat het voertuig is neergezet op een plek voor laden en lossen. De betrokkene heeft een bedrijf in de betreffende straat en was bezig met laden en lossen. De deuren en achterklep van het voertuig stonden open. Daarnaast zijn de laad- en losplaatsen in deze straat aan de overzijde van de gracht gelegen ten opzichte van de winkel van de betrokkene. Dit betekent dat de afstand van de laad- en losplaats tot de winkel zodanig is dat er 10 minuten kunnen verstrijken zonder dat er enige activiteit wordt waargenomen, terwijl er toch sprake is van laden en lossen. De portier van het [D] Hotel heeft ook aan de ambtenaar verteld dat er goederen werden gelost voor de winkel aan de overzijde van de gracht. Een ander is volgens de gemachtigde ook in lijn met de uitspraak van de HR van 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760. Die uitspraak houdt volgens de gemachtigde in dat het laden of lossen van een goed of goederen langer dan 10 minuten mag duren en dat betekent dat er, gegeven de afstand die daarvoor moet worden afgelegd, sprake kan zijn van een periode van 10 minuten van inactiviteit. Tot slot geeft de gemachtigde aan dat er, gegeven de drukte, ter plaatse onvoldoende mogelijkheden bestaan om de winkel van betrokkene te bevoorraden.

3. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990):

''De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: (…) op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.''

4. Niet in geschil is dat het voertuig van de betrokkene stond op een als zodanig aangeduide gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen, zodat daar parkeren niet was toegestaan. Voorts is niet in het geding dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit rond het voertuig is waargenomen in de vorm van het laden of lossen van goederen.

5. Voor de vaststelling of de gedraging is verricht is van belang om vast te stellen of het voertuig van de betrokkene ter plaatse stond geparkeerd.

6. Artikel 1 van het RVV 1990 verstaat onder parkeren:

''Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.''

7. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (HR 10 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AJ4297). Het ligt op de weg van een betrokkene om aannemelijk te maken dat van laden of lossen als hiervoor bedoeld sprake is (Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2019:3877).

8. Het hof wil aannemen dat er rond het tijdstip van het constateren van de gedraging sprake is geweest van het laden en lossen van goederen uit het betrokken voertuig ten behoeve van de bevoorrading van de winkel van de betrokkene en dat daarop is gewezen door een omstander. De gemachtigde heeft naar het oordeel van het hof evenwel niet aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van onmiddellijk laden en lossen van goederen als bedoeld in artikel 1 RVV 1990. De gemachtigde heeft niet gespecificeerd welke goederen zijn in- en uitgeladen, zodat niet kan worden vastgesteld dat het om goederen gaat die bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatste kunnen worden opgehaald of gebracht. Dit brengt mee dat de hiervoor bedoelde uitzondering zich hier niet voordoet en dat sprake is van parkeren. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

9. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er omstandigheden zijn die aanleiding geven om de sanctie achterwege te laten of het bedrag te matigen.

10. De omstandigheid dat de parkeerplaatsen in de buurt van de bestemming vaak bezet zijn en er daarom voor de betrokkene onvoldoende mogelijkheden bestaan om zijn winkel te bevoorraden, is niet een dergelijke omstandigheid. Van de betrokkene mag worden verwacht dat hij rekening houdt met de reële kans dat er geen (geschikte) parkeerplaats beschikbaar is en daar tijdig op anticipeert.

11. Voor zover de gemachtigde van mening is dat de weginrichting ter plaatse onvoldoende is afgestemd op de parkeerbehoefte van de daar gevestigde ondernemers, of de mogelijkheden om te laden en lossen uitbreiding behoeven, kan hij daarover in contact treden met de wegbeheerder.

12. De kantonrechter heeft een juiste beslissing gegeven. Het hof zal deze bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.