Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2532

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-03-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
21-001365-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen verklaard is (winkel)diefstal van een zonnebril. Bewijsoverweging over daderschap van de verdachte. Veroordeeld tot geldboete van vierhonderd euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001365-19

Uitspraak d.d.: 25 maart 2020

Tegenspraak

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 11 maart 2019 met het parketnummer 16-131002-18 in de strafzaak inzake de verdachte

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [woonadres] , [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 11 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en de verdachte ter zake diefstal zal veroordelen tot een geldboete van vierhonderd euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door acht dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de in beslag genomen (zonne)bril zal worden teruggegeven aan de winkel.

Het gerechtshof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsvrouw, mr. F. Klabbers, ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter de verdachte ter zake van de aan hem ten laste gelegde diefstal veroordeeld tot een geldboete van vierhonderd euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door acht dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de teruggave van de in beslag genomen zonnebril aan [naam winkel] gelast.

Het gerechtshof zal dat vonnis om proceseconomische redenen vernietigen en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 juli 2018 te [plaats] een zonnebril (merk Prada), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam winkel] (locatie [adres] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De bewijsmiddelen & bewijsoverweging

Het gerechtshof hanteert de volgende bewijsmiddelen:

1.

Een schriftelijk stuk, houdende een proces-verbaal van aangifte, op ambtsbelofte opgemaakt op 4 juli 2018 door [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie eenheid Midden-Nederland, opgenomen in de pagina's 23 t/m 25 van een dossier van de politie eenheid Midden-Nederland met het kenmerk PL0900-2018191725 en sluitingsdatum

5 juli 2018, voor zover inhoudende:

als verklaring van [aangever]:

Ik werkte op 4 juli 2018 bij [naam winkel] , gevestigd aan het [adres] in [plaats] .

Ik zag omstreeks 17.20 uur twee mannen in de winkel staan bij een display van zonnebrillen, voornamelijk van het merk Prada.

Na tien minuten zag ik dat één van deze beide mannen de winkel verliet. Direct na het vertrek van deze man, die meerdere boodschappentassen droeg, zag ik dat een zonnebril van het merk Prada uit de display weg was.

In de winkel is het gebruikelijk dat zonnebrillen die verkocht zijn direct worden aangevuld, om lege schappen te voorkomen. Ik heb gezien dat de zonnebril nog in de display lag voordat de mannen de winkel binnen kwamen.

Op de zonnebril staat een uniek serienummer. De zonnebril is volgens de (gegevens in de) computer niet verkocht. Ik weet zeker dat de man die boodschappentassen bij zich had de zonnebril heeft weggenomen. Ik heb direct de beveiliging gebeld.

Ik zag dat de beveiliging met de man de winkel in liep en uit één van de tassen de bedoelde zonnebril pakte. Hierop is de politie gebeld.

2

Een schriftelijk stuk, houdende een proces-verbaal van verhoor getuige, op ambtseed opgemaakt op 5 juli 2018 door [verbalisant 4] , buitengewoon opsporingsambtenaar van de politie eenheid Midden-Nederland, opgenomen in de pagina's 28 en 29 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende:

als verklaring van [naam beveiliger] :

Ik werk als beveiliger bij de [naam winkel] in winkelcentrum [adres] te [plaats] . Gisteren kregen wij omstreeks 17.20 uur van de centrale post de melding dat er zojuist een zonnebril gestolen was bij de [naam winkel] . Wij kregen ook een signalement door.

Ik en mijn collega's troffen de jongen. Ik sprak samen met een collega een jongen aan.

Wij vroegen aan de jongen of hij net bij de [naam winkel] geweest was. De jongen bevestigde dat. Ik zag toen dat er uit een tasje wat hij bij zich had een zonnebril stak.

Deze hebben we bekeken en we zagen dat het een hele nieuwe bril leek die van het merk Prada was. We hebben toen de jongen gevraagd mee te gaan naar de winkel.

3

Een schriftelijk stuk, houdende een proces-verbaal van bevindingen, op ambtsbelofte opgemaakt op 4 juli 2018 door [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie eenheid Midden Nederland, en [verbalisant 1] voornoemd opgenomen in de pagina's 30 en 31 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende:

als relatering van de verbalisanten:

Op 4 juli 2018, om 17.50 uur, kwam de melding binnen van een winkeldiefstal bij de winkel [naam winkel] aan het [adres] te [plaats] .

Wij hoorden ter plaatse een beveiliger, genaamd [naam beveiliger] , zeggen dat de weggenomen zonnebril werd aangetroffen in een tasje van een persoon die zich legitimeerde als zijnde [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] .

De medewerker van de [naam winkel] (het gerechtshof begrijpt: [aangever] ) bevestigde in het bijzijn van de politie dat dat inderdaad de gestolen zonnebril betrof. De gestolen

zonnebril was van het merk Prada, zilver montuur, en was voorzien van spiegel glazen,

grijze pootjes en op de pootjes.

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , kreeg de zonnebril overhandigd van de beveiliging. Ik zag dat

de zonnebril van het merk Prada was. Ik zag dat de zonnebril gespiegelde glazen heeft

met grijze poortjes. Op deze grijze pootjes bevindt zich een rood blokje met witte

letters 'Prada'. Ik bekeek de bril grondig. Ik heb nergens op de bril gebruikssporen

gezien. Met gebruikerssporen bedoel ik krasjes, vlekken op het glas en vettigheid.

Ik zag dat de neusvleugels glansden en schoon waren.

4

Een schriftelijk stuk, houdende een proces-verbaal, op ambtsbelofte opgemaakt op

5 juli 2018 door [verbalisant 3] , hoofdagent van de politie eenheid Midden Nederland, opgenomen in de pagina's 1 en 2 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende:

als relatering van de verbalisant :

Verdachte wordt verdacht van het wegnemen van een Prada zonnebril uit de winkel genaamd [naam winkel] . Het betreft een zeer kleine winkel waar het personeel constant zicht heeft op de zonnebrillen. Op woensdag 4 juli 2018 ziet aangeefster dat op het moment dat een persoon de winkel verlaat er een Prada zonnebril mist. De beveiliging heeft vervolgens deze persoon staande gehouden en heeft een Prada zonnebril aangetroffen in de tas van de man. Deze Prada zonnebril had hetzelfde serienummer als de zonnebril welke uit de winkel was weggenomen.

Het gerechtshof hanteert de volgende bewijsoverweging.

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep ontkend de in de tenlastelegging bedoelde zonnebril te hebben gestolen. Hij heeft verklaard dat die zonnebril van hem is. De verdediging heeft vrijspraak bepleit, op grond van onvoldoende betrouwbaar en/of redengevend bewijs, op nader in de pleitnota aangevoerde gronden.

Het gerechtshof verwerpt het gevoerde bewijsverweer. Het gerechtshof acht met name redengevend hetgeen in bewijsmiddel 3 is beschreven over de maagdelijke staat van de zonnebril. Dat past in het geheel niet bij hetgeen de verdachte heeft verklaard, te weten dat hij die zonnebril al een paar maanden heeft. Op een dergelijke zonnebril zouden immers logischerwijs gebruikssporen moeten voorkomen.

Er mag dan in het politieonderzoek inderdaad verwarring zijn opgetreden over het typenummer - het typenummer van de bril die bij de verdachte is aangetroffen verschilt van het typenummer van de volgens een bijlage behorende bij de aangifte weggenomen bril - maar een dergelijke verwarring is er niet over het (unieke) serienummer van de bril, gelet op ook bewijsmiddel 4.

Het gerechtshof deelt niet hetgeen in de pleitnota is aangevoerd met betrekking tot het niet redengevend kunnen zijn van onderdelen van de verklaring van aangeefster. Het gerechtshof heeft geen enkele aanwijzing bekomen op grond waarvan haar verklaring als niet accuraat of niet relevant kan worden bestempeld. Het gerechtshof gaat uit van de juistheid en redengevendheid van hetgeen zij heeft verklaard.

De bewezenverklaring

Op grond van wettige bewijsmiddelen acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aan hem ten laste gelegde winkeldiefstal heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 juli 2018 te [plaats] een zonnebril, merk Prada, die aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam winkel] , locatie [adres] , heeft weggenomen met het oogmerk om zich die wederrechtelijk toe te eigenen.

Het gerechtshof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde delict en de omstandigheden waaronder dat delict is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezen verklaarde delict heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte door het plegen van deze winkeldiefstal schade, overlast en ergernis heeft veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf en de gedupeerde ondernemer heeft gehinderd in de bedrijfsvoering. Ook de samenleving ondervindt schade van winkeldiefstal doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstal uiteindelijk door consumenten betaald worden;

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte zich niets gelegen heeft laten liggen aan het eigendomsrecht van het desbetreffende winkelbedrijf;

  • -

    de omstandigheid dat de verkoopwaarde van de gestolen bril € 235,- bedraagt.

  • -

    de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten (LOVS-oriëntatiepunten), dienende als handreiking voor de rechterlijke straftoemeting ten aanzien van eenvoudige winkeldiefstal.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:

 de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van

13 februari 2020, waaruit blijkt dat hij in niet eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijke delict, maar wel ter zake van andersoortige delicten en dat die veroordelingen onherroepelijk zijn;

 de financiële draagkracht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft het gerechtshof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk in gevallen vergelijkbaar met deze zaak worden opgelegd.

Gelet op al het bovenstaande zal het gerechtshof de door de advocaat-generaal geëiste straf opleggen, uit een oogpunt van normhandhaving, vergelding en generale en speciale preventie.

In beslag genomen voorwerp

Onder de verdachte is in beslag genomen een zonnebril van het merk Prada met het serienummer pp0782056. Het gerechtshof zal daarvan de teruggave aan [naam winkel] te [plaats] gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het gerechtshof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Gelast de teruggave aan [naam winkel] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een zonnebril van het merk Prada met het serienummer pp0782056.

Aldus gewezen door

mr. L.J. Bosch, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier,

en op 25 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.