Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2525

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-03-2020
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
21-001183-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Het hof verklaart verbeurd de in beslag genomen personenauto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001183-19

Uitspraak d.d.: 23 maart 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden ,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 10 augustus 2018 met parketnummer 96-077779-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [woonplaats] ,

thans uit anderen hoofde verblijvende in PI [plaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. S. Dogan, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van 10 augustus 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Daarnaast heeft de politierechter de inbeslaggenomen personenauto verbeurd verklaard.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 maart 2018 te [plaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 maart 2018 te [plaats] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 10 maart 2018 auto gereden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft daarmee een belangrijke overheidsbeslissing genegeerd en het belang van de verkeersveiligheid veronachtzaamd.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 februari 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder ook twee keer tot een gevangenisstraf voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Deze eerder opgelegde gevangenisstraffen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw hetzelfde strafbare feit te plegen. Het hof zal hiermee in strafverzwarende zin rekening houden.

Ook heeft het hof acht geslagen op verdachtes persoonlijke omstandigheden, zoals deze door de raadsvrouw van verdachte ter terechtzitting bij het hof naar voren zijn gebracht.

Alles afwegende en in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, zoals ook is opgelegd door de politierechter en is gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden. In hetgeen de raadsvrouw van verdachte ter zitting van het hof heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om aan verdachte, zoals door de raadsvrouw is verzocht, een taakstraf op te leggen.

Beslag

Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit is begaan met behulp van de in beslag genomen en niet teruggegeven personenauto (Seat Ibiza, kenteken [kenteken] ). Het behoort de verdachte in de zin van artikel 33a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht toe. Het hof leidt dit af uit hetgeen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] over verdachtes gebruik van deze personenauto hebben vastgesteld in hun proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2018: "Uit bovenstaande informatie kunnen wij met een aan zekerheid grenzende

waarschijnlijkheid stellen dat [verdachte] van 3 juli 2014 tot en met de inbeslagname op

10 maart 2018, met uitzondering van de periode waarin het voertuig op naam stond van

[naam] , de beschikking had over de Seat Ibiza [kenteken] ." De personenauto behoorde verdachte dus toe. Het hof zal de personenauto daarom verbeurd verklaren.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

Personenauto (Seat Ibiza, kenteken [kenteken] ).

Aldus gewezen door

mr. L.J. Bosch, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. Nicolai, griffier,

en op 23 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. L.J. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.