Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2363

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
30-03-2020
Zaaknummer
200.266.731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 7:213 Burgerlijk Wetboek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.266.731

(zaaknummer rechtbank Gelderland, 7750992)

arrest van 17 maart 2020

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. T.P. Boer,

tegen:

de stichting Stichting Vivare,

gevestigd te Arnhem,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Vivare,

advocaat: mr. L. Vrakking.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

10 juli 2019 en 19 augustus 2019 die de kantonrechter (rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 12 september 2019,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord met een productie.

2.2

Vervolgens hebben de partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in hoger beroep - samengevat - dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw recht doende, de vorderingen van Vivare alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Vivare in de kosten van beide instanties.

3 De vaststaande feiten

3.1

Op 8 augustus 2016 is tussen Vivare, een toegelaten stichting in de zin van artikel 19 van de Woningwet, en [appellant] een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning aan de [a-straat 1] te [A] . In de door beide partijen ondertekende huurovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“(…)

Artikel 2

Het gehuurde is uitsluitend bestemd om voor huurder en de leden van zijn huishouden als woonruimte te dienen.

(…)

Artikel 7

(…)

Op deze overeenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden -maart 2008- van verhuurder van toepassing.

(…)

Artikel 8

8.1.

De huurder verklaart te hebben ontvangen:

a. algemene huurvoorwaarden Vivare (maart 2008)

b. inventarislijst

c. energielabel

8.2

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bijlagen maken deel uit van de huurovereenkomst. (…)”

3.2

De bepalingen van de Algemene Huurvoorwaarden (verder: “de AV”) luiden als volgt:

“(…)

Artikel 6: De algemene verplichtingen van huurder

(…)

6.3

Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

6.4

Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. Hij zal het gehuurde (…) overeenkomstig de bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. (…)

(…)

6.7

Huurder zal geen strafbare feiten in of vanuit het gehuurde plegen, waaronder begrepen handel in drugs of strafbare hennepteelt. (…)”

3.3

Volgens een Hennepbericht van de politie van 5 april 2019 heeft de politie op die datum onderzoek in de woning van [appellant] gedaan en daar in twee ruimtes in de kelder in totaal 2427 hennepstekken en voor hennepteelt noodzakelijke apparatuur (twee assimilatielampen, een koolstoffilter, twee groeitenten, twee cans groeimiddelen en twee transformatoren koper 600 watt) aangetroffen. In de bij de woning behorende schuur werden twee lege kweektenten aangetroffen. Voorts heeft de politie sporen en materialen van eerdere oogsten aangetroffen (scharen met sporen, kweekbakken/potten met resten van potgrond en knipafval, meerdere vuilniszakken met hennepafval).

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

Vivare heeft in eerste aanleg - samengevat - gevorderd de huurovereenkomst tussen de partijen te ontbinden en [appellant] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen en te verlaten, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. [appellant] heeft zich tegen deze vordering verweerd.

4.2

De kantonrechter heeft bij het vonnis waarvan beroep - samengevat - de huurovereenkomst ontbonden en [appellant] veroordeeld om de woning uiterlijk 1 november 2019 te verlaten en te ontruimen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten en met uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de veroordelingen.

4.3

Ten tijde van het nemen van de memorie van grieven, 10 december 2019, had de ontruiming van de woning reeds plaats gevonden.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5.1

De grieven van [appellant] zijn niet gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat er een hennepkwekerij in de woning is aangetroffen en evenmin tegen diens overweging dat daarmee vast staat dat [appellant] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, in het bijzonder artikel 2 van de huurovereenkomst, waarin is bepaald dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om als woonruimte te dienen, en artikel 6.3 van de AV, waarin is bepaald dat huurder het gehuurde zal gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt, alsmede artikel 7:213 BW, waarin is bepaald dat huurder verplicht is zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Ook het hof gaat daarvan uit. [appellant] heeft weliswaar betoogd dat hij niet toerekenbaar tekort is geschoten, maar hij ziet daarbij over het hoofd dat voor ontbinding van een wederkerige overeenkomst niet nodig is dat toerekenbaar (of verwijtbaar) tekort is geschoten.

5.2

Voor zover [appellant] heeft bedoeld te betogen dat zich hier de uitzondering voordoet van de tweede volzin van artikel 6:265 lid 1 BW, die meebrengt dat ontbinding achterwege blijft wanneer de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, onderschrijft het hof dat betoog niet, gelet op de omvang van de kweek, die blijkt uit de grote hoeveelheid hennepstekken, de voor de kweek daarvan geschikte zaken en de restanten van vorige oogsten die [appellant] volgens het Hennepbericht van de politie voorhanden had. Dat sprake was van een kweek van behoorlijke omvang volgt ook wel uit de door [appellant] zelf als productie overgelegde brief aan de buurtbewoners waarin hij heeft geschreven dat hij, omdat hij niet in staat is tot fysieke arbeid, op deze wijze iets probeerde bij te verdienen om toch nog een beetje acceptabel leven te kunnen leiden. Ten slotte overweegt het hof dat, ook indien sprake was van hennepstekken met een laag THC gehalte, zoals [appellant] heeft betoogd, dit niet zou leiden tot het oordeel dat de tekortkoming geen ontbinding van de huurovereenkomst op de onder 5.1 genoemde gronden rechtvaardigt. Overigens heeft [appellant] ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd dat het voorhanden hebben van de bij hem aangetroffen hennepstekken niet strafbaar is gesteld bij de Opiumwet, reeds omdat de stekken volgens zijn stellingen wel geschikt waren om er CBD olie uit te extraheren en dus een zeker THC gehalte moeten hebben gehad.

5.3

Het voorgaande brengt mee dat de grieven 1 en 2 van [appellant] falen.

5.4

Anders dan [appellant] in de toelichting op grief 3 heeft aangevoerd, leidt een afweging van de belangen van [appellant] en Vivare niet tot het oordeel dat de vorderingen van Vivare moeten worden afgewezen. Het hof wil aannemen dat [appellant] zwaar wordt getroffen door het verlies van zijn woning, mede gelet op zijn fysieke en financiële situatie, maar naar het oordeel van het hof weegt dit belang niet op tegen het belang van Vivare dat in de door haar verhuurde woningen geen hennep wordt gekweekt op een wijze en met een omvang als door [appellant] is gedaan. Naar het oordeel van het hof is met de belangen van [appellant] reeds voldoende rekening gehouden door de in het bestreden vonnis bepaalde ontruimingstermijn van ruim twee maanden in plaats van de door Vivare gevorderde twee weken.

6 De slotsom

6.1

De grieven falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Vivare zullen worden vastgesteld op € 741,- ter zake van griffierecht en op € 1.074,- ter zake van salaris advocaat (1 punt x tarief II).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het tussen de partijen gewezen vonnis van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem) van 19 augustus 2019;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vivare vastgesteld op € 741,- ter zake van griffierecht en op € 1.074,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Katz-Soeterboek, A.A. van Rossum en K. Mans en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.