Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2320

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.801/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerverbod. Dat sneeuw op het wegdek de belijning aan het zicht onttrok, geeft geen aanleiding om de sanctie te matigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.801/01

CJIB-nummer

: 213908303

Uitspraak d.d.

: 17 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 20 september 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 januari 2018 om 20:07 uur op de Burgwal - ter hoogte van perceel 96 - in Kampen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene bestrijdt de gedraging niet, maar stelt zich op het standpunt dat deze is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. Daartoe voert de betrokkene aan dat de belijning op het wegdek op het moment dat hij de auto ter plaatse parkeerde geheel onzichtbaar was ten gevolge van sneeuwval en hagelstenen. Daarnaast was het niet mogelijk om zijn auto geheel in het parkeervak te plaatsen omdat de naast hem geparkeerde auto’s waren opgeschoven door een auto die niet geheel recht in het parkeervak stond. Tot slot wijst de betrokkene erop dat het hier een futiliteit betreft. Deze gedraging heeft immers geen enkele hinder opgeleverd voor medeweggebruikers.

3. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

4. Van bestuurders die gebruik willen maken van een parkeerplaats mag worden verwacht dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen parkeerplaats op de voorgeschreven wijze geschiedt. Anders dan de betrokkene meent, geldt dit ook indien sneeuw de tekens op het wegdek tijdelijk onzichtbaar maakt. Een bestuurder dient in dat geval de sneeuw te verwijderen teneinde zich ervan te vergewissen of hij zijn voertuig op de juiste wijze heeft geparkeerd. Indien vervolgens blijkt dat dit niet het geval is, zal een ander parkeerplaats gezocht moeten worden. Hetzelfde geldt indien een ander voertuig het onmogelijk maakt dat op de voor-geschreven wijze in het parkeervak kan worden geparkeerd. Voor zover de betrokkene nog heeft gesteld dat de gedraging geen hinder voor de overige weggebruikers heeft opgeleverd, wijst het hof er op dat uit het zaakoverzicht blijkt dat de ambtenaar zag dat het voertuig andere voertuigen blokkeerde.

5. Het voorgaande betekent dat het hof in hetgeen de betrokkene aanvoert geen aanleiding ziet een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen en dat leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:

Bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.