Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2265

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
24-03-2020
Zaaknummer
200.262.372/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Duurzame ontwrichting huwelijk. Hoe die ontwrichting is ontstaan is niet relevant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2020-0089
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.262.372/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/161093 / FA RK 18/632)

beschikking van 10 maart 2020

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. E. Gürcan te Arnhem,

en

[verweerster] ,

wonende op een geheim adres,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. F. Gosselaar te Winschoten.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 4 april 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 1 juli 2019;

- het verweerschrift met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Gürcan van 14 augustus 2019 met productie(s).

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 13 januari 2020 plaatsgevonden. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Namens de vrouw is mr. Gosselaar verschenen.

2.3

Op 4 februari 2020 heeft de man met tussenkomst van zijn advocaat, een verzoek ingediend strekkende tot wraking van mrs. I.A. Vermeulen en J.D.S.L. Bosch. Het hof heeft bij beslissing van de wrakingskamer van 3 maart 2020 de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking.

3 De feiten

3.1

Partijen zijn [in] 2017 te [B] met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.

3.2

De man en de vrouw zijn de ouders van:

- de minderjarige [de minderjarige1] , geboren [in] 2012;

- de minderjarige [de minderjarige2] , geboren [in] 2017.

Zij zijn beiden uit huis geplaatst in een pleeggezin.

3.3

De vrouw heeft de rechtbank bij verzoekschrift, ingediend op 14 mei 2018, onder meer verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.

3.4

De rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2019 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

4 De omvang van het geschil

4.1

De man is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief ziet op de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende, alsnog het inleidend echtscheidingsverzoek van de vrouw af te wijzen.

4.2

De vrouw voert verweer en verzoekt om de man in het beroep niet-ontvankelijk te verklaren met bekrachtiging van de beschikking van 4 april 2019 en de man in de kosten van de procedure te veroordelen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Tussen partijen is in geschil of de echtscheiding kan worden uitgesproken.

5.2

Op grond van artikel 1:151 BW wordt de echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken, indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en de man weerspreekt dat.

5.3

Een huwelijk is ‘duurzaam ontwricht’ indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen. Of sprake is van duurzame ontwrichting moet worden beoordeeld naar het tijdstip van de uitspraak oftewel naar het heden.

5.4

Uit het overgelegde OTS-plan van 8 oktober 2018 dat als productie 2 door de man in het geding is gebracht, blijkt dat hij en de vrouw op 11 juli 2017 een relatie zijn aangegaan, en dat zij [in] 2017 getrouwd zijn. De vrouw heeft op 31 augustus 2017 aangegeven niet met de man verder te willen en heeft vervolgens de woning verlaten. Ter zitting heeft de man aangegeven dat hij en de vrouw in totaal acht dagen hebben samengewoond. Sinds de vrouw de man verlaten heeft, weet hij niet waar zij verblijft en heeft hij ook geen contact meer met haar gehad. De man heeft aangegeven dat de vrouw niet met hem wil communiceren. De vrouw heeft inmiddels een nieuwe partner.

5.5

De man heeft naar voren gebracht dat hij niet weet waarom de vrouw bij hem weggegaan is maar niet beslissend voor het echtscheidingsverzoek is hoe de duurzame ontwrichting is ontstaan maar de vraag óf er sprake is van een duurzame ontwrichting.

5.6

Het hof overweegt dat uit het bovenstaande volgt dat partijen al bijna 2,5 jaar geen contact meer met elkaar hebben. Het hof merkt dat aan als een ernstige aanwijzing voor de duurzame ontwrichting van het huwelijk van partijen.

De man heeft aangegeven dat zijn relatie met de vrouw eerder uit is geweest en dat de vrouw zowel voor als tijdens het huwelijk ook andere partners heeft gehad, maar dat ze altijd naar de man terugkeerde. Om die reden is volgens de man geen sprake van een definitief einde van de relatie van partijen; de man verwacht dat de vrouw ook nu op haar schreden zal terugkeren. Het hof constateert evenwel dat er geen enkele aanwijzing is dat de vrouw de relatie met de man wil herstellen. Integendeel, uit het inleidend verzoekschrift van de vrouw en haar verweer in hoger beroep blijkt juist dat zij volhardt in haar standpunt dat het huwelijk met de man definitief voorbij is. Ook dit merkt het hof aan als een ernstige aanwijzing dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht.

De man heeft nog aangevoerd dat de vrouw door haar verslavingsproblematiek, psychische problemen en een verstandelijke beperking niet weet wat ze doet en dat de man haar wil helpen in te zien dat zij niet de juiste keuze maakt. Voor zover de man hiermee bedoeld heeft dat de vrouw met betrekking tot het indienen van een echtscheidingsverzoek niet in staat is geweest haar wil daaromtrent te bepalen en de betekenis daarvan te begrijpen, kan hetgeen de man heeft aangevoerd die conclusie niet dragen. Als de man iets anders heeft bedoeld leidt dat niet tot een andere afweging door het hof.

5.7

Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Het hof zal daarom de uitgesproken echtscheiding tussen hen bekrachtigen. Dat de man de vrouw wil helpen en zijn verantwoordelijkheid wil nemen, is overigens prijzenswaardig, maar het is aan de vrouw om die hulp te willen en te aanvaarden, en is geen reden om de verzochte echtscheiding af te wijzen.

De proceskosten

5.8

De vrouw verzoekt de man in de kosten van deze procedure te veroordelen. Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn. Het hof acht geen termen aanwezig om van het uitgangspunt af te wijken.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in het hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 4 april 2019;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, J.D.S.L. Bosch, en M.C. van Woudenberg, bijgestaan door mr. E.L.K. Bijma als griffier, en is op 10 maart 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.