Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2187

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
200.273.965/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep faillissement. Hof bekrachtigt vonnis.

Vorderingsrecht aanvrager staat vast. Ten aanzien van de pluraliteit van schuldeisers is door 24CARE Inkoop aangevoerd dat zij een deel van schuldeisers hebben voldaan en met een deel een crediteurenakkoord hebben gesloten. Nog niet alle schuldeisers zijn conform dit akkoord voldaan. Als steunvorderingen pas worden voldaan ná vernietiging van het faillissement, deze steunvorderingen ten tijde van de beslissing op de faillissementsaanvraag nog altijd bestaan. Derhalve is sprake van pluraliteit van schuldeisers.

Voorts verkeert 24CARE Inkoop in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Zij laat de schuldeisers al geruime tijd onbetaald en heeft niet de financiële middelen om hen te voldoen. De verwachtte financiële injectie van een derde partij is naar aard, omvang en moment van betaling onzeker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 19-08-2020
FutD 2020-2388
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.273.965/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/20/49 F)

arrest van 12 maart 2020

in de zaak van

24CARE Inkoop B.V.,

gevestigd te Huizen,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: 24CARE Inkoop,

advocaat: mr. T. Schutte, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

De Ontvanger van de Belastingdienst/Midden- en Kleinbedrijf,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: de Ontvanger,

advocaat: mr. E.E. Schipper, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 4 februari 2020 is 24CARE Inkoop, op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. C.P. Lunter tot rechter-commissaris en met de aanstelling van
mr. N. Wilderink, advocaat te Naarden, als curator.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 11 februari 2020, heeft 24CARE Inkoop verzocht voornoemd vonnis te vernietigen.

2.2

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, te weten de V-formulieren van

2 en 3 maart 2020 van mr. Schutte en de twee brieven met bijlagen van 4 maart 2020 ontvangen van mr. H.M. Eijking, optredend namens mr. N. Wilderink (hierna: de curator).

2.3

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 maart 2020, waarbij namens 24CARE Inkoop zijn verschenen de heer [A] , bestuurder van I.S.A. Catharsis B.V., en de heer [B] , financieel directeur, bijgestaan door mr. Schutte.

Namens de Ontvanger zijn verschenen mr. [C] , invorderingsmedewerker en
mr. [D] , ontvanger. Mr. Schutte en mr. [C] hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. Mr. Schutte heeft ter zitting nog acht producties overgelegd en
mr. [C] zijn pleitaantekeningen van de zitting bij de rechtbank.

3 De beoordeling

De feiten

3.1 24

CARE Holding is 100% aandeelhoudster van 24CARE Inkoop B.V. (hierna: 24CARE Inkoop), die bij afzonderlijk vonnis van de rechtbank Midden- Nederland, locatie Lelystad van 4 februari 2020 eveneens failliet is verklaard. Hiertegen is ook hoger beroep ingesteld (met zaaknummer 200.273.965/01) dat ook ter zitting van het hof van

5 maart 2020 is behandeld en in welke zaak heden uitspraak zal worden gedaan.

3.2 24

CARE Holding maakt met 24CARE Inkoop deel uit van een concern van groepsvennootschappen. Kadima B.V. houdt 100% van de aandelen in het kapitaal van 24CARE Holding. I.S.A. Catharsis B.V. (hierna: Catharsis) houdt 93,5% van de aandelen in het kapitaal van Kadima B.V. De bestuurder van Catharsis is de heer [A] . Mevrouw [E] is 100% aandeelhoudster van Catharsis.

3.3

De Ontvanger heeft een vordering op 24CARE Inkoop van in totaal € 542.689,-
terzake van niet afgedragen loonheffing.

Het oordeel van de rechtbank

3.4

De rechtbank heeft 24CARE Inkoop in staat van faillissement verklaard, omdat na summierlijk onderzoek is gebleken van het vorderingsrecht van de Ontvanger en van feiten en omstandigheden die aantonen dat 24CARE Inkoop in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

De gronden van het beroep van 24CARE Inkoop

3.5 24

CARE Inkoop kan zich met dit oordeel van de rechtbank niet verenigen en heeft daartoe - voor zover van belang - het volgende aangevoerd. Het concern heeft in het verleden grote voorinvesteringen moeten doen om hun diensten voor haar cliënten te kunnen blijven verrichten, terwijl die cliënten met grote vertraging uitbetalen. Begin 2019 heeft het concern SHL Telemedicine International Ltd. (hierna: SHL) bereid gevonden om de benodigde liquide middelen te verstrekken in de vorm van een overname, maar dit proces heeft langer geduurd dan verwacht. 24CARE Inkoop verwacht op zeer korte termijn de noodzakelijke middelen ter beschikking te hebben om de crediteuren te voldoen.

Op dit moment is er sprake van een aanzienlijke post debiteuren en onderhanden werk. Bij de kleinere debiteuren is in totaal een bedrag van € 280.000,- inbaar. Dat is voldoende om de maandelijkse lasten van ongeveer € 90.000,- te voldoen. De grotere debiteuren zullen na de volledige leveringen gefactureerd worden. De waarde van dit onderhanden werk bedraagt ongeveer € 3.000.000,-.

Daarnaast betwist 24CARE Inkoop dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers en dat zij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Het oordeel van het hof

3.6

Op grond van artikel 6, derde lid, Faillissementswet (hierna: Fw) wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, indien een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.

Wil aangenomen kunnen worden dat een schuldenaar tegen wie het verzoek tot faillietverklaring is gericht, verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan moet ten minste een (onbetaalde) vordering van de aanvrager summierlijk komen vast te staan, en moet van één andere onbetaalde vordering op de schuldenaar blijken. Of er sprake is van de toestand van opgehouden hebben te betalen moet aan de hand van de ook verder - ten tijde van het arrest van het hof - gebleken gegevens worden

3.7

Vast staat dat de Ontvanger een vordering heeft op 24CARE Inkoop van € 542.689,-, waarmee het vorderingsrecht van de aanvrager is gegeven. De met de Ontvanger gesloten betalingsregeling is niet nagekomen.

3.8

Ten aanzien van de voor een faillissement vereiste pluraliteit van schuldeisers overweegt het hof als volgt. 24CARE Inkoop heeft, naast de schuld aan de Ontvanger, meerdere schuldeisers. 24CARE Inkoop heeft ter zitting een crediteurenlijst overgelegd, waaruit blijkt dat een deel van de schuldeisers zou zijn betaald. Ook is met een deel van de schuldeisers een crediteurenakkoord gesloten. Ter zitting hebben de heren [A] en [B] desgevraagd verklaard dat nog niet alle schuldeisers conform het akkoord zijn voldaan. Daar komt bij dat de overgelegde crediteurenlijst incompleet is. De curator heeft opgemerkt dat de schuld aan de Rabobank van € 675.654,- en de salarissen van de werknemers niet (allemaal) op de lijst staan. Dat is door 24Care Inkoop niet bestreden.

Het is vaste rechtspraak dat als steunvorderingen pas worden voldaan ná vernietiging van het faillissement, deze steunvorderingen ten tijde van de beslissing op de faillissementsaanvraag nog altijd bestaan (zie HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:774, r.o. 3.4.3.). Nu niet alle crediteuren ten tijde van de behandeling van het faillissementsverzoek zijn voldaan, is sprake van pluraliteit van schuldeisers.

3.9

Ten slotte dient het hof te beoordelen of 24CARE Inkoop verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Voor het hof is voldoende komen vast te staan dat 24CARE Inkoop haar schuldeisers, zowel de Ontvanger, als andere schuldeisers, al geruime tijd onbetaald laat. Ook is er geen zekerheid gesteld voor de kosten van de curator. Daarbij is door 24CARE Inkoop aangevoerd dat zij op dit moment de financiële middelen niet heeft om de schuldeisers te voldoen. De financiële injectie, die van de zijde van SHL wordt verwacht is naar aard, omvang en moment van betaling onzeker. Bij deze stand van zaken acht het hof summierlijk gebleken dat 24CARE Inkoop verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.

3.10

Nu is voldaan aan de vereisten van artikel 6 lid 3 Fw, zal het hof het bestreden vonnis bekrachtigen.

4. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 4 februari 2020.

Dit arrest is gewezen door mr. I. Tubben, mr. J.H. Kuiper en mr. J. Smit en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2020.