Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2152

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
200.256.276
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwijzing op grond van betrokkenheid (art 62b RO). Gebondenheid aan verwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem


afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.256.276

(zaaknummer rechtbank Amsterdam 259504)

arrest in het incident van 10 maart 2020

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Haarlemmermeer,

zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

verweerster in het incident,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de gemeente,

advocaat: mr. J.C. Binnerts,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Televerde B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

eiseres in het incident,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Televerde,

advocaat: mr. R.H. Bekker.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 20 september 2017, 7 maart 2018 en 3 oktober 2018 die de rechtbank Amsterdam heeft gewezen.

2 Het verloop van het geding in hoger beroep

Bij arrest van 26 februari 2019 van het gerechtshof Amsterdam is de zaak in de stand waarin deze zich bevond ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof.

2.1

Het verdere verloop blijkt uit:

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord, tevens van incidenteel hoger beroep (met producties), tevens incidentele memorie,

- de memorie van antwoord in het incident,

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (met producties),

- de pleidooien in het incident overeenkomstig de pleitnotities.

2.2

Vervolgens heeft het hof arrest in het incident bepaald.

3 De motivering van de beslissing in het incident

3.1

In zijn arrest van 26 februari 2019 heeft het hof Amsterdam de zaak op de voet van artikel 62b RO verwezen naar dit hof omdat de echtgenoot van een van de raadsheren in het team dat de zaak behandelt werkzaam is bij de gemeente en in die functie rechtstreeks betrokken is bij de zaak. Televerde voert aan dat de verwijzingsgrond verkeerd is toegepast waardoor de relatieve bevoegdheid van dit hof gebaseerd is op een vernietigbare beslissing. Zij wil terugverwijzing naar het hof Amsterdam.

3.2

Het hof oordeelt dat het aan de verwijzing door het hof Amsterdam is gebonden. Indien een rechter van gelijke rang een zaak verwijst naar een andere rechter is die rechter daaraan gebonden. De bedoeling van deze regel is om te voorkomen dat zaken heen en weer worden verwezen wat niet bevorderlijk is voor de proceseconomie. Bij een verwijzing op grond van artikel 62b RO heeft het hof als rechter naar wie de zaak verwezen is, geen aanleiding om daar anders over te denken.

3.3

Televerde heeft na het arrest van 26 februari 2019 het hof Amsterdam verzocht het arrest te heroverwegen dan wel beroep in cassatie open te stellen tegen dat arrest. Dat hof heeft bij arrest van 2 april 2019 beide verzoeken afgewezen. In dit incident verzoekt Televerde dit hof alsnog beroep in cassatie open te stellen tegen het arrest van 26 februari 2019, dan wel tegen het in dit incident te wijzen arrest (om daarmee ook cassatieberoep tegen het voorgaande arrest mogelijk te maken).

3.4

Tegen beslissingen tot verwijzing staat doorgaans geen rechtsmiddel open. Voor zover cassatie al openstaat tegen aanverwante beslissingen als de onderhavige, ziet het hof geen aanleiding te bepalen dat nu al cassatieberoep tegen deze beslissing kan worden ingesteld. De proceseconomie is daarmee niet gediend. De zaak staat bovendien voor pleidooi in de hoofdzaak gepland op 30 juni aanstaande waarna arrest zal worden gewezen. Het bezwaar dat de hoofdzaak moet worden afgewacht voordat in cassatie (mogelijk ook) geklaagd kan worden over de verwijzing door het hof Amsterdam en/of dit arrest, is niet zwaarwegend genoeg om anders te oordelen. Om dezelfde reden ziet het hof ook geen reden te bepalen dat tegen dit arrest in incident onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.

3.5

Tot slot heeft Televerde verzocht de Hoge Raad een prejudiciële vraag te stellen over het toepassingsbereik van 62b RO, mede vanwege daarmee gemoeide rechtsbeginselen als het in de grondwet verankerde ius de non evocando en de wijze waarop de verschillende hoven met dit artikel omgaan. Aan Televerde kan worden toegegeven dat de reikwijdte van artikel 62b RO onduidelijk is, in die zin dat niet vastomlijnd is wanneer sprake is van ‘betrokkenheid van het gerechtshof’ waardoor behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Een prejudiciële vraag kan aan de Hoge Raad worden gesteld als het antwoord van rechtstreeks belang is a. voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen, of b. voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin dezelfde vraag zich voordoet (artikel 392 Rv). Het gesignaleerde probleem voldoet daar niet aan.

Slotsom

3.6

Het hof zal de incidentele vorderingen afwijzen en Televerde, als de in het ongelijk te stellen partij, veroordelen in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 3.222,- (3 punten x appeltarief II) voor salaris advocaat.

3.7

In de hoofdzaak is al pleidooi bepaald. Over het vervolg van de zaak hoeft in dit arrest dus niet te worden beslist.

3 De beslissing

Het hof, recht doende:

in het incident:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Televerde in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 3.222,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief.

Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, H.L. Wattel, en C.J.H.G. Bronzwaer

en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.