Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:2054

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.267.002/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden door rood? De betrokkene sorteerde voor voor rechtdoor, maar reed met twee wielen over de doorgetrokken streep tussen de voorsorteervakken. Bij zo een geringe overschrijding kon de betrokkene niet als berijder van de voorsorteerstrook voor linksaf worden aangemerkt, en gold het verkeerslicht voor die richting voor hem niet. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.267.002/01

CJIB-nummer

: 218942572

Uitspraak d.d.

: 10 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Oost-Brabant van 27 juni 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking gewijzigd in die zin dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging zijn komen te luiden: R619: “andere richting volgen dan richting van voorsorteervak”.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 25 februari 2020. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. In hoger beroep voert de betrokkene allereerst aan dat hij geen oproeping voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen.

2. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt voor zover hier van belang als volgt:

"De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om (...) op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen."

3. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aan de betrokkene gerichte oproeping. Echter, niet blijkt uit een stempel, aantekening of anderszins, dat de oproeping daadwerkelijk aan de betrokkene is toegezonden. Gelet hierop en mede in het licht van het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie bij de rechtbank, kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Aldus is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv.

4. Nu de betrokkene is opgeroepen voor de behandeling van het hoger beroep ter zitting van het hof, is voormelde schending van het recht op hoor en wederhoor in zoverre hersteld. Gelet hierop zal worden volstaan met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.

5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 juli 2018 om 11:11 uur op de Graafseweg (kruising Grobbendoncklaan) in

’s-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

6. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij merkt op dat de voor hem rijdende kraanwagen de bocht naar rechts niet kon maken en daardoor stil bleef staan. De kraanmachinist wenkte de betrokkene dat hij de kraanwagen (veilig) aan de linkerkant kon inhalen. Hierdoor is de betrokkene naar links uitgeweken en vervolgens rechtdoor gereden. Op dat moment stond het verkeerslicht voor rechtdoor op groen. De betrokkene geeft aan dat hij bij de uitwijkmanoeuvre met twee wielen op het voorsorteervak voor linksaf is gekomen. Omdat het verkeerslicht voor de linker rijbaan op rood stond is daardoor waarschijnlijk de lus detectie geactiveerd.

7. De betrokkene verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 62 juncto artikel 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin - voor zover van belang - is bepaald dat een weggebruiker moet stoppen bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt. Daarbij is tevens van belang dat artikel 78 van het RVV 1990 bepaalt dat bestuurders van een motorvoertuig die op een kruising een bepaalde richting willen volgen, gebruik moeten maken van de voorsorteerstrook waarin deze richting wordt aangegeven. Daaruit volgt dat de door de betrokkene vóór het kruispunt bereden rijstrook bepalend is voor de te volgen richting en om die reden het boven die rijstrook aangebrachte verkeerslicht voor hem bestemd is.

8. In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat, naast de onder 5. vermelde datum, tijd en plaats, onder meer de volgende gegevens:

“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.

Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 37,2 seconden.

Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. De tijdsduur van de geellichtfase is op de foto vermeld.”

9. In het dossier bevinden zich verder foto's van de gedraging. Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene te zien op het moment dat het verkeerslicht voor linksaf 37,2 seconden rood uitstraalt. Het verkeerslicht voor rechtdoor/rechtsaf straalt op dat moment groen licht uit. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich ter hoogte van de stopstreep en grotendeels op de rijstrook voor rechtdoor/rechtsaf. Het linker voorwiel van dit voertuig bevindt zich op de rijstrook voor afslaand verkeer naar links en het linker achterwiel van dit voertuig bevindt zich op de doorgetrokken streep tussen beide voorsorteerstroken. Voor de betrokkene rijdt op de rijstrook voor rechtdoor/rechtsaf een kraanwagen. Te zien is dat de betrokkene uitwijkt voor deze kraanwagen die bezig is om naar rechts af te slaan.

Op de tweede foto, die 2,7 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig van de betrokkene voorbij de verkeerslichten is. Het verkeerslicht voor linksaf straalt nog steeds rood licht uit en het verkeerslicht voor rechtdoor/rechtsaf is inmiddels geel licht gaan uitstralen. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich op het kruisvlak en voornamelijk ter hoogte van de rijstrook voor links afslaand verkeer. Te zien is dat de betrokkene niet bezig is om linksaf te slaan, maar rechtdoor rijdt. De kraanwagen is inmiddels rechtsaf geslagen. Uit de databalk onder de foto’s blijkt dat de geeltijd 3,0 seconden bedroeg en dat de snelheid van het voertuig 25 km/h bedroeg.

10. Gelet op de foto’s van de gedraging en dat wat door de betrokkene is aangevoerd, gaat het hof ervan uit dat de betrokkene bij het naderen van de verkeerslichten via de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand/rechtsafslaand verkeer is komen aanrijden en dat toen dat verkeerslicht op groen sprong, de betrokkene met een bocht om de voor hem rijdende en naar rechtsafslaande kraanwagen is gereden en daarbij met twee wielen het voorsorteervak voor linksafslaand verkeer heeft bereden. Gezien de positie van de betrokkene op de eerste foto van de gedraging evenals de verklaring van de betrokkene ter zitting van het hof, stelt het hof vast dat de betrokkene hierbij de radardetectie voor linksafslaand verkeer heeft getriggerd, omdat het voor die rijstrook bestemde verkeerslicht op dat moment rood licht uitstraalde.

11. De vraag waarvoor het hof zich ziet gesteld is of de betrokkene dient te worden aangemerkt als berijder van de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand/rechtsafslaand verkeer of voor linksafslaand verkeer.

12. Gezien de geringe overschrijding met twee wielen van de doorgetrokken streep tussen de beide voorsorteerstroken in, is het hof van oordeel dat de betrokkene niet kan worden aangemerkt als berijder van de voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer. Dat op de tweede foto van de gedraging te zien is dat de betrokkene meer naar links is uitgeweken, maakt dat niet anders. Dit omdat het voertuig van de betrokkene zich op dat moment al ter hoogte van het kruisvlak begeeft, zodat niet (meer) gesproken kan worden van de gereden richting vóór het kruispunt. Het hof zal de betrokkene derhalve aanmerken als berijder van de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand/rechtsafslaand verkeer. Nu het voor die strook geldende verkeerslicht groen licht uitstraalde en de betrokkene ook rechtdoor is gereden, kan hem niet het verwijt worden gemaakt dat hij een rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd. Evenmin kan de betrokkene het verwijt worden gemaakt dat hij een andere richting heeft gevolgd dan de richting die het voorsorteervak aangaf. Het hof zal de advocaat-generaal daarom niet volgen in het (subsidiaire) verzoek tot wijziging van de feitcode.

13. Het voorgaande brengt mee dat het beroep van de betrokkene gegrond wordt verklaard en dat zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking wordt vernietigd.

14. Het hof ziet aanleiding tot vergoeding van de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van het hof. Deze kosten worden ingevolge het toepasselijke artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Overeenkomstig dat artikel wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. In dit geval komt dat neer op een bedrag van € 57,68, zijnde de kosten van een retour per stadsbus en trein van het adres van de betrokkene naar het paleis van justitie in Leeuwarden.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 57,68.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.