Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1987

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.216.890/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tijdelijke bebording rond busstation. De situatie ter plaatse veranderde frequent en was zo chaotisch, dat de ambtenaar meteen bij het constatering van de gedraging de bebording had moeten controleren. Dat is niet gebeurd, zodat onvoldoende vaststaat dat een bord aanwezig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.216.890/01

CJIB-nummer

: 198557900

Uitspraak d.d.

: 6 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 13 april 2017, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 5 juni 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere verloop van de procedure

De advocaat-generaal heeft aanvullende informatie in het geding gebracht.

De betrokkene heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. In het tussenarrest is overwogen dat het beroep bij de kantonechter, anders dan deze heeft geoordeeld, wel tijdig was ingesteld. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen.

2. Gelet op hetgeen in het tussenarrest is overwogen, dient het hof te beoordelen of kan worden vastgesteld dat de betrokkene met zijn auto op 2 juni 2016 op het Stationsplein in Delft een bord D4 heeft genegeerd.

3. De verbaliserend ambtenaar verklaart in zijn proces-verbaal van 29 augustus 2019 voor zover hier van belang het volgende, zakelijk weergegeven. Het Stationsplein in Delft is aan verandering onderhevig geweest. Het is echter sinds 2011 nimmer toegankelijk geweest voor andere voertuigen dan (lijn)bussen. Dat werd kenbaar gemaakt door verkeersbord D4 met onderbord “uitgezonderd voor lijnbussen” of bord C1 met eenzelfde onderbord. Gezien de beperkte ruimte op het zogeheten busplatform, de benodigde ruimte voor draaibewegingen van de bussen en gezien de veiligheid (dode hoek), is het ongewenst overig verkeer toegang te geven tot de rijbaan van het busplatform. Een verzoek om handhavend op te treden had hem, wijkagent, korte tijd na de openstelling van het busplatform bereikt. De ambtenaar zag de betrokkene geparkeerd staan op het Stationsplein, bijna in het station. Er was geen andere mogelijkheid om met een personenauto op die plek te komen dan vanaf de Westvest via de aldaar gelegen bruggen het Stationsplein op te rijden. Het kan niet anders dan dat de betrokken bord D4, C1 of C2 heeft genegeerd om op het Stationsplein te geraken. Voor de bruggen naar het Stationsplein zijn in 2015 de definitieve verkeersbesluiten genomen tot het instellen van eenrichtingsverkeer en een geslotenverklaring met uitzondering van lijnbussen. In de periode van eind oktober 2015 tot medio 2017 reed het doorgaande verkeer op de Westvest ingevolge een tijdelijk verkeersbesluit tijdelijk over de trambusbaan. Dit verkeer mocht door de eerder al definitief ingestelde verboden voor het busplatform niet de stationsbruggen oprijden. Ter ondersteuning is in de uitvoering besloten tijdelijk de borden D4 extra te plaatsen. Desgevraagd heeft de gemeente Delft meegedeeld dat gezien het aantal voertuigen dat het verbod negeerde, er haast was geboden bij extra ondersteuning. Er is daarom geen verkeersbesluit genomen voor de plaatsing van bord D4.

4. Bij het proces-verbaal zijn gevoegd drie verkeersbesluiten van de gemeente Delft van

11 februari 2015 en 21 oktober 2015 die mede betrekking hebben op het Stationsplein en Westvest, voorzien van situatieschetsen en enkele van google maps streetview afkomstige prints van mei 2015. De ambtenaar verklaart dat de situatie die op deze prints te zien is, overeenkomt met de verkeerssituatie op 2 juni 2016.

5. De betrokkene heeft uitvoerig gereageerd op het proces-verbaal en de bijlagen. Hij handhaaft zijn stelling dat de situatie ter plaatse vaak veranderde en onoverzichtelijk was en dat hij op de door hem gereden route niet heeft gehandeld in strijd met bord D4. Hij voert aan dat de ambtenaar de gedraging feitelijk niet heeft waargenomen en daarvan geen foto’s heeft, en dat de door ambtenaar overgelegde print met het bord D4 erop niet van toepassing lijkt te zijn op het busplatform. Hij heeft zijnerzijds prints van google maps streetview overgelegd, waarvan enkele dateren van augustus 2016.

6. Het hof heeft zich naar aanleiding van de door de ambtenaar en de betrokkene overgelegde prints door middel van google maps streetview ook georiënteerd op de situatie ter plaatse. Het hof heeft geen andere afbeeldingen aangetroffen dan die waarvan door partijen prints zijn overgelegd. Op de beelden van mei 2015 is te zien dat op de Westvest vóór beide ter rechterzijde gelegen bruggen naar het busplatform een bord D4 staat. Rechtsafslaan naar het Stationsplein is op grond daarvan verboden. Bij de tweede brug is dit bord voorzien van een onderbord. Op de beelden van augustus 2016 staat ook vóór beide bruggen een bord D4 en is het bord bij de tweede brug voorzien van een onderbord. Op alle beelden is te zien dat beide bruggen zowel in mei 2015 als in 2016 zijn voorzien van borden C2 of C1.

7. Foto’s van 2 juni 2016 met daarop de bebording bij de toegangswegen tot het busplatform ontbreken. De door de betrokkene gestelde wisselende situatie bij station Delft volgt ook uit het proces-verbaal van de ambtenaar, de overgelegde verkeersbesluiten, die alle betrekking hebben op C-borden, en de prints van google maps streetview. In het licht van die wisselend/chaotische situatie bezien mag van een ambtenaar, die van gemeentewege verzocht is speciale aandacht aan dit gebied te schenken en die een auto geparkeerd ziet staan op het busplatform waarvan hij niet weet over welke van de twee bruggen de bestuurder is gereden, en die schrijft voor het negeren van een bord D4 dat zou moeten staan op de Westvest, worden verlangd dat hij de bebording ter plaatse nog dezelfde dag controleert. Uit de verklaring van de ambtenaar kan niet worden afgeleid dat dit is gebeurd. Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat er op 2 juni 2016 een bord D4 stond en dat de betrokkene dit heeft genegeerd.

8. Evident is dat de betrokkene met zijn auto op 2 juni 2016 niet op het busplatform mocht komen. Op zichzelf zou op grond van de informatie van de ambtenaar en de door de betrokkene zelf overgelegde prints kunnen worden vastgesteld dat de betrokkene een bord C2 genegeerd heeft. Het hof acht het in deze fase van de procedure echter niet meer wenselijk de feitcode te wijzigen. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. De overige bezwaren van de betrokkene hoeven nu niet meer besproken te worden.

9. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.