Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1943

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.254.305/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grensoverschrijdende postbezorging. Het beroepschrift is later dan een week na de beroepstermijn ontvangen en er is niet gebleken dat het voor het einde van de beroepstermijn is gepost. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.254.305/01

CJIB-nummer

: 215653830

Uitspraak d.d.

: 5 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Uit artikel 6:9 van de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, zolang het beroepschrift maar voor het einde van de termijn op de post is gedaan.

2. De beslissing van de kantonrechter is op 14 december 2018 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 25 januari 2019. Het beroepschrift is gedateerd 10 januari 2019. Uit een stempel blijkt dat het op 5 februari 2019 door de rechtbank is ontvangen.

3. De betrokkene schrijft in zijn hoger beroepschrift dat hij tijdelijk in Kameroen verblijft. Op de envelop waarin het beroepschrift is verzonden zijn postzegels uit Kameroen geplakt, en er is “Cameroon port” op de envelop geschreven. Er staat geen poststempel op de envelop.

4. Indien een poststuk via PostNL wordt verzonden hanteert het hof in situaties als deze -indien het poststempel ontbreekt of niet leesbaar is- als uitgangspunt dat het poststuk geacht wordt tijdig ter post te zijn bezorgd indien het is ontvangen op de eerste of de tweede werkdag na de laatste dag van de termijn voor het instellen van beroep, tenzij op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het later dan op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd. In dit geval is het poststuk kennelijk niet via PostNL verzonden maar via een buitenlands postbedrijf. Er is sprake van grensoverschrijdende postbezorging. Dit brengt mee dat het voren omschreven uitgangspunt hier niet kan worden gehanteerd, maar dat het poststuk geacht moet worden tijdig ter post te zijn bezorgd indien het is ontvangen niet later dan een week na de laatste dag van de beroepstermijn, tenzij op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het later dan op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd. Nu het beroepschrift later dan een week na de laatste dag van de beroepstermijn is ontvangen, is het hoger beroep niet tijdig ingesteld.

5. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.

6. De advocaat-generaal heeft zich in diens verweerschrift, onder verwijzing naar rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:N:CRVB:2007:BA6714) en het gerechtshof Arnhem (ECLI:NL:GHARN:2011:BS1145) op het standpunt gesteld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht omdat de betrokkene door twee weken voor het einde van de beroepstermijn het beroepschrift bij de post in Kameroen aan te bieden, al datgene heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht.

7. Naar oordeel van het hof zijn er in dit geval geen omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet kan worden toegerekend. In de rechtspraak waar de advocaat-generaal naar verwijst, waren de beroepschriften per aangetekende post verstuurd en stond vast dat de beroepschriften voor het einde van de beroepstermijn ter post waren bezorgd. Dat is hier niet het geval. Nu geen andere omstandigheden gesteld of gebleken zijn waar uit volgt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.