Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1924

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.264.088/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Binnen de bebouwde kom is de maximumsnelheid 50 km/u. Geen bord vereist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.264.088/01

CJIB-nummer

: 213657001

Uitspraak d.d.

: 4 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Oost-Brabant van 7 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft geen verweerschrift ingediend, maar stukken toegestuurd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2020. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [D] .

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de kantonrechter niet tot de conclusie had kunnen komen dat de klacht over de schending van de hoorplicht door de officier van justitie faalt.

2. Het hof stelt het volgende vast. De gemachtigde van de betrokkene heeft in het administratief beroepschrift van 13 juni 2017 verzocht om telefonisch te worden gehoord. Een telefoonnummer ontbreekt. Bij brief van 28 maart 2018 heeft de officier van justitie de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord, in persoon op 1 mei 2018 om 10 uur of telefonisch op 2 mei 2018 om 10u. In het laatste geval dient een telefoonnummer te worden opgegeven. Op 8 mei 2018 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. In die beslissing is vermeld dat geen reactie is ontvangen op de brief van 28 maart 2018 en dat daarom met inachtneming van artikel 7:17 aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is afgezien van het horen.

3. Het hof stelt vast dat de officier van justitie aan het niet reageren op de antwoordkaart de betekenis heeft toegekend dat van het horen mocht worden afgezien. Dat is niet juist (vgl. het arrest van het hof van 25 juli 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:6137). De kantonrechter had de beslissing van de officier van justitie dan ook niet in stand mogen laten. Het hof zal beide beslissingen vernietigen, met gegrondverklaring van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, en de bezwaren tegen de opgelegde sanctie beoordelen. Hetgeen overigens is aangevoerd tegen de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie behoeft derhalve geen bespreking meer.

4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 94,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 11 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 januari 2018 om 17:06 uur op de N270 Europaweg, kruising Hortsedijk richting Deurne in Helmond met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

Het zaakoverzicht vermeldt dat deze gedraging is geconstateerd met een flitspaal.

5. De gemachtigde betwist dat de gedraging is verricht en voert aan dat deze niet kan worden vastgesteld nu een schouwrapport of proces-verbaal van controle van de aanwezige bebording ontbreekt. Op de N270, komende uit de richting van Eindhoven en gaande in de richting van Helmond, verandert de maximumsnelheid van 100 naar 70 en kennelijk ergens bij de locatie waar de betrokkene is geflitst naar 50 km/h. Nu de N270 dus hogere snelheden kent dan 50 km/h en de betrokkene meent geen bord A1 50 te hebben gezien en meent dat de maximumsnelheid 70 km/h betrof, had een proces-verbaal van controle van de bebording of een schouwrapport onderdeel van het dossier moeten uitmaken. De gemachtigde beschouwt die stukken als stukken in de zin van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb en wijst op het arrest van 25 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8537. Ook uit de foto’s blijkt niet dat ter plaatse een maximumsnelheid van 50 km/h gold. De verweten gedraging staat dus onvoldoende vast, althans is de bebording onvoldoende herhaald, aldus de gemachtigde.

6. Artikel 7:18, vierde lid, van de Awb voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2014, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2014:4129). Naar het oordeel van het hof moet in een zaak als deze daaronder worden begrepen het zaakoverzicht en een eventuele foto van de gedraging (vgl. het arrest van dit hof van 28 september 2015, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2015:7246). Andere documenten behoren niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft (vgl. het arrest van het hof van 17 oktober 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:8247). Die situatie kan zich voordoen wanneer feiten of omstandigheden aannemelijk worden gemaakt die niet of onvoldoende kunnen worden weerlegd aan de hand van het zaakoverzicht, de eventuele foto’s en de overige aanwezige stukken dan wel wanneer feiten of omstandigheden worden aangevoerd die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de uit die stukken blijkende gegevens.

7. Het door de gemachtigde genoemde arrest uit 2018 betreft overschrijding van de op een bord A1 aangegeven maximumsnelheid. De onderhavige gedraging betreft echter een overtreding van artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat de maximumsnelheid voor motorvoertuigen binnen de bebouwde kom 50 kilometer per uur bedraagt. Dat is slechts anders indien met een bord A1 een andere snelheid is aangegeven.

8. In aanmerking genomen dat niet is betwist dat de betrokkene op de gereden route naar het kruispunt Europaweg / Hortsedijk een bord H1 is gepasseerd, kan in dit geval op grond van de inhoud van het zaakoverzicht en de foto’s worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat herhalingsborden A1 50 ontbreken, maakt dat gelet op hetgeen onder 7 is overwogen niet anders. Het bezwaar treft geen doel. Het beroep tegen de inleidende beschikking is ongegrond.

9. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

10. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.