Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1832

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
Wahv 200.261.729/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 4 Wahv. In de inleidende beschikking moet zijn vermeld welk voorschrift is overtreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/222
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.261.729/01

CJIB-nummer

: 220386934

Uitspraak d.d.

: 2 maart 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Daarbij is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 oktober 2018 om 10:10 uur op de Lyceumlaan in Roosendaal met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven, omdat daarin niet is vermeld welk wettelijk voorschrift zou zijn overtreden. Daardoor is de betrokkene in haar belangen geschaad. De gemachtigde verwijst naar een arrest van het hof van 11 augustus 2017 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:6948) waarin dit gebrek leidde tot vernietiging van de beschikking.

3. Artikel 4, eerste lid, van de Wahv houdt in:

“De administratieve sanctie wordt opgelegd bij een gedagtekende beschikking. De beschikking bevat een korte omschrijving, onder verwijzing naar de aanduiding in de bijlage, van de gedraging ter zake waarvan zij is gegeven en het voor die gedraging bepaalde bedrag van de administratieve sanctie, de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats waar de gedraging is geconstateerd. Bij ministeriële regeling worden het model van de beschikking en dat van de aankondiging van de beschikking vastgesteld, of de eisen waaraan het model moet voldoen.”

4. Artikel 2, eerste lid, van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie (hierna: de Regeling), die krachtens artikel 4, eerste lid, van de Wahv is vastgesteld, houdt, voor zover hier van belang, in:

“Het model van de beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften vermeldt in ieder geval:

(…) b. de gedraging, alsmede het overtreden voorschrift”.

5. Artikel 4, eerste lid, van de Wahv beoogt te verzekeren dat het een betrokkene, aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, redelijkerwijs duidelijk is op welke gedraging die sanctie is gebaseerd en, als hij daar aanleiding voor ziet, waartegen hij zich heeft te verdedigen. De bepaling in de Regeling dat de beschikking ook het overtreden voorschrift moet bevatten, is een nadere uitwerking van dat uitgangspunt.

6. Met de gemachtigde van de betrokkene constateert het hof dat het overtreden voorschrift niet is vermeld in de sanctiebeschikking. Ook uit de overige stukken in het dossier blijkt niet welk voorschrift zou zijn overtreden. Eerst in hoger beroep is door de advocaat-generaal in het verweerschrift aangehaald welk voorschrift het betreft. Bij deze stand van zaken heeft de betrokkene zich onvoldoende tijdig en adequaat kunnen verweren tegen de opgelegde sanctie, zodat zij in haar verdedigingsbelang is geschaad. Dat brengt mee dat de sanctiebeschikking niet in stand kan blijven.

7. Gelet op de voorgaande overwegingen en de hierna vermelde beslissing van het hof, hoeven alle overige bezwaren van de betrokkene geen bespreking.

8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het daar verschijnen op de zitting en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof zal de advocaat-generaal dus veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,50.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 787,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.