Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1656

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
21-001497-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2018:738, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:774
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Loverboyachtige manier van handelen. Misleiding en misbruik van een kwetsbare positie. 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001497-18

Uitspraak d.d.: 26 februari 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 28 februari 2018 met parketnummer 16-705410-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.B. Stenger, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de appelschriftuur weliswaar een dag te laat is ingediend, maar dat het hof aan dit verzuim geen gevolg dient te verbinden nu de verdediging door dat verzuim niet in haar belangen is geschaad en er slechts sprake is van een zeer geringe overschrijding. Het belang van het appel is gelegen in de ernst en aard van de zaak en het maatschappelijk belang, alsmede het belang van aangeefster. De ernst blijkt onder andere uit de in eerste aanleg geëiste straf.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft opgemerkt dat de schriftuur een dag te laat is ingediend en dat er jurisprudentie is waarbij dit heeft geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

Oordeel hof

In de onderhavige zaak heeft het openbaar ministerie op 13 maart 2018 beroep ingesteld en is de schriftuur op 28 maart 2018 – derhalve één dag te laat - ingekomen ter griffie van het hof. Er is derhalve sprake van een zeer geringe termijnoverschrijding. Niet gesteld of gebleken is dat de verdachte door deze uiterst beperkte termijnoverschrijding op enigerlei wijze in zijn belangen, waaronder met name het belang van een goede voorbereiding van zijn strafzaak, is geschaad.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat het belang van de behandeling van het door het openbaar ministerie ingestelde beroep in dit geval prevaleert boven het belang van verdachte bij sanctionering van het geconstateerde verzuim.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van 28 februari 2018 vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde:

  • -

    mensenhandel (feit 1);

  • -

    afdreiging (feit 2)

  • -

    valsheid in geschrift (feit 3);

  • -

    diefstal door middel van een valse sleutel (feit 4).

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of Utrecht en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Den Haag en/of elders in Nederland

A) een ander of anderen, te weten [aangeefster] , (telkens)

door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [aangeefster] (sub 1°) en/of

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [aangeefster] 's, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [aangeefster] (sub 6°),

immers is en/of heeft hij, verdachte,

- een (exclusieve) relatie met die [aangeefster] aangegaan en/of onderhouden en/of

- tegen die [aangeefster] gezegd dat hij, verdachte, met haar zou gaan trouwen en/of

- tegen die [aangeefster] gezegd dat hij, verdachte, (grote) schulden had en/of zij hem geld kon geven en/of lenen en/of

- met die [aangeefster] seks gehad en/of die seks gefilmd en/of tegen die [aangeefster] gezegd dat hij die seks gefilmd had en/of tegen die [aangeefster] gezegd dat ze in de prostitutie moest gaan werken omdat hij anders tegen haar ouders zou zeggen dat ze geen maagd meer was en/of die sexfilm aan haar ouders en/of derden zou laten zien

- en/of een pistool tegen het hoofd van die [aangeefster] gehouden, althans een pistool aan haar getoond en/of

- die [aangeefster] gedwongen (erotische) foto's van zichzelf te maken en/of die aan hem, verdachte, te sturen en/of

- een of meer seksadvertenties aangemaakt op sites als kinky en/of sexjobs waarin die [aangeefster] haar diensten aanbood en/of

- die [aangeefster] twee althans een werktelefoon(s) gegeven en/of

- de klanten voor die [aangeefster] geregeld en/of

- haar telkens naar die prostitutieklanten gebracht en/of

- na die prostitutieafspraken weer opgehaald en/of

- aan die [aangeefster] laten weten dat ze minimaal 6 klanten per dag moest hebben en/of

- alle, althans een groot deel van het geld dat die [aangeefster] met prostitutie verdiende aan hem, verdachte, laten afgeven althans van haar afgepakt;

2.
hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 maart 2013 tot en met 31 december 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of elders in Nederland, met het oogmerk zich en/of een ander te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim [aangeefster] heeft gedwongen tot

de afgifte van een bankpas van de [naam bank] en/of (een grote hoeveelheid) geld , in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan die [aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of die [aangeefster] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van een inschuld, immers heeft die [aangeefster] op aandringen van hem, verdachte, een rekening geopend bij de [naam bank] (een zogenaamde [naam bank] studentenrekening met 2500 euro kredietmogelijkheid) (waarna hij, verdachte, (ten volle) gebruik maakte van de kredietmogelijkheden op die rekening), en/of

die [aangeefster] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen van gegevens, immers heeft hij, verdachte, van die [aangeefster] de pincode van de pas behorend bij die [naam bank] rekening gekregen,

welke bedreiging (telkens) hierin bestond dat hij, verdachte, tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat ze een rekening moest openen omdat hij anders tegen haar ouders zou zeggen dat ze geen maagd meer was en/of dat hij een seksfilm met daarop seks tussen hem, verdachte, en die [aangeefster] aan haar ouders en/of derden zou laten zien;

3.
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van ongeveer 15 december 2013 tot en met 31 december 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt of doen maken van een vals(e) of vervalst(e) salarisspecificatie (salaris november 2013) afgegeven door of namens het bedrijf [bedrijf] aan de werknemer [aangeefster] ,

- zijnde een geschrift dat (telkens) bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken of doen gebruikmaken hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) voornoemde salarisspecificatie heeft verstrekt en/of doen verstrekken aan en/of overgelegd en/of doen overleggen en/of toegestuurd en/of doen toesturen aan [bedrijf] International Card Services (ter gelegenheid van het aanvragen van een creditcard op naam van een ander dan van hem, verdachte, te weten op naam van [aangeefster] )

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die salarisspecificatie (in strijd met de waarheid) was aangegeven dat de werknemer van [bedrijf] genaamd [aangeefster] die maand 1200,= euro had verdiend met een 40-urig contract, (terwijl die [aangeefster] in werkelijkheid die maand 528,= euro had verdiend met een 20-urig contract);

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van ongeveer 15 december 2013 tot en met 31 december 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een salarisspecificatie (salaris november 2013) afgegeven door of namens het bedrijf [bedrijf] aan de werknemer [aangeefster] ,

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven):

op voornoemde werkgeversverklaring vermeld en/of doen vermelden - dat die [aangeefster] 1200 euro verdiend had met een 40-urig contract

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.
hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van ongeveer 01 maart 2013 tot en met 31 december 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of elders in Nederland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (meermalen) uit een of meer geldautomaat/geldautomaten heeft weggenomen (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s),

te weten door (zonder toestemming) gebruik te maken van een of meer bankpas(sen) en/of creditcard(s) van die [aangeefster] (en/of de bij die pas(sen) en die card(s) behorende pincode(s)).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Inleiding

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

  • -

    mensenhandel (feit 1);

  • -

    afdreiging (feit 2)

  • -

    valsheid in geschrift (feit 3);

  • -

    diefstal door middel van een valse sleutel (feit 4).

Het hof zal verdachte vrijspreken voor het ten laste gelegde onder de feiten 2, 3 en 4. Het hof veroordeelt verdachte voor de onder feit 1 ten laste gelegde mensenhandel.

Eerst worden de feiten 2, 3 en 4 behandeld, waarbij de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging uiteengezet worden, waarna het oordeel van het hof per feit aan de orde komt.

Vervolgens zal het hof uiteenzetten op grond waarvan het hof bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Ook hierbij worden eerst de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging weergegeven, waarna het oordeel van het hof – met daarbij de bespreking van de bewijsmiddelen – uiteengezet wordt. Hierbij wordt ook ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster.

Feiten 2, 3 en 4

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs vrij te spreken voor het ten laste gelegde onder feit 2 en 3.

Ten aanzien van feit 4 heeft de advocaat-generaal gevorderd verdachte wel te veroordelen. Op grond van het dossier staat vast dat er een creditcard op naam van aangeefster is aangevraagd en door [bedrijf] is verstrekt. Gelet op de verklaring van verdachte dat er slechts sprake was van een vriendschappelijke relatie is het onaannemelijk dat aangeefster vrijwillig de creditcard aan hem heeft gegeven. Duidelijk is dat aangeefster de betreffende pintransacties in elk geval niet verricht kan hebben. De transacties zijn verricht door verdachte in zijn woonplaats Emmen. Op de camerabeelden van een van die transacties is verdachte ook te zien.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4. Het dossier bevat voor deze feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, waarbij ook een rol speelt dat de verklaringen van aangeefster als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd.

Oordeel hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder als volgt.

Feit 2

Het hof zal verdachte vrijspreken van de onder 2 ten laste gelegde afdreiging. In het

dossier bevindt zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte door

bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaarmaking van een geheim [aangeefster] heeft

gedwongen tot het openen van een bankrekening, tot afgifte van de bij die rekening

behorende bankpas en pincode, althans van geld of enig ander goed, toebehorende aan [aangeefster]

. Aangeefster heeft weliswaar verklaard dat afdreiging heeft plaatsgevonden, maar die verklaring wordt niet door enig ander bewijsmiddel ondersteund.

Feit 3

Verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd het valselijk (doen) opmaken of (doen) vervalsen van een salarisspecificatie betreffende de maand november 2013, afgegeven door of namens het bedrijf [bedrijf] aan [aangeefster] en/of het opzettelijk gebruik (doen) maken van die specificatie.

In het dossier bevindt zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit. Niet vast te stellen is hoe het met de aanvraag en de verkrijging van de creditcard precies is gegaan. De verklaring van aangeefster wordt op dit punt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verklaringen van de zussen van aangeefster zijn uitsluitend gebaseerd op wat zij hebben gehoord van aangeefster, zijn dus afkomstig uit dezelfde bron en vormen daarmee onvoldoende steunbewijs. Ook het tweede aanvullende onderzoek, dat na het vonnis in eerste aanleg heeft plaatsgevonden, heeft onvoldoende duidelijkheid kunnen verschaffen.

Feit 4

Op grond van de verklaringen van aangeefster en van verdachte, van prints van camerabeelden bij geldautomaten en gegevens welke zijn verstrekt door creditcardmaatschappij [bedrijf] is vast komen te staan dat verdachte in de in de tenlastelegging genoemde periode geld heeft gepind met een op naam van aangeefster gestelde [creditcard] . Deze creditcard betreft de [creditcard] met nummer [nummer] . Het hof gaat er op grond van de stukken in het dossier van uit dat verdachte meermalen en op verschillende data heeft gepind met de creditcard, in ieder geval bij geldautomaten in zijn woonplaats Emmen

Naar het oordeel van het hof kan echter met onvoldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de door verdachte verrichte pintransacties zonder toestemming van aangeefster zijn verricht. Het hof overweegt hiertoe dat de zus van aangeefster – [zus aangeefster] – heeft verklaard dat aangeefster gezegd heeft dat zij de creditcard zelf aan verdachte heeft gegeven. Dit bevestigt in zoverre de lezing van verdachte die ontkent dat hij zonder toestemming geld heeft opgenomen met de creditcard van aangeefster.

Het hof stelt vast dat andere bewijsmiddelen, waarmee de exacte gang van zaken met betrekking tot de afgifte van de creditcard met pincode kan worden vastgesteld, ontbreken. Op grond daarvan kan met onvoldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat verdachte zonder toestemming van aangeefster een of meer geldbedragen heeft gepind met behulp van haar creditcard. Die twijfel dient naar het oordeel van het hof te leiden tot vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde.

Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van feit 1

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor de onder feit 1 ten laste gelegde mensenhandel. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de subben 1, 4, 9 en 6 bewezen verklaard kunnen worden, waarbij voor sub 1, 4 en 9 de dwangmiddelen misleiding en misbruik maken van een kwetsbare positie bewezen verklaard kunnen worden.

De advocaat-generaal heeft hiertoe – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster op zichzelf bruikbaar zijn voor het bewijs, maar dat daarnaast steunbewijs nodig is. Dit steunbewijs is te vinden in de verschillende getuigenverklaringen. Voor de misleiding en het misbruik maken van een kwetsbare positie is het bewijs te vinden in de verklaringen van aangeefster, getuigen [getuige 2] en [getuige 1] en in de sms-berichten. Deze dwangmiddelen moeten in combinatie met elkaar bezien worden.

Voor de dreiging met een feitelijkheid is onvoldoende bewijs, hiervan dient verdachte vrijgesproken te worden.

Het werven, vervoeren en overbrengen kan bewezen verklaard worden. Verdachte heeft de seksadvertenties geplaatst. Dit heeft ook daadwerkelijk tot klantencontacten geleid. Dit valt onder het werven. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar vervoerde naar de klanten en dat zij soms ook met het openbaar vervoer moest reizen. Dit wordt ondersteund door de sms-berichten.

Ook bewezen verklaard kan worden dat verdachte het oogmerk van uitbuiting had. Dit kan worden afgeleid uit de verklaringen van aangeefster en verschillende sms-berichten. Daarnaast blijkt uit het dossier dat aangeefster verscheidene overboekingen ten behoeve van verdachte heeft gedaan.

Voor bewezenverklaring van sub 4 bevatten de verklaringen van aangeefster, in combinatie met de sms-berichten voldoende bewijs. Het is duidelijk dat verdachte de gebruiker was van de telefoonnummers eindigend op [nummer] en [nummer] . Uit de berichten die met die telefoonnummers zijn verzonden, kan worden afgeleid dat verdachte en aangeefster een seksuele relatie hadden. Er wordt daarnaast ook gecommuniceerd over het prostitutiewerk. Verdachte heeft de seksadvertentie geplaatst en daarna verschillende malen aangepast.

Ook voor sub 6 en 9 is op grond van bovenstaande voldoende bewijs, aldus de advocaat-generaal.

Standpunt verdediging

Verdachte heeft aangevoerd dat hij een puur vriendschappelijke relatie heeft gehad met [aangeefster] , dat hij nooit seks met haar heeft gehad en dat ze wist dat hij verloofd was. Hij heeft telefonisch contact met [aangeefster] gehad, maar dat was niet met het oog op de prostitutiewerkzaamheden.

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de aan hem ten laste gelegde mensenhandel. Zij heeft hiertoe – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn, dat aangeefster al vóórdat zij verdachte kende een notitie in haar telefoon had met bijna exact de latere advertentietekst die is geplaatst op sekssites en dat er voorts onvoldoende steunbewijs is voor het ten laste gelegde.

Oordeel hof 1

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder als volgt, waarbij eerst de relevante bewijsmiddelen worden besproken en vervolgens aan de hand hiervan de beoordeling door het hof wordt gegeven.

Aangeefster heeft op 27 februari, 6 maart en 10 maart 2014 aangifte gedaan van mensenhandel, gepleegd tussen 1 februari 2013 en 20 februari 2014 te Nederland.2 Tijdens haar aangifte ter zake valsheid in geschrift op 7 februari 2014 gaf zij tevens aan dat zij door verdachte gedwongen in de prostitutie werkte.3 Op 20 februari 2014 werd naar aanleiding hiervan een intakegesprek met aangeefster gevoerd.4

Aangeefster heeft verklaard dat zij op een gegeven moment een relatie met verdachte heeft gekregen, dit was vanaf februari 2013.5 Na ongeveer een maand – in maart 2013 – hebben aangeefster en verdachte seks met elkaar gehad op de achterbank van de auto. Het was avond en zij reden naar een stil plekje. Zij gingen zoenen en vanuit daar zijn zij op de achterbank terecht gekomen. Toen is het gebeurd in de auto van verdachte, de BMW.6 Het maakte voor verdachte niet uit of aangeefster ontmaagd was voor of na het huwelijk. Aangeefster voelde zich hier achteraf echter schuldig over. Zij had duidelijk gezegd dat zij geen seks wilde voor het trouwen. Verdachte reageerde hierop dat zij zich niet druk moest maken omdat zij toch zijn vrouw werd.7 De seks gebeurde zonder condoom. Na de eerste keer seks is aangeefster begonnen met de pil, via de huisarts.8 Via de huisarts hoorde aangeefster op een later moment dat zij chlamydia had.9

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij verdachte kende van het voetballen bij [voetbalclub] en van het VMBO. Hij kwam verdachte vaak tegen op school en bij de voetbal en zij fietsten vaak met elkaar mee.10 Verdachte vertelde hem dat hij in Hilversum was geweest voor dit meisje (het hof begrijpt: [aangeefster]) en dat hij haar op de achterbank had ‘gepakt’. Verdachte zei ook dat [aangeefster] tegen hem (verdachte) had gezegd dat hij haar had ontmaagd. [getuige 1] weet dat [aangeefster] in Hilversum woonde en twee zussen had. Ze zat in Amsterdam op school. [aangeefster] had een bol gezicht en een mollig postuur.11

Aan aangeefster zijn in maart 2013 door de huisarts anticonceptiepillen voorgeschreven.12 In juni 2013 is zij positief getest op chlamydia.13

Uit het RDW bleek dat verdachte in de periode van 30-11-2012 tot en met 04-11-2014 een BMW 5 met kenteken [kenteken] op zijn naam had staan.14

Aangeefster heeft verder verklaard dat zij dacht dat er sprake was van verliefdheid van beide kanten.15 Verdachte was de enige met wie aangeefster praatte. Hij had haar heel verliefd gemaakt. Zij had hele grote hoop dat hij alsnog zou trouwen met haar.16 Verdachte had het constant over toekomstplannen.17

Aan haar zus [zus aangeefster] vertelde aangeefster dat ze heel graag met verdachte wilde trouwen. Aangeefster hield veel van verdachte. Verdachte zei ook tegen aangeefster dat hij graag met haar wilde trouwen.18

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte in 2013 niet werkte, maar wel in een BMW 5 serie reed en meerdere vriendinnetjes tegelijk had. De meisjes wisten dit niet van elkaar. Ook heeft [getuige 2] verklaard dat verdachte aan hem vertelde dat hij (verdachte) het meisje (het hof begrijpt: [aangeefster]) verliefd had gemaakt. Dat zij een relatie hadden. Hij had aan een relatie met haar gewerkt. [getuige 2] hoorde dat verdachte tijdens telefoongesprekken lief tegen haar praatte. Hij noemde haar ook schat tijdens deze telefoongesprekken. Verdachte was met geld aan het flappen. De armleuning van zijn BMW zat vol met geld.19 Verdachte was blij dat het meisje zoveel geld verdiende. Verdachte zei altijd: Je moet ze heel erg verliefd maken, dan komen ze zo bij jou.20

Aangeefster heeft verklaard dat het nummer van verdachte [telefoonnummer 1] betrof en dat hij onder de naam ‘ [naam 1] ’ in haar telefoon stond. De verbalisant zag bij onderzoek in haar telefoon dat bij de naam ‘ [naam 1] nieuwste’ het telefoonnummer [telefoonnummer 2] stond.21 Tussen verdachte aangeefster zijn onder meer de volgende berichten uitgewisseld, waarbij een uitgaand bericht verstuurd is door aangeefster en een inkomend bericht door haar ontvangen is:

29-5-2013; 20:47:41 (inkomend bericht): Sgatjee

29-5-2013; 20:48:09 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Ja liefste..

29-5-2013; 20:54:36 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Miste je me haha22

31-5-2013; 00:25:15 (inkomend bericht): Sgat?

31-5-2013; 00:25:48 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Ja liefste

31-5-2013; 00:36:34 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Pff Is met bus lastig te komen

geef internet aan… Maar dat jij geen slaap hebt is ook niet te doen.

31-5-2013; 00:42:12 (inkomend bericht): 7U ben ik bij je

31-5-2013; 00:43:05 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Dat is goed schat.. Moet k kussen

en deken meenemen voor jr ahahha :$ 23

31-5-2013; 13:09:25 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Ej stommerd.. hou gewoon te veel

van je kan er niks aan doen hihi :$

31-5-2013; 12:11:04 (inkomend bericht): Loveu 2 haha24

1-6-2013; 13:07:59 (inkomend bericht): Sgat? Omg heb jij daar 100 of 200 k heb alle geld bij me mams. En maandag kan k pas bij me zakelijke rekening. K heb in belghe boete gehad gisteren van 400 hahahaha direct betalen. Als je daar niet hebt gA k nu direct na rdam na vriend

1-6-2013; 13:09:08 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Idioot:o hoe krijg je een boete van 400 voor elkaar;o ff kijken wat k hier heb liggen

1-6-2013; 13:10:38 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): K heb 205 hier lief.. Heb e zelf ook wat op zak dan?25

1-6-2013; 14:23:55 (inkomend bericht): Where are yno dushi

1-6-2013; 14:24:32 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Dushi is coming26

6-6-2013; 14:37:12 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 1] ): Trein komt 4:22 aan op amstel..

6-6-2013; 14:39:27 (inkomend bericht): Ben k er dan. Kus loveu27

7-6-2013; 23:28:49 (inkomend bericht): Kom neuk k je kapot

7-6-2013; 23:30:40 (uitgaand bericht aan [telefoonnummer 2] ): ahaha ow nu pas… Kom dan weet niet of je me kapot krijgt :$ je mag de hele nacht doorgaan van me hihi28

Aangeefster heeft voorts verklaard dat zij van mei 2013 tot en met augustus 2013 in de prostitutie heeft gewerkt. De eerste dag haalde verdachte haar ’s ochtends op. Hij is toen naar de locatie gegaan. Hij zette aangeefster dichtbij de locatie af. Nadien moest zij bellen en dan kwam hij haar weer ophalen.29 Betalen moest vooraf. Als zij aankwam dan moesten zij (het hof begrijpt: de klant/klanten) eerst betalen. Daarna vond de seks plaats en dan moest aangeefster het geld aan verdachte geven. Verdachte vertelde dat aangeefster aan het einde van de week ook wat zou krijgen, maar dat heeft zij nooit gehad.30

Het ging niet van de één op de andere dag, aldus aangeefster. Verdachte zei ik heb wat voor jou gedaan en nu moet jij wat voor mij doen. Hij bedoelde hiermee dat hij altijd voor haar klaar stond en dat hij alles van haar wist. Tussendoor zei hij dat we uiteindelijk zouden gaan trouwen. Aangeefster moest in de prostitutie gaan werken omdat verdachte geld nodig had voor zijn bedrijf. Aangeefster kon niet veel, zij voelde zich machteloos. Het voelde voor haar dubbel. Er was een gevoel van hele grote onzekerheid. Aangeefster wist niet of verdachte haar nog wilde na alles. Normaal kreeg zij nog wel eens een kus, maar vanuit de kant van verdachte werd dat veel minder. Aangeefster werd er heel onzeker van, ze was nog steeds verliefd op hem. Zij had een hele grote hoop dat verdachte alsnog zou trouwen met haar. Hij was de enige met wie aangeefster praatte in haar leven. Hij heeft haar verliefd gemaakt.31 Verdachte had het in de periode dat aangeefster werkte in de prostitutie constant over toekomstplannen, waardoor aangeefster het positief inzag.32 Constant zei zij tegen verdachte dat zij zich niet goed voelde. Eén keer zat zij naast hem en barstte zij in huilen uit en zei dat ze niet meer als prostituee wilde werken. Toen zei verdachte dat dat niet meer hoefde, maar de volgende dag had hij alweer allemaal afspraken gemaakt.33

Als aangeefster een klant had dan kwam het voor dat verdachte haar in de ochtend thuis – in Hilversum – ophaalde. Via de TomTom voerde hij het adres in en dan gingen zij erheen. Verdachte zette aangeefster dan een straat voor de locatie af en als aangeefster klaar was kwam verdachte weer naar dezelfde straat.34

Op 21 mei 2013 werd via het IP-adres [IP-adres] op [website] een advertentie met nummer [advertentienummer] geplaatst, de advertentie van aangeefster.35 Dit IP-adres bleek te horen bij het adres [adres] te [woonplaats] , het adres van verdachte.36 Verdachte heeft tijdens de zitting in eerste aanleg bekend dat hij voornoemde advertentie op [website] heeft gezet.37 In totaal is er vanaf het IP-adres van verdachte 30 keer ingelogd op de advertentie.38

Getuige [getuige 2] heeft hierover verklaard dat verdachte de seksadvertentie plaatste en het meisje (het hof begrijpt: [aangeefster]) aanbood. Via het mailadres was er contact met verdachte en klanten. Verdachte praatte met de klanten alsof hij het meisje was. Verdachte maakte de afspraken. Daarna belde verdachte met het meisje en vertelde waar zij naartoe moest gaan. Het meisje ging daar dan naartoe met de bus of de trein, met haar OV.39

Op de telefoon van aangeefster zijn foto’s aangetroffen die gelijkend waren met de foto’s op [website] . Deze foto’s werden gemaakt op 20-05-2013. Aangeefster heeft hierover verklaard dat het profiel zo snel mogelijk online moest en dat verdachte over de foto’s zei dat hij deze online wilde plaatsen op de profielen.40

Verdachte vertelde aan aangeefster dat hij een eigen zaak had en dat hij financiële problemen had. Aangeefster heeft hierop via overboekingen geld aan verdachte overgemaakt. Hij was haar vriend en zij wilde hem helpen, aldus aangeefster. Zij maakte geld over naar het rekeningnummer van [getuige 2] en naar de moeder van verdachte.41

Uit de aangeleverde gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt niet dat er sprake is geweest van een historische inschrijving van een bedrijf op naam van verdachte in de Kamer van Koophandel. De inkomsten bedroegen in heel 2013 € 6.233,-, waarvan € 1.867,- afkomstig was uit een uitkering. Het saldo van de bankrekening van verdachte was per 31 december 2012 - € 800,- en in 2013 - € 6,634.42

Ook nadat de zussen van aangeefster ontdekt hadden wat er aan de hand was heeft aangeefster nog geld afgestaan aan verdachte. Aangeefster deed dit omdat verdachte de enige was die zij had. Van haar kant was er nog een liefdesrelatie. Ze dacht dat het gewoon goed zat. Verdachte had het geld nog steeds nodig en hij vroeg haar om geld.43 Zoals reeds vermeld bij feit 4 heeft verdachte in 2013 met de [creditcard] op naam van aangeefster grote bedragen gepind.44

Tussen 18 mei 2013 en 27 oktober 2013 werden er diverse overboekingen gedaan, via de [naam bank] met het rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [aangeefster] naar het rekeningnummer van [getuige 2] , namelijk45:

Datum: 18 mei 2013

Omschrijving:

Bedrag af: 100 Euro

Datum: 24 juni 2013

Omschrijving: [rekeningnummer 2] [getuige 2] overboeking

Bedrag af: 80 euro

Datum: 16 juli 2013

Omschrijving: [rekeningnummer 2] [getuige 2] overboeking [verdachte]

Bedrag af: 500 euro

Datum: 19 juli 2013

Omschrijving: [rekeningnummer 2] [getuige 2]

Bedrag af: 400 euro

Datum: 24 augustus 2013

Omschrijving: [rekeningnummer 2] . [getuige 2]

Bedrag af: 100 euro

Datum: 27 oktober 2013

Omschrijving: [rekeningnummer 2] [getuige 2]

Bedrag af: 100 euro

Getuige [getuige 2] heeft hierover verklaard dat hij dat geld ontving van het meisje (het hof begrijpt: [aangeefster]) dat vroeger voor verdachte werkte als prostituee. Verdachte vroeg aan [getuige 2] om geld op zijn (getuiges) rekening te mogen laten storten. Daarna heeft getuige dit geld voor verdachte gepind en het bedrag aan hem gegeven. Verdachte zei dat hij niet zo vaak naar het meisje kon rijden om geld op te halen. Daarom werd het geld via de bank gestort.46

Tussen 30 september 2013 en 22 oktober 2013 werden er drie overboekingen gedaan via de [naam bank] met het rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [naam 2] naar het bankrekeningnummer van de moeder van verdachte, namelijk47:

Datum: 30-09-2013

Omschrijving: [rekeningnummer 3] [naam 3] overboeking (aan moeder)

Bedrag af: 150 euro

Datum: 04-10-2013

Omschrijving: [rekeningnummer 3] [naam 3] overboeking (aan moeder)

Bedrag af: 70 euro

Datum: 22-10-2013

Omschrijving: 11.69.63.262 [naam 3] betreft: spoedoverboeking ov erboeking

Bedrag af: 60 euro

Aangeefster heeft verklaard dat het nummer van verdachte [telefoonnummer 1] betrof en dat hij onder de naam ‘ [naam 1] ’ in haar telefoon stond. De verbalisant zag dat bij de naam ‘ [naam 1] nieuwste’ het telefoonnummer [telefoonnummer 2] stond.48 Tussen verdachte aangeefster worden onder meer de volgende berichten uitgewisseld, waarbij een uitgaand bericht verstuurd is door aangeefster en een inkomend bericht door haar ontvangen is:

30-5-2013; 18:02:01 (inkomend): Regel trouwens in de buurt

30-5-2013; 18:02:35 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Jaa ga ik indd proberen r dam valt dat ook in de buurt of nie???49

30-5-2013; 23:53:32 (inkomend): Regel direct adres. Bel terug. Regel alles goed sgat aub.

30-5-2013; 23:54:37 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Heb van allemaal adres alleen die laatste niet. Belt hij morgen niet dan regelen we dan direct 1 dat moet sowiso wel goed komen haha

31-5-2013; 00:01:49 (inkomend): Wie en waar

31-5-2013; 00:02:59 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Volgensmij mocro en is in utrecht

31-5-2013; 00:03:57 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Eerste 3 zitten allemaal in utr. Haha scheelt ook weer..50

2-6-2013; 18:55:33 (inkomend): Sgat was ff weg. Hoe gaat het al beter?

2-6-2013; 18:59:05 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Ow vandaar de hele dag stil. Maar wel wat beter tot mn oor pijn begon te doen.. Maar voel me wel beter dan gister.. Hoe is t jou..

2-6-2013; 19:08:07 (inkomend): Gaat goed sgat. Ga je mrgn werken?

2-6-2013; 19:14:11 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Gelukkig maar. Uhm ligt rr aan hoe k me voel. Als k me voel zoals nu ga k wel gewoon.. Maar laat je wel weten morgen. Wat spookt mijn meneer uit.. Lekker aan t geniete van t weer? :p

2-6-2013; 19:16:08 (inkomend): Doe mrgo gwo 2 sgat. Anders gaan ze denken je werkt ni meer.51

3-6-2013; 08:34:54 (inkomend): Zie je! Je kon lekker vroeg gaan werken. Lekker geld maken maar eentje slaapt liever

3-6-2013; 08:36:18 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Als k me goed voelde wel… Ben al blij al k die drie uurtjes vol hou.. Anders had k ook hele dag gewerkt..

3-6-2013; 08:47:07 (inkomend): Nu is het woensdag

3-6-2013; 08:48:38 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Vandaag 3 morgen hoop k 2 woensdag zoek ik ze bij elkaar in de buurt hoop k op 5 of 6 dond en vrijdag ook. Heb k schade van vandaag en morgen ingehaald.. Dus komt sowiso goed liefjje

3-6-2013; 08:50:20 (inkomend): Oke52

3-6-2013; 12:24:29 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Er is uit Zeist iemand. Maar heb familie enzo daar.. Moet k t doen of nie ktwijfel..

3-6-2013; 12:29:51 (inkomend): Was bij klant gewoon alles doen sgat

3-6-2013; 12:36:30 (inkomend): Sgat sorry doe je best. K heb ook fakking stress begin weer te flippen

3-6-2013; 12:41:37 (inkomend): Probeer die 4 en half uur sgat

3-6-2013; 12:42:17 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Ga k doen lieffie 4 staat jn elk geval vast. Dus komt goed. Hou van je!

3-6-2013; 12:51:22 (inkomend): Oke kus53

3-6-2013; 21:38:22 (inkomend): Haha en wat heeft dokter gezegd

3-6-2013; 21:40:27 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Niks Never mind wat ze zei wist ze niet zeker. Dus ga ook nie zomaar dingen zeggen straks was dat t niet

3-6-2013; 21:45:59 (inkomend): Wat dan? Haha

3-6-2013; 21:51:41 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): K moet pil gewoon afmaken en dan kijken dan weekje stoppen kijken of k gewoon ong word zo niet kan t zijn dat k soort van miskraam gehad maar Heb er niks van gevoeld dus ze zij dat dat t niet persee hoeft te zijn.54

3-6-2013; 22:35:35 (inkomend): Told ya regel voor woensdag rgat heledag 6 of als je super girl bent 7 haha dan ben je de bom

3-6-2013; 22:37:16 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Ja ga rond half 9 beginnen en ga proberem van lang.. Maar supergirl alleen als k kan vliegen. K ga kijken of k auto van mn zus kan lenen die dag ofzo. Dat zal zoooooveeeel schelen

3-6-2013; 22:39:10 (inkomend): Ja joh egt wel! Zou vet wezen. Maar auto wel beetje afstand parkeren en tomtom meenemen55

4-6-2013 11:43:36 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Als k van meerdere uren hbt lukt mij 5 of 6 :p meer kan me me niet vragen (a)

4-6-2013; 11:55:15 (inkomend): 6

4-6-2013; 11:56:00 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Grappenmaker breng je me hahahaha ;p

4-6-2013; 11:57:36 (inkomend): Als je 6 doet maak je me blij. Jawel! Wollah lvkt je wel

4-6-2013; 12:13:56 (inkomend): Kan je vandaag niet 1tje doen?

4-6-2013; 12:17:19 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Haha jaa dacht meneer brengt me wel even haha :p maar laatmaarr hihi

4-6-2013; 12:20:32 (inkomend): Haha k rij nu langs bedrijven. Maar lukt je 6 mrgn sgat?56

4-6-2013; 17:01:37 (inkomend): ja zeker en dan mrgn egt 6 dan maak je me bkij. En donderdag ook dan mag je vrijdag 3 en zaterdag 3. Da ben k blijk super blijk. Haha word k superman

4-6-2013; 18:26:13 (inkomend): Zat kan je tog wel 2 of 3 ochtend. Dan middag tot nacht en zondag leren

4-6-2013; 18:42:02 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Ochtend moet k met mn zus na haar oppas weet niet hoelang dat gaat duren. Straks zit k hele ochtend daar dan kan t niet. Als k nie mee hoef dan lukt t 2 miss wel.

4-6-2013; 18:58:12 (inkomend): Doe mrgn ma eerst lekker 6 en dag er op ook dan kijken we vrijdag hoeveel57

5-6-2013; 10:27:52 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): 2 uur 2 man. Maar deze wil 4 barkie geven ipv 5 zal k t doen??

5-6-2013; 10:32:01 (inkomend): Doe maar

5-6-2013; 10:32:40 (inkomend): K bel je straks over 2utjer

5-6-2013; 10:33:23 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Is goed lief. Heb k in principe 6 uur hahaha heb ik toch aan je norm voldaan gaha58

5-6-2013; 14:47:21 (inkomend): Maakt niet uit. Mrgn 5 of 6. Hoeveel geld heb je in totaal met vandaag en gisteren

5-6-2013; 14:51:18 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Uhmm nu 240 en zo van nog 130 maar die is geld gaan pinnen. Anders doe k niks

5-6-2013; 15:01:57 (inkomend): Sgat btg op. Kijk maar k ben er over 30 min. Waar moet k k6en

5-6-2013; 15:14:40 (inkomend): Oke sgat. Waar moet k komen?

5-6-2013; 15:16:36 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Na oost. In de buurt van Muiderpoort k ben bijna bij [adres] . Als k 30 min doe kant t zijn dat je ff moet wachten op me59

6-6-2013; 15:58:15 (inkomend): Ben je klaar met werken sgatje?

6-6-2013; 16:07:09 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Ja k ben over 7 min op amstel liefje60

7-6-2013; 20:24:47 (inkomend): Sgat kan je mrgn heldmaaj geen 1?

7-6-2015; 20:49:13 (uitgaand aan [telefoonnummer 1] ): Uhmm k probeer eentje te regelen rond 3 of 4 uur. Kan je me daarna na huis brengen? (..)61

14-6-2013; 22:21:37 (inkomend): Dan ben k zondag om half 9 bij jou. Want is uur rijden. En zeg adres

14-6-2013; 22:23:14 (uitgaand aan [telefoonnummer 2] ): Hotel in Deventer zei hij…

14-6-2013; 22:25:54 (inkomend): Welke hotel, heb je adres ervan en klok hij serieus62

Beoordeling hof

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster

Het hof stelt voorop dat verklaringen van aangeefster dienen te worden beoordeeld op de mate van consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op onderdelen tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Verschillen tussen haar verklaringen kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt zijn door de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht zijn onder invloed van emoties en ontstaan zijn door het delict of door het tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop deze zijn afgelegd.

De verdediging heeft de betrouwbaarheid van aangeefster bestreden. Het hof acht de verklaringen van aangeefster bruikbaar voor bewijs in die zin dat het hof haar verklaringen op behoedzame wijze zal gebruiken. Het hof stelt vast dat aangeefster in haar diverse verklaringen over de prostitutiewerkzaamheden en wat daarmee samen hing in de kern consistent heeft verklaard. Voor wat betreft de door aangeefster genoemde bedreigingen en door verdachte verrichte geweldshandelingen ondersteunt de inhoud van het dossier haar verklaring niet. Dit maakt de verklaringen van aangeefster evenwel nog niet onbetrouwbaar. Het hof zal, zoals gezegd, behoedzaam te werk gaan en slechts die (delen van) verklaringen bezigen voor het bewijs die op essentiële punten en in voldoende mate ondersteund worden door ander bewijs.

Voor zover de verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal worden die verklaringen dus niet gebruikt, waardoor het hof een aantal onderdelen van het ten laste gelegde niet bewezen acht. Het hof acht onder meer niet bewezen dat verdachte gedreigd heeft met een feitelijkheid, dat hij de seks met aangeefster gefilmd heeft en gedreigd heeft om deze opname aan haar ouders te tonen, dat hij gedreigd heeft te onthullen aan de ouders van aangeefster dat zij geen maagd meer was, dat hij een pistool tegen het hoofd van aangeefster heeft gehouden / een pistool heeft getoond en dat hij aangeefster heeft gedwongen om erotische foto’s van zichzelf te maken en deze aan verdachte toe te sturen. Het hof acht voorts niet bewezen dat aangeefster werktelefoons van verdachte heeft gehad en dat verdachte klanten voor haar heeft geregeld.

De advertentie in de telefoon van aangeefster

In een notitie in de telefoon van aangeefster is een tekst aangetroffen die sterke overeenkomsten vertoont met de door verdachte op internet geplaatste seksadvertentie. De notitie is voor het laatst aangepast op 11 augustus 2012, derhalve vóór de datum van het plaatsen van de advertentie door verdachte op [website] .

Het hof merkt op dat deze notitie wellicht vragen oproept, doch dat het dossier geen enkel aanknopingspunt bevat om er van uit te kunnen gaan dat aangeefster reeds voordat zij verdachte kende iets met deze tekst heeft gedaan. Het hof overweegt bovendien dat voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van uitbuiting in de zin van de wet de eventuele vrijwilligheid van slachtoffers niet van belang is en niet in de weg staat aan een bewezenverklaring. Ten overvloede merkt het hof op dat in eerdere rechtspraak is beslist dat onder het tot prostitutie brengen mede dient te worden verstaan iedere gedraging gericht tegen een persoon ertoe strekkende deze te belemmeren in zijn vrijheid met prostitutie op te houden ongeacht de omstandigheid of deze daarbij vrijwillig betrokken is geraakt dan wel reeds eerder bij prostitutie betrokken was. Zoals gezegd is niet gebleken dat aangeefster eerder in de prostitutie werkzaam was.

Bruikbaarheid sms-berichten

Het hof stelt vast dat aan de hand van de veiliggestelde berichten en de gespecificeerde rekeningen van Vodafone niet is vast te stellen van welk telefoonnummer aangeefster sms-berichten ontving. Het hof bezigt gelet hierop enkel díe berichten voor het bewijs waarvan het – gelet op de aard, de context en het tijdsverloop – niet anders kan dan dat deze berichten een reactie zijn op een eerder door aangeefster aan een van de telefoonnummers van verdachte gericht bericht dan wel dat sprake is van een bericht (van een onbekend telefoonnummer) inkomend bij aangeefster waarna (bijna) direct een reactie van haar naar het telefoonnummer van verdachte volgt. Het hof heeft geen redenen om te twijfelen dat deze berichten telkens afkomstig zijn van verdachte en dat verdachte degene is geweest die deze gesprekken met aangeefster heeft gevoerd.

Voorwaardelijk verzoek verdediging

Tussen het vonnis in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep is aan het dossier een aanvullend proces-verbaal met een verslag van verschillende onderzoeksverrichtingen toegevoegd.

De verdediging heeft vervolgens ter terechtzitting in hoger beroep verzocht het dossier te completeren met het volledige (sms-)berichtenverkeer tussen aangeefster en verdachte. Daartoe heeft de verdediging de door aangeefster ingebrachte rekeningen van Vodafone inhoudende diverse telefooncontacten als uitgangspunt genomen en daarin de contacten aangekruist die in de selectie zoals opgenomen in het hiervoor bedoelde aanvullend proces-verbaal volgens de verdediging zouden ontbreken.

Het hof stelt allereerst vast dat de verdediging niet alleen de contacten met het aan verdachte toegeschreven telefoonnummer heeft aangekruist, maar ook contacten die aangeefster met andere telefoonnummers heeft gehad. Het hof overweegt dat die laatstbedoelde telefoonnummers geen relevantie hebben voor de beoordeling van het tenlastegelegde.

Voor het door verdachte gebruikte telefoonnummer geldt dat in het kader van het aanvullend onderzoek de in september 2016 veiliggestelde gegevens van de Iphone van aangeefster nog eens zijn onderzocht. De basis van dit onderzoek aan de telefoongegevens wordt vermeld op p. 473 en verder van het oorspronkelijke proces-verbaal. Als bijlage bij dit proces-verbaal is onder meer gevoegd een - aldus de tekst van het proces-verbaal – volledig (cursief hof) overzicht van de SMS gesprekken waaruit de (opmerking hof: eerder door de politie) geselecteerde fragmenten afkomstig zijn en welke in de ‘inbox’ en ‘sent’ map van de iPhone van aangeefster zijn aangetroffen. Ook andere bijlagen zijn bij het onderzoek naar de veiliggestelde gegevens gevoegd.

Dit leidt het hof tot de conclusie dat in het aanvullend proces-verbaal nader onderzoek is verricht naar het in 2016 veiliggestelde en complete berichtenverkeer zoals dat op de iPhone van aangeefster is aangetroffen. Dat overzicht is derhalve reeds onderdeel van het proces-verbaal. In het aanvullend onderzoek is daar vervolgens een selectie van gemaakt en onderzocht. Het hof houdt het ervoor dat het dossier aldus volledig was en is en voldoende controleerbaar voor de verdediging. Daarmee mist het verzoek van de verdediging feitelijke grondslag en wordt het om die reden als niet noodzakelijk afgewezen. Het hof acht zich voor het overige door de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting voldoende geïnformeerd.

Geloofwaardigheid verklaringen verdachte

Het hof stelt vast dat verdachte verschillende verklaringen heeft afgelegd over de hem verweten feiten. In die verklaringen heeft verdachte op een aantal onderdelen wisselend verklaard. Het is het hof opgevallen dat verdachte in zijn verklaringen, ook ter zitting in hoger beroep, niet concreet is en in de loop van de vraagstelling zijn verklaring op onderdelen aanpast. Bij de beoordeling van de zaak en de selectie van het bewijs houdt het hof hiermee rekening door ook ten aanzien van de verklaring van verdachte de nodige behoedzaamheid in acht te nemen en slechts die (delen van) verklaringen van verdachte tot bewijs te bezigen voor zover er (voldoende) overeenstemming is met en steun voor wordt gevonden in overig bewijsmateriaal. Zo volgt het hof verdachte in zijn verklaring dat hij op [website] een zogenoemde seksadvertentie betreffende aangeefster heeft geplaatst. Onderzoek van de politie wijst uit dat het IP-adres van verdachte daarvoor is gebruikt. Het hof gelooft verdachte evenwel niet in zijn verklaring dat hij dat slechts als vriendendienst heeft gedaan. Evenmin acht het hof verdachte geloofwaardig in bijvoorbeeld zijn uitleg over onderling berichtenverkeer en dat de betalingen zoals die door aangeefster zijn gedaan hun oorsprong zouden vinden in een geldlening. Tenslotte acht het hof niet geloofwaardig dat verdachte geen seks heeft gehad met aangeefster.

Het hof stelt vast dat de verklaringen van verdachte op meerdere onderdelen worden weersproken door de inhoud van divers bewijs.

Misleiding en exploitatie van [aangeefster]

Verdachte heeft gedaan alsof hij een relatie had met [aangeefster] . [aangeefster] verkeerde in 2013 in de veronderstelling dat ze een relatie had met verdachte en dat de liefde van twee kanten kwam. Zij is heel verliefd geweest op verdachte en hoopte dat hij (zoals hij zei) ooit met haar zou trouwen. Als gevolg van het feit dat zij verliefd was op verdachte, maar verdachte niet op haar, ontstond er een afhankelijkheidssituatie waarin verdachte een overwicht had op [aangeefster] en haar in vergaande mate kon beïnvloeden. Deze invloed benutte verdachte om er financieel beter van te worden. In de periode waarin verdachte en [aangeefster] (zogenaamd) een relatie hadden, maakte [aangeefster] geld over naar de rekeningen van de moeder van verdachte en een vriend van verdachte. Ook werd op naam van [aangeefster] een creditcard besteld, met welke creditcard verdachte zoveel mogelijk geld pinde. Ook ging [aangeefster] als gevolg van de invloed van verdachte in de prostitutie werken en profiteerde verdachte van haar verdiensten, waardoor verdachte zich schuldig maakte aan mensenhandel. Mensenhandel kent een aantal strafbaarstellingen. Verdachte heeft zich aan verschillende van die strafbaarstellingen schuldig gemaakt, namelijk die genoemd zijn in artikel 273f, eerste lid sub 1, 4, 6 en 9.

Artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en 9.

Ten aanzien van sub 4, 6 en 9 geldt dat pas tot een bewezenverklaring kan worden gekomen als sprake is van uitbuiting. Ten aanzien van sub 1 geldt dat verdachte het oogmerk moet hebben gehad van uitbuiting.

Het hof gaat er vanuit dat sprake was van misleiding en misbruik van een kwetsbare positie door verdachte. Vanwege de misleiding, die er uit bestond dat verdachte deed alsof hij een relatie had met aangeefster en die er toe leidde dat aangeefster heel verliefd werd op verdachte, had verdachte overwicht op aangeefster en kon hij misbruik maken van de kwetsbare positie waarin ze verkeerde als gevolg van die verliefdheid. Het misbruik bestond er in dat verdachte aangeefster ertoe heeft bewogen om zich te prostitueren en haar verdiensten aan verdachte af te staan. Verdachte heeft de seksadvertentie geplaatst. Uit onder andere de verklaringen van aangeefster en de sms-berichten volgt dat verdachte aangeefster met regelmaat instructies gaf ter zake haar prostitutiewerkzaamheden. Hij zei haar dat ze 6 uren per dag moest werken omdat dat hem blij maakte. Ook op de momenten dat aangeefster aangaf zich ziek te voelen drong verdachte erop aan om toch tenminste een paar klanten af te werken. Op het moment dat aangeefster aangaf te twijfelen om een klant in Zeist te bezoeken omdat zij daar familie heeft wonen, drong verdachte erop aan om het gewoon (toch) te doen. Ook vroeg hij haar hoeveel geld zij op een dag had verdiend. Voorts bemoeide hij zich met de wijze waarop – in de zin van met welk vervoer – aangeefster haar klant moest bezoeken. Ook heeft verdachte aangeefster binnen de context van misleiding, misbruik en financieel gewin naar klanten vervoerd. Daarbij had hij dus het oogmerk van uitbuiting.

Gelet op het vorenstaande en op grond van de hiervoor besproken bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat [aangeefster] als gevolg van misleiding en misbruik door verdachte in de prostitutie heeft gewerkt en dat zij een groot deel van het geld dat zij hiermee verdiende aan verdachte heeft moeten afgeven. Het vorenstaande maakt dat verdachte aangeefster heeft uitgebuit als gevolg van de misleiding en het misbruik dat hij maakte van haar kwetsbaarheid en dat verdachte profijt heeft gehad van die uitbuiting.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 te Hilversum en/of Emmen en/of Utrecht en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Den Haag en/of elders in Nederland

A) een ander of anderen, te weten [aangeefster] , (telkens)

door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [aangeefster] (sub 1°) en/of

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [aangeefster] 's, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [aangeefster] (sub 6°),

immers is en/of heeft hij, verdachte,

- een (exclusieve) relatie met die [aangeefster] aangegaan en/of onderhouden en/of

- tegen die [aangeefster] gezegd dat hij, verdachte, met haar zou gaan trouwen en/of

- tegen die [aangeefster] gezegd dat hij, verdachte, (grote) schulden had en/of zij hem geld kon geven en/of lenen en/of

- met die [aangeefster] seks gehad en/of die seks gefilmd en/of tegen die [aangeefster] gezegd dat hij die seks gefilmd had en/of tegen die [aangeefster] gezegd dat ze in de prostitutie moest gaan werken omdat hij anders tegen haar ouders zou zeggen dat ze geen maagd meer was en/of die sexfilm aan haar ouders en/of derden zou laten zien

- en/of een pistool tegen het hoofd van die [aangeefster] gehouden, althans een pistool aan haar getoond en/of

- die [aangeefster] gedwongen (erotische) foto's van zichzelf te maken en/of die aan hem, verdachte, te sturen en/of

- een of meer seksadvertenties aangemaakt op sites als kinky en/of sexjobs waarin die [aangeefster] haar diensten aanbood en/of

- die [aangeefster] twee althans een werktelefoon(s) gegeven en/of

- de klanten voor die [aangeefster] geregeld en/of

- haar telkens naar die prostitutieklanten gebracht en/of

- haar na die prostitutieafspraken weer opgehaald en/of

- aan die [aangeefster] laten weten dat ze minimaal 6 klanten per dag moest hebben en/of

- alle, althans een groot deel van het geld dat die [aangeefster] met prostitutie verdiende aan hem, verdachte, laten afgeven althans van haar afgepakt;.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Mensenhandel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank Midden-Nederland heeft de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten die onder 1 en 4 zijn tenlastegelegd zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [aangeefster] .

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het onder 1 bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en ziet daarin omstandigheden om een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Bij het bepalen van de straf voor mensenhandel gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel in het algemeen de volgende omstandigheden van belang:

- de mate waarin inbreuk is gemaakt op de autonomie van het slachtoffer;

- de (duur van de) periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;

- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;

- de omstandigheid of sprake is van een georganiseerd verband;

- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;

- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;

- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;

- de werkzaamheden die verricht moesten worden;

- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en

zwangerschap, zonder condoom);

- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;

- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;

- eventuele overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;

- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend);

- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);

- relevante recidive.

Mensenhandel is een ernstig strafbaar feit. Verdachte heeft zich gedurende drie maanden schuldig gemaakt aan de uitbuiting van [aangeefster] , een jonge vrouw die al die tijd dacht een relatie met hem te hebben. Hij heeft het slachtoffer op een bijna klassieke, loverboyachtige, manier ingepalmd en haar wijs gemaakt dat zij een gezamenlijke toekomst hadden en dat zij zouden gaan trouwen. Hij heeft seks met het slachtoffer gehad, terwijl hij wist dat dit voor haar – als meisje met een Marokkaanse achtergrond – een moeilijk punt was. Het is een feit van algemene bekendheid dat de eer van een islamitisch opgevoed meisje wordt aangetast als zij voor het huwelijk seks heeft. Verdachte heeft aangeefster aldus op slinkse wijze misleid en misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie. Hij heeft haar ertoe bewogen om met zoveel mogelijk mannen tegen betaling seks te hebben. Verdachte heeft, uitsluitend ten behoeve van eigen financieel gewin, ernstig misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Het grootste deel van het geld dat zij verdiende, moest zij afstaan aan verdachte

De mate waarin inbreuk is gemaakt op de autonomie van het slachtoffer is groot. Verdachte heeft geen blijk gegeven van enig inzicht in de strafwaardigheid van zijn gedrag.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof in zijn voordeel rekening met het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte waaruit blijkt dat hij (voor het plegen van het bewezenverklaarde) niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en waaruit blijkt dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde ook niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest.

Voorts houdt het hof in het voordeel van verdachte er rekening mee dat het gaat om oude feiten en dat een gevangenisstraf grote impact zal hebben op het huidige leven van verdachte dat onder meer bestaat uit een jong gezin en werk.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden is. Aan het voorwaardelijk deel verbindt het hof de voorwaarde van een contactverbod met [aangeefster] .

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 76.944,19. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege de integrale vrijspraak.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering van de benadeelde partij bestaat uit de navolgende bedragen:

Materiële schade

Omschrijving

152,00

Reiskosten verhoor

87,50

Parkeerkosten verhoor

198,36

Reiskosten verhoor RC + zitting eerste aanleg

14,82

Bezoeken aan advocaat in civiele zaak

56,81

Bezoeken aan advocaat in slachtofferzaak

798,00

Bezoeken therapeut reiskosten

1855,00

Eigen risico 2013-2017

585,00

Werkkleding (lingerie)

744,19

Abonnement Vodafone

34.200,00

Niet betaalde werkuren. 12 weken, 6 dgn per week = 72 dagen. 4-6 klanten per dag = gemiddeld 5 per dag = 360 klanten. € 70 per half uur, € 120 per uur = gemiddeld € 95 per klant. dus 95 x 360 = 34.200

8.182,47

Studieschuld

9.819,20

Creditcard + dagrente

143,00

Kosten advocaat civiel

4323,90

Kosten strafrechtadvocaat

399,00

Toekomstige reiskosten therapeut

385,00

Eigen risico 2018

61.199,19

TOTAAL

Immateriële schade

15.000,00

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 49.387,22.

De vordering dient ter zake de posten:

  • -

    studieschuld

  • -

    Eigen risico 2013-2018

  • -

    Creditcard (wel toewijzen tot een bedrag van € 5470,-)

  • -

    Niet betaalde werkuren (wel toewijzen tot een bedrag van € 21.765,-)

niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de post ter zake de niet betaalde werkuren gematigd dient te worden, waarbij aansluiting gezocht kan worden bij jurisprudentie hieromtrent.

De post immateriële schade is onvoldoende onderbouwd.

Oordeel hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 24.454,63, bestaande uit € 5000,- immateriële en € 19.454,63 materiële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor wat betreft de materiële schade is het hof van oordeel dat de volgende posten voor toewijzing vatbaar zijn:

14,82

Bezoeken aan advocaat in civiele zaak

56,81

Bezoeken aan advocaat in slachtofferzaak

798,00

Bezoeken therapeut reiskosten

585,00

Werkkleding (lingerie)

18.000,00

Opbrengst uit prostitutiewerkzaamheden

Ter zake de berekening van de opbrengst uit prostitutiewerkzaamheden heeft het hof aansluiting gezocht bij het Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel (4,5 dag per week x 12 weken x € 403,- = € 21.762). Het hof heeft dit bedrag gematigd nu uit het dossier naar het oordeel van het hof volgt dat de benadeelde partij een klein deel van de opbrengst zelf heeft gehouden, althans niet aan verdachte af heeft hoeven staan.

Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade is het hof van oordeel dat – gelet op in vergelijkbare zaken toegewezen bedragen – een bedrag van € 5000,- passend is. De begroting van de omvang van immateriële schade is voorbehouden aan de rechter. Het hof zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten. Daarbij is in het bijzonder gelet op de geraffineerde wijze waarop verdachte heeft geprofiteerd van de prostitutiewerkzaamheden door de benadeelde. Het handelen van verdachte heeft diep ingegrepen in het leven van de benadeelde partij. Deskundige hulp voor haar psychische klachten als gevolg van het onrechtmatige handelen van verdachte is noodzakelijk gebleken. De hoogte van immateriële schadevergoeding dient als overwogen naar billijkheid te worden vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, in het bijzonder de aard en de ernst van de aantasting in de persoon en de gevolgen daarvan voor de benadeelde. Het hof heeft daarbij in het bijzonder ook gelet op uitspraken die door andere rechters zijn gedaan. Het hof acht alles afwegende een bedrag van € 5.000,00 billijk.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Proceskosten

De benadeelde partij heeft onder de materiële schade gevorderd de eigen bijdrage voor rechtsbijstand ad € 143,-. Het hof is van oordeel dat dit dient te worden aangemerkt als proceskosten en is voorts van oordeel dat deze post kan worden toegewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd,

  • -

    tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

  • -

    de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden

  • -

    of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met [aangeefster] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangeefster] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 24.454,63 (vierentwintigduizend vierhonderdvierenvijftig euro en drieënzestig cent) bestaande uit € 19.454,63 (negentienduizend vierhonderdvierenvijftig euro en drieënzestig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 143,00 (honderddrieënveertig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangeefster] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 24.454,63 (vierentwintigduizend vierhonderdvierenvijftig euro en drieënzestig cent) bestaande uit € 19.454,63 (negentienduizend vierhonderdvierenvijftig euro en drieënzestig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 157 (honderdzevenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 31 augustus 2013.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. H. Heins , raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.H. Diepeveen, griffier,

en op 26 februari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2014243258, gesloten en getekend op 9 augustus 2017 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

2 Het proces-verbaal van aangifte, p. 163-198.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 159.

4 Het proces-verbaal van intake, p. 160-162.

5 Het proces-verbaal van aangifte, p. 168

6 Het proces-verbaal van aangifte, p. 173.

7 Het proces-verbaal van aangifte, p. 172.

8 Het proces-verbaal van aangifte, p. 173.

9 Het proces-verbaal van aangifte, p. 197.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 396.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 398-399.

12 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een medicijnenvoorschrift van Huisartsenpraktijk [huisartsenpraktijk] , afgegeven op 19 maart 2013, als bijlage op pagina 331.

13 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een brief van Huisartsenpraktijk [huisartsenpraktijk] , gedateerd 13 juni 2016, als bijlage op pagina 334.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 597.

15 Het proces-verbaal van aangifte, p. 172.

16 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 292.

17 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 298.

18 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 349.

19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 376-378.

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 380.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 473-474.

22 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 662 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

23 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 665-666 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

24 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 667 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

25 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 669 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

26 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 670 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

27 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 690 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

28 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 695 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

29 Het proces-verbaal van aangifte, p. 174.

30 Het proces-verbaal van aangifte, p. 175.

31 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 295-296.

32 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 298.

33 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 299.

34 Het proces-verbaal van aangifte, p. 182.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 562.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 566.

37 De verklaring van verdachte afgelegd op de zitting bij de rechtbank op 14 februari 2018, proces-verbaal p. 3.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 577.

39 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 380.

40 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 574.

41 Het proces-verbaal van aangifte, p. 170.

42 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 596.

43 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 300.

44 Zie de processen-verbaal van bevindingen op p. 153-156, 636, 733, 734, 735, 736.

45 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 377-378.

46 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 379.

47 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 101-102.

48 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 473-474.

49 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 663 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

50 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 665 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

51 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 671 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

52 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 673 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

53 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 674-675 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

54 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 676 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

55 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 677 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

56 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 680 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

57 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 682 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

58 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 686 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

59 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 688-689 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

60 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 690 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie.

61 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 692 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie

62 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een overzicht sms-berichten, als bijlage op pagina 699 van het aanvullend proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 juli 2019 door [verbalisant] , inspecteur/operationeel specialist politie