Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1289

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.246.436/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Wegenverkeerswet 1994 is van toepassing op openbare parkeerterreinen, ook zonder dat gebruikers van het terrein daarop worden gewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2022/5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.246.436/01

CJIB-nummer

: 209284756

Uitspraak d.d.

: 17 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 augustus 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 370,- voor: “Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig” (feitcode R402c). Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2017 om 9:25 uur op de Bleulandweg in Gouda met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene erkent dat hij zijn voertuig op een gehandicaptenparkeerplaats heeft geparkeerd, maar voert aan dat deze parkeerplaats zich bevindt op het eigen terrein van het Groene Hart Ziekenhuis. De betrokkene dacht dat deze parkeerplaats, vlak voor de ingang van het ziekenhuis, was bedoeld voor mensen met een rolstoel, als service vanuit het ziekenhuis. De betrokkene ging met zijn destijds 84-jarige moeder naar een afspraak bij de cardioloog. Zijn moeder is rolstoelafhankelijk en de betrokkene had dan ook een rolstoel voor haar bij zich. Hij ging er dus vanuit dat hij op de betreffende parkeerplaats mocht parkeren. De betrokkene wist niet dat de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) ook geldt op het terrein van het ziekenhuis. Hier wordt onvoldoende voor gewaarschuwd. Weliswaar staat er bij de ingang van het terrein een bord waarop dit wordt vermeld, maar deze tekst is niet leesbaar omdat het bord gedeeltelijk aan het zicht is onttrokken door een heg. Verder voert de betrokkene aan dat de complexe medische problematiek van zijn moeder en de gezondheidssituatie van de betrokkene zelf het onmogelijk maken om zijn auto op een reguliere parkeerplaats in de parkeergarage te parkeren en zijn moeder vervolgens over een lange afstand in een rolstoel voort te duwen. Ook is het gelet op de klachten van zijn moeder onwenselijk om haar bij de ingang van het ziekenhuis af te zetten en vervolgens zijn auto in de parkeergarage te parkeren.

3. De onderhavige gedraging met feitcode R402c betreft een overtreding van artikel 26, eerste lid, sub c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Gelet op de inhoud van het dossier heeft de ambtenaar echter kennelijk bedoeld de betrokkene te sanctioneren voor overtreding van artikel 26, eerste lid, sub b van het RVV 1990, wat de gedraging met feitcode R402b oplevert: “Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart”.

4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene erkent dat hij zijn voertuig heeft geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging met feitcode R402b is verricht. Het hof zal de feitcode en de omschrijving van de gedraging wijzigen. Omdat de betrokkene wist waartegen hij zich moest verdedigen en de wijziging niet leidt tot een hoger sanctiebedrag, wordt de betrokkene door de wijziging niet in zijn belangen geschaad.

5. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

6. De omstandigheid dat het bord waarop wordt vermeld dat op het parkeerterrein van het Groene Hart Ziekenhuis de regels van de WVW 1994 gelden niet leesbaar is, omdat dit bord gedeeltelijk aan het zicht is onttrokken door een heg, geeft geen aanleiding om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Geen rechtsregel schrijft immers voor dat men hierop moet worden gewezen. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de geldende verkeersregels, derhalve ook van de betekenis van het bord waaronder de betrokkene zijn voertuig heeft geparkeerd. Overigens acht het hof door de advocaat-generaal voldoende aannemelijk gemaakt dat op het bord dat was geplaatst bij de door de betrokkene genomen ingang wel duidelijk zichtbaar was vermeld dat ter plaatse de regels van de WVW 1994 toepasselijk waren. De betrokkene heeft in dat verband gesteld zich de plaatsing van dat bord ten tijde van de gedraging niet meer te kunnen herinneren.

7. Voor zover de betrokkene een beroep doet op overmacht, overweegt het hof het volgende. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Aan dit vereiste is niet voldaan. Het hof wil wel aannemen dat het voor de betrokkene gelet op de complexe medische problematiek van zijn moeder en op de gezondheidssituatie van de hemzelf onmogelijk is om zijn auto in de parkeergarage te parkeren, maar op de door de advocaat-generaal overgelegde foto is te zien dat zich voor de hoofdingang ook reguliere parkeerplaatsen bevinden die niet heel veel verder zijn gelegen van de ingang van het ziekenhuis dan de gehandicaptenparkeerplaats waar de betrokkene zijn voertuig had geparkeerd. Niet aannemelijk is gemaakt dat het voor hem onmogelijk was om zijn moeder vanaf die locatie naar de ingang van het ziekenhuis te vervoeren. Het beroep op overmacht wordt dan ook verworpen.

8. De advocaat-generaal heeft voorgesteld om gelet op de omstandigheden waaronder de onderhavige gedraging is verricht het bedrag van de sanctie te matigen tot de helft. In aanmerking genomen dat de officier van justitie in het kader van een procedure als deze op grond van artikel 9, tweede lid, van de Wahv een eigen bevoegdheid heeft om in een concrete zaak vast te stellen wat het bedrag van de sanctie dient te zijn, zal het hof het voorstel van de advocaat-generaal volgen en het bedrag van de sanctie matigen tot € 185,-. Naar het oordeel van het hof is er met voornoemde matiging voldoende rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waaronder de onderhavige gedraging is begaan. Het hof ziet daarom geen aanleiding om het bedrag van de sanctie verder te matigen.

9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking wijzigen zoals hierna te melden. Hetgeen door de betrokkene teveel tot zekerheid is gesteld dient aan hem te worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode, de omschrijving van de gedraging en het bedrag van de sanctie worden gewijzigd in respectievelijk “R402b”, “Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart” en “€ 185,-”;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv teveel tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.