Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1147

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.244.640/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeren of laden en lossen? Het afleveren van een rolstoel op een verdieping van een zorgcentrum valt niet onder onmiddellijk laden en lossen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.244.640/01

CJIB-nummer

: 209358396

Uitspraak d.d.

: 12 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 juni 2018, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is [B] , woonachtig te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: "parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen." Deze gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2017 om 17.00 uur op de Burgemeester Brokxlaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .

2. De gemachtigde van de betrokkene, die feitelijk bestuurder van het voertuig was ten tijde van de gedraging, voert aan dat de gedraging niet is verricht omdat geen sprake is van parkeren, maar van laden en lossen. De gemachtigde was die dag aan het werk en diende twee leenrolstoelen af te leveren bij een zorgcentrum en twee (defecte) rolstoelen mee terug te nemen. Hij heeft de bestelbus waarin hij reed tot stilstand gebracht op een laden en lossen plaats voor het zorgcentrum en is vervolgens direct begonnen met het uitladen van de eerste rolstoel. Daarna is hij nog drie keer bij de bus geweest voor het in- en uitladen van de andere rolstoelen. De gemachtigde stelt dat hij volledig heeft voldaan aan de definitie van laden en lossen en benadrukt dat vooral de zinsnede ‘gedurende de tijd die daarvoor nodig is’, van belang is in zijn zaak omdat hij niet alleen met goederen te maken heeft, maar ook met patiënten. In die zin is er sprake van een bijzondere vorm van laden en lossen wat meer tijd in beslag neemt, aldus de gemachtigde. Hij licht toe dat hij de rolstoelen naar de kamers van de patiënten brengt. Deze patiënten zijn immobiel en worden met behulp van een zorgverlener en een tillift van rolstoel gewisseld. Pas als deze handeling is verricht, kan de gemachtigde de (defecte) rolstoel van patiënt meenemen om in te laden. Deze handeling kost tijd. Er is niet altijd direct een zorgverlener beschikbaar. Daarnaast verblijven de betreffende patiënten op de eerste en tweede etage. De gemachtigde moest dus gebruik maken van de lift, waarop hij ook een aantal keer moest wachten.

Voorts stelt de gemachtigde dat hij zich bij elke passage laden en lossen dient te melden bij de receptie. De receptioniste van dienst kan derhalve bevestigen dat hij bij voortduring bezig is geweest met laden en lossen in de tijd die daarvoor nodig was. Het verbaast de gemachtigde overigens ook dat de betreffende ambtenaar niet naar de receptioniste is gestapt om te informeren naar mogelijke laad- en los activiteiten. Tot slot kan de gemachtigde zich niet vinden in de opmerking van de advocaat-generaal die stelt dat er een alternatief voorhanden was.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Bord E7 00:00-24.00h gedurende 15 min. geen activiteiten waargenomen, bon onder ruitenwisser.(…) Ik zag het omschreven voertuig geparkeerd staan op een parkeervak bestemd voor laden en lossen. Ik zag tijdens mijn wachttijd geen activiteiten plaatsvinden."

4. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990):

"De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: (…) op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen."

5. Niet in geschil is dat het voertuig van de betrokkene stond op een als zodanig aangeduide gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen, zodat daar parkeren niet was toegestaan. Voor de vaststelling of de gedraging is verricht is van belang om vast te stellen of het voertuig van de betrokkene ter plaatse stond geparkeerd.

6. De definitie van parkeren is opgenomen in artikel 1 van het RVV 1990:

"het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen."

7. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (HR 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met vindplaats: ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. Vastgesteld moet worden of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de zaken uit het voertuig te halen en aan de geadresseerde af te geven (Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2015:7639). Het ligt op de weg van de gemachtigde om aannemelijk te maken dat van laden of lossen - als uitzondering op parkeren - sprake is. Van de ambtenaar kan aldus niet worden gevergd dat hij, indien hij bij het voertuig geen laad- en losactiviteiten waarneemt, actief onderzoek doet naar de bezigheden van de bestuurder van het betreffende voertuig. Het verweer van de gemachtigde dat de ambtenaar bij de receptioniste had kunnen informeren naar zijn bezigheden, alvorens een sanctie op te leggen, treft dan ook geen doel.

8. De omstandigheid dat in het onderhavige geval gedurende vijftien minuten geen laad- en losactiviteiten zijn waargenomen, brengt in beginsel reeds mee dat van de vereiste onmiddellijkheid geen sprake meer is. Dat kan anders zijn indien de gemachtigde aannemelijk maakt dat er meer tijd nodig is geweest voor het afleveren van de goederen. Daartoe is mede van belang of er een alternatief voorhanden was.

9. Naar het oordeel van het hof is sprake van parkeren. Het hof overweegt hiertoe dat de door de gemachtigde beschreven handelingen niet zijn aan te merken als het onmiddellijk en bij voortduring laden en lossen van goederen. Het verplaatsen van een rolstoel naar de eerste of tweede verdieping van het zorgcentrum valt, anders dan de gemachtigde meent, niet onder het geheel van handelingen dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de rolstoel uit het voertuig te halen en aan de geadresseerde af te geven. De gemachtigde had ervoor kunnen kiezen om de rolstoelen uit te laden en tijdelijk in de hal of bij de receptie van het zorgcomplex neer te zetten, het voertuig daarna te verplaatsen op een plek waar dat was toegestaan om daarna de rolstoelen naar de kamers van de betreffende patiënten te brengen. Het verweer van de gemachtigde dat er meer tijd nodig is geweest voor het afleveren van de rolstoelen gaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, aldus niet op.

10. Voor zover de gemachtigde het niet verantwoord achtte de rolstoelen onbeheerd achter te laten, had het op de weg gelegen van de gemachtigde, die kon voorzien dat met het laden en lossen van de rolstoelen enige tijd gemoeid zou zijn, om een medewerker van de zorginstelling te vragen toezicht te houden op de goederen dan wel zich te doen vergezellen door een derde die dat toezicht kon uitoefenen. Dat de gemachtigde dit heeft nagelaten, komt voor zijn rekening.

11. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die meebrengen dat het opleggen van de sanctie niet billijk is dan wel tot matiging van het bedrag van de sanctie moeten leiden.

12. De kantonrechter heeft juist beslist. Het hof zal de beslissing bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.