Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1144

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.233.077/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerplaats voor vergunninghouders. De gemeente heeft een winkeliersvereniging laten bepalen voor welke kentekens de parkeerplaatsen worden gereserveerd. Eén van de vergunninghouders heeft op de voor hem bestemde parkeerplaats geparkeerd, maar met een ander voertuig omdat zijn

eigen auto buiten gebruik was. Onder die omstandigheden is oplegging van een sanctie niet billijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.233.077/01

CJIB-nummer

: 204522580

Uitspraak d.d.

: 12 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 8 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie.

Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de betrokkene. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”, welke gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2017 om 11.00 uur op het Bisonspoor te Maarssen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene ontkent niet dat hij zijn voertuig heeft geparkeerd op een parkeerplaats die was gereserveerd voor een vergunninghouder, te weten voor het voertuig met kenteken [0-YYY-00] . Dit is de bestelbus van zijn werkgever. De betrokkene had toestemming van zijn werkgever om hier te parkeren en had middels een briefje op het dashboard kenbaar gemaakt dat het om een vervangend voertuig ging.
De betrokkene is voorts van mening dat de borden onrechtmatig zijn neergezet en dat de vergunningen onrechtmatig zijn afgegeven. Niet de gemeente maar de beheerder van het winkelcentrum heeft de vergunningen afgegeven en de borden geplaatst. Uit e-mailcorrespondentie met een civiel- en verkeerstechnisch werkvoorbereider van de gemeente Stichtse Vecht blijkt dat bij het winkelcentrum alleen specifiek gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen zijn en dat alle overige parkeerplaatsen openbaar zijn.

3. Artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) bepaalt: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”

4. Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het RVV 1990 luidt: “De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.”

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een middels bord E9 RVV 1990 aangeduide parkeergelegenheid welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb geen parkeervergunning in het voertuig waargenomen. Uit navraag bij het bevoegd gezag is mij gebleken dat voor het parkeren op deze parkeergelegenheid geen vergunning is verleend.”

6. In een door de ambtenaar overgelegd e-mailbericht van 26 november 2019 verklaart de heer [B] van de gemeente Stichtse Vecht, onder meer het volgende:

“In 2017 was hier inderdaad vergunningshoudersparkeren. Deze vergunningen zijn door de voormalige gemeente Maarssen jaren geleden officieel uitgegeven aan de winkeliersvereniging van Winkelcentrum Bisonspoor. De vakken waren voor de winkeliers om spullen voor hun winkels te kunnen laden en lossen. De winkeliersvereniging zag toe op wie de vergunningen had. Ze waren dus onderling uitwisselbaar. In totaal zijn er door de gemeente hier 8 vergunningen uitgedeeld aan de winkeliersvereniging. Hiervoor heeft de gemeente de acht parkeervakken voorzien van E9 borden. Na een tijdje hebben ze voor de verduidelijking van de vergunningen onderborden geplaatst met kentekenplaten. Dit om te verduidelijken en te voorkomen dat mensen zonder vergunning er gingen parkeren.”

7. De gedraging, het zonder vergunning parkeren op een parkeervak dat middels bord E9 was gereserveerd voor vergunninghouders, is verricht. Het enkele gegeven dat de gedraging is verricht, betekent op zichzelf echter niet dat een sanctie moet worden opgelegd. Uit artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv volgt dat geen sanctie mag worden opgelegd indien dat, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is.

8. Uit het e-mailbericht van de gemeente blijkt dat de gemeente bij het betreffende winkelcentrum 8 parkeerplaatsen voor vergunninghouders heeft geregeld, waarbij 8 vergunningen zijn afgegeven, die zijn bedoeld voor het laden en lossen door winkeliers. De winkeliersvereniging heeft vervolgens deze vergunningen verdeeld onder de winkeliers en ter verduidelijking zijn de kentekens van de door deze winkeliers gebruikte voertuigen onder de borden E9 geplaatst. Het hof leidt hieruit af dat de winkeliers zelf hebben bepaald voor welk kenteken de betreffende parkeerplaats is gereserveerd.
Uit het dossier blijkt voorts dat één van de voor winkeliers bestemde vergunningen is afgegeven aan de werkgever van de betrokkene. Eén parkeerplaats is vervolgens gereserveerd voor het voertuig dat de werkgever van de betrokkene normaal gesproken gebruikt. De betrokkene heeft zijn voertuig ten tijde van de gedraging met toestemming en in opdracht van zijn werkgever geparkeerd op deze parkeerplaats en heeft dit ook kenbaar gemaakt middels een briefje op het dashboard.

9. Het gebruik van de parkeerplaats door de betrokkene doet onder de zich hier voordoende feiten en omstandigheden geen afbreuk aan de van gemeentewege gegeven regeling. Dat de betrokkene op dat moment niet het voertuig kon gebruiken dat normaal gesproken werd gebruikt en waarvoor de winkeliersvereniging deze parkeerplaats had gereserveerd, doet hieraan niet af. Het hof acht onder de hiervoor geschetste omstandigheden oplegging van de sanctie niet billijk.

10. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie evenals de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.