Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:10702

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
11-01-2021
Zaaknummer
Wahv 200.250.359/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De enkele mededeling van de ambtenaar dat een staandehouding gevaar zou hebben opgeleverd, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.359/01

CJIB-nummer

: 207889594

Uitspraak d.d.

: 22 december 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 14 september 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 313,13.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als (snor)fietser bij ontbreken (verpl.) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijv. rijden op trottoir, voetpad)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 mei 2017 om 19:06 uur op het Eskerplein in Almelo met het voertuig met het kenteken [YYY-00-Y] .

2. De gemachtigde voert kort gezegd aan dat de sanctie in strijd met artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder is opgelegd. De ambtenaren hebben vermoedelijk achterover leunend en vanuit hun voertuig een sanctie uitgeschreven, hetgeen volgens de gemachtigde een schandelijk beleid is. Eerder in de procedure heeft de gemachtigde nog aangevoerd dat de ambtenaar de bestuurder van het voertuig staande had kunnen houden en dat uit het zaakoverzicht noch uit de aanvullende verklaring blijkt waarom niet is overgegaan tot staandehouding. Om deze reden kan de sanctie geen stand houden, aldus de gemachtigde.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.

4. In de verklaring van de ambtenaren in het zaakoverzicht is niet vermeld waarom niet tot staandehouding is overgegaan. Wel is vermeld dat de betrokkene met het voertuig vanuit het Eskerplein nummer 2 in de richting van de Ootmarsumsestraat reed. In de procedure bij de kantonrechter zijn de ambtenaren bevraagd over de reden van het uitblijven van een staandehouding en verklaren daarover in een op 7 augustus 2018 opgemaakt aanvullend proces-verbaal het volgende:

“Zonder gevaar voor de bestuurder, omstanders en verbalisanten zelf was het niet mogelijk om betrokkene staande te houden.”

5. De verklaring van de ambtenaren op dit punt is te kwalificeren als een conclusie. Feiten en omstandigheden op basis waarvan kan worden beoordeeld of en waaruit dit gevaar bestond, zijn in die verklaring niet opgenomen. Dit klemt temeer, nu uit de verklaring van de ambtenaren en de overgelegde uitdraaien van Google Maps Streetview blijkt dat met het voertuig vanuit een (krappe) winkelstraat naar een brede(re) straat werd gereden. Om welke reden er op dat moment sprake was van een gevaarlijke situatie indien een staandehouding zou worden uitgevoerd, blijkt uit deze informatie in elk geval niet. Met de thans beschikbare informatie is het hof aldus niet in staat om te beoordelen of zich een reële mogelijkheid tot staandehouding voordeed of niet.

6. Nu op grond van de stukken niet blijkt dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, moet het ervoor worden gehouden dat de ambtenaren ten onrechte toepassing hebben gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene is opgelegd, moet worden vernietigd. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dient in totaal tweeënhalf procespunt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 656,25.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;

bevestigt die beslissing voor het overige;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 656,25.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.