Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:10565

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
TBS P20/0149
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging, verlenging 1 jaar. Discrepanties tussen onafhankelijke gedragsdeskundigen en kliniek. Daarmee op een eerder moment de bevindingen van de periodiek in te schakelen onafhankelijke gedragsdeskundigen beschikbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P20/0149

Beslissing d.d. 3 december 2020

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,

verblijvende in [kliniek] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 28 april 2020, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en afwijzing van het verzoek tot het laten opmaken van een nadere gedragskundige rapportage.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte instellen hoger beroep van 8 mei 2020;

- de aanvullende informatie van [kliniek] van 17 november 2020, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van de periode van 1 januari 2020 tot [geboortedag] 2020;

- een e-mailbericht van de raadsman van 17 november 2020 met als bijlagen een psychologisch onderzoek, Pro Justitia, van 11 oktober 2017 opgemaakt door mevrouw drs. L.L.L. Thung, klinisch psycholoog en een psychiatrisch onderzoek, Pro Justitia, van
4 augustus 2017 opgemaakt door dr. E.M.M. Mol, psychiater.

Het hof heeft ter zitting van 19 november 2020 gehoord de terbeschikkinggestelde (via een telefoonverbinding), bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal mr. V. Smink.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De kliniek is te voorzichtig en stelt te vaak dat bepaalde stappen in het behandel- en resocialisatie traject een brug te ver zouden zijn voor de terbeschikkinggestelde. De rapporten van de onafhankelijke gedragsdeskundigen Thung en Mol in 2017 hebben gefungeerd als een breekijzer voor begeleide verloven. De bevindingen van deze deskundigen staan haaks op die van de kliniek. Ook toen vond de kliniek begeleid verlof een brug te ver. Vanuit de druk van de (voorloper van de) zorgconferentie is de kliniek in 2018 gestart met begeleide verloven. Deze verloven verlopen al twee en een half jaar goed. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de afspraken en hij is goed in contact. Indien de maatregel wordt verlengd met twee jaar, gaat de kliniek niets doen. Daar komt bij dat de belangen van de terbeschikkinggestelde zwaarder gaan wegen naarmate de maatregel langer duurt. Verder is de gezondheid van de terbeschikkinggestelde van belang. Hij heeft onder meer een hartfunctie van 25% en als gevolg hiervan ernstige cardiale problemen. De terbeschikkinggestelde wil niet sterven in het Kemperhuis. Gelet op alle omstandigheden kan de terbeschikkinggestelde niet aan zijn lot worden overgelaten tot mei 2022. De raadsman heeft daarom verzocht om de maatregel te verlengen voor de duur van één jaar en daarnaast om twee onafhankelijk gedragsdeskundigen, bij voorkeur Thung en Mol te laten rapporteren over de terbeschikkinggestelde en tevens om de reclassering onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Ter onderbouwing heeft de raadsman gewezen op het rapport van Mol uit 2017, waarin deze aangeeft dat hij - nadat aandacht is besteed aan de partnerrelatie en aan de somatische problematiek - overgang naar bij voorkeur een resocialisatieafdeling binnen de [kliniek] aangewezen acht; van daaruit kan dan vorm gegeven worden aan de uitbouw van de verlofmogelijkheden, waarbij Mol het een realistisch doel acht om - als visie en behandeldoel - op een termijn van meerdere jaren het wonen van de terbeschikkinggestelde bij zijn echtgenote voor ogen te houden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Er is nog altijd sprake van een stoornis. Wat betreft het recidiverisico moet aansluiting worden gezocht bij de inschatting van de kliniek die komt tot een hoog risico. Het is bewonderingswaardig hoe de terbeschikkinggestelde met zijn situatie omgaat gelet op zijn beperkingen. Het recidiverisico is op dit moment nog te hoog om toe te werken naar onbegeleide verloven. Een vervolgvoorziening is op dit moment nog een brug te ver. De kliniek zet in op een longcare-voorziening op het terrein van de kliniek. Deze voorziening moet nog worden gebouwd. Dit zou een tussenstap kunnen betekenen naar onbegeleide verloven of een andere woonvoorziening. Het traject van de terbeschikkinggestelde verloopt op dit moment rustig. Deze situatie moet worden gecontinueerd. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege dient te worden afgewezen, nu die stap prematuur is. De advocaat-generaal heeft zich niet verzet het laten opmaken van rapportages door onafhankelijke gedragsdeskundigen.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging.

Indexdelicten

Bij vonnis van 29 augustus 1996 heeft de rechtbank Dordrecht aan de terbeschikkinggestelde de maatregel opgelegd ter zake van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en verkrachting (in voortgezette handeling gepleegd) en verkrachting. Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

Stoornis

De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met trekken van een histrionische en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is er sprake van een lichte stoornis in alcoholgebruik, thans langdurig onder toezicht in remissie.

Verlenging

Naar het oordeel van het hof eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel. De persoonlijkheidsproblematiek is nog immer aanwezig, maar lijkt enigszins milder te worden in uiting, mede ten gevolge van ernstige fysieke beperkingen. De deviante seksualiteit en een verstoorde seksualiteitsbeleving is nog immer aanwezig. De terbeschikkinggestelde geniet op dit moment begeleid verlof. Daarnaast is nog altijd sprake van een hoog recidiverisico.

Verzoek verdediging nader onderzoek

Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek om deskundigen nader onderzoek te laten doen naar het recidiverisico en de reclassering de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans prematuur.

Termijn van de verlenging

Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. Het hof ziet in dit geval echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.

In 2017 hebben dr. E.M.M. Mol, psychiater, en L.M.L. Thung, klinisch psycholoog, gerapporteerd dat het wat betreft het recidiverisico in aanmerking moet worden genomen dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan ernstige somatische ziektes die grote invloed hebben op zijn seksuele functies. Daarnaast kent de terbeschikkinggestelde door zijn cardiovasculaire ziekte belangrijke fysieke beperkingen. De relatie met zijn echtgenote worden door de deskundigen als zeer steunend en stabiel beoordeeld en is daarmee een belangrijke beschermende factor. Mol is van mening dat er op basis van de voorgeschiedenis sprake is van een hoog recidiverisico, maar dat dat risico duidelijk gedaald is en dat er diverse beschermende factoren zijn. Mol schat het recidiverisico op de korte termijn in als laag en op de langere termijn als matig. Ook Thung schat het recidiverisico in de huidige setting van longstay en in de hypothetische situatie van begeleid verlof in als laag. De verwachting is dat dit risico pas oploopt op de (middel)lange termijn naar matig bij uitbreiding van dit verlofkader. Beide deskundigen zijn het oneens met de inschatting van de kliniek dat het recidiverisico hoog is, zelfs bij begeleide verloven. De kliniek baseert haar risicotaxatie mede op de uitkomst van een risicotaxatie-instrument dat als onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd wordt beoordeeld en wordt ontraden in gebruik. Daarnaast richt de kliniek zich te zeer op de historische gegevens en heeft de kliniek onvoldoende (of niet) de beschermende factoren en de (complexe) somatische problematiek meegewogen. Mol acht voorts, nadat structureel aandacht is besteed aan de partnerrelatie van de terbeschikkinggestelde, een overgang naar bij voorkeur een resocialisatieafdeling binnen de Pompekliniek aangewezen, van waaruit de uitbouw van de verlofmogelijkheden vormgegeven kan worden gegeven. Mol acht het een realistisch doel om, als visie en behandeldoel op de termijn van meerdere jaren, wonen van de terbeschikkinggestelde bij zijn echtgenote voor ogen te houden. Thung rapporteert dat door middel van zorgvuldige monitoring, toezicht en controle en eventueel met bijstelling van het terugvalpreventieplan, het verloftraject vormgegeven dient te worden. De terbeschikkinggestelde is goed begeleidbaar, bereid tot een samenwerkingsrelatie met de kliniek en bij wie sinds 2001 geen incidenten hebben voorgedaan.

In 2018 heeft dr. E.A.M. Schouten, psychiater, het recidiverisico ingeschat op matig tot hoog en verder onder meer aangegeven dat bij een toekomstige overplaatsing naar een behandelkliniek (de terbeschikkinggestelde verbleef op dat moment nog binnen de langdurige forensische psychiatrische zorg (hierna: LFPZ)) het voor het realiseren van een passend risicomanagement gewenst is om de echtgenote van de terbeschikkinggestelde daarbij te betrekken. G.M. Jansen, GZ-psycholoog, heeft in 2018 het recidiverisico op seksueel gewelddadige delicten op basis van de klinische inschatting en gestructureerde risicotaxatie-instrumenten zonder het kader van de maatregel en met het wegvallen van toezicht, ondersteuning en structuur als hoog ingeschat. Op de korte termijn en binnen een situatie van begeleid verlof schat hij dit in als laag tot matig. Het recidiverisico in geval van begeleid verlof stelt hij naar beneden bij door de mildere persoonlijkheidspathologie, de verminderde seksuele drift en de cardiale situatie van de terbeschikkinggestelde met afnemende mobiliteit. Jansen komt op basis van de gehanteerde risico-taxatie-instrumenten tot een lager recidiverisico in de situatie van begeleid verlof dan de kliniek. Jansen ziet verder de stabiele en steunende relatie die er is tussen de terbeschikkinggestelde en diens echtgenote als een belangrijke beschermende factor is, hoewel dit vooral een signalerende functie betreft. Jansen adviseert een geleidelijk resocialisatietraject in te zetten en te starten met begeleide verloven naar zijn echtgenote vanuit LFPZ Zeeland. Afhankelijk van het beloop kunnen vrijheden op termijn worden uitgebreid. Jansen deelt voorts het optimisme van de longstay-rapporteurs in 2017, maar geeft ten nuancering aan dat het huidige stabiele functioneren van de terbeschikkinggestelde niet los kan worden gezien van de setting waarin hij op dat moment verbleef, waarin stress zoveel mogelijk wordt weggehouden en waar hij vertrouwde mensen om zich heen heeft met wie hij spanningen kan bespreken.

De kliniek schat het recidiverisico zowel bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als bij een beëindiging van de maatregel in als hoog. Volgens de kliniek is het zeer de vraag of onbegeleide vrijheden ooit tot de mogelijkheden zullen behoren. Op dit moment ziet de kliniek geen mogelijkheden voor het praktiseren van onbegeleide verloven. De kliniek geeft aan dat er nog altijd sprake is van een verstoorde seksualiteit, seksualiteit als coping en dat de terbeschikkinggestelde onvoldoende grip heeft op zijn seksuele deviantie, waardoor begeleiding tijdens verloven naast een beveiligend kader noodzakelijk blijven. Volgens de kliniek is het al een grote stap dat het behandelteam de terbeschikkinggestelde nu goed kent, zodat het verantwoord wordt geacht om verloven door een vrouw te laten begeleiden. Daarmee komt het eind van het verantwoord uitbreiden van vrijheden in zicht. De kliniek geeft aan dat het op termijn doorstromen naar de (nog te bouwen) longcare-afdeling van de kliniek, die een lager beveiligingsniveau heeft dan de huidige afdeling waar de terbeschikkinggestelde verblijft, passend wordt geacht.

Het hof stelt vast dat er discrepanties bestaan tussen de bevindingen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen in 2017 en 2018 en de kliniek. De discrepanties zijn gelegen in het recidiverisico, het risicomanagement en de resocialisatiemogelijkheden voor de terbeschikkinggestelde. Hoewel Jansen in zijn rapport een nuancering aanbrengt ten opzichte van de bevindingen van de twee onafhankelijke gedragsdeskundigen in 2017, kan worden vastgesteld dat het resocialisatietraject sinds 1 mei 2018 daadwerkelijk in gang is gezet doordat de terbeschikkinggestelde vanaf dat moment begeleide verloven geniet. De aanloop naar begeleid verlof is lang geweest. In mei 2019 is de terbeschikkinggestelde overgeplaatst naar de huidige resocialisatieafdeling van de kliniek. De proefperiode is positief geëvalueerd en in juli 2019 is de status van LFPZ opgeheven. Nadat de terbeschikkinggestelde wat moeite ondervond op de nieuwe afdeling, is het snel beter gegaan en heeft hij zijn draai gevonden. De terbeschikkinggestelde vindt het moeilijk om nieuwe personeelsleden op de resocialisatieafdeling te vertrouwen om diepgaande gesprekken te voeren, maar het vertrouwen ontwikkelt zich wel. Op 22 januari 2020 is de begeleidingsintensiteit teruggebracht naar enkel begeleid verlof, door één mannelijke begeleider. De begeleide verloven lopen goed. Gebleken is dat de terbeschikkinggestelde zich aan de regels en afspraken houdt. Hij richt zich op de kwaliteit van zijn leven. Hij weet dat hij begeleiding nodig heeft en er is zicht op zijn relatie en seksualiteit. De terbeschikkinggestelde heeft goed contact met het personeel en de medebewoners. Het stappenplan van het begeleid verlof wordt zonder problemen doorlopen. De kliniek geeft aan dat er geen duidelijke koers is, buiten het richten op het verblijf op de huidige resocialisatieafdeling. Gekoerst wordt op een stabiel verblijf.

Het hof zal, gelet op de discrepanties tussen de bevindingen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen in 2017 en 2018 en de kliniek, in het belang van de terbeschikkinggestelde de maatregel, die al twintig jaar duurt, thans verlengen met één jaar zodat de ontwikkelingen met betrekking tot de invulling en het verloop van het verdere traject op een kortere termijn kunnen worden bezien. Daarbij komt dat bij een verlenging met een jaar op een eerder moment de bevindingen van de periodiek in te schakelen onafhankelijke gedragsdeskundigen beschikbaar zullen zijn.

Het hof wijst er op dat aan deze verlenging met één jaar niet de verwachting kan worden ontleend dat na verloop van dat jaar de terbeschikkingstelling voorwaardelijk zal worden beëindigd of slechts met een jaar zal worden verlengd.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken door deskundigen van het recidiverisico en door de reclassering van de mogelijkheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 28 april 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr. M.E. van Wees als voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,

en dr. P.K.J. Ronhaar en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,

in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier,

en op 3 december 2020 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.